De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar het land van de Nijl

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar het land van de Nijl

7 minuten leestijd

(2)

Cairo is een typische oosterse stad, een miljoenenstad van grote omvang, vol van drukte en lawaai, vol ook van grote tegenstellingen.

Cairo, het hart van het moderne Egypte

Het is de grootste stad van Afrika, misschien telt het 7 miljoen inwoners; men geeft soms een nog groter getal inwoners aan, soms schrijft men 5 miljoen inwoners. De drukte op de wegen - en er zijn zeer brede boulevards en dito bruggen - is zowel op de speruren als gewoon overdag geweldig en chaotisch. Ook wie wel wat gewend is aan het moderne verkeer in grote steden, staat in Cairo de eerste dagen verwonderd. Ik had meer dan eens het gevoel dat men beter in Marseille of in Parijs op de drukste uren kan rijden, dan hier te rijden of ook te lopen en bij dat laatste komt de automobilist op een voor hem ontdekkende wijze in aanraking met de vraag hebben wij wel voldoende erg in de voetganger, die althans hier in Cairo meer dan eens rennen moet om zijn leven of dan de verkeerslichten op groen staan of niet. Meerdere malen - rijden vier auto's naast elkaar, zo op de wijze van: het kan net. In de binnenstad kan men, althans voor het oog geen auto parkeren; ze staan bumper aan bumper. Er zijn in Cairo duizenden taxi's en dan nog is het vooral in de middaguren soms een hele toer er één te pakken te krijgen. Het lukt meestal via jongens vlakbij een parkeerplaats en dan spreekt het vanzelf, dat zij vinden recht te hebben op een baksjisj; " kijk ook niet vreemd op als er drie, vier handen tegelijk door een portiersraampje worden uitgestoken om een fooitje; de chauffeur kijkt voor zich uit, het is blijkbaar een gebruikelijk tafereel, dat hem onbewogen laat, hij rijdt weg, handen nog in de auto of niet; en het gaat altijd goed. De taxi's zijn zeer goedkoop, voor een halve egyptische lira, dus ongeveer een rijksdaalder werden wij uit de binnenstad naar ons hotel aan de andere Nijloever gebracht en je begrijpt niet hoe op deze wijze de mensen hun brood kunnen verdienen; het gaat hier om een afstand van een kleine 10 kilometer. Daarom moet de toerist ook overigens het wel eens erg vermoeiende geroep om baksjisj maar verdragen; men doet het echt niet uit rijkdom. Vertrouw als voetganger niet teveel op verkeerslichten, koester ook niet de gedachte, dat de aanstormende auto wel een beetje zal bijremmen als een voetganger oversteekt, men rost en rijdt maar raak en tot grote verbazing der beschouwers gebeuren er weinig ongelukken. Soms zie je ineens een verkeersopstopping, thuis denk je direct aan een botsing, hier in Cairo niet; hier zie je een automobilist uit zijn auto springen, hij dreigt met een collega op de vuist te gaan bij het verkeerslicht; hij meent dat hij gehinderd is, dat de ander hem voor de wielen reed; plotseling zie je een agent opduiken, die er voor zorgt dat de ander het portier niet kan openen en verder handgemeen voorkomt en dan blijft het bij woorden, die ook voor wie geen arabisch verstaat duidelijke taal zijn. Ook het openbare vervoer is goedkoop en vooral in de speruren onbeschrijfelijk druk. De bezetting van de bussen deed mij soms denken aan de overvolle trams in de bezettingsjaren in Rotterdam. Onvoorstelbaar dat er zoveel mensen op een achterbalkon konden staan of op de treeplank hangen. Het is in Cairo geen ongebruikelijk schouwspel om iemand in een behoorlijk doorrijdende bus te zien springen; met een verbaasde blik volgt de vreemdeling dit tafereel. Uit de ingang van de bus grijpt een arm de renner beet, deze springt met één voet op de treeplank en mee gaat hij, voor een tweede voet is geen plaats, want daar staat reeds een andere. Of je ziet iemand bovenop de bus zitten en echt, hij valt er niet af; of er bevinden zich drie of vier personen op de achterbumper van de bus, of op die van het lokaaltreintje en dat laatste schijnt een heerlijk spelletje te zijn voor de lieve schooljeugd.

