Pasen en Zondag
In haar geloof volgt de gemeente Jezus Christus onze Heere op Zijn weg van kribbe naar kruis. Zijn afdalen van de hemel, zijn neerdalen tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel. Dat zijn de gangen van onze God en Koning. Op Golgotha wordt het licht van de Zon der Gerechtigheid verduisterd. De wolken van het oordeel van God pakken zich samen. Als we dit belijden zijn we geneigd om onze stem te laten dalen, meer nog te zwijgen.
Het is nacht. Alleen het graf geeft zijn droeve sprake. Het graf zegt nooit: het is genoeg. Het zegt alleen nu is het uit en voorbij. Voorgoed!
Op dit 'dode punt' komt Gods verrassing aan het licht. We slaan het evangelie op. We lezen tot onze verwondering en tot onze vertroosting: En op de eerste dag der week, zeer vroeg, als het begon te lichten.
Er breekt een nieuwe dag aan. De zon gaat op in de natuur en... de Zon der Gerechtigheid houdt met haar gelijke tred, is haar zelfs vóór Jezus Christus verrijst uit dood en graf. Zijn licht breekt met majesteit door de duistere wolken. Het is dag, de morgen der verrijzenis. Met stemverheffing klinkt het als een juichtoon:
Ten derden dage wederom opgestaan uit de doden!
Wat een dag! De roem der dagen. Het is Pasen, het is zondag. Het graf dat nooit zegt het is genoeg moet nu zwijgen, want het Woord van het kruis is tot in de onderste diepten van de dood doorgedrongen; het luidt: Het is volbracht!
De historische ontwikkeling
Pasen en Zondag. Wat zegt deze verbinding ons? Dat we de zondag in een heel bijzonder licht mogen zien. We vragen er uw aandacht voor dat de zondag op een zeer bijzondere wijze overgoten is door het licht van Pasen. Van belang is de vraag hoe de christelijke kerk ertoe gekomen is om haar rustdag te vieren niet op de zevende dag, zoals in de decaloog vanouds was voorgeschreven, maar juist op de eerste dag der week. Een bepaald gebod is er niet voor te vinden. Het is bovendien ook te simpel gesteld om te zeggen dat de Oud-Testamentische sabbat van de ene dag op de andere verschoven is naar de zondag.
Dus niet in dezelfde lijn zoals de Doop in de plaats van de Besnijdenis is gekomen en het Avondmaal in de plaats van het Pascha.
Toch moet de christelijke kerk er deugdelijke redenen voor gehad hebben om die eerste dag der week als rustdag te gaan vieren.
Weliswaar is de zondag als officiële rustdag pas in 321 na Chr. door Constantijn de Grote ingevoerd, maar als men daaruit afleidt dat het vieren van deze dag niets anders dan een puur menselijke Instelling is, en men daarom met de zondag de hand kan lichten, dan meen ik dit juist tegen te moeten spreken.
Er liggen naar het algemeen gevoelen van vele gereformeerde exegeten toch wel aanwijzingen in het Nieuwe Testament zélf om Pasen met de zondag heel nauw te verbinden. Graag geef ik toe dat men wat voorzichtig moet zijn met directe conclusies, maar als aanwijzingen kunnen we er niet omheen. Er zijn in elk geval drie plaatsen te noemen in het N.T. waaruit blijkt dat de dag van Christus' opstanding in elk geval een stempel heeft gezet op het leven van de eerste christengemeente.
In Hand. 20:7 kunnen we lezen dat de discipelen in Troas op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken en dat Paulus daar zijn bekende redevoering hield tot diep in de nacht.
In 1 Corinthe 16:2 wekt Paulus de christenen op om elke eerste dag der week een gave af te zonderen voor de armen in Jeruzalem. En tenslotte is het niet zonder betekenis dat de opgestane Christus aan Johannes op Patmos verschijnt op de eerste dag der week, op de dag des Heeren. Openb. 1 : 10. Dat zijn welliswaar summiere gegevens, maar ze geven toch wel een indruk hoe hoog de gemeente de dag van Christus' opstanding uit de doden voor haar geloofsleven heeft aangeslagen. Er is in elk geval meer voor hen aan de hand dan niets.
We mogen er heel voorzichtig uit afleiden dat er in ieder geval op die eerste dag der week samenkomsten werden gehouden waarbij dan ook de gedachtenis aan Christus' opstanding bij brood en beker gevierd werd. En dat week aan week. Zo is de dag des Heeren de dag die uit de rij der dagen is genomen en geheiligd.
