Zegenrijke raad
Toen zeide Jezus tot haar: vreest niet... Matth. 28 : 10a.
Wie zwijgt, stemt toe. Wat? Wel dat Jezus aller hulde waard is! De meester heeft eveneens gezwegen in Zijn Liefde, toen de vrouwen Hem zwijgend aanbaden. Wat wil dat zeggen? Dit: Hij heeft deze dank en wederliefde aanvaard. Het kwam Hem rechtens toe. Hij heeft Zelf Zijn vreugde daarin. De profetie van Zefanja gaat zodoende in vervulling: 'Mijn ernstige aanbidders zullen met de dochter Mijner verstrooiden Mijn offeranden brengen!’
Het is nog aan de orde. Waar God Zijn heil in Christus openbaart en toepast door de Heilige Geest, waar Christus Jezus ons leven wordt, daar wordt Hij geprezen. Hoort Hij het van u, hoe lief u Hem Die u eerst heeft liefgehad, hebt? Belijdt u: mijn Koning en Mijn God? 'Wie dankoffert, zal Mij eren'! Dan is er een intense vrede in mijn ziel, een heerlijke vreugde, zoals eens in de schepping, zo heden in de herschepping. Het is een voorproef en een voorspel van de aanbidding in het Koninkrijk van God en van het Lam! (Openb.)
De Meester laat het echter niet bij dit welsprekende zwijgen. Toen - dat is nadat zij aanbeden hebben - zeide Jezus - weer die Naam!! tot haar: Vreest niet. U hoort goede, troostende woorden, naar het hart van Jeruzalem gesproken. Zij. zijn wehswaar kort, maar daarom uitermate zinvol en bemoedigend. Zij zijn met macht en gezag gesproken.
Vreest niet. Op het eerste horen, klinken zij u vreemd in de oren? Zijn deze vrouwen bang voor Jezus en dat in de opstandingshof, waar alles de lieflijkheid en de vrolijkheid van het herwonnen paradijs ademt? De engel heeft toch tegen hen gezegd: vreest gij lieden niet, houdt gij op met vrezen! Jezus heeft hen gegroet: vrede zij u, weest verheugd. Ik ben uw Vriend. Maakt de aanbidding dan toch plaats voor de vrees? Nee Jezus weet, als Hij dit zegt, wat Hij van Zijn maaksel heeft te wachten, hoe zwak van moed en hoe klein van krachten zij zijn en blijven. Hij de Heere der heerlijkheid weet dat Zijn glorie altijd weer vrees, diep ontzag meebrengt. Hij wil even de vrees uit de Liefde wegnemen. Zie, hoe Hij de woorden van de engel, eens tot de herders en nu tot de vrouwen gesproken, bevestigt: vreest niet! Deze heerlijkheid zal hen niet verteren of verschrikken. Het laatste gold wel de wachters, maar niet de vrouwen. Over hen gaat de heerlijkheid des Heeren juist op! Die heerlijkheid wacht hen zelf. Later schrijft Petrus, dat de gelovigen zich in de openbaring van Zijn heerlijkheid verheugen! Daarom vreest niet!
Behalve dit aspect weet de Zaligmaker beter dan wie ook, dat als Maria Magdalena en de anderen aan zich zelf zouden worden overgelaten, er inderdaad alle reden tot vrees zou zijn. Was Maria uit Magdala niet bezeten geweest van zeven duivelen? Wat dacht u: zou de vorst der duisternis niet alles op alles zetten om het verloren gegane terrein te herwinnen? Zo het hem mogelijk ware, zou hij de uitverkorenen verleiden!
Jezus weet, dat naast de macht van satan, de verleiding van de wereld, van ons eigen hart en boze vlees zo groot is; te groot voor eigen krachten.
Boze lusten worden ook na ontvangen genade door satan opgestookt, denk maar aan David. En vergeet uzelf evenmin. Maria die zelfverleid had, kon weer verleid worden!, als zij op eigen volharding was aangewezen. Zij kan niet zonder de genadige zorg en blijvende nabijheid van haar Heere. Welnu zij wordt getroost: Vreest niet. 'Ik ben met u alle dagen! Ik heb u in Mijn beide handpalmen gegraveerd. De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen.' Jezus zeide tot haar - die Naam zegt genoeg en garandeert alles. Gij zijt duur gekocht! Pasen is de garantie, dat Hij Zijn volk zalig zal maken. Vreest niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven... De andere Maria zo vaak in gezelschap van haar naamgenote uit Magdala - zij weet zich blijkbaar één in de kennis van zonde en genade - mag diezelfde troost horen en bewaren.
Tot op de dag van vandaag en voor de toekomst kunnen wij evenmin zonder dit: vreest niet. Het geldt niet alleen voor hen die met kracht uit de wereld, de macht van de boze getrokken zijn, maar evenzeer voor de 'stillen in den lande', de eenvoudigen. Die wil de Heere ook gadeslaan. Christus staalt met dit woord de krachten en de verwachtingen. Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten... zodat wij vrijmoedig durven zeggen: De Heere is mij een Helper, ik zal niet vrezen!
Vreest niet. Dat zegt de Meester tevens met het oog op de tijd die aanstaande is. Dat wordt nl. een bange barre tijd. Weldra zal de vervolging losbarsten tegen Christus' gemeente. In Hand. 8 horen we van het woeden van Saulus van Tarsen... Hij verwoestte de gemeente gaande in de huizen en trekkende mannen én vrouwen! hen overleverende in de gevangenis (vs. 3)
De gemeente komt in de vuurlinie, blijft gemeente onder het kruis! Dat heeft Jezus immers voorzegd: in de wereld zult gij verdrukking hebben; zij hebben Mij vervolgd, zij zullen u ook vervolgen. Met dit woord geeft Jezus zijn kerