De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar het land van de Nijl

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar het land van de Nijl

8 minuten leestijd

(3)

In de zaal van de mummies

Na het vorige ben ik weer terug in het Egyptische museum in Cairo, de stad waar het hart van Egypte klopt. En wel bij de zaal waar de mummies zijn bijeengebracht. Sinds 1959 heeft men de mummies in het museum bijgezet, nadat deze vele jaren elders geplaatst waren. De aarzeling is wel te begrijpen en te waarderen. Ook voor de toerist is het een vreemde gewaarwording de rijen sarcophagen langs te lopen. Een bordje geeft enige personalia van wie in de kist ligt. Daar liggen grijslaards als Ramses II, overleden waarschijnlijk 1234 V.C. een oud man; hij is goed 90 jaar geworden. Was hij de farao der verdrukking, waarvoor hij in het algemeen gehouden wordt? De eerste die hier is opgebaard is Sekemenze (17de dynastie ongeveer 1600 v. C). Hij stierf in de kracht van zijn jaren, 30 of hoogstens 40 jaar oud; tekenen van zware verwondingen aan het hoofd en elders op het lichaam laten zien dat hij een gewelddadige' dood is gestorven. Onder de 26 mummies die hier opgebaard liggen zijn ook koninginnen en prinsessen; ook een jonge vrouw als Maatkare (ongev. 1000 jaar v. C). En je vraagt je af: kan dat wel? Ik moest denken aan wat de profeet zegt: is dat de man die de aarde beroerde, die de koninkrijken deed beven, die de wereld als een woestijn stelde en haar steden verwoestte? (Jes. 14 : 16 v., over Babel). Geldt dat ook niet van Ramses II en van Thutmoses III, die in een wereldrijk oorlog op oorlog voerden? Mij kwam te binnen een aangrijpend gedicht l'Exode van een jonge Joodse filosoof Fondane, door hem geschreven als hij op weg was naar het einde in Auschwitz. In de laatste regels roept hij het geslacht van een andere eeuw op aan hem te denken: ijn gelaat was als het Uwe een gezicht van een mens - heel eenvoudig; dat geldt ook van de mannen en vrouwen wier mummie hier ligt. Röntgenfoto's hangen aan de muren en kwalen, waaraan zij geleden hebben zijn aan het licht gekomen. Ook deze mensen hebben willen leven, dat betekent meer dan dat zij bij de mensen in herinnering zouden blijven en dat hun naam niet men hen zou vergaan. Zij wilden ook door de dood heen leven. En dat kon naar religieuze beschouwingen alleen als zij een lichaam hadden en daarom die balseming. Deze heidenen geloofden in een leven ria dit leven; onuitroeibaar was dat in hun hart geschreven. Op een bepaalde wijze heeft dat hun leven beïnvloed en beheerst; hoevelen zijn in onze tijd beneden het peil van de heiden gedaald al zou men de naam christen niet graag kwijt willen. Ook bij de toerist maakte het bezoek aan deze grote open grafkamer een diepe indruk. Over de wijze van balseming geeft Herodotus, de geschiedschrijver, die ongev. 450 v. C. Egypte bezocht enige informatie die hij van priesters in Egypte ontving. Bij de balseming werden de hersenen zo goed mogelijk via de neusgaten verwijderd; met een stenen mes werd de buik geopend (het gebruik van een stenen mes wijst er op, dat de balseming een z; eer oud gebruik was, dat ook een religieuze zin had; vergelijk wat Joz. 5 : 2 schrijft); de ingewanden werden verwijderd, soms ook het hart. De buik werd gereinigd met palmwijn en aromatische essences, daarna met mirre en kassia en andere specerijen gevuld, waarna de buik weer werd gesloten. Het lichaam werd nu in een natronbad 70 dagen lang geconserveerd en daarna met fijne windsels omwonden. In de laatste geparfumeerde zwachtels om het gehele lichaam werden amuletten meegebonden, zoals scarabeeën (een afbeelding van de mestkever, symbool van het ontstaan van leven) en een hengselkruis, het ankh-teken, dat leven betekent, dit laatste teken komt op veel taferelen in graftombes en tempels voor.

