De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

Bekijk het origineel

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

6 minuten leestijd

(II)

'Je weet wel hoe ze erin gaan, maar je moet maar afwachten hoe ze er weer uitkomen'... Aldus een vader, met wie ik laatst over z'n zoon sprak die de volgende week in dienst zou gaan. Maar dat is pure en niet te verantwoorden lijdelijkheid. Ik geloof zeker niet dat het zo moet: afwachten maar. Ik geloof veeleer dat we geroepen zijn zoveel te doen aan het welzijn van onze dienstplichtigen als in ons vermogen ligt. Maar wat is dat dan? Wat houdt dat in?

Allereerst: bereid zijn diensttijd zo goed mogelijk, samen met hem voor. Een huisbezoek van dominee en/of ouderling is toch wel het minste wat we mogen verwachten. Maar: dan zal die dominee ook vantevoren ingelicht moeten worden dat de zoon des huizes onder de wapenen moet. Vaak weet de predikant daar niets van en moet hij het pas horen als hij ontbreekt op de catechisatie. Daarom: licht uw kerkeraad in en vraag of u samen met uw zoon bezoek mag verwachten. Een bezoek, waarbij met Schriftlezing, gesprek en gebed de diensttijd thuis wordt voorbereid.

Jammer is in dit opzicht dat weinig predikanten zelf in werkelijke dienst zijn geweest. Staatssecretaris C. J. van Lent heeft op deze toestand onlangs nog geattendeerd. En ook de hoofdlegerpredikant, op het onlangs - gehouden Legerpredikantencongres heeft gezegd dat aan deze (voor andere beroepen discriminerende) situatie een einde moet komen. Daarvoor is wat te zeggen. Het is, althans voor protestantse a.s. theologen moeilijk te verdedigen dat zij louter vanwege hun (aanstaande!) ambt vrijstelling van militaire dienst mogen vragen. Integendeel: ze zouden er een geweldige hoeveelheid praktijk kunnen opdoen waar hun gemeentes en met name hun dienstplichtige catechisanten veel baat bij zouden hebben.

Maar daarom is het dan ook aan te bevelen bij dat huisbezoek iemand mee te laten gaan die zelf wel in dienst is geweest en die iets kan zeggen over de moeilijkheden en de mogelijkheden van het christen-zijn daar in die mili­taire wereld, waar de a.s. dienstplichtige nog zo volkomen vreemd en onbekend tegenaan kijkt.

Vergeet ook niet de knaap in kwestie iets mee te geven. Dat kan een bijbeltje zijn, het kan een bijbels dagboek zijn, maar laat het iets zijn dat een zichtbaar teken van medeleven is en tevens dienen kan als een (hoe klein ook) onderdeeltje van die grote en nodige 'wapenrusting Gods' waar de apostel Paulus over spreekt in Efese 6.

Een tweede is: schrijf aan de commandant of aan de legerpredikant van zijn kazerne (de naam en plaats van die kazerne zijn immers al bekend) vantevoren als er iets is waar u zich zorgen over maakt.

Ik bedoel dan natuurlijk niet onzinnige vragen als (zoals ik eens en ook wel vaker kreeg): 'Wilt u zorgen dat onze Henk goede vrienden krijgt, b.v. iemand die bij het biljarten limonade drinkt' . . . want het is onmogelijk voor wie dan ook om daarvoor te zorgen.

Maar ik denk wel aan andere dingen. Zoals kwesties van immunisatie (inenting) en het reizen op zondag. Hoe eerder die vragen bekend zijn, hoe beter. Want reeds enkele dagen na opkomst gaat hij al weer met weekend (vroeger bleven ze twee zondagen 'geconsigneerd', in de kazerne dus) en die inentingen vinden ook al vrij spoedig plaats.

