De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christus van God verlaten aan het kruis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus van God verlaten aan het kruis

6 minuten leestijd

En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende : Eli, Eli, lama sabachthani, dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?  (Matth. 27 : 46)

Er is onderscheid in het lijden. Zielelijden is erger dan lichaamslijden. Én in het zielelijden is op zijn beurt weer onderscheid: het is erger, het zielelijden te moeten ondergaan buiten de gemeenschap met God, dan het zielelijden te mogen dragen in de gemeenschap met God. De dichter van Psalm 27 was ervoor bevreesd, het lijden te moeten ondergaan zonder Gods ondersteunende nabijheid, toen hij bad: 'Verberg Uw aangezicht niet voor mij; wijs Uw knecht niet af in toorn'. De dichter van Psalm 42 was beter af, toen hij tot zijn onrustige ziel kon zeggen: 'Hoop op God, want ik zal Hem nog loven!'

Uit het vierde kruiswoord, de klacht der Godsverlatenheid, vernemen wij hoe de Heere Jezus Christus de allerdiepste trap van het zielelijden moet ondergaan zonder de ondersteunende en vertroostende nabijheid van Zijn hemelse Vader. Uitwendig en inwendig was alles donker. Uitwendig: want er heerste, hoewel het op de volle middag was, een duisternis, die drie uren duurde, over de gehele aarde. In het rijk der natuur heerste er een onheilspellende sfeer, waarin het nacht werd op de middag. Het was een voorbode van de jongste, dag, die grote dag van Gods toorn. Inwendig was ook alles donker voor Jezus, want Hij kon de aanspraak 'Abba, Vader!' niet meer over Zijn lippen krijgen.

Thans was het lijden van Christus erger dan in Gethsémané, want daar had Hij Zich nog met de woorden 'Mijn Vader!' tot God in de hemel gewend. Doch dat is hier afgelopen. Christus is hier van God afgestoten. En dit maar niet in het gevoel alleen, of in de fantasie, maar in der daad en waarheid. Echter, hoewel Christus van God afgestoten is, Hij is niet van God afgescheiden. God verlaat Hem wel, maar Hij verlaat God niet. Zijn geloof heeft Hem niet begeven. Want hoewel Hij de Heere niet meer als Zijn Vader kan aanroepen, toch noemt Hij Hem nog 'Mijn God! "En dat wel tot tweemaal toe. Met een dubbele greep van Zijn onwankelbare geloof houdt Hij Zich aan God vast. Zijn gekerm heeft betrekking op Zijn God. Hem te missen is alles te missen. Jezus klaagt niet: 'Waarom heeft Petrus Mij verlaten? ', 'Waarom heeft Judas Mij verraden? '. Hoe erg het ook is, door mensen verlaten te zijn, het ergste is, dat Christus door God verlaten is. Merkwaardig, deze Godsverlating, omdat het juist Gods gewone weg is, Zijn kinderen in hun uiterste, in het moment van hun doodsstrijd, niet te verlaten. Psalm 23 zegt: 'Al ging ik ook in het dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij'. Vele martelaren hebben juist op de brandstapel de grootste troost ondervonden. De drie jongelingen in de vurige oven zagen eerst de zichtbare verschijning van de Engel Gods toen ze al door het vuur gingen. Bij Christus is het niet alzo.

Niet alleen is deze Godsverlating merkwaardig, wanneer we haar vergelijken met het gewone gedrag van God ten opzichte van Zijn kinderen in hun uiterste, zij is ook uniek. wanneer we haar bezien in het geheel van het leven van Christus Zelf. Nooit tevoren was het voorgekomen, dat Zijn Vader Hem verlaten had. Hij heeft gezegd: 'Ik weet, dat Gij Mij altijd hoort'. Hij leefde in voortdurend contact met Zijn Vader.