Mij dunkt nog dat het niet zonder betekenis is geweest dat Christus op de eerste dag der week aan zijn jongeren is verschenen en een week later weer, toen Thomas inmiddels ook weer in de kring der discipelen aanwezig was. Dat moet het groot belang van die eerste dag wel onderstreept hebben. We mogen nu wel zeggen dat de zondag onder de leiding van de Heilige Geest geworden is tot de dag waarop wij de opstanding van Christus in het bijzonder herdenken. Vast staat in elk geval ook dat de kerk langzaam naar de viering van de eerste dag der week als dag van rust, als dag van de opstanding van Christus, is toegegroeid.
Enkele citaten uit de oud-christelijke geschriften maken ons dat duidelijk. In de z.g. brief van Barnabas, ongeveer 100 na Chr. lezen we: 'Daarom ook brengen wij de achtste dag in vreugde door, de dag immers waarop Jezus van de doden is opgestaan en na verschenen te zijn ten hemel opvoer'. De kerkvader Ignatius (gest. 115 na Chr.) schrijft in de brief aan de Magnesiërs: 'Indien zij nu die volgens de oude zeden geleefd hebben, maar tot nieuwe hoop zijn gekomen, niet meer de sabbat vieren, maar hun leven richten naar de Dag des Heeren, waarop ook ons leven is opgebloeid door Hem en Zijn dood.. ' Als laatste getuige uit de oud-christelijke kerk kan de Didachè (Leer der twaalf apostelen) genoemd worden. We lezen daar: Op de Dag des Heeren zult u samenkomen, het brood breken en dankzeggen'. Hier ziet u dat al heel vroeg in de kerk Pasen en zondag samenvielen.
De geestelijke achtergrond
De viering van de rustdag op de eerste dag der week en niet meer op de zevende heeft vanouds een geestelijke achtergrond gehad. De kerk mag immers de eerste dag van de week vieren als de dag van de opstanding van Christus. De verkondiging van het evangelie van kruis en opstanding vindt plaats juist op de dag dat Christus het graf verlaten heeft. De scheppingssabbat is door de zondeval verstoord. De sabbat bij Gods wet vastgesteld had ook een schaduwachtige betekenis aan zich, heenwijzend naar de rust zoals God die heeft bedoeld. De rust om zich in God te verlustigen. Maar door de overtreding der wet was en bleef de sabbat geschonden. Welnu, tot verzoening van al onze gebroken sabbatten heeft Christus de sabbat over in het graf gelegen, de sabbats-eis van God vervuld en zijn volk een eeuwige sabbat geschapen. 'Wij geloven dat de ceremoniën en figuren der Wet opgehouden hebben met de komst van Christus, en dat alle schaduwen een einde genomen hebben; alzo dat het gebruik daarvan onder de christenen moet weggenomen worden' (N.G.B. Art. 25).
Deze gedachte heeft de Kerk bezield van oude tijden af.
Dit geloof spreekt ook al uit de woorden van Ignatius. Hij heeft met zijn uitspraak de geestelijke inhoud van de zondag onder woorden gebracht. Hij heeft het over mensen die volgens de oude zeden geleefd hebben. Hij zal daarmee doelen op de leefwijze van de Joden, die - hoe kon 't anders - zich strikt hielden aan de viering van de sabbat op de zevende dag. Paulus keurt deze joodse leefwijze, die door de judaisten de gemeente van Christus wordt opgedrongen, in de Galatenbrief scherp af. Gij onderhoudt dagen en maanden en tijden en jaren en keert u daarmee tot de zwakke en arme beginselen (Gal. 4). Nu omschrijft Ignatius het leven van de christenen als van mensen die niet meer bij die oude zeden leven, maar 'tot nieuwe hoop zijn gekomen'. Wat is dat geweldig, mensen die tot nieuwe hoop zijn gekomen; dat zijn mensen die in hun leven het woord van de apostel Petrus door genade verstaan. Geloof zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Kent u die roemtaal des geloofs? Ik ben met Christus gekruist en ik leef! Wie zo Pasen viert gaat reeds in de rust die Christus heeft aangebracht en leeft uit zijn volbracht werk, op Pasen aan het licht gebracht. Een nieuw leven met Christus opgewekt uit de dood. Ja, zegt Ignatius, maar dan ook een nieuwe rustdag, want zulke christenen vieren niet meer de sabbat. Wij die geloofd hebben gaan in de rust, en dat wil zeggen dat het geloof niet vanuit de werken tot rust komt. Dat is een afgesneden weg, daar geldt nu van.: Verboden toegang! Het hoeft ook gelukkig niet meer, we beginnen met de eerste dag der week, we leven uit de rust die Christus verwierf. Daarom zegt Ignatius verder dat zij, de christenen, de mensen van de nieuwe hoop, hun leven richten naar de Dag des Heeren, waarop ook ons leven is opgebloeid door Hem en zijn dood.
