Naar het land van de Nijl
(6)
De piramiden, als steenbergen in de woestijn gebouwd, zijn een symbool van de allesbeheersende macht van de koning. Wat een potentaat! Maar in de diepste zin ging het bij de piramiden om iets meer en iets anders dan vertoon van eigen grootheid en macht. Ook de machtige farao, die in tot hem gerichte brieven majesteit genoemd wordt en de Heer der wijsheid en sterke Heer en zovele andere epitheta, waarmede de Farao werd verheerlijkt weet zelf, dat hij een ten dode opgeschreven mens is en hij zoekt leven, eeuwig leven. Datzelfde vinden wij eveneens buiten Egypte. In het Gilgames-epos horen wij van Gilgames, die nadat hij zijn vriend Engidu had begraven de steppen doorjaagt uit vrees voor de dood; maar het leven vindt hij niet.... Er is veel gefantaseerd over de zin van de piramides. Men kan begrijpen, dat men vroeger wel gezegd heeft: Ziehier de voorraadschuren van Jozef, waaruit het volk graan kon krijgen voor de magere jaren. Men heeft er allerlei astrologische speculaties bij gehaald, maar in deze tijd is men 'het er wel over eens, dat de piramide een graftombe is van de Farao en het middelpunt is de grafkamer. Alleen bij het leven van de farao was deze kamer langs een netwerk van gangen te bereiken. Nadat de dode hier in zijn sarcophaag was bijgezet werd de grafkamer met grote steenblokken afgesloten, werden de gangen geheel versperd; soms werden de stutten van de galerijen weggeslagen om de toegang aan indringers onmogelijk te maken. De ingang zelf werd achter een sluitplaat verborgen. Maar de dode heeft zijn vijanden, die hem zelfs na zijn dood achtervolgen en hem het eeuwige leven kunnen ontroven; de farao kan niet leven zonder lichaam en daarom al die zorg van balseming, van dodenmaaltijden en verder ceremonieel in de tempels. De mummie moet bewaard worden ver van het water, dat het lichaam kan ontbinden ondanks alle zorg daaraan voor de begrafenis besteed, ver van het gedierte des velds dat het lichaam kan verscheuren en verslinden; tenslotte ook ver van de mens, die het lichaam van de farao kan vernielen uit gebrek aan eerbied uit haat omdat hij hem het eeuwig leven niet gunt, ook uit hebzucht naar schatten, die mee begraven werden om de farao van nut te kunnen zijn. Maar alle voorzorgsmaatregelen zijn voor niets geweest. De sarcophaag en grafkamer is zwaar geschonden en leeg. En nergens is enig spoor van de mummie van Cheops gevonden. En ook de grafkamer van Chephren is leeg. De enige farao, die nog in zijn tombe rust is Thut-ank-amon en ook dat graf is wel niet leeggeplunderd, maar het is wel een stuk van een museum geworden.
Lege grafkamers
De piramide van Cheops is de grootste. Het is mogelijk de grafkamers van de piramiden te betreden, maar men moet er wel wat voor over hebben; dat geldt vooral van de piramide van Cheops. Wij kunnen ons goed voorstellen, dat de eerste man, die in een piramide tot de grafkamer doordrong (Belzoni in 1818 in de piramide van Chephren) trots zijn naam schreef met de toorts, die hem in de diepe duisternis van de piramide bijlichtte. Smalle, donkere gangetjes met vele bochten manen tot grote voorzichtigheid en de voortdurende herinnering daaraan van de gids is verre van overbodig. Het enige, wat je in de gangen hoort is: denk om uw hoofd. In de piramide van Cheops is een grote galerij (47 bij 2 m, hoogte ongeveer 8 m) vlak voor de grafkamer. Deze op 40 m hoogte boven het grondvlak bestaat geheel uit rose-graniet uit Assuan; het plafond bestaat uit negen granieten platen, die naar schatting negen ton wegen. De grafkamer van de piramide van Chephren is gemakkelijker te bereiken. Er zijn twee ingangen, de tweede ligt ongeveer 12 meter hoger dan de eerste; wij gingen via de onderste naar beneden en kwamen bij de bovenste terug. Maar ook deze afdaling en wandeling - in een zeer gebukte houding - heeft iets griezeligs en beklemmends, iets 'engs'; maar het is wel een belevenis, zoals dat van de gehele Egyptische reis kan worden gezegd. En de trip naar de piramiden is een hoogtepunt. Ook buiten de piramiden in de heerlijke zon en onder de blauwe lucht is genoeg te beleven. Wie van klimmen houdt kan ook proberen van blok tot blok naar de top van de piramide van Cheops te klimmen; men moet er wel op rekenen, dat bij elke stap naar boven een meter afstand moet worden 'genomen'; elke 'trede' betekent één meter, zo groot is elk rotsblok van deze merk waardige trap naar de top, en dat is zonder de hulp van iemand die in letterlijke zin een handje helpt niet zo eenvoudig en nogal gevaarlijk. Het is dan ook zonder gids niet geoorloofd naar boven te klimmen en ik heb het niet gewaagd, maar wie het wel deden hadden erg genoten van het grootse uitzicht op de top of er vlakbij en van de gewaagde klimpartij - en ik weet niet, wat van die twee het langst in herinnering zal blijven. De klimpartij duurt stellig een half uur.