Vanwaar dan nu deze verlating? Het was, omdat Christus in deze ure moest aantreden voor het gericht van God, de Rechter der ganse aarde. Hij moest aantreden in geen andere hoedanigheid dan die van Borg. Hij was hier ten volle het Lam Gods, dat de toorn van God tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht draagt, om die zonde en toorn voor Zijn volk weg te dragen. Maar als Christus hier zo als de aangeklaagde voor de Rechter verschijnt, dan lacht de Rechter de beklaagde niet toe. Jezus moest hier voor God verschijnen als bewust de Zondedrager. Hier werd Hij het nauwst met de zonde der mensen geconfronteerd. Hier werd Hij 'zonde gemaakt voor ons'. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen op het hout. Hij had geen zonde van Zichzelf. Maar de Heere had 'ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen'. Daarom moest Hij het gewicht, de ernst en het god-onterende karakter van de zonde tot op de bodem voelen en doorleven. En ervaren, dat het heilig aangezicht, dat de zonde niet kan aanzien, zich van Hem afwendde.

Afschuw van de opstand tegqn de heilige God vervult Zijn heilige ziel. De ongerechtigheid van de zonde verbreekt Zijn hart. Van verbazing over het feit, dat nu de Heilige tot zonde gemaakt is, breekt Hij uit in het: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Waarom moet Ik de vreselijke gevolgen dragen van een gedrag, dat Ik toch zozeer verafschuw?

Neen, Christus wil niet deserteren. Hij wil het strijdtoneel niet verlaten. Een deserteur stelt geen vragen meer. Voor hem is de zaak beslist en hij verdwijnt van het toneel. Maar Christus stelt een vraag. 'Waarom? ' Hij wil Zijn strijd niet opgeven. Hij vraagt niet, of de verlating voortijdig mag opgeheven worden. Het enige wat Hij begeert, is: opnieuw de betekenis van Zijn strijd en lijden te mogen inzien. Mijn God, wat is de grond en reden van deze zielesmart? Deze zielesmart, die Ik overigens vastbesloten ben te dragen tot het bittere einde. Christus wil in Zijn bitterste nood een blik slaan in de eeuwige Raad Gods, het heilsplan van eeuwigheid tot verlossing der Zijnen. En Hij wil het oog richten op de toekomst, het resultaat van Zijn borgtocht, de schare der verlosten, die Hem gegeven is. Wegens de heerlijkheid. Hem voorgesteld, heeft Hij het kruis verdragen, en schande veracht. In de eeuwigheid ligt het antwoord op het 'Waarom? '

Christus werd van God verlaten, omdat Hij in onze plaats stond. Er was geen reden in Christus Zelf, waarom de Vader Hem zou verlaten, Hij was volkomen, zonder vlek of rimpel, Toch werd Hij verlaten. En God doet niets zonder grote oorzaak. En aangezien de oorzaak niet in de persoon van de heilige Zoon Gods gevonden kan worden, moet die elders gezocht worden. Waarom werd Christus van God verlaten? Het antwoord kan niet anders zijn dan: Hij droeg de zonde van de zondaar, en daarom moest Hij behandeld worden, alsof Hij een zondaar was. Hij moest de dood sterven, die wij verdiend hadden. God had Adam met de dood gedreigd, wanneer hij zou eten van de verboden vrucht: 'Ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij de dood sterven'. Niet alleen de lichamelijke en de eeuwige, maar ook de geestelijke dood. De geestelijke dood, dat is de scheiding tussen God en onze ziel. Dat is de afstand, dat is de Gods verlating.

Welk een troost voor Gods kerk ligt er in deze borgtocht van de Middelaar. Het formulier voor het Heilige Avondmaal wijst hierop, wanneer het zegt, dat Christus Zich vernederd heeft tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, met lichaam en ziel, aan het hout des kruises, toen Hij riep met luider stem: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten worden. Mogen wij allen in de gekloofde Steenrots Christus onze beschutting zoeken en vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Christus van God verlaten aan het kruis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's