Wat is er in een naam
Een boek van een journalist
'Wat is er in een naam' is een meestal in het engels gebezigde uitdrukking. Welnu, het kindervers zegt: Geen naam is er zoeter en beter voor het hart.
Vorige week noemde ik een boek van Malcolm Muggeridge, dat de eenvoudige titel 'Jezus' draagt. Muggeridge, bekend journalist in Engeland, die de wereld bereisde, keerde zich de laatste jaren van zijn socialistisch-onkerkelijke achtergrond tot het christendom en geeft in dit boek rekenschap van zijn gegroeide overtuiging. Overtuiging van zijn geloof in de naam Jezus. Wie met een gereformeerde bril dit boek gaat lezen zal bepaald nogal eens vraagtekens zetten. Maar er is ook een andere manier om dit boek te lezen, namelijk vanuit de verwondering dat eeuw na eeuw het evangelie geloofd is en telkens opnieuw geloofd wordt. Dat het geloofd is door kinderen en ouderen, door eenvoudigen en geleerden. Muggeridge is het opeens gaan zien: één ding weet ik dat ik blind was en nu zien kan. En van dat zien van het wondere werk van Jezus legt hij getuigenis af. Hij zegt: 'Het verhaal van Jezus, zoals het verteld wordt in de Evangeliën is waar in die mate, dat het kan worden geloofd en ook wórdt geloofd; de waarheid ervan moet eerder gezocht worden in het hart der gelovigen dan in de geschiedenis of het archeologisch stof en anthropologische botten'. Met andere woorden: de Waarheid is niet waar omdat we deze met historisch onderzoek, met oudheidkundige vondsten hebben nagetrokken, maar - en nu citeer ik maar wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis ten aanzien van de Schrift zegt: wij geloven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is . . .'omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten'.
Eén ding nodig
Martha kreeg van Christus te horen, dat zij zich verontrustte over veel dingen maar dat één ding nodig was en dat Maria aan Jezus' voeten het goede deel had uitgekozen. Wij zijn in ons kerkelijk én maatschappelijk leven ook druk aan vele dingen, waarbij het ene nodige vervaagt. Hebben we niet nodig in persoonlijk leven, in ambtelijke bezigheden, in kerkelijk beleid en in theologische bezinning meer aan de voeten van Jezus te zijn dan ons af te matten met zaken, die het centrale, de Verlossing naar achter dringen? De vleeswording des Woords is toch het diepe geheimenis van onze verlossing. Muggeridge zegt: 'Als Mens alleen zou Jezus ons niet gered kunnen hebben; als God alleen zou Hij dat niet gewild hebben; vlees geworden kon Hij dat en deed het ook'.
Muggeridge heeft geen behoefte om de betrouwbaarheid van de Evangeliën na te vorsen inzake het leven van Jezus. De Evangeliënzijn betrouwbaar. 'Het ontbreken van materiaal in de Evangeliën, dat betrekking heeft op de eerste jaren van Jezus (kan) gezien worden als een aanduiding van hun echtheid'. Als ze niet echt waren zouden anders wel verhalen zijn toegevoegd om het levensbeeld te completeren. Maar Jezus was waarachtig God en waarachtig mens. Al ben ik geen geleerde, zegt Muggeridge, en heb ik weinig bemoeienis met de textuele en andere raadsels, waarmee theologen en bijbelgeleerden zich net zo ernstig en naarstig bezighouden als met de misvatting van Shakespeare, dat Bohemen aan de zee zou liggen, 'mijn gevoel voor de schoonheid en verhevenheid van de Evangeliën (is) bij nadere kennismaking steeds groter geworden'. Het is alles ook voor wijzen en verstandigen verborgen maar de kinderen geopenbaard! Jezus zelf hechtte er aan dat, wat hij te zeggen had, begrijpelijker zou zijn voor eenvoudigen dan voor de wijsneuzen en dat het, om Hem te begrijpen, noodzakelijk was om weer kind te worden'.
Existentieel
Een boek als dat van Muggeridge, staande in de breedte van cultuur en signalerend ook de leegte in het moderne levensgevoel, is tekenend hoe er ook voor de stuurloze moderne mens maar één weg is, namelijk die van verlossing uit zonde, nood, duivelshanden en dood. De ervaring, de beleving van deze verlossing reikt diep, tot in de diepte van de ziel, die worstelt met God. Iemand zei eens, dat het bevindelijk christendom en het hippe volkje dicht bij elkaar staan. Ik zou willen zeggen: de boodschap van het Woord, als bevonden Waarheid is de doorleving van zonde en genade, is ook voor de buitenkerkelijke, de mensen die als blinden tasten aan de wand, water op een dorstig land.
