De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

Bekijk het origineel

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

4 minuten leestijd

(1)

Hoewel dat woordje 'wij' in de titel boven dit verhaal uiteraard altijd in de breedste zin des woords 'wij Nederlanders' betekent, beperk ik mij in dit artikel toch met name tot: 'wij, kerkeraden' en 'wij, jeugdverenigingen' en 'wij, familieleden, verloofdes en meisjes'. Wat kunnen 'wij' voor Onze dienstplichtige militairen doen terwijl zij (gemiddeld) zo'n 14 maanden soms ver weg van huis, soms zelfs in het buitenland of op de wereldzeeën, onder de wapenen zijn? .

Het simpele feit dat wij iets zullen moeten doen en dat wij in geen geval hen zonder meer aan hun lot mogen overlaten staat als een paal boven water alleen al om dat mede Nederlanderschap van ons. Want door ons allen zijn zij via de wetgever dienstplichtig verklaard. Zij dienen al die maanden namens ons. En tevens terwille van ons.

Dat 'namens' ons betekent dat wij voor de periode dat zij van huis zijn (en, wat God verhoede: eventueel aan het front) verantwoordelijk staan. Zij zijn niet vrijwillig in dienst. Zij zijn dienstplichtig. Dienstplichtig gemaakt door ons. Verantwoordelijk staan wij dan ook met name voor alles wat zij 'terwille' van ons doen (en vooral ook laten). En dat is niet gering. Om maar iets te noemen: terwille van ons hebben ze hun studie of beroep moeten onderbreken. Terwille van ons verdienen ze (ja, een heet hangijzer is dat nietwaar? Want hij is immers de 'best betaalde soldaat van Europa'? toch heel vaak belang­rijk minder dan in hun burgerbaan. Terwille van ons kampt hij met het probleem van zijn vrije avonden daar in de verte (gelukkig dat de prot. militaire tehuizen van de K.N.M.B. 'Pro Rege' er zijn!) en terwille van ons maakt hij veelal moeilijke 'aanpassingsperioden' door in een wereld en een samenleving die hij voorheen bij benadering niet kende en waarop hij minimaal of in het geheel niet is voorbereid, laat staan dat hij er toe werd gemotiveerd. Terwille van ons wordt het ook 'normaal' geacht dat hij in oorlogstijd, op zijn 20ste of 21ste jaar, in de lente van zijn leven sneuvelt en op een 'ereveld' begraven wordt. Zoiets legt, dunkt me, voor de thuisblijvers verplichtingen op!

Sterker nog gaan die verplichtingen gelden als wij, naast ons Nederlanderschap tevens beseffen dat er een specifieke roeping voor is van Christuswege. Want die jongens, die onderde wapenen zijn, die blijven toch onze gemeenteleden! Die worden toch niet overgeschreven, overgeboekt naar de gemeente en de herderlijke zorg waaronder die kazerne ginds valt! En ook zijn we toch niet van onze christelijke verantwoordelijkheid af door ons te verbergen achter het excuus dat hij daar wel zijn eigen vloot-, leger-of luchtmachtpredikant zal hebben! De roeping die wij als kerkeraden en als jeugdverenigingen hebben, als ouders en als famihe kan toch niet tijdelijk worden lam gelegd!

Wij zijn en blijven toch voor die dienstplichtige jeugd volledig verantwoordelijk! Zowel door ons mede Nederlanderschap als door onze christelijke roeping!

Nu het andere brandpunt in die ellips: de dienstplichtige militair. Ik herinner me hoe iemand hem eens getypeerd heeft als 'een ontworteld mens' En dat is juist. De dienstplichtige wordt ontworteld aan de grond, de bodem, waarin hij geplant werd en waarin hij jarenlang is opgegroeid. Zijn ouderlijk huis (altijd nog, bij iedere lichtingsploeg maak ik jongens mee die voor het eerst van huis zijn!). Maar ook: de kerkelijke gemeente waartoe hij hoorde, het sociale milieu dat hem vertrouwd was, zijn vriendenkring, zijn jeugdvereniging, zijn dorp, zijn werkkring en zijn studie. Hij wordt er uit gehaald. En overgeplaatst, overgepoot in een, in alle opzichten, volkomen vreemde omgeving.

Een Fries ligt als eenling op de soldatenzaal tussen Amsterdammers en Limburgers. Een Gereformeerde Bonder tussen Humanisten en Rooms-Katholieken (en de laatste tijd zijn er ook niet zelden Mohammedanen en Hindoes). Een doctorandus in de economie moet leven temidden van (en converseren met en zich een welkome plaats veroveren tussen) LTSers of jongens met alleen Basisschool-opleiding. Een beroepsviolist ziet als zijn maten aangewezen (maten: kamergenoten dus, huisgenoten voor dag en nacht) slachters of loodgieters. Dat komt allemaal voor en zeker in de eerste twee opleidingsmaanden. En menigeen wordt onder commando gesteld van een korporaal of sergeant die in de burgermaatschappij ver beneden hem op de maatschappelijke ladder zou staan. En dat alles, die totale ontworteling uit de leefverhoudingen thuis naar de samenlevingsverhoudingen hier in de kazerne roepen niet weinige en niet geringe spanningen op. De spanningen van een vaak tegen zijn zin en van een daarop totaal niet voorbereid ontworteld en eenzaam amper volwassen mens.

En ten aanzien van hem geldt onze vraag: wat kunnen wij, vanuit onze kerkeraden en gezinnen, voor hem doen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's