Maar ook kunnen er moeilijkheden thuis zijn: een vader die in het ziekenhuis ligt, een moeder die invalide is of wellicht is één van de ouders (na het tijdstip dat hij gekeurd werd) overleden. Het is van groot belang dat de commandant hiervan op de hoogte wordt gesteld. Vooral ten aanzien van de definitieve plaatsing van die jongen na 2 of 4 maanden. Er kan dan rekening met de gezinssituatie worden gehouden zodat hij zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats wordt te werk gesteld. Soms ook inclusief het recht om thuis te mogen slapen en (warm) eten (waarvoor hij dan nog geld terugkrijgt van Defensie ook).

Maar nogmaals: als de commandanten niets weten, kunnen zij ook niets doen. En dan ontstaan die verhaaltjes van 'ze doen maar met je, in dienst' en 'in dienst ben je toch maar een nummer'. Dat is per se niet waar. In deze gevallen laat men zich tot een nummer maken. Doordat men in alle talen zwijgt. Maar als commandanten, sociale-dienstofficieren, geestelijk verzorgers, artsen ook in kennis worden gesteld van de moeilijkheden (liefst vergezeld van een verklaring van de huisarts) dan kan er, uiteraard binnen de grenzen van het mogelijke, iets en misschien wel veel aan worden gedaan.

Derde punt: houd contact met die zoon tijdens zijn verlofperiodes. En zegt u daarbij nu niet dat zoiets toch vanzelfsprekend is. Want hij is geneigd om belangstellende vragen af te wimpelen en af te weren en weg te wuiven met een 'o, allemaal oké hoor' ... of 'nou ja, balen hé? ' ... of 'ach . . . zoveel dagen nog!' En als u het er dan verder bij laat is er van enig wezenlijk contact uiteraard geen sprake.

Natuurlijk is er veel meer aan de hand, waar hij echter niet zo gemakkelijk voor uit wil komen. Natuurlijk zijn er strijdpunten geweest, die afgelopen week, strijdpunten van meedoen met de massa of jezelf kunnen blijven. Natuurlijk zijn er de verzoekingen geweest en de bewaringen. En er zijn de dieptepunten geweest van verloochening en misschien ook zijn er hoogtepunten geweest van Christus te mogen belijden, in woord of in daad. Vraag daarnaar. Zeg hem ook hoe dat bij uzelf gaat. Laat hem delen in uw strijd en overwinning opdat hij, die het misschien nu wel voor het eerst allemaal zo, in een vreemde wereld ervaren moet, met u kan praten . . . Belangstelling dus. Belangstelling ook van de kant van de jeugdverenigingen. Kunnen die, juist terwille van de dienstplichtigen, niet eens een enkele keer hun bijeenkomsten op vrijdagavond zetten? Dan kunnen zij er weer eens bij behoren! Belangstelling ook van de kant van dominee en kerkeraad: kunnen die in die 14 maanden niet eens in het weekend een bezoekje brengen? Belangstelling op z'n verjaardag, die hij nu voor het eerst buitenshuis viert. Belangstelling, een brief, een pakje, een telefoontje, als hij op Kerstmis of Pasen, met Oud en Nieuw misschien op wacht staat. Voorbede in de kerkdienst . . . voorbede aan de Almachtige God dat Hij hen bewaren wil voor alle kwaad en hen ten zegen stellen wil voor velen . . .

Vierde punt: steun het werk van de organisaties die er vanuit protestants-christelijke hoek zijn terwille van onze militairen. Ik denk met name ook aan het werk van de Kon. Ned. Militaire Bond 'Pro Rege' dat de PMT's en PMC's (Prot. Militaire Tehuizen en Clubhuizen) beheert. Voor nog geen 30% wordt dit werk gesteund door de overheid. Het is een zaak, die gedragen wordt door het protestantse volk. En iedere kerkeraad en iedere ouder van een militair zou daar (voor een tientje per jaar) lid van moeten zijn (adres: Nieuwe Gracht 90, Utrecht). Voor de (vele) vrijetijdsbesteding van de soldaat zijn deze tehuize: : te enenmale onmisbaar? En ook via 'Pro Rege' kunt u iets doen dus voor onze militairen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's