Deze diepe gedachte houden we even vast. Het leven van Gods kerk opgebloeid uit de dood en we mogen erbij zeggen: met de opstanding van Christus.
Wat een dag, wat een Pasen, wat een geestelijke zondag als we met Hem uit onze geestelijke dood ontwaken en gezet worden in de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. Dan mag dit onze Paaszondag heten, geestelijk gezien en dan belijden we met de kerk het vervolg van art. 25 van de N.G.B.: 'nochtans blijft ons de waarheid en substantie daarvan in Christus Jezus, in dewelke zij (nl. de ceremoniën en figuren der Wet) haar vervulling hebben'.
Hun leven richten zij naar de Dag des Heeren, zegt Ignatius. Dat betekent dat die Dag des Heeren, de Paaszondag om zo te zeggen, juist vanuit de opstanding van Christus het leven van de christen zin, inhoud en vulling geeft. Dat begint daar waar op iedere zondag in gedachtenis gehouden wordt de belangrijkste boodschap van het evangelie, dat Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Pasen en zondag worden samengehouden in de levende verkondiging van het evangelie der opstanding. Van week tot week is de opgestane Christus werkzaam door Woord en Geest de kracht van Zijn opstanding te realiseren, als de doden horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord zullen hebben en zullen leven. Nooit kunnen we zeggen dat Pasen voorbij is. ledere zondag is het Pasen en iedere zondag is de gemeente bijeen om getuige te zijn van de levendmakende kracht van het evangelie van de Opgestane, die op het dodenveld der wereld de ene overwinning na de ander behaalt en uit de dood roept tot 't leven. Pasen keert iedere week terug als het Woord des levens, het Woord van de Levensvorst, levend en krachtig onder u is en als we in Hem roemen Die onze Kracht, onze Vreugde, onze Rust en ons Leven is, midden in de dood.
Naar die Dag des Heeren ons leven richten wil tevens zeggen dat we met Christus opstaan tot een nieuw en godzalig leven. En we mogen dankbaar zijn voor de leiding des Geestes, die voorkómen heeft dat in de heidenchristelijke gemeente de 'ceremoniële' vrom van het vierde gebod geheel teloor gegaan is.
Zo vieren ware christenen hun leven lang Pasen en is de zondag de geestelijke stimulans om de eeuwige sabbat in dit leven aan te vangen (Heid. Cat. Zondag 38). De diepste betekenis van Pasen en zondag vertolkt Calvijn als hij zegt: 'Wij moeten geheel rusten, opdat God in ons werke'.
De zondag trekt ons in het krachtenveld van Hem die gezegd heeft: Ik ben de Opstanding en het leven.
'Er is voor ons allen, een dag terwille van het Woord. Een land zonder zondag moet op den duur worden een land zonder gemeente, zonder Woord en Sacramenten, zonder de Naam van God, zonder christelijke barmhartigheid' (Koopmans). Vanuit de zondag als de dag van Christus' opstanding leven we het Paasleven in het geloof, om in de week de sabbatsrust vast te houden en te rusten van mijn boze werken, mijn leven lang.
De zondag is geen beddag, maar we staan vroeg op, op de eerste dag der week. Vandaag is het de Dag des Heeren, de dag van het vrijmachtige werk van de Geest en als de gemeente samenkomt om de opstanding van Christus te vieren, dan wil ik erbij zijn als God doden levend maakt.
Het is mij goed in het bijzonder op de dag van Pasen nabij God te zijn. Vanuit de rust in Christus geschonken staan we op in het heil in het leven en de onverderfelijkheid die Christus in zijn opstanding aan het licht heeft gebracht.
dit is de dag de roem der dagen,
Die Isrels God geheiligd heeft.
Laat ons verheugd van zorg ontslagen
Hem roemen, Die ons blijdschap geeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's