Bankroet van Gemeenteopbouw?
Fel was in de vooroorlogse jaren de in onze kerk gevoerde strijd om kerkherstel. Inzet was de opheffing van de synodale organisatie, in het leven geroepen door Koning Willem I, een onwerkbaar verband, met een bijna fifty-fifty verhouding van vrijzinnigen enrechtzinnigen. Alle voorstellen tot reorganisatie in de richting van een belijdende kerk braken stuk op dit college, en mocht de synode soms al eens in meederderheid voor voorstellen in deze richting zijn, dan was het nog mogelijk, dat de Provinciale Kerkbesturen en de zogeheten Waalse commissie een blok voor het wiel legden.
We zien in de vooroorlogse jaren ds. M. Groenenberg het land afreizen om lezingen te houden in het kader van het Nederlands Hervormd Verbond voor Kerkherstel, een goeddeels confessioneel getinte organisatie, globaal genomen echter afgewezen door de Gereformeerde Bond van die dagen (al deden individueel wel G.B.-predikanten mee) en wèl omdat men vreesde, dat deelname van ook allerlei etischen aan dit verband, die van een binding aan de belijdenis niet wilden weten, ten koste zou gaan van het cor ecclesiae, het hart van de kerk. Lt. Gen. Duymaer van Twist koos bijvoorbeeld in die dagen, tegenover Kerkherstel, voor de leuze van Groen van Prinsterer: 'in het isolement (van ons beginsel, van onze belijdenis) ligt onze kracht'.
Ds. Groenenberg spreekt in die jaren over het onderwerp 'De nood der kerk.' In de Vlaardingse Zondagsbode schreef hij ook zijn verhandelingen over het kerkelijk vraagstuk. In één van zijn pennevruchten schreef hij toen: 'De Gereformeerde Bonders noemen zich graag kortweg gereformeerd. Dat is minder juist. Dit is een naam, die ons allen verenigt'. Waarop zijn Vlaardingse collega H. A. Heijer reageert met de opmerking: 'We zijn dus volgens ds. Groenenberg allen gereformeerd. Was het maar waar. Maar o wee als er verkiezing is voor het Kiescollege of als er een beroep moet worden uitgebracht, dan moeten de Confessioneelen of de Ethischen van een Gereformeerden dominee niets hebben....' Het gaat me nu niet om dit laatste maar wel om het feit dat ds. Groenenberg in die dagen voor zich en Kerkherstel eveneens de benaming gereformeerde opvroeg. Kerkherstel beoogde dus ook een belijdend hervormde kerk in gereformeerde zin. Maar - en daar lag toch het verschil met globaal genomen de Gereformeerde Bond - niet beoogd werd een belijdende kerk, die zich ook inderdaad gebonden wist aan haar gereformeerde belijdenis.
Groen bekeken
In Hervormd Nederland verzorgt ds. Groenenberg tot heden een rubriek Groen bekeken, in welke titel, behalve een zinspeling op zijn naam, ook dunkt me iets zit van kersvers bekeken. Ds. Groenenberg blijft om zo te zeggen bij de tijd en blijft de ontwikkelingen van dag tot dag gadeslaan. Wat mij interesseert is hoe hij nu, anno 1977, aankijkt tegen de resultaten van Kerkherstel. Ook al slaagden de plannen van Kerkherstel voor de oorlog niet en al werd het streven naar vernieuwing in de na-oorlogse jaren in breder zin overgenomen door Gemeenteopbouw, met de kerkorde van 1951 is toch wel min of meer bereikt wat Kerkherstel wilde: een (Christus) belijdende volkskerk, werend wat haar belijden weersprak; een kerk die zou leren en handelen in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. In dat woord gemeenschap werd intussen wèl de afstand tot belijdenis ingebouwd, zo dat Groenenbergs uitdrukking, dat gereformeerd een naam is, 'die ons allen verenigt' ook niet-gereformeerden met artikel X van de kerkorde, waarin de nieuwe koers werd geformuleerd, mee konden gaan.
We aarzelen niet om te zeggen, dat de opheffing van de vooroorlogse synodale organisatie een bevrijding was en de nieuwe situatie perspectieven kon openen naar een echt belijdende kerk. Maar met het kiezen vóór een belijdende kerk, is de kerk nog niet belijdend.
Tenslotte bleven, bij alle nieuwe formuleringen, de stromingen bestaan, die voor het hervormd kerkelijk leven al zo lang kenmerkend waren geweest. Het oude modernisme, met zijn verloochening en vaak felle bestrijding van fundamentele stukken uit de leer des heils, was in de naoorlogse jaren al zó ver op retour geraakt, dat de invloed daarvan betrekkelijk klein geworden was. Maar dat betekende niet dat de kerk nu in al haar dienaren, abtsdragers en colleges opeens ook gereformeerd was. Nogmaals, het afstand bewaren tot de belijdenis, uitkomend in het woord gemeenschap met de belijdenis in plaats van overeenstemming daarmee, hield de mogelijkheid open, dat de hervormde Kerk toch in niet gereformeerde zin verder kon koersen. Daar lag in principe dan ook de mogelijkheid tot het helemaal weggroeien van de uitgangspunten, die diegenen in Kerkherstel en het naoorlogse Gemeenteopbouw, die inderdaad een kerkelijk leven in gereformeerde zin wensten, hanteerden.
Wat is er van geworden?