Een overvloed van onschatbare rijkdommen

In het museum bevinden zich vele goden-en godinnebeelden. Vele kleine, maar ook kolossale statuen van faraonen b.v. van Sesostris I, een beeld uit zijn dodentempel (12de dynastie). Een diorietbeeld van Chefren, een klein wit marmeren van Thutmoses III in knielende houding; en ontelbaar aantal zware stenen sarcofagen, ook allerlei alledaagse gebruiksvoorwerpen, die aan de doden in hun graf werden meegegeven, messen en bijlen, pijlspitsen en knotsen, veel wat betrekking heeft op jacht en veeteelt, op het spinnen en weven der vrouwen; ook door de vele grafschilderingen vernemen wij allerlei over het leven van elke dag in het Oude Egypte. Het museum laat ons iets zien van de rijkdom van het Oude Rijk. En wij denken aan Moses, die de geloofskeuze deed om liever arm te zijn met Gods volk, dan rijk met de schatten van Egypte. En die schatten zijn onschatbaar. Er is een zaal in het museum, die de juwelenzaal heet; hier liggen ringen en halskettinkjes, zegelringen en armbanden, gouden en zilveren sieraden, soms met edelsteen ingelegd, soms met lapislazuli (blauw gekleurd half-edelsteen) voor een waarde van miljoenen. We worden herinnerd aan Jes. 3 : 8 v. waar de profeet toornt tegen de weeldezucht van de inwoners van Jeruzalem, waar men in pronkzucht en opschik niet wilde onderdoen voor het buitenland: maantjes en zonnetjes, reukdoosjes en parfumflesjes, oorringen en zegelringen; het één nog luxueuzer dan het ander en de profeet Jesaja verkondigt, dat er voor schoonheid schande zal komen.

Moet ik nog niet schrijven over de granieten stele van Amenophis II, waarop de naam Israël voorkomt, het oudste bewijs van het bestaan van die naam buiten het Oude Testament? Is er niet veel te vertellen over de kleitafels van Amama, correspondentie o.a. uit Jeruzalem aan de farao van Egypte in spijkerschrift? Dat is zo; er is nog zoveel meer, maar ik wil niet eens alles weten; wij breken ons bezoek af en gaan naar buiten, het grote plein over naar Hiltonhotel om een hapje te eten met het zicht op de Nijl.

Een hedendaags straatbeeld en wat er bij behoort

Wie in oud-Cairo met zijn vele kleine straten en stegen wandelt, kan het niet nalaten van meer dan één typisch straattoneeltje een dia te maken, zulks niet altijd tot vreugde van de betrokkenen, die de lens op zich gericht zien. Ik denk aan het voertuig zonder bankjes waarop een aantal vrouwen en kinderen zit; met vaste hand voert de boer zijn paardje dwars door allerlei verkeer en door de stroom van zich op de straat voortdeinende mensen heen in de richting van de markt. Het is een merkwaardig gezicht, een platte sjees met vier wielen, met een ezel er voor gespannen (soms ook een muilezel). Hier is men in een oosterse stad. Dat geldt ook van de Basarwijk, Chan el-Chalili, vol winkels en markten; het is alsof je in de soeks van oud-Jerusalem loopt (soek is het Arabische woord voor markt). Het is een labyrinth van winkeltjes en werkplaatsen. Dikwijls, zoals ook elders in de stad, zijn de winkels geordend naar de branche, alle schoenenwinkels naast elkaar, ijzerwaren zaken dito, op één en hetzelfde rijtje. Men kan zijn geld hier kwijt. Stalletjes van Oosterse weefkunst, albasten schalen, sfinxen in velerlei soorten en afmetingen, kleren en juwelen, koffers en koperwerk en ik weet'niet wat nog, het ligt alles op een koper te wachten. Vindt het niet vreemd, als men u vraagt, midden op de straat, waar u vandaan komt. Als men dat 'weet is het een aanleiding voor een uitnodiging om een of ander zaakje binnen te komen. Zaken zijn zaken.... Wees niet verlegen om af te pingelen; straks zijn er twee partijen tevreden, de verkoper omdat hij - ondanks zijn bedenkelijk gezicht, dat hij aanvankelijk zette - zeer tevreden is omdat hij zo'n goede prijs heeft gemaakt (U weet het: het is kwaad zegt de koopman....) en de koper is tevreden, omdat hij dan toch zoveel heeft afgedongen. Soms is kopen hier louter plezier. Wij gingen een klein winkeltje binnen, maar geen van de twee noch de man noch de vrouw kende één woord Engels en ook met een andere moderne taal was niets te beginnen. Maar zij begrepen goed waar het om ging en met de vingers vertelden zij hoeveel de koopwaar moest opbrengen. Maar even later had zij (hij speelde niet de eerste viool) iemand opgehaald van een of andere zaak vlakbij en deze speelde tolk. Toen was de koop vrij snel beklonken (zie boven!). En daarbij ging het niet om een kleinigheid. Maar daarna kwam het ceremonieel, een slokje thee en nog het een en ander; ook ik nam er deel aan. En het aardige was, dat (Egyptische) buurtgenoten met vreugde dit tafereeltje met deze vreemden aanzagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Naar het land van de Nijl

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's