De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Totdat het tegendeel blijkt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Totdat het tegendeel blijkt

5 minuten leestijd

Na ernstige overweging voel ik mij gedrongen het volgende op papier te zetten. Vooraf zij opgemerkt, dat we zuinig hebben te zijn op goede naam en faam van personen en instanties. Anderzijds hebben personen en instanties , die in staat zijn jaarlijks vele tonnen gelds uit de gemeenten bijeen te brengen, zuinig te zijn op geschonken vertrouwen, niet in het minst wanneer de beoogde doelen welhaast emotioneel de beurzen doen openspringen. Daarover gaat het in het volgende.

Het is langzamerhand geen geheim meer dat er ernstige moeilijkheden zijn bij ICCC-Nederland en de Ondergrondse Kerk. Ds. J. C. Maris, secretatis van ICCC, ontsloeg vier van zijn naaste medewerkers. Sindsdien gonst het van geruchten. Hoewel wij diep in de keuken hebben kunnen kijken zullen wij terughoudendheid betrachten bij wat we op papier zetten. Maar nu ds. J. C. Maris in het blad Getrouw een 'Verklaring' gaf gevoelen we ons toch op zijn minst tot enkele vragen gedrongen.

a. Er gingen geruchten - liever concrete beschuldigingen - dat grote sommen gelds aan de fondsen voor de Ondergrondse Kerk waren onttrokken (op z'n minst door onzorgvuldigheid in het scheiden van ICCC-gelden en gelden voor de Ondergrondse Kerk) ter dekking van schulden van ICCC in Amerika, het organiseren van congressen etc., dat meer dan de helft van de gelden voor de Ondergrondse Kerk aan binnen-of buitenlandse strijkstokken bleef hangen en dat er in financieel opzicht sprake was van wanbeleid.

Vraag: waarom spreekt ds. Maris in zijn Verklaring nu een halve waarheid als hij den volke voorhoudt, dat de besteding van de gelden staat onder controle van een extern accountant? Zulk een accountant is namelijk pas aangetrokken na de gerezen moeilijkheden en kan dus slechts voor de toekomst in het vooruitzicht worden gesteld.

b. De directie heeft de medewerkers ontslagen omdat 'die medewerkers aan de directie verwijten zouden hebben gemaakt omtrent het financieel beheer van de aan ICCC toevertrouwde gelden' (formulering van ds. Maris). Vraag: waarom gaat ds. Maris aan deze verwijten geheel voorbij, volstaat hij met de mededeling dat een directie in moeilijke tijden soms 'harde en onpersoonlijk lijkende beslissingen moet nemen' en ontzenuwt hij niet de beschuldiging, dat gelden aan de bestemming Ondergrondse Kerk zijn onttrokken en dat gelden, bestemd voor waterputten in India (ICH-project), slechts ten dele hun bestemming hebben gekregen? Eerlijke zaken kunnen open op tafel komen.

c. Kernvraag: hoe is het mogelijk of waarom 'was het nodig, dat ds. Maris zijn Verklaring in Getrouw heeft gepubliceerd zonder dat de bestuursleden van de Stichting ICCC Nederland er ook maar iets van wisten, ook de voorzitter niet?

d. Vervolgvraag: moet het antwoord op vraag c gezocht worden in de feitelijkheid, dat het fonds Ondergrondse Kerk éénmansbeheer heeft? Waarom is tot heden niet positief gereageerd op de aandrang van verschillende kanten om deze fondsen te brengen onder een stichting met brede controle?

e. In de Verklaring van ds. Maris wordt steeds het ICCC-bestuur genoemd en sprekende ingevoerd om het gevoerde beleid te sanctioneren.

Vraag: waarom werkt ds. Maris in deze Verklaring zo versluierend door op te merken dat het bestuur van het ICCC een bijzondere bijstandscommissie in het leven zal roepen om, naast de accountant, controle uit te oefenen over de besteding der gelden? Uit de verklaring blijkt niet welk ICCC-bestuur ds. Maris bedoelt, namelijk het bestuur van ICCC Nederland of het algemeen bestuur (internationaal). Het noemen van 'het bestuur' (in een Verklaring die vooraf niet door 'het bestuur' (in Nederland) gezien is wekt op zijn minst bevreemding.

Wij zullen verder niet treden in een beoordeling van de situatie. Daartoe zijn anderen meer bevoegd. De offerbereidheid echter van de gemeenten voor de zogeheten Ondergrondse Kerk maakt het nodig, dat op bovenstaande vragen een afdoend antwoord komt, temeer daar de ICCC zich heeft opgeworpen als de pleitbezorger voor de Ondergrondse Kerk bij uitstek. De onderste steen dient boven te komen, hetzij door een (contra-)verklaring van het bestuur van ICCC Nederland, hetzij in een verklaring van een na de moeilijkheden gevormde commissie van goede diensten (ds. R. Kok, Nijkerk, c.s.), hetzij door een afdoende weerlegging door ds. Maris, samen met het ICCC-bestuur, betreffende de beschuldigingen die zijn ingebracht.

Terwille van de zaak van de broeders en zusters achter het ijzeren gordijn voelen wij ons geroepen tot deze cri-de-coeur. Totdat het tegendeel blijkt lijkt het raadzaam giften en collecten voor het fonds Ondergrondse Kerk op te schorten.

Steun aan de broeders is bitter hard nodig. Maar beter minder geld goed besteed dan meer geld half besteed. Als in de Verklaring wordt gezegd, dat uit de controle (van de accountant) openhartige verantwoording van de ontvangen en bestede gelden naar voren is gekomen dan zou openbaarmaking van de accountantscontrole niet alleen mogelijk maar zelfs zeer gewenst zijn (accountantsrapport Klynveld Kraayenhof en Co., Utrecht).

Als het tegendeel blijkt zullen wij opnieuw in onze kolommen eveneens openhartige verantwoording geven.

P.S. Het bovenstaande werd geschreven voordat een en ander in de pers al brede publiciteit kreeg. Concrete beschuldigingen zijn nu breedvoerig in de pers verschenen. Ds. J. H. Velema, voorzitter van ICCC Nederland, maakte in een persoonlijke verklaring bekend (zonder partij te kiezen in het conflict) het raadzaam te achten gelden voor de ondergrondse kerk (ICCC Nederland) voorlopig op te schorten. Ds. Velema bleek langs een omweg de verklaring in 'Getrouw' te hebben kunnen inzien, maar ondanks pogingen zijnerzijds deze verklaring niet te doen publiceren heeft ds. Maris desalniettemin doorgezet. Ds. J. Verwelius die aanvankelijk op de Wurmbrandavond in Waddinxveen zou spreken, zegde zijn medewerking op vanwege de genoemde verklaring die aldus ds. Verwelius, vol onjuistheden zat.

Ondanks deze persoonlijke verklaringen blijft een officiële verklaring van het ICCC-bestuur Nederland of van de commissie van goede diensten met openbaarmaking van het accountantsrapport dringend gewenst. Vandaar dat wij bovenstaande vra­gen geheel laten staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Totdat het tegendeel blijkt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's