De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik ben de goede herder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik ben de goede herder

7 minuten leestijd

'Ik ben gekomen opdat zij het leven hebben en overvloed hebben. Ik ben de goede herder.' Johannes 10 vs. 10b en 11a

Het leven, dat is nogal wat! En wie heeft het, dat waarachtige, dat eeuwige leven? De zonde heeft er ons van beroofd; het oordeel Gods doet ons de dood aan. De wet weigert het ons, we hielden haar niet. Wie van ons verwerft het door deugd en verdienste. Als de zaken er zo voorstaan, dan is het leven ver zoek en eigenlijk kwijt. Dan ben ik een kind des doods. Klinkt dat niet overdreven?

Velen glijden daar overheen. Zo'n vaart zal het wel niet lopen en kan ik het helpen. Anderen maken er zich niet druk over. Christus is immers gekomen. Keren we de zaak niet om? Aan de komst van Christus wordt duidelijk, hoe verloren wij zijn, hoezeer we het leven niet zullen zien. Het verdwijnt achter de einder van de eeuwigheid.

Ik ben gekomen. Midden in de dood, daar, waar wij ons bevonden. Hij ging de dood in, om van heel dichtbij te zeggen: Ik ben gekomen. Dat fluistert Hij mij toe, door Zijn Geest, alsof Hij bedoelt: Stil maar, hier ben Ik. Hij is de Christus die opstond uit de doden, die het leven, het eeuwige leven aan het licht bracht. Op voorhand van Pasen, deelt Hij dit leven uit en mee. Zoeken wij het leven buiten onszelf, dan kunnen wij niet alle kanten uit, dan worden we naar Hem verwezen, dan zijn we met heel ons leven op Hem aangewezen en dat levenslang: Opdat zij het leven hebben. Vergeten wij niet, dat het over de herder gaat. Hij kwam om de schapen te redden uit de wrede klauwen van duivel en dood.

Het levensbehoud ligt in Hem. Hoe dieper dat uitgewerkt wordt, hoe vaster het verankerd wordt in dit: opdat. Waaraan ontleen ik het recht ten leven? Hoe verkrijg ik de kracht ten leven? Opdat. Hij heeft het gezegd. Ieder die in Hem gelooft, üeeft het eeuwige leven. Het moet mij steeds weer gezegd worden, zo ongelofelijk is het. En zo geloofwaardig, omdat de Waarheid zelf het mij verzekert. De Heilige Geest verzegelt het in mijn hart; die levendmakende Geest, Die Christus heeft verworven en Die ons aan Hem verbindt. En dat alles onder de hoge goedkeuring van de Vader: Hoort Hem. Dit 'opdat' staat als een paal boven water, een meerpaal, waar we het touw des geloofs omheen mogen werpen. En wat de schapen betreft, ze zijn door de dood omgeven, hun herder is hun levensruimte.

En overvloed hebben. Niet slechts levensbehoud, ook levensonderhoud. De herder is de redder. Hij is tevens de hoeder. Zij zullen ingaan en uitgaan en weide vinden. Hij leidt hen niet in schrale weiden, waar het gras schaars en grauw is. Hij leidt hen in grazige weiden, waar veel en groen gras groeit. Hij neemt het herderschap Gods op zich, waar de psalmisten van zongen; denk maar aan psalm 23. Hij spreekt van overvloed. Het is geen overdaad; het is niet meer dan nodig is, zodat het bijna overbodig zou worden. Maar het is ruimschoots voldoende. Volop en zonder enige beperking.

Christus stelt er eer in, Zijn schapen van alle goeds te verzorgen. Het is Zijn eer te na, als ze te kort komen, als ze blatend van honger rondlopen, als ze zienderogen vermageren. Hun herder zal hen weiden. Zou die vermagering soms het gevolg zijn van hun eigenzinnigheid, waardoor ze zich van de herder verwijderen? De een is zus gelegerd en de ander zo. Het lijkt wel eens alsof ze eigen weide af grazen, de weide van hun herinnering en bevinding, totdat een kaalgevreten vlakte overblijft. Verlies de herder niet uit het oog. Hij heeft overvloed beloofd. Het is éen schande, wanneer de schapen vel over been zijn, een schande voor de herder.

