Uit de pers
Discussie in Zuid Afrika
Over Zuid-Afrika wordt in de wereld veel gediscussieerd. Ook in ons land. Helaas wordt menig oordeel ovgr de problemen waar dit land voor staat, vertroebeld doordat elke bereidheid om te luisteren ontbreekt. Wie bepaalde bladen opslaat, weet soms bij voorbaat al in welke richting de uiteenzetting zich gaat bewegen. Voorstanders en tegenstanders van het beleid van de regering-Vorster nemen soms niet eens de moeite om elkaars argumenten te wegen en verschansen zich in de burcht van hun polariserende visie. Daarmee is m. i. niemand gediend. Terecht is er in het Zuid-Afrika-nummer van het orgaan van de HGJB Leiding, op gewezen hoe ingewikkeld de problematiek is, en hoe men in Nederland op moet passen voor hoogmoedige oordeelvellingen die de fouten op eigen erf niet ziet. Ds. Smit schrijft in dit nummer: 'Wanneer wij menen vanuit Gods Woord kritiek te moeten oefenen op de situatie in Zuid-Afrika, met name op het apartheidsbeleid, mag dit niet gebeuren op een zelfverzekerde, hoogmoedige en farizese manier. Wij zullen ook de hand in eigen boezem moeten steken'. Geestverwantschap in belijden met kerken in Zuid-Afrika sluit kritiek niet uit, maar vraagt bereidheid tot luisteren, aldus Leiding.
Hoe gaat het nu in Zuid-Afrika zelf? Is ook daar kritiek en discussie? Zeker. In October van het vorig jaar heeft de Afrikaanse Calvinistische Beweging een groot congres gehouden over gerechtigheid in Zuid-Afrika. Blanke theologen uit Potchefstroom hebben daar openhartig gezegd hoe zij over allerlei situaties denken. Ik citeer hier een klein gedeelte uit het Centraal Weekblad van 19 februari waarin prof. dr. K. Renia uit een artikel in Die Kerkbode, het orgaan van de Geref. Kerk van Zuid-Afrika, het volgende overneemt:
Als blanken Bloedrivier mogen herdenken, da moet aan de zwarten het recht worden gegeven om Sharpville te herdenken. Allebei kunnen herdacht worden, zolang de hand van God daarin erkend wordt'. Dit was een uitspraak van prof. D. C. S. van der Merwe, hoogleraar aan de Theol. School van Potchefstroom.
Voorzitter van het congres was prof. Tjaard van der Walt, eveneens hoogleraar aan deze Theol. School. In de openingsrede van het congres zei hij o. a. 'Als de dingen inZuid-Afrika ontsporen, kan de blaam niet gelegd worden op de buitenlands druk, het communisme en de agitatoren. Dan gebeurt dit omdat de christenen in Zuid Afrika'gefaald hebben, omdat ze niet helder genoeg en niet voldoende op tijd de consequenties van het Christen-zijn hebben doorgetrokken'.
Tenslotte was er nog een citaat van prof. Van der Vijver. 'De blanken van Zuid-Afrika hebben klaarblijkelijk, en vooral ter aansporing van de Afrikanen (de niet-blanken) een schans van ongerechtigheid om zich opgebouwd om zo hun nationale identiteit te behouden en hun politieke mach verzekeren. Geen volk kan zich op den lange duur handhaven ten koste van anderen. De tijd is mee dan rijp voor Zuid-Afrika om de ongerechtighed in zijn maatschappelijke struktuur af te breken.
Dit zijn bepaald geen uitlatingen van mensen die sympathiseren met linkse politici of de Wereldraad, maar die vanuit een oprechte zorg om het welzijn van Afrika bijbels gefundeerde kritiek durven geven. Dat blijft dan weer niet onbesproken. Runia vermeld in dat verband het volgende:
Dat blijkt duidelijk uit de felle kritiek. In die Kerkblad schreef ds. Ph. Snijman een artikel onder de insinuerende titel: 'Kloof tussen Teologische School en Afrikanervolk? Hij gaat in dit artikel alle drie geciteerde hoogleraren te lijf. Aan prof. Van der Merwe vraagt hij hoe een gelovige Zuid-Afrikaan ook maar een mogelijk verband kan zien tussen Bloedrivier en Sharpville. Bloedrivier spreekt immers van Gods bewarende hand over dat groepje gelovigen die bedreigd werden door het zwarte heidendom. Sharpville wordt door de opstandige machten gevierd, die zich identificereren met de revolutie tegen het wettige gezag in Zuid-Afrika.
Tegen prof. Van der Walt wordt gezegd dat hij met zo'n uitspraak het groene licht geeft aan de communisten en agitatoren, die nu met groter schijn van recht hun revolutie kunnen voortzetten. Die kunnen nu triomfantelijk tegen de wereld zeggen : zie je wel, als het fout gaat dank zij onze revolutie, dan is het de schuld van de blanke christenen. Tegen de lezers wordt gezegd: we moeten goed onthouden dat prof. Van der Walt dit gezegd heeft toen de onlusten nog aan de gang waren. Beseft hij niet dat zulke woorden 'skietgoed vir die goddelose kommuniste' zijn, die maar één doel hebben: de vernietiging van de christelijke regering van Zuid-Afrika?
Tenslotte wordt van prof. Van der Vijver's woorden gezegd dat ze meer op revolutie klinken dan op het evangelie. Ze zijn ook helemaal in strijd met de weg die door Jezus en zijn apostelen gevolgd is, die in een maatschappij leefden waar zelfs slavernij geduld werd. Het Nieuwe Testament roept nergens op tot omverwerping, van de bestaande orde, maar dringt, zelfs ten aanzien van de slavernij alleen maar aan op heiliging van de verhoudingen. Als laatste 'shot' wordt nog gezegd dat vooral onze theologische professoren zich op geen enkele wijze mogen verbinden met aktiviteiten of uitlatingen die de geest van de revolutie in ons vaderland bevorderen.
Ik meen dat we hier een duidelijk voorbeeld m hebben hoezeer de discussies vertroebeld worden door angst en onzekerheid. Elke kritiek op de bestaande orde wordt afgedaan met de opmerking: 'Zo speel je de revolutie in de kaart'. Mag een kerk dan niet in kritische solidariteit de overheid de geboden en rechten Gods voorhouden? Is dit alles niet meer luthers dan gereformeerd?
Dr. Tj. van der Walt
Geen wonder dat één van de bekritiseerden zich publiekelijk verdedigd heeft tegen de aanvallen van ds. Ph. Snijman. In een artikel in Die Kerkblad van 2 februari schrijft prof. Van der Walt:
Die Bybel is 'n onverbeterlike wapen om mee te veg - maar dan moet dit ook inderdaad t te gebruik word. Dit is nie net vir die binnekamer ur of Sondag bedoel nie. Dit is die maatstaf vir r alles wat dié Christen dink of sê of doen. In u en lig sien ons die lig - ook as ons worstel met volkereverhoudinge of kommunistiese agitasie moet beveg.
In hier die verband het ek onder meer die volgende op verlede jaar se ACB-kongres gesê: 'Hier is daar dikwels 'n ernstige kortsluiting in die kerk van Christus van vandaag, ook in Suid-Afrika, ruiamlik dat die konsekwensies van die Evangelie nie helder en duidelik genoeg deurgetrek word na die konkrete wereld waarin ons lewe nie. Elk is geen doemprofeet nie, maar as sake in Suider-Afrika verkeerd sou loop-en mag God dit verhoed!-dan moet ons as Christene nie in die eerste plek die skuld probeer afskuif op die wêreldmening of die druk van die grootmoondhede, die gebrek aan begrip in die buitenland of selfs kommunistiese infiltrasie en aggressie nie - ons sal ons voor God moet verantwoord of ons tijdig helder en konsekwent genoeg die lig van sy Woord laat val het op die wereld waarin ons staan, en dienooreenkomstig opgetree het'.
Ds. Snyman sien hierin 'die groen lig aan kommuniste en agitators om met groter skyn van reg en geregtigheid hul rewolusie in Suid-Afrika voort te sêt' en hy noem dit 'skietgoed vir die goddelose kommuniste'. Maar is dit nie juis 'n oproep aan die Christen om die kommunis met die dodelikste wapen denkbaar te beveg - en terselfdertyd die matjie onder die voete van die agitator uit te pluk nie?
Even verder:
Waarom is ons trouens so bang as daar op ongeregtighede in ons samelewing gewys word? En let wel, nie ongerechtighede volgens die definisies van die V.V.O. of die Wereldraad van kerke nie, maar ongeregtighede wat die toets van die Woord van God nie kan deurstaan nie. Laat ons eerlik en reguit erken as iets verkeerd is - en dit dan regmaak! Dan kan ons immers met 'n ruim gewete bid om die seen van die Here vir ons worstelstryd teen die bose geeste in die lug - ook die bose geeste van revolusie en kommunisme.
Ds. Snyman beluister dat in die soort toesprake 'n modus operandi gevolg word wat ons insiens in strijd is met die weg wat gevolg is deur Christus en die apostels, wat gelewe het in 'n maatskaplike struktuur waar selfs slawerny geduld is'.
Die Bijbelse alternatief vir revolusie is nie konserwatisme, handhawing van die huidige, toedrag van sake, goedpratery van die bestaande orde nie. Wel reformasie : toets alles onvoorwaardelik aan die Woord van God, en probeer met alles in jou vermoë regmaak wat die toets nie kan deurstaan nie.
Die Ou-Testamentiese profete het in die Naam van die Here ook maatskaplike onregsituasies ten skerpste veroordeel. So ook Johannes die Doper met sy eis dat die addergeslag van sy tyd vrugte moet dra wat by bekering pas. En in sy Strafrede teen die Fariseërs en Skrifgeleerdes stel Jesus hulle ongeregtighede onverbiddellik aan die kaak.
Maar nóóit preek enige man van God in die Bijbel revolusie nie. Hoekom sou dit dan vandag skielik revolusie wees as daar op ongeregtighede in ons samelewing gewys word wat die toets van die Skrif nie kan deurstaan nie?
Dat die Bybel die owerheid 'n dienaar van God noem (Rom. 13), is juis 'n oproep tot die staat om voor die veel hoer gesag van die Almagtige te buig. Aan die keiser moet betaal word wat hom toekom - maar bo die politiek uit khnk die oproep om aan God te betaal wat hom toekom (Matt. 22 : 21 ens).
Geen enkele spreker op die ACB kongres het, aan gedring op 'verwerping van die bestaande ordenie. Met klem is wel gewys op die dringende eis van 'heihging van die verhoudinge'. Hoe sou dit dan 'in stryd wees met die weg wat gevolg is deur Christus en die apostels? ' (ds. Snyman). As ons egter kritiekloos en stilswyend die bestaande orde sou aanvaar - sonder die voortdurende eis tot heiliging - dan is dit in stryd met die weg van Christus en die apostels.
Ds. Snyman verwijs na die verskynsel van slawemy in die wereld waarin die Bybel ontstaan het, en dat nóg Christus nóg die apostels dit regstreeks veroordeel het.
Eeue lank is hier die argument inderdaad gebruik om slawemy goed te praat asof dit die wil van God sou wees - en dit terwyl die konsekwensies van die Skrifjuis dwars teen 'slawerny ingaan. Was dit dan verkeerd om hierdie konsekwensies deur te trek slawemy af te skaf ? Moet ons slawerny weer invoer omdat Christus en die apostels nie met soveel woorde geëis het dat dit afgeskaf moet word nie? Christus en die apostels het hier op aarde onder heidense owerhede geleef. Ons kan met dankbaarheid sê dat ons regering in alles Christelik wil wees. Is dit dan nie juis die taak van Christen-burgers van die Republiek van Suid-Afrika om onomwonde te wijs op die dinge wat onchristelik in ons samelewing is nie-en dit met vrymoedigheid aan die mede-Christenburgers en Christenregering van ons Ind voor te lê nie?
Met opzet geef ik u dit lange citaat door, om u te laten zien hoe ook in Zuid Afrika zelf door onverdachte mensen gewezen wordt op ongerechtigheid in de maatschappelijke verhoudingen. Van der Walt laat duidelijk uitkomen dat hij vuurbang is voor de revolutie en voor communistische infiltratie. Terecht wijst hij erop dat de beste remedie is de temgkeer tot het Woord en het ernst maken met de geboden des Heren. Over de relatie tot het volk schrijft Van der Walt:
Ds. S nyman sê: 'Dit is onteenseglik' nfeit dat deur die optrede van bepaalde teologiese professore by die ACB kongres 'n groter kloof tussen ons Teologiese Skool en ons Afrikanervolk geskep is as wat mi skiën besef wordt!.
As dit 80 is, dan is dit 'n uitermate droewige saak. Op die kongres is alleen maar getrag om die lyne van die Skrif deur te trek na die konkrete situasie waarin ons staan - en hoe kan so 'n poging 'n volk wat bo alles onvoorwaardelik Christen wil wees, ooit vervreem?
'n Christen-Afrikaner moet in die allereerste plek in diens van God en sy koninkrijk staan, 'n Vrug hiervan sal wees dat hy ook in diens van die Afrikanervolk staan. Dié orde mag ons nooit omkeer nie. Is dit nie dalk die probleem nie: dat ons èers Afrikaner wil wees en daama Christen? Dan is God in diens van ons volk, en nie ons volk in diens van God nie. Dan moet ons ons ook ernstig afvra of ons van 'n gawe van God, iets pragtigs (Afrikanerwees) nie 'n afgod gemaak het wat teen elke prijs, met 'n die-doel-heilig-die-middele taktiek, gedien moet word nie.
Die ware Afrikaner is nie ook 'n Christen nie.'hy is in die eerste plek 'n Christen. Sy volksliefde is ondergeskik aan sy liefde vir God - nie omgekeerd nie. As daar 'n kloof tussen hom en sy volk moet kom, is dit vir hom 'n geweldige/7yn. Maar as daar 'n kloof tussen hom en sy God moet kom, is dit vir hom die dood.
Ridderbos tekent in hetGeref. Weekblad van 4 maart hierbij aan dat er in ons land genoeg lieden zijn die dit lang niet radicaal genoeg zullen vinden. Terecht wijst hij op de complexe situatie in Zuid-Afrika. Angst, wantrouwen, onzekerheid, bedreigingen van buitenaf bemoeilijken de meningsvorming. Men kan in elk geval niet zeggen dat elke kritiek op het regeringsbeleid doodgezwegen wordt of onderdrukt. Een stuk als van Van der Walt kan dan toch maar gepubliceerd worden. Het is vurig te hopen dat de mensen die zeer bepaald de revolutie en het geweld afwijzen, maar zich eerlijk willen stellen onder de profetische kritiek van de Schrift gehoor vinden. Want én voor Zuid-Afrika én voor Nederland geldt dat de gerechtigheid van het Koninkrijk van God een volk verhoogt.
Prof. C. Veenhof
Ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Prof. C. Veenhof schreef ds. O. Mooiweer in het kerkblad van Enschede een open brief aan zijn leermeester, waaruit we het volgende overnemen.
In uw inaugurele rede toen U als professor Uw entree maakte in Kampen heeft U ons onthuld de kracht van Het Woord Gods in de brief aan de Hebreeën U heeft ons getekend wat de verhouding van Woord en Geest is. Hoe Christus Zichzelf wegschenkt in de verkondiging van het heil. U heeft ons uitgebeeld wat de Doop is. Hoe we altijd op God aankunnen! Hij heeft het ons gegarandeerd bij het doopvont. Hoe Hij een appèl op ons doet en hoe het doopwater in principe op het hoofd van de mens, die ten doop gehouden wordt, nooit opdroogt. Op kollege heeft U ons voorgehouden hoe we een tekst moeten benaderen. Hoe we voor de gemeente moeten zorgen. 'Mijne heren, mijne heren, de reformatoren, de reformatoren . . . . . U heeft ons met klem op het hart gebonden om ons er nooit met een Jantje van Leiden van af te maken. De prediking is het kloppende hart van de eredienst en de eredienst des zondags en door de week het hart van de kerk. Uw kritiek was wel vaak scherp, maar nooit vernietigend. U onthield ons ook Uw lof niet en bemoedigde ons in het zicht van de komende ambtsbediening. Maar U vond het vreselijk als U bij de predikanten zou moeten constateren, dat ze, meer spraken over het Woord voor de gemeente dan zouden preken vanuit het Woordgericht tot de gemeente. De prediking mag nooit zo zijn, dat er door onze schuld ook maar iemand onbekeerd zou kunnen blijven, onder deze prediking.
De kerkelijke stormen hebben Veenhof bepaald niet onberoerd gelaten. Veel kritiek en verdachtmaking heeft hij moeten verduren. Daarom zijn we dankbaar dat zo spontaan de betekenis van Veenhof voor de Gereformeerde gezindte in deze open brief wordt vermeld. Wie zichzelf wil overtuigen van wat Mooiweer hier schrijft leze het fraaie opstel van Veenhof over Calvijn en de prediking in de bundel Zicht op Calvijn. Kennis van de reformatorische theologie en een warm hart voor de gemeente gaan hierin hand in hand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's