'Persoonlijk heb ik het gemakkelijker gevonden in de Duivel te geloven dan in God; alleen al omdat ik, helaas, meer met hem te maken heb gehad. Het komt mij heel uitzonderlijk voor, dat iemand niet zou hebben opgemerkt met name gedurende de laatste helft van deze eeuw - dat er in de wereld een diabolische (duivelse, v. d. G.) aanwezigheid is, die omlaag trekt zoals de zwaartekracht dat doet, in plaats van omhoog streeft zoals de bomen en planten, wanneer ze groeien en zo vastbesloten en mooi naar het licht reiken. Een tegen-wicht tegen de schepping, destructiefvan aard en opzet, dat als een bosbrand ver om zich heen grijpt, in het binnenste van ons hart laait, precies daar, een felle vuurtong van heftige begeerte. Hebben we het verwoestende karakter van de Duivel niet kunnen zien, toen hij een vreugdevuur van verleden, heden en toekomst maakte in één machtige uitslaande brand? Hebben we hem niet geroken, ranzigzoet? Hem aangeraakt, glibberig-zacht? Hebben we niet met ons oog zijn angstaanjagende gestalte waargenomen? Zijn angstaanjagende retoriek (welsprekendheid, v. d. G.) gehoord? Een glimp van hem opgevangen, soms in een spiegel, met zijn kwijlende, gulzige mond, beslagen, roofzuchtige ogen en verhit gezicht? Wie kan hem over het hoofd zien in dat donkerste van alle ogenblikken, wanneer God ons verlaten schijnt te hebben, en alleen de Duivel er is om het lege heelal te bezetten? '
Jezus wist. Zélf zónder zonde, wat de diepte van de zonde was. Hoe kan Hij anders weten. Dat we moeten sterven om te leven, dat we de diepste zoetheid van het leven pas ervaren, de laatste geur en muziek daarvan, wanneer we het ten langen leste afwijzen? Dat we pas, wanneer we tenslotte weten dat het leven waardeloos is, waarlijk leven; dat, wanneer we absoluut niets meer hebben om op te hopen - geen droom, hoe verheven ook, dat we onze medemensen moed of inzicht zullen schenken, geen uitzicht op vervulde liefde of op zilver avondlicht dat sereen over onze laatste dagen valt - dat we dan eindelijk kunnen hopen? Dat, wanneer het hart leeg is, de geest dor, de ziel verwaaid tot stof en het blad witte papier dat gevuld moet worden, ons met lege ogen aanstaart, dat dan en alleen dan er een vlam van zekerheid opschiet, absoluut en eeuwigdurend, dat God ons verwacht met uitgestrekte armen om ons welkom te heten in de eeuwigheid, waarvan we gekomen zijn? Dit is wat Jezus wist - de kennis van zondaren, opgeslagen in zondeloosheid.
Persoonlijk
Muggeridge legt sterke nadruk op het persoonlijke. Christus kent Zijn schapen bij name! 'Jezus gebruikte Zijn wondermacht nooit om enig algemeen of collectief doel te dienen. De Verlossing, die Hij aanbood, was bestemd voor individuen, niet voor een collectiviteit; voor een persoon, niet voor een idee. Ofschoon de zieken zich rondom Hem verdrongen waren er geen collectieve genezingen of algemene dispensaties (vrij vertaald, genadeverleningen, V. d. G.).' Jezus was zeker ook niet gekomen om een aards Rijk te stichten. Die aanbieding van de Duivel wees Hij van de hand. Muggeridge zegt overigens:
'De Duivel echter heeft erg veel geduld en weet te wachten. De aanbiedingen die Jezus afwees, zijn wèl aanvaard door velen van zijn zogenaamde vertegenwoordigers op aarde, die voor er veel tijd verstreken was, zich uit Zijn naam lieten kronen, op kruistocht gingen om Zijn naam te verheerlijken en die er in het algemeen kans toe zagen op allerlei vernuftige manieren Zijn woorden zó te verdraaien, dat ze precies het tegendeel beweerden van wat ze bedoeld hadden. Onze twintigste eeuw is in dat opzicht een bijzonder vruchtbare periode voor de Duivel geweest, die - naast andere merkwaardige feiten - kans heeft gezien Jezus te lanceren compleet als vrijheidsstrijder en als stads guerilla, terwijl Zijn Bergrede omgedoopt werd tot toespraak op de barricaden. En ook nog om hem uit te roepen tot kampioen van situatie-ethiek voor wie het lichaam begeert met de geest en de geest met het lichaam, zodat we kunnen doen waar we maar zin in hebben.
Waar het dan wél om gaat? 'Het offer van Jezus ontbindt de zonde van Adam'. Hij is gekomen om armen het evangelie te verkondigen. Het Koninkrijk Gods was in en mét Hem Zelf gekomen. En niemand kan tot de Vader komen dan door Hem. Dat zijn de gedachten, die Muggeridge ontwikkelt. Jezus zoekt het verlorene. 'Een herder zou zijn kudde in de steek laten om een verloren schaap te zoeken en als Hij het gevonden had zou hij het terugbrengen naar de kudde; zo bekommerde God Zich om één zondaar, wat we allemaal zijn - eenzame zondaars, die zo gemakkelijk verdwalen en de wegJswijt raken'. Een mooie opmerking maakt Muggeridge dan nog als hij zegt, dat de zachtmoedigen het aardrijk beërven en dat de kaartjes voor de reis naar dat nieuwe aardrijk alleen maar verkrijgbaar zijn 'voor hen die niet kunnen betalen'.
