Vragen rond het gezinsleven
Pastorale overwegingen
(4)
Wanneer we proberen jongeren en ouderen in deze rubriek een pastorale handreiking te bieden in allerlei vragen rond het gezinsleven, dan kunnen we niet om het vraagstuk van de gezinsvorming in deze tijd heen.
Feiten, die niet weersproken kunnen worden.
Niemand kan ontkennen, dat er elk jaar minder kinderen worden geboren. Was in het begin van deze eeuw nog het kindertal per gezin gemiddeld vier en een half, nu is dat per gezin gemiddeld twee geworden. Trouwens, in allerlei onderzoeken komt steeds weer naar voren dat velen, misschien wel de meesten in ons land, als ideaal gezin zien: man, vrouw en twee kinderen (jongen en meisje). Men zou langzamerhand kunnen stellen, dat als algemene opvatting geldt, dat twee kinderen normaal is, drie abnormaal, vier a-sociaal en vijf gewoonweg misdadig. We kunnen er bijna op aan gekeken worden 'de moed te hebben gehad zoveel kinderen op de wereld te hebben gezet'. Wel meer in de loop der tijden is gebleken hoe een land aan bewuste inperking van het geboortecijfer te gronde kan gaan - toen kregen de mensen premies voor elk kind, dat zij ontvingen - en men kan zich afvragen of dit samenhangt met een totaal gemis aan hoop voor de toekomst, dat men geen of zo weinig kinderen wenst.
Argumenten, die opgeld doen
Wanneer men de moeite neemt wat dieper op deze dingen door te gaan en te vragen naar de overwegingen, die schuil gaan achter het bewust-klein-houden van het gezin dan blijkt, dat er gezegd wordt: de wereldbevolking groeit veel te snel, er is toch al zoveel honger in de wereld, er is nooit genoeg werk voor allemaal, we moeten zuinig zijn met onze energie, en in die geest nog meer. Maar de vraag is, of dat werkelijk zo is. Speelt gemakzucht niet een grote rol, maken we onderscheid tussen situaties hier en elders in de wereld, past dit geheel van argumenten niet veel meer bij het gewone, moderne denken?
Heeft de Schrift ons hierover nog te leren?
Belangrijker dan de vraag hoe men denkt, is deze: wat zegt de Schrift? Wij pogen toch te luisteren naar het getuigenis van Gods Woord? Daar staat de opdracht van God aan de mens om de aarde te bevolken en te bewonen. Daar staat de opdracht van de Heere aan Zijn gemeente om op aarde dienstbaar te zijn en werkzaam. Daar is toch de grote zegen, het wonder, dat de Drieënige God onze kinderen wil opnemen in Zijn verbond en ons huwelijk wil gebruiken tot de uitbreiding van Zijn heerlijk evangelie. Denk aan wat in het prachtige huwelijksformulier staat over kinderen in het huwelijk. Mij dunkt, ook bij de vorming van het gezin komt de eerste plaats toe aan wat de Bijbel ons over huwelijk en gezin heeft te zeggen. Hoe staan we zelf tegenover deze dingen, voor Gods aangezicht en tegenover elkaar?
Voorzichtig met het woord 'regeling'.
Het valt mij op, en ik vind dat ook verheugend, dat verschillende christelijke auteurs, die over deze problematiek denken en schrijven, vermijden het gebruik van het woord geboorte-regeling, of daartegen bezwaar maken. Wat regelen wij? wat hebben wij van het leven in handen? De eerste jaren geen kind, we nemen er zoveel, ja, ja, als bedisselden wij dat eventjes. Maar moeten we dan maar raak leven, zien wat ervan komt, eindeloos voortgaan? Doen toch niet alle mensen bewust min of meer aan regeling? Ik zou bijna mijn hand bezwerend opsteken om u tot kalmte te manen, nu een stortvloed van tegenwerpingen op mij afkomt! Ik dacht dat naar de Schrift gesproken en gedacht geen enkel mens zonder verantwoording aan de Heere hier leeft. Heerlijk, als de kinderen 'ontvangen worden uit Gods hand', biddende worden verwacht. Het is leven voor een eeuwigheid geschapen toch.
Welke overwegingen gelden dan onder meer?
Moeten we niet eerlijk belijden, dat zo vaak ook in gezinnen, waar het Woord is, zo werelds gedacht en wereldgelijkvormig geleefd wordt? Gemakzucht, het verlangen het-goed-te hebben, de jacht naar het materiele heeft velen zo ontzettend in de greep. Iets anders is, dat de ene vrouw meer aan kan dan de andere, dat de zorg voor en in een gezin in deze tijd een zware belasting betekent naast een stuk grote en heilige vreugde, dat de liefde en eerbied voor elkaar en niet het botvieren van onze genoegens, lusten en driften ons in het Woord van God worden voorgehouden, dat er gedeeld wordt met elkaar. De Bijbel spreekt er ook van, dat kinderen een zegen, een erfdeel des Heeren zijn, maar . . . moeten we dan gaan tellen en zeggen dus vijftien kinderen is drie keer zoveel meer zegen dan vijf? In dit verband ben ik het geheel eens met prof. Velema, die eens gezegd heeft, 'dat gezinsvorming iets geheel anders is dan oogst uit een samenleving, soortgelijk aan die van vruchten op het land'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's