De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlichting en Modernisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlichting en Modernisme

Woord en Geest

7 minuten leestijd

(I)

Wie de Verlichting als Europees verschijnsel voornamelijk in de achttiende eeuw, bestudeert, komt tot de ontdekking dat ons thema in die tijd een onderwerp van de eerste orde en van het hoogste belang was. Iemand schreef over de Verlichting als dat tijdperk waarin het gezonde verstand de mens gaat bijlichten op zijn levenspad, maar dat is veel te vriendelijk uitgedrukt. Juister is het te stellen dat de Verlichting het tijdperk van het rationalisme ofwel van de overheersende betekenis van de menselijke rede is, hoewel aan het rationalisme een vlaag van naturalisme, het bijna vergoddelijken van de natuur, voorafgaat welke zeker tot het begin van de Verlichting valt te rekenen. Trouwens, ook aan dat woord 'rede' is een hele geschiedenis verbonden. De mens is een met rede en zedelijkheid begaafd wezen, zo zeiden niet alleen de 'verlichten' maar ook onze orthodoxe vaderen die tot op de helft van de achttiende eeuw geheel wilden wandelen in de sporen van Dordrecht 1618-' 19 en wat daar als belijdenis bindend was verklaard. De mens is dus geen stok of blok, hij is geenonredelijk dier, en al moet zijn verstand verlicht worden, wil er iets goeds uit voortkomen, dan nóg heeft in de zondeval de mens zijn verstand niet verloren. In feite was dit alles reeds vastgelegd in de zorgvuldige bewoordingen van Dordtse Leerregels III-16: ' . . . deze Goddelijke genade der wedergeboorte werkt in de mensen niet als stokken en blokken, en vernietigt de wil en zijn eigenschappen niet, noch dwingt hen met geweld tegen hun dank, maar maakt hen geestelijk levend, heelt, verbetert en buigt hen tegelijk liefelijk en krachtig; alzo dat, waar de weerspannigheid en tegenstand van het vlees tevoren ten enemaal de overhand had, daar nu een gewillige en oprechte gehoorzaamheid van de Geest de overhand begint te krijgen, waarin de waarachtige en geestelijke weeroprichting en vrijheid van onze wil gelegen is.'

In de zeventiende eeuw

Onze vaderen en hun tijdgenoten wezen dus met beslistheid wat het redelijke betreft de slagzin van sommige middeleeuwers: credo quia absurduni- ik geloof omdat het absurd is, van de hand. Evenzeer waren zij tegenstanders van het naturalisme en zijn verheerlijking van de natuur en de oerstaat van mens en dier, plant en wereld. Hun bijbelse scheppingsleer en hun leer van de erfzonde verboden hen aan zo'n oerstaat te geloven, laat staan een dergelijke toestand van mens en wereld voor mogelijk te houden of na te streven. Maar er was nog een ander motief. De redelijkheid stond bij de orthodoxe vaderen boog genoteerd, omdat zij met Voetius, Koelman e.a. meenden dat de Aristotelische wijsbegeerte en speciaal diens logica, mits gezuiverd van misbruiken, zeer goed tot uitdrukking en formulering van de rechte leer in haar consequenties kon worden gebruikt, terwijl zij op Descartes en zijn wijsbegeerte o.a. tegen hadden dat hij met zijn slagzin: 'Aan alles valt te twijfelen', niet alleen het bestaan van God maar ook het bestaan van al het zintuigelijk waarneembare en de ervaarbare wereld rond ons aan principiële twijfel onderwierp. Wij kunnen rustig aannemen dat het mede deze ontwikkehng is die de vaderen deed waken over een matig en binnen de verhouding tot alle overige functies aanvaarde rede.

Een nieuwe ontwikkeling

Het wordt echter anders, wanneer die rede tot een goddelijke vonk in de mens verheven of rondweg vergoddelijkt wordt, of dat in die rede een mogelijkheid wordt gezien om buiten de weg van de Openbaring door Geest en Woord tot God en het goddelijke op te stijgen. Velen hebben het tijdperk van de Verlichting uitgebreid tot een periode die vanaf de zestiende eeuw (Descartes) liep, toen immers in de godgeleerdheid slag geleverd werd over het aandeel van de menselijke geest in de verwerving van het heil. De discussies binnen orthodoxe kringen rond de vraag waar het geloof in de mens zijn zetel vindt -in rede, wil of gevoel - leggen daar reeds getuigenis van af.