De Wet
Het christenleven is - zo zegt de schrijver-is een leven naar de Wet. Christus is wel gekomen om die te vervullen maar niet om die op te heffen. De schrijver zegt:
'Zonder wet kan er geen orde z^ijn en zonder orde geen deugd, maar de wet is de maat van onze menselijke onvolmaaktheid, zoals de deugd haar ideaal is. Of, anders gezegd: de wet en de deugd zijn twee stokken waarmee wij voortstrompelen ondanks onze morele zwakheden, terwijl we anders, net als de Pelgrim van Bunyan, weg zouden zakken in het moeras van de vertwijfeling of zouden omkomen door de handen van de Reusachtige Wanhoop. Evenmin kunnen wij, zo zegt Jezus ons, omdat Hij de wet heeft opgeschort, als Zijn volgelingen maar doen waarin we zin hebben. In tegendeel, onze maatstaven moeten niet lakser maar zelfs strikter zijn dan die van de Wet. Indien de Wet echtscheiding toestaat wegens overspel, dan is dat alleen maar uit consideratie voor de zwakheid van de mens, een concessie die bijna minachtend gedaan wordt. In de ogen van God, benadrukt Jezus, worden man en vrouw die trouwen één vlees, God heeft ze verenigd en geen mens kan ze scheiden. Voor ware christenen kan de band tussen een echtgenoot en vrouw nooit verbroken worden, zoals hun liefde nooit afhankelijk kan zijn van hun lichamelijke vereniging.'
Hunkering
Vele facetten van dit boek zouden aan de orde te stellen zijn; uit dogmatische gezichtshoek óók in kritische zin. Zó heb ik evenwel dit boek niet willen beoordelen. Een boek als dit is een signaal in onze God-loze cultuur. Wannéér de mens van nu dan nog hóóp zal hebben, dan toch alléén bij die Ene, Wiens Naam Jezus is. Zaligmaker van zondaren. 'De enige blijvende chat is geestelijk, zoals de enige vrijheid is God te dienen', zegt Muggeridge.
De weg naar het aardse koninkrijk is hopeloos en de oproep daartoe biedt de mens geen uitzicht. Nadat Muggeridge heeft opgemerkt, dat de christelijke kerken in de prediking van een aards koninrijk bezig geweest zijn zichzelf te vernietigen zegt hij:
'Op dezelfde wijze is het in de tweede helft van de twintigste eeuw overduidelijk geworden dat de westerse Mens besloten heeft zichzelf te vernietigen. Moe van de strijd om zichzelf te zijn, heeft hij zijn eigen verveling opgeroepen uit zijn overvloed, zijn eigen onmacht uit zijn erotische dwaasheid, zijn eigen kwetsbaarheid uit zijn eigen sterkte; waarbij hij zelf de bazuin blaast, die de muren van zijn eigen stad zal neerhalen en hij zijn eigen ras uitmoordt door de overtuiging dat hij te talrijk is en dienovereenkomstig te werk gaat met pil, ontleedmes en injectiespuit om zijn aantal te ver minderen en zo een gemakkelijker prooi voor zijn vijand te worden, totdat hij tenslotte, nadat hij zich onderwezen heeft tot hij imbeciel is, en zich vervuild en verdoofd heeft tot hij bedwelmd is, omvalt als een levensmoede, verslagen oude brontosaurus en uitsterft. Velen, zoals bijvoorbeeld Spengler, hebben de toekomst in dergelijke termen beschreven en wat zij toen geprofeteerd hebben, is nu over ons gekomen.'
Eén ding is nodig. Daarmee besluiten we onze opmerkingen n.a.v. dit boek. Dat de kerken dat beseffen! Toen jaren geleden de B.B.C, in Engeland preken van Charles Haddon Spurgeon voor de radio liet uitspreken was er een ongekende luisterdichtheid. Omdat er in het volk tóch uiteindelijk, bewust of onbewust, hunkering is naar een woord van houvast! En waar zou dat anders te vinden zijn dan op de Rots van Behoud, waar onze voeten alleen maar rusten kunnen zonder weg te zinken als in een moeras van wanhoop? Ik eindig met het slot van Muggeridge boek te citeren:
'Of Jezus is er nooit geweest, óf hij is er nog. Als een typisch produkt van onze verwarde tijd, met een sceptische geest en een sensuele (zinnelijke, v. d. G.) aard, verzeker ik, schroomvallig en onwaardig, maar met de grootste zekerheid, dat Hij er nog steeds is. Wanneer het verhaal van Jezus met Golgotha afgelopen zou zijn geweest, zou het inderdaad het verhaal geworden zijn van een gestorven mens, maar wanneer tweeduizend jaar later de belofte van de Mens. 'Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden' nog steeds duidelijk van kracht is, dan is het wel degelijk het verhaal van De levende Mens.
N.a.v. Malcolm Muggeridge: Jezus; Uitgave Ambo, Baam, 192 pagina's, ƒ 24, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's