De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de synode

10 minuten leestijd

(1)

Moderamen

Het moderamen van de synode onderging één wijziging. In plaats van oud. Ruiterkamp kwam in het moderamen dr. G. J. van Kolmeschate. Ds. G. Spilt bleef praeses, zij het nu als boventallig lid van de synode omdat zijn zittingstijd voor de classis Arnhem voorbij is.

Vliegramp

De hervormde synode nam twee minuten stilte in acht en zond een telegram van deelneming aan de KLM i.v.m. de vliegramp in Tenerife.

IKON

Ds. J. Pronk (Rijsoord) stelde opnieuw vragen over het IKON-beleid. Waren de uitlatingen van IKON-directeur ds. W. Koole (politieke keuze in de richting van de PvdA) bepalend voor het gevoerde beleid? Pronk herinnerde aan de direct daarna gevolgde benoeming van ds. Delhaas, omstreden vanwege zijn marxistische opvattingen. Ds. Pronk vroeg of er ook rechtse personen bij IKON benoemd konden worden of is er voor hen een beroepsverbod? Hij merkte verder op dat hij bij zijn pastorale werkzaamheden in de gevangenis wel gemerkt had dat 'de mensen in de bajes' ook weinig konden beginnen met de IKON-programma's. In een fel betoog gaf dr. A. H. van den Heuvel repliek. Er zijn mensen die vanwege het feit, dat IKON er is een relatie met de kerk krijgen, terwijl anderen er de relatie om verbreken. Het IKON is er niet om de camera voor de kerk te houden maar om vanuit hef Evangelie programma's te maken over actuele vragen. Van den Heuvel geloofde niet aan overdracht van het Evangelie via het medium (waar naar zijn zeggen grote aandacht aan wordt besteed bij IKON). Na gezegd te hebben dat de meeste kritiek op IKON komt van mensen die nooit de programma's zien en zich altijd richten op onderdelen van het IKONpakket, zei hij dat IKON naast confessionele omroepen als KRO en NCRV staat en 'zulk soort omroepen als de EO' en een duidelijk eigen gezicht heeft: oecumenisch (in de zin waarop het bij de Wereldraad functioneert). Voor kritiek op de programma's moet men niet bij de programmamakers zijn maar bij het IKON-bestuur (waar Van den Heuvel ook lid van is). Die bepaalt het beleid. Intussen liet ds. Van den Heuvel ds. Pronk nog weten zijn vragen irritant te vinden. Omdat er geen tweede ronde was, kon ds. Pronk niet anders doen dan in de rondvraag opmerken, dat, mocht er bij de synode de indruk bestaan dat zijn vragen naar tevredenheid waren opgelost hij deze indruk graag wilde wegnemen. Wij voor ons zouden willen opmerken dat het niet alleen zeer teleurstellend was dat dr. Van den Heuvel kennelijk geen enkel begrip wilde opbrengen voor de zware kritiek die de IKONprogramma's in de kerk oproepen, maar ook dat de wijze van beantwoording niet in overeenstemming was met het respect dat een secretaris-generaal moet hebben voor de synode in wiens dienst hij staat.

Hulppredikers

De synode heeft besloten de beslissing inzake de sacramentsbevoegdheid voor de hulppredikers uit te stellen tot de juni-vergadering. Van de vier mogelijkheden die een commissie terzake stelde om de hulpprediker sacramentsbevoegdheid te geven (hij wordt dienaar des Woords, hij krijgt de bevoegdheden van dienaar des Woords, hij wordt bijzonder ouderling, hij ontvangt zonder-meer sacramentsbevoegdheid) koos de commissie zelf voor de eerste mogelijkheid: de huidige hulppredikers worden toegelaten tot het ambt van dienaar des Woords. Op 1 juli 1978 zou dan verder de opleiding voor hulppredikers gestaakt moeten worden. Een commissie van rapport noemde intussen nog als mogelijkheid het ambt van pastoraal medewerker (hulpprediker) naast de drie ambten, nl. van dienaar des Woords, ouderling en diaken en naast andere ambten, als jeugdwerkleider, zendingsmedewerker, catecheet etc. (het is duidelijk dat we hier op de lijn zitten van het ambtsrapport van prof. Berkhof met zijn functionele onderscheiding van de ambten, v.d. G.). Deze commissie wilde dan ook eerst een uitspraak over de wenselijkheid van uitbreiding van het aantal ambten. Wilde de synode dit niet, dan koos de commissie voor het voorstel om de hulpprediker dienaar des Woords te maken. In de discussie werd gevraagd: eerst de hulppredikers horen, willen die namelijk zelf wel? (mevr. Vroom); hoe moet het met hen die in opleiding zijn? (ds. J. Vroegindeweij); moeten de gemeenten waar de hulppredikers werken niet om advies worden gevraagd? (oud. P. H. M. van Schuppen).