Een museum volgestapeld met cultuurschatten

Dit is een eerste kennismaking met een oude stad met veel nieuwbouw; een stad met grote huurkazernes en onogelijke buurten, maar ook vol van nieuwe aanleg, met schitterende kantoren en luxueuse hotels, vooral aan de oevers van de Nijl. Als vanzelf gaat de weg van de toerist naar het Egyptische museum vlak bij de Nijl. Het gebouw dateert van 1902, maar reeds in het midden van de vorige eeuw is de Franse egyptoloog Mariette begonnen met een stelselmatige verzameling van Egyptische oudheden. In het museum zijn meer dan honderdduizend voorwerpen tentoongesteld. Wie hier rondloopt en rondkijkt, zaal in, zaal uit, gevoelt zich soms in een groot magazijn waar de uitgestalde voorwerpen nauwelijks meer in het oog vallen; vooral de kleinere, soms zeer kostbare dingen komen nauwelijks tot hun recht, zoveel is bijeen gebracht en opgestapeld; ik zou haast schrijven bijeengepropt en nog steeds komen nieuwe vondsten binnen en voortdurend worden de magazijnen voller. Ik zou niet graag willen beweren, dat er maar lukraak is bijeen gezet; integendeel het geheel is chronologisch en systematisch in zijn opzet. Vooral wie geen gelegenheid heeft gehad vóór zijn reis naar Egypte iets van de geschiedenis van het Oude Egypte na te kijken, dreigt door de overstelpende hoeveelheid van namen en gebeurtenissen, die hier op hem aankomt platgedrukt te worden; men ziet zoveel, dat men het overzicht over het geheel kwijtraakt en door de bomen het bos niet meer ziet. Wij hebben er een gehele morgen rondgekeken en zijn een week later, na het bezoek aan het zuiden. Lux or en Assuan - de grote schatkamer van Egypte - teruggekeerd; als men daar is, krijgt de bezoeker de indmk, dat Egypte één groot openluchtmuseum is. Wie een tweede keer terugkomt in het museum merkt, dat de dingen van het verleden dichterbij zijn gekomen door de vele excursies, die dikwijls vermoeiend zijn, maar geestelijk zeer verrijkend.

Exporten van grote waarde

Bij het bezien van de vele kunstschatten mag niet worden vergeten, dat vele antieke voorwerpen naar het buitenland zijn uitgevoerd. Er is een tijd geweest, dat ieder museum er voor zorgen moest een mummie te bezitten, anders kon men als museum toch niet meetellen. De begeerte om met een andermans veren te pronken is zeer oud, al weet ik best, dat meer dan eens uit echte vriendschap opgegraven voorwerpen aan een buitenlands museum zijn geschonken, dat zijn dan geschenken, die de vriendschap onderhouden, maar het is ook vele malen anders gegaan. In Italië begon het al vroeg; het was niet alleen graan, dat naar Rome werd gebracht om aan de begeerte van het volk, dat om brood en spelen riep te voldoen, maar ook grote en kleine voorwerpen werden meegenomen om als trofeeën dienst te doen en eigen heerlijkheid en macht te demonstreren. Keizer Augustus, die zich als Egyptische farao opwierp en Egypte als zijn persoonlijk bezit beschouwde, liet twee Obelisken uit Heliopolis naar de eeuwige stad overbrengen; de éne staat nog op de Piaza del Populo. Plinius vertelt dat er nooit een schip van zulke grote afmetingen was gebouwd als ten tijde van keizer Caligula voor het transport van een obelisk. Van de dertien obelisken die Rome thans telt is die van het Lateraan de hoogste (30 m.); deze dateert uit de tijd van Thutmoses III en diens zoon (1499 v. C.)'. De obelisk van Minerva staat op de rug van een olifant naar een idee van Bernini.

Dat weghalen uit Egypte is later doorgegaan. Toen Napoleon naar Egypte trok nam hij een aantal deskundigen mee en zij keerden niet met lege handen naar Parijs terug. Tot de dag van vandaag getuigt daarvan de prachtige uitgebreide collectie Egyptische oudheden in het museum van het Louvre en niet te vergeten de grote obelisk uit Karnak op de Place de la Concorde. Ook het Britse museum in Londen moet hier genoemd worden en op veel kleiner schaal het museum van oudheden te Leiden, dat een bezoek ten volle waard is. De bezoeker wordt daar getroffen door de stijlvolle opzet, waar b.v. een grafkamer als een chapel ardente is ingericht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Naar het land van de Nijl

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's