Het graf geen praalgraf
Bij een bezoek aan Jeruzalem hoort ook de gang naar de bekende graf tuin. Even buiten de oude stadsmuur ligt daar dat kostelijk stille plekje met zijn indrukwekkende grafspelonk, uitgehouwen in de rotsen van Golgotha. Een smalle opening geeft toegang tot de plaats, waar de Heere gelegen heeft: een uitholling in de grond, niet meer dan dat. Er is alleen de kaalheid van de rotswand en de leegte van een halfduistere spelonk. Geen enkele versiering, die de aandacht opeist. Alleen stilte, kaalheid, leegte. En daaromheen de wondere schoonheid van bloeiende heesters en het loflied van de vogels, die zingen in de zon. Wij wandelen de vrouwen na, de discipelen, die in de vroege morgen van de eerste dag der week naar Jozefs hof gingen om het graf te bezien. Stille herinnering. Heilige meditatie. Zo is het mogelijk om er in te komen, in Jezus' graf, in het wonder van de opstanding.
Graftuin en grafkerk
Maar, zo vraagt iedere bezoeker van de graftuin zich af, is dit echt het plekje, waar onze Meester werd neergelegd op de Goede Vrijdag, zo lang geleden? Of is 't slechts imitatie, namaak? Een lichte teleurstelling laat zich bij die laatste gedachte niet onderdrukken. Dan maar liever toch naar de heilige grafkerk in de stad zelf, die volgens een traditie gebouwd is boven de plaats, waar het allemaal echt moet zijn gebeurd. Daar komt men ogen tekort. Daar de altaren met de brandende kaarsen. Een steen, die weggewenteld werd door de engel Gabriel. En een menigte Armeense christenen, die een groot houten kruis in processie de kerk binnendragen... Er is altijd weer wat nieuws te beleven. Waarom ook niet? Waarom zouden wij het wonderlijkste graf, dat er ooit op aarde is geweest, niet versieren met een bonte rijkdom van christelijke symbolen? Kijk eens, hoe de Joden het doen met het graf van David: op zijn graftombe in de oude Davidsstad de oude wetsrollen in omhulsels van kunstig smeedwerk en daarnaast de stralende kronen, voor iedere verjaardag van de staat Israël één. Daar wordt bij het begin en het einde van de feestdagen de sjofar (ramshoorn) geblazen: Sta op David, kom Messias! Waarom zouden christenen dan niet het graf van Davids grote Zoon optuigen, er een praalgraf van maken?
Stilte, kaalheid, leegte
U hebt de keus bij een bezoek aan de heilige stad. Een graftuin met stilte, kaalheid en leegte. Een heilige grafkerk met zijn bonte christelijke versieringen.
Boven dit artikel staat geschreven: Het graf geen praalgraf. Daarmee is onze keus bepaald. Het graf van Jezus, waar dat dan ook maar gezocht moet worden, is voor ons geen spelonk, die wij optuigen, netzomin als wij de kribbe van Bethlehem wensen te bedelven onder dennengroen en engelenhaar. Want dan gaat de schoonheid ervan af. Juist in zijn stilte, kaalheid en leegte brengt ons het graf van Jezus, waar de opstandingsgetuigen in de Evangeliën van spreken, een boodschap om koud van te worden. Wanneer men in heilige overdenking aan de hand van de Evangelieverhalen in de geest een bezoek brengt aan Jezus' graf, kan dat dan ooit anders dan in diepe ootmoed en schaamte? Hier is niets om mee te pronken of te pralen.. Jezus' graf heeft immers niets bijzonders aan zich. Dat is juist het wonder. Het is het graf van een ander, van Jozef van Arimathea. Een 'doodgewoon' graf. Dat wil zeggen, dat er slechts het schamele 'gewone' is van de dood. Jezus' graf spreekt van 's mensen ontluistering. Het zegt, wat mensen nogal eens zeggen, als een geliefde zojuist ontslapen is: 'Het is haast niet te geloven, dat hij er niet meer is'. Ja en toch is het waar. Jezus' graf predikt ons het 'ongelooflijke' van de dood. Echt gestorven. Dat is iets aangrijpends: een graf, een ontzield lichaam, een nooit meer sprekende mond, afscheid voorgoed. In het graf spreekt God ons aan: 'Gij zult de dood sterven'. Het graf is straf. De grafkamer strafkamer. Dat is onze plaats. Dat is ons verdiende loon. Geen kijk meer op het leven. Onder de vloek van het oordeel Gods over onze breuk met Hem. Dat is om koud van te worden. Wij huiveren, als we bedenken wat Ps. 89 zegt: 'Wie redt zijn ziel van 't graf? Door Gods Geest wordt 't geleerd om daar in te komen. Stilte, kaalheid, leegte. Daar is niets meer te versieren. Daar kan een mens zich alleen maar wegschamen voor God. 'In 't stille graf zingt niemand 's Heeren lof.'