Een principiële discussie ontspon zich toen mevr. J. A. van Ruler een pleidooi voerde voor: de hulpprediker wordt dienaar des Woords. Opgemerkt werd: wil men de hulpprediker sacramentsbediening geven, dan moet dat gebeuren op grond van een ambt. De (bijzondere) ouderling vindt, m.i. terecht, geen bijval, noch van het rapport, noch van de CvR. In de oud-christelijke gemeente waren er inderdaad "oudsten" die predikten, onderricht gaven en ook de sacramenten bedienden. Maar déze oudste is niet ónze ouderling, maar de herder en leraar die bij Calvijn de dienaar des Woords is geworden en wel eens de 'lerend ouderling' werd genoemd in onderscheiding van de regerende ouderling die wij nu als ouderling kennen. Deze ouderling van nu kende Calvijn ook. Hij is vanuit het wereldlijke stadsbestuur het kerkbestuur binnen geslipt en is pas laat erkend als ambtsdrager (in NGB art. 12 van 1561). Waarom zou je deze ouderling-figuur dit nieuwe leven inblazen? of liever: zo'n andere positie gaan geven? Hij heeft dat leven nooit gehad, had helemaal geen sacramentsbediening. Er blijft dus als enige serieuze kandidaat over de dienaar des Woords.'

Na opgemerkt te hebben dat het onjuist is, dat hét wetenschappelijk gehalte van het predikantencorps . . . kapot zou gaan door deze zeer kleine groep andersopgeleiden' (er zijn ook predikanten, die nooit meer een studieboek inzien) werd door mevr. Van Ruler gezegd, dat een voorstel om alle bedieningen om te zetten in ambten het loslaten betekent 'van het stelsel van de drie ambten en dat is een besluit van enorme importantie zowel theologisch/dogmatisch als kerkhistorisch, als kerklordelijk! Hoe kun je daarover denken, terwijl we als kerk niet eens weten wat het ambt is?  (daarbij kennelijk doelend op het feit dat jaren geleden het rapport Van Ruler/Dokter onder de tafel raakte, en het rapport Berkhof nooit is aangenomen).

Dr. C. P. van Andel merkte overigens terzake op dat, omdat we als kerk niet weten wat het ambt is we de vrouw in het ambt hebben gekregen. De rekening wordt ons nu gepresenteerd van het onordelijk omgaan met ambt en sacrament.

Prof. Geense meende dat zich nu wreekt dat het rapport Berkhof is blijven liggen. Hij pleitte ervoor de hulpprediker zonder meer sacramentsbevoegdheid te geven. Als ambt en sacrament verbonden moeten zijn dan hebben die hulppredikers die al sacramentsbevoegdheid hebben ten onrechte het sacrament bediend.

Prof. Bolkrestein pleitte voor uitbreiding van het aantal ambten, ambten die functioneren (vanwege charisma, bijzondere gaven).

Visitator-generaal ds. A. W. Kranenburg maande tot voorzichtigheid: geen beslissing forceren.

Besloten werd tot uitstel. Of men er ooit uitkomt? ...

De vrouw in de kerk

De feministische theologie dringt aan op doordenking van de plaats van de vrouw in de kerk, met name ook wat betreft de ambten. Mevr. Vroom vroeg in de rondvraag of in de modaliteitsgesprekken, die nu op drie plaatsen gevoerd worden ook over de vrouw in het ambt wordt gesproken? Ds. L. de Liefde antwoordde dat dit niet het geval is en dr. Van den Heuvel stelde dat er gesprekken op handen zijn om de zaak aan de orde te stellen en deze toch uit de sfeer van de polarisatie weg te houden.

Wij voor ons zijn ervan overtuigd dat deze kwestie als een twistappel in de kerk zal blijven liggen. Slechts een pastorale brief aan alle kerkeraden met het (hernieuwde) verzoek om de gevoelens van de bezwaarden te ontzien, is nodig.

Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving

De ROS is nogal eens in het nieuws vanwege de bemoeienis met de samenlevingsvragen (dat ligt uiteraard in zijn opdracht besloten), maar vooral vanwege de opstelling in het politieke en maatschappelijke gebeuren. De synode hield zich bezig met éen driejarig verslag van de werkzaamheden van deze raad. Een commissie van rapport klaagde over gebrek aan theologische fundering van het rapport en had gevraagd wat de Raad bedoelde met de opmerking: 'deze werkelijkheid (deze aarde, v.d. G.) is bestemd voor vrede en gerechtigheid, voor het Koninkrijk van God en niet buiten ons om'. Is deze werkelijkheid dan niet gebroken door de zonde? , vroeg deze commissie.

Dr. Th. C. Frederikse (Wassenaar) ging verder in op de noodzakelijke theologische fundering en wees op de misverstanden t.a.v. de verhouding van rechtvaardiging en heiliging en wet en evangelie. De traditionele gemeente, aldus dr. Frederikse, ziet in Jezus de Borg en Middelaar, los van de wet en de profeten; de actiegroepen zien in Hem de man van Nazareth, ook los van wet en profeten. Bij de eerste is er teveel een individualistisch geloofspatroon, bij de laatste is er geen zicht op het geheim van de gemeente. En de ROS is niet bij machte geweest zich deze dingen uitdrukkelijk bewust te zijn.

Ouderling J. Haeck (Hoevelaken) wees op het omvangrijke van de arbeid maar vroeg of alle voorlichting gevraagd was of meestal ongevraagd gegeven'. Haeck meende, dat tienduizenden in het werk van de Raad de kerk niet herkennen. Als de Raad spreekt over het 'messiaanse ongeduld', hoe wordt dan de zonde gezien? En is er niet het zuchten van het schepsel? Zullen wij hier het Koninkrijk realiseren? Na gezegd te hebben dat Paulus het in zijn dagen zonder een ROS had gesteld, haalde hij een waarschuwend citaat van dr. O. Noordmans aan:

'gevaar van verschuiving in theologie en prediking, waarbij het geloof de vorm aanneemt van een categorische imperatief, een volstrekte eis. Het Heer en Koning zijn van Christus wordt dan zo benadrukt, dat de verzoening en de rechtvaardiging door het geloof op de achtergrond gedrongen worden. Ik zou het een vermilitarisering willen noemen . . . De kerk wordt een diensthuis en het Woord een commando. Wanneer de kerk als het orgaan en instrument van Jezus, als Koning en Heer, direct op de wereld betrokken wordt. ontaardt zij in een soldaten-religie als de Islam.'

Haeck vreesde dat met presentatie van activiteiten ails van de ROS het volksgeweten niet meer z'n grondslag zou vinden in de rechtvaardiging van de goddeloze. Zonder waarachtige bekering tot de levende God is ons werken ijdel.

Ds. C. van Sliedregt vroeg n.a.v. een opmerking in het rapport, dat groepen en personen, die één en ander willen aanpakken (actiegroepen) soms wegraken uit de gemeente of men dan zo gemakkelijk los kan raken van het geheim van de gemeente. Betrokkenheid op de samenleving achtte hij alleen zinvol vanuit de bezinning van de gemeente. Beweegt de gemeente de ROS of de ROS de gemeente? Ds. H. Binnekamp stelde, dat de ROS had te zoeken naar de ethische gestalte van de vreze des Heeren, en daarbij wat kleinschalig in de Schrift voorkomt grootschalig moest vertalen.

In veel stukken van de Raad ontbreekt echter de verankering in de Belijdenis. De vreugde over de rechtvaardiging weet de ROS goed verborgen te houden. Het jasje waarin men zich beweegt wordt verder te lang, zodat men op de panden gaat stappen.

Prof. dr. A. Geense meende dat als er geen theologische bezinning komt op de verhouding kerk-overheid nu, we de tak doorzagen waarop we zitten.

In de beantwoording der sprekers stelde prof. dr. J. de Graaf nog, dat de Raad niet zelf voor een theologische fundering moet zorgen, daarvoor is er een Raad voor de zaken van kerk en theologie. De kwestie is echter dat het werk van de Raad theologisch niet herkenbaar is en waar het wel herkenbaar is daar is het niet herkenbaar vanuit de gereformeerde theologie.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's