Het staat er afzonderlijk: het leven hebben en overvloed hebben. Mag ik belijden: levensbehoud in Hem, u kunt niet zo uit de voeten met die overvloed. De herder staat voor beide in! Bij Hem is de overvloed te vinden. Hoe dichter wij op de herder aanhouden, hoe meer het leven, overvloedsleven wordt, waarin het ons aan niets ontbreekt. Daarin wordt Christus verheerlijkt, en de Vader, Wiens welbehagen het is, dat in Hem al de volheid wonen zou. Daartoe stelde Hij het avondmaal in. De grazige weide in Zijn Woord, de zeer stille wateren aan de dis. Een overvloedige maaltijd. Gelijk ons Zijn goddelijke kracht alles wat tot het leven en de godzaligheid behoort geschonken heeft, door Welke ons de grootste en kostbaarste beloften geschonken zijn. Opdat. Daar mogen we op pleiten: om Uws naams wil. Daar mogen wij op terugvallen: Ik ben gekomen. De rijpe vrucht van dit 'opdat' is een toenemen in alles. Zien we dat? Als we Hem dan maar zien.

Alles wat erover te vertellen valt, trekt zich samen in één krasse uitspraak: Ik ben de goede herder. Ik alleen. Gaan anderen over u, dan ziet het er droevig met u uit. De vreemde, dié kwade bedoelingen voedt: de huurling, die er alleen maar aan verdienen wil. Waren dat de Farizeeërs niet? Er zijn er niet velen, die voor herder spelen, maar geen herderlijke zorg aan de kudde besteden? Ik ben, uitsluitend: Ik. Zoekt het niet bij anderen, zoekt het niet bij de wolven, die zich onder een schapevacht verbergen, maar die zich ook in een herderskleed hullen. Ik ben! Dat is doorslaggevend. Wantrouwen is gewettigd tegenover velen die zich aandienen als herders. Deze herder verdient ons volle vertrouwen.

Ik ben de goede herder. De goede betekent niet de goedmoedige, de innemende. Het betekent de rechte herder, die terecht aanspraak maakt op het herderschap. Gods herder, die de opdracht ontving, om de schapen te weiden. Het is tevens de echte, de ware herder. Het herderschap Gods wordt in Hem weerspiegeld. Hij is de herder met het herdershart. Zo is Hij van de Vader gezonden, zo wordt Hij door de Heilige Geest bekwaam gemaakt het herdersambt te bekleden en te bedienen: zo neemt Hij Zijn werk waar. Waarom slaat Hij die stellige toon aan? Opdat dit: Ik ben weerklank zou vinden in onze harten: Heere Jezus, Gij zegt niet te veel. Gij zijt het. Zoals Gij Uw komst verkondigt, zo leerde ik U kennen. De goede herder voor mij, die het leven heb verbeurd en de overvloed moet derven. Voor mij, die dwaalziek ben en de weg terug niet weet. Voor mij die het leven uit eigen hand verloor, om het in Uw handen. Uw herdershanden te geven. Voor mij, die zo graag hoor, dat Uw herdershart klopt in heel uw middelaarswerk. Wie zo spreekt verheerlijkt beiden, de Vader en de Zoon, door de Heilige Geest.

Ik ben de goede herder. Hoort, want daarmee roept Hij al de schapen naar Zich toe, de kleine en de grote. Bij Hem belijden wij Hem als de goede, de grote herder, die ons wil voeden en laven. Het avondmaal is een welkome gelegenheid om Hem te erkennen voor wat Hij is. Wie zich beroemt, beroeme zich niet in wat hij is, wat hij heeft, waarnaar hij streeft. Hij beroeme zich hierin, dat hij Hem kent. Om Hem meer en meer te leren kennen. Niet omdat u Hem niet vertrouwt, maar opdat Hij zich nader aan u openbaart. Hij wil het zwakke geloof versterken. Hij wil de boze lusten van ons vlees genezen. We gaan ervan zingen. Wie Hem kent, heeft Hem lief. Wie Hem liefheeft looft Hem. Hij geeft Hem de naam, die Hij vanouds, en tot zo grote troost van geslacht tot geslacht, draagt. Ik ben de goede herder; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben. En al het volk zegge: Amen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ik ben de goede herder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's