Jezus martelaar?
Maar is dat het enige, dat wij zeggen moeten over Jezus 'graf? Zijn graf een zondaarsgraf. Is dat niet juist het geweldige, dat Hij zondaars zo lief had, dat Hij voor hen de dood inging? De grafspelonk ligt onder de kruisheuvel. Het graf is een dubbele streep onder het kruisgebeuren. Het is met Hem gedaan. Nee, Hij heeft het echt voldaan. Het is volbracht. Het graf van Jezus predikt ons: 'Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt'. Welnu, is dat geen reden om van Jezus' graf een praalgraf te maken? Een monument te Zijner ere, waar men klaagliederen zingen kan: ' Wir setzen uns mit Tranen nieder' (slotkoraal Mattheuspassion), waar men in dankbare herinnering aan deze grootste Martelaar van de Kerk Zijn stem a.h.w. nog hoort naklinken: 'Dit deed ik voor U, wat doet gij voor Mij? ' Ach, wat zou ons een graf stede baten, waar slechts herinneringen wakker worden aan grootse daden van een Held met verregaande liefde. Wat baat ons een Jezus der herinnering? Als Jezus niet meer is dan Martelaar, kan een praalgraf niet veel meer zijn dan een inspiratiebron. Wij volgen Jezus' goede voorbeeld. Maar dan houden wij van Jezus niet veel meer over dan een dode moraal op de duur.
Strafkamer - kleedkamer
Weet U, waarom wij van Jezus' graf geen praalgraf kunnen maken? Omdat het een leeg graf is. Kinderen hebben nogal eens de gewoonte om in de Paastijd eieren te beschilderen. En deze kleurige Paaseieren zijn dan de versierselen van het nieuwe lenteleven, dat op doorbreken staat. Maar als in een vogelnestje een jong vogeltje geboren is, kan niemand met de stukgebroken eierschaal nog wat beginnen. Die is niet meer te versieren. Nu, het graf van Jezus is zo'n stukgebroken eierschaal. Die predikt ons juist in zijn leegheid en gebrokenheid het wonder. Hij, Jezus is hier niet. Hij is opgestaan. Hij moet niet gezocht worden in een pronkjuweel van een graf. Het graf is Jezus in de verleden tijd. Maar door de omhelzing van het geloof, waar dan ook ter wereld, is er ook een levende Christus, Die uitdeelt uit de volheid van genade, voor zondaars aan het kruis verworven. De grafkamer is niet slechts strafkamer, maar ook kleedkamer. Ieder kind van God, dat geestelijk gesproken in het graf van Jezus mag komen, mag daar het wonder beleven: Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven; en als ik straks Zijn plaats inneem en het omhulsel van het graf is om mij heen, dan is dat graf toch niet meer dan een broze eierschaal, een kleedkamer der eeuwigheid, waar het sterfelijke en vergankelijke van het leven verslonden wordt en eeuwig leven geboren. Dan, als op de laatste feestdag de ramshoorn geblazen wordt en de Messias van de hemel, de grote Davidszoon wederkomt. Dan, als de graven geopend worden.
In Jeruzalem hebt U de keus: een graf van Jezus hier, een graf van Jezus daar. Het ene is misschien nabootsing. Het andere is misschien echt, maar al te rijk versierd. Wij zijn het graf van Jezus kwijt. Als we de levende Christus Zelf dan maar niet missen. Want Zijn graf is 'slechts' symbool. Wie daar echt inkomt, waar dan ook ter wereld, verstaat de taal van Kohlbrugge: 'Daarom wanneer ik sterf-ik sterf echter niet meer - en iemand vindt mijn schedel, zo moge deze schedel hem nog prediken: Ik heb geen ogen, toch aanschouw ik Hem; ik heb geen hersens of verstand, toch omvat ik Hem; ik heb geen lippen, toch kus ik Hem; ik heb geen tong, toch zing ik Hem lof met U allen, die Zijn Naam aanroepen. Ik ben een harde schedel, toch ben ik geheel zacht geworden en versmolten in Zijn liefde; ik lig hier buiten op de Godsakker, toch ben ik binnen in het paradijs. Alle lijden is vergeten. Dat heeft ons Zijn grote liefde gedaan, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's