Wie hier rondloopt mag niet vergeten, dat deze gehele buurt één grote dodenstad is van het oude Memphis. Er staan in deze streek meer dan twintig piramiden, maar die van Cheops, Chepren en Mycerinus zijn de grootste drie en bij elke piramide horen dodentempels, één aan de voet van de piramide waarvoor hij gebouwd is en één in het dal. Van die van Chepren is de daltempel eerst de vorige eeuw blootgelegd en het bleek dat er van deze granietentempel vrij veel intact was gebleven. Men vindt hier een geheel complex van gebouwen, d.w.z. de ruïnes daarvan. Apart noem ik de mastabagraven, waar verwanten van de farao en hoge ambtenaren werden bijgezet. Een grafkamer werd in de rots uitgehouwen, waarin de sarkophaag met de dode werd neergezet; van deze kamer voerde een schacht naar boven; het geheel werd met een kalkstenen plaat afgedekt en zo lijkt het een soort bank; van daar de naam mastabagraf (bank is in het Arabisch mastaba). In latere tijd werden deze graven uitgebreid met een kamer voor de dodendienst en werden ook nevenvertrekken en de gangen van muurschilderingen en van reliefs voorzien.
De Sfinx, die geen geheimen loslaat
En tenslotte wat Gizeh betreft: de Sfinx, één van de beroemdste monumenten van Egypte's verleden en één van de grote trekpleisters van het toerisme. Als de bus aankomt staat men al te wachten met kamelen voor een ritje in de woestijn; het lijkt voor sommige toeristen alsof dat het hoogtepunt is van de excursie, te rijden op een kameel of ook gefotografeerd te worden zittende op een kameel met op de achtergrond de Sfinx. Ook hier - zoals zo dikwijls bij 't naspeuren van het verleden van Egypte - wordt de toerist getroffen door het kolossale. De sfinx is 73 meter lang en 20 m hoog; het gezicht is 4.15 m breed! Uit het rotsblok, dat was blijven staan nadat vele stukken hiervan waren afgehouwen voor de bouw van de piramide van Cheops heeft Chepren, de opvolger van Cheops de sfinx, die een liggende leeuw voorstelt met de kop van een farao (wie is deze farao? ) laten uitbeitelen. In 1926 in het geheel blootgelegd; meer dan eens is het beeld geheel of ten dele onder het woestijnzand bedolven geweest, meer dan eens is het ook moedwillig beschadigd; het gelaat is jammerlijk geschonden. Er wordt verteld, dat het beeld in de tijd van de Mamelukken als schietschijf is gebruikt. Wat wil dit beeld voorstellen? Is het symbool van Egypte's macht en grootheid? Wat bedoelt men als de Arabieren het beeld 'Vader der verschrikking' noemen (Abu-el-hol)'. Waarschijnlijk is de sfinx wachter voor het dodenrijk, wachter en bewaker van de doden in de piramiden en al wie er bij behoren. Wij zullen nog meer van deze wachters ontmoeten, o.a. een hele rij in de Sfinxen-allée te Karnak. En voortdurend komt de gedachte boven bij wie op al deze resten van het verleden bekijkt: Wat deden deze mensen veel voor hun eeuwig huis!
Een levensbeschouwing
Lucanus vertelt, dat de grote Caesar, toen hij bij de ruine's van Troje stond gezegd heeft: Zelfs de ruïne's zijn vergaan. Van Egypte's ruïne's zijn wij geneigd te vragen; zullen ooit - in deze bedeling - de ruïne's vergaan? Dit gedeelte over de dodenstad besluit ik met een aanhaling uit het lied van de harpspeler, waaruit twijfel en onzekerheid blijkt ten aanzien van de dingen van het hiernamaals. 'Niemand komt vandaar terug om te vertellen, hoe het hun vergaat / totdat gijzelf de plaats nadert waar zij zijn heengegaan / Wees welgemoed, volg Uw hart na, zo lang gij leeft / leg myrrhe op Uw hoofd en kleed u in fijn linnen / Daarom geniet van een schone dag / en wordt er niet moede bij/Ziet, niemand heeft meegenomen wat hij bezat / Ziet, niemand die' is weg gegaan, komt terug....'
Hier spreekt niet een specifiek Egyptische levenshouding. Wist ook de profeet er niet van? Eten en drinken, want morgen kan het niet meer! (Jes. 22 : 13). En Paulus? (1 Kor. 15 : 32). Tot de dag van vandaag vinden wij eenzelfde levenshouding, de houding van verwerven en genieten. Maar op hoger niveau beweegt zich de vermaning van de apostel in 1 Tim. 6 : 17. Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op de levende God, die ons alle dingen rijkelijk geeft om te genieten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's