Er is zelfs geen bezwaar tegen om het tijdperk der Verlichting, in een ruime zin genomen, nog eerder te laten beginnen. Wij denken dan aan de Renaissance, de Renascita, de Wedergeboorte van letteren en schone kunsten, reeds vóór de Reformatie. Enno van Gelder sr. heeft geschreven over de grote en de kleine Reformatie, waarbij hij er geen geheim van maakt dat hij de geestesbeweging van de Renaissance de gróte en die van de kerkelijke Reformatie de kleine acht.

De mens kwam tot bewustzijn aan de Sorbonne te Parijs, aan het Hof van Ferrara waar o.a. Calvijn een gastvrij onthaal vond, aan academie en hof van Wenen waarZwingli een deel van zijn opvoeding en ontwikkeling ontving, in het werk van Pico della.Mirandola, in het schilderwerk van Michelangelo Buonaiotti en in de tekeningen en mathematische beschouwingen van Leonardo da Vinci, en nog in zoveel meer.

De mens kwam tot bewustzijn via de ontdekkingsreizen en de bevrediging van zucht naar avontuur, in de veranderingen in het wereldbeeld, die noodzakelijk moesten volgen op de grote ruimte waarbinnen de mens zich bleek te bevinden, toen hij de Nieuwe Wereld en Indië ontdekte. De mens kwam tot bewustzijn via wis- en natuurkunde (Pascal en Newton), Verrekijker, microscoop, barometer en thermometer zijn stuk voor stuk uitvindingen van de zeventiende eeuw. Van Leeuwenhoek en Harvey verrichtten baanbrekend werk op medisch, Plantijn e.a. op aardrijkskundig gebied, in de letteren verdient Erasmus naast Faber Stapulensis genoemd te worden, terwijl Francis Bacon de mensen deed schokken door zijn aanvaardbaar gemaakte droom over Atlantis.

Een onderscheid

Toch is dit alles nog niet de Verlichting in de eigenlijke zin van het woord. Velen van degenen die boven genoemd werden, waren geen revolutionairen of ketters. Zij bleven in de Kerk - Descartes bijvoorbeeld bleef een trouw zoon van Romes Kerk - en stonden goeddeels als overtuigde en zelfs voorbeeldige christenen bekend: men denke aan Pascal en Newton. Was het niet Pascals grootste zorg dat de gelovigen het kruis van Christus ijdel zouden maken (W. Aalders)? Anders wordt het, wanneer in de achttiende eeuw de Verlichting zich gaat aankondigen. In een geseculariseerde wereld heeft de eenvoudigste redelijke waarheid van tweemaal twee is gelijk aan vier, niet meer het neutrale, exacte, wetenschappelijke karakter dat zij gehad heeft bij Kepler of Newton en gaat het ook niet meer om de waarachtig wetenschappelijke verwondering voor het scheppingsmysterie van een Huygens en een Swammerdam, maar het gaat om een dogma, een soort geloofsbelijdenis waardoor de mens de wereld in eigen beheer gaat nemen. De geloofsbelijdenis van de rede wordt tot het symbool van de zelfverzekerde, mondige mens die gedreven wordt door de wil tot macht en bezit (W. Aalders).

Men kan twisten over de vraag hoe lang de wetenschappen zo'n objectieve functie en inhoud hebben bezeten. In de late Middeleeuwen en op de grens van de Nieuwe Tijd bleek immers ook telkens dat de wetenschappen en hun ontdekkingen in dienst werden genomen, zelfs tot slavernij werden gebracht aan bepaalde meningen, hetzij van de kant van Romes Kerk hetzij van de kant van vrijdenkers. Velen probeerden op deze wijze aan hun overtuiging eer en aanzien en het brevet van kennis te verschaffen, en ook dat was geen nieuw verschijnsel. Toch heeft Aalders gelijk, wanneer hij wijst op een aantal christen-onderzoekers, voor wie én hun onderzoekingen én hun geloofsovertuiging meer dan een stukje dode traditie waren. En het valt niet te ontkennen dat de breuk die de Verlichting in geloof en wetenschap aanbrengt, aan dit stukje geestesbloei (Roldanus) een einde maakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1977

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Verlichting en Modernisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1977

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's