Wat is er intussen van geworden? We herinneren hier nog eens aan het woord van dr. K. H. E. Gravemeyer, één van de mannen van het driemanschap, dat in de naoorlogse jaren op pad ging om de gemeenten voor te lichten inzake de nieuwe koers, uitgesproken in de Oude Kerk van Scheveningen. Gravemeyer zei: we hebben het verkeerd gezien, de reorganisatie heeft geen reformatie gebracht. We zien in dit verband dan nog maar voorbij aan het feit, dat zich een thelogische stroming in onze kerk heeft breed gemaakt, die geheel is losgeraakt van de wortel van Kerkherstel en Gemeentebouw, en die zelfs het in gemeenschap met de belijdenis der vaderen met voeten treedt. We denken dan aan de maatschappij-kritische theologie, die nauwelijks of in het geheel niet nog aandacht heeft voor wat in de belijdenis voorhanden is en aan de religie van de belijdenis ook helemaal niet meer toekomt.
Maar we moeten dunkt me vooral daarom over het bankroet van Kerkherstel en Gemeenteopbouw spreken omdat het samen-kerk-zijn, vanuit verschillende modale achtergronden dan wel maar niet in verschillende richtingen, niet gerealiseerd is in die zin, dat er een open verkeer kon komen tussen hervormde gemeenten van verschillende modale snit. Er is eerder een verharding van posities ingetreden, die mede bepaald wordt door het nieuwe modernisme in de theologie, waardoor gemeenten weggetrokken zijn van de gronden, waar het anker van de belijdenis nog haken wil en kan.
Hoe mogelijk?
Wij menen, dat ook de ontwikkelingen na Kerkherstel en Gemeenteopbouw hebben geleerd, dat écht kerkherstel niet bereikt wordt als de belijdenis der kerk niet werkelijk als haar spreekregel wordt gehanteerd. We moeten hier zeggen, dat het oogmerk van de Gereformeerde Bond vanaf zijn ontstaan tot heden ten diepste nooit serieus genomen is. Dan bedoel ik niet te zeggen dat men niet naar 't geluid van de Gereformeerde Bond heeft geluisterd; maar het was geen luisteren met effect. Let wel, het gaat ons niet om de Bond, maar om het, wettige beginsel van het streven naar een kerk, die haar belijdenis ernstig neemt en zich daaraan gebonden weet.
De Gereformeerde Bond is ook in de naoorlogse jaren op zijn stukken blijven staan. Daarvan mag men aftrekken vormen van scheefgroei, menselijke halsstarrigheid, het ook niet tenvolle doorleven van wat met de mond beleden wordt, maar dan nog blijven de stukken over en dat zijn de wettige papieren van de gereformeerde kerk hier te lande, die nog niét door betere vervangen zijn. Er is in onze kerk veel over de Bond te doen en meestentijds cirkelt het allerhaal om de randverschijnselen. Maar wanneer zal onze kerk het streven naar kerkherstel in de zin van de belijdenis eens serieus nemen?
Verharding
We zeiden al, dat de situatie zich is gaan verharden. Méér en méér zijn ook barrières opgeworpen, die het onderling verkeer, nog afgezien van de inhoud der prediking, in de kerk frustreren. De kwestie van de vrouw in het ambt, een beslissing te onzaliger ure met een pyrrhus overwinning genomen, blijft als een steen in de kerkelijke vijver liggen. En we zijn daardoor, maar niet alléén daardoor, soms namelijk óók door de hele inrichting van de eredienst, in een situatie gekomen, dat het vervullen van vacaturebeurten geweldige problemen schept.
En we zijn dan nu in een situatie gekomen, waarbij we van de kerkelijke nood kennelijk een deugd gaan maken. Het voorstel op de aanstaande synode om buitengewone wijkgemeenten in wording (tot nu toe geregeld in de overgangsbepalingen) als zogeheten deelgemeenten op te nemen in de kerkorde, is in feite de sanctionering van de hotelkerk en maakt 't faillissement van Kerkherstel en Gemeenteopbouw definitief. Het tragische bij dit alles is, dat er nauwelijks nog sprake is van echte theologische bezinning op deze punten, of in het algemeen op het vraagstuk van de kerk. De handen liggen moe in de schoot en we roeien kennelijk nog wat met de riemen die we hebben of- en dat is óók een realiteit - we investeren al het theologisch kapitaal in de vraagstukken van de wereldverhoudingen, maar gemeenteopbouw wordt het kind van de rekening. Er zijn wat dit betreft hoogstens nog wat schermutselingen in de marge.
In 1913 schreef de toenmalige Algemeene Synode nog de Haagsche Vergadering uit, bijgewoond door 2500 ambtsdragers, waar toen de vrijzinnige dr. Niemeyer en de rechtzinnige ds. M. van Grieken over het kerkelijk vraagstuk refereerden. Nu bergen we de discussies op in commissies, waar weinig meer uitkomt. Dan was de tijd van gemeenteopbouw in de naoorlogse jaren in ieder geval nog een gouden tijd, omdat toen diep en breed en op niveau theologisch het kerkelijk vraagstuk werd besproken, met name ook als het ging om het belijden der kerk.
Geslaagd of bankroet?
We werden tot het schrijven van dit alles in feite geïnspireerd door de voorstellen voor de deelgemeenten en wat daarmee samenhangt. We noemden enkele malen de naam van ds. Groenenberg, omdat hij in het vooroorlogse kerkherstel een groot aandeel had en in de jaren na gemeenteopbouw helemaal een man van de kerk is geweest. En we overpeinsden hoe hij de ontwikkelingen van heden groen zou bekijken, vooral omdat hij in de vooroorlogse jaren in gereformeerd een naam zag, die ons allen verenigt. Is Kerkherstel gelukt? Is Gemeenteopbouw geslaagd? Of staan we voor het bankroet van wat met goede voornemens /begonnen is maar niet tot in de wortels van de belijdenis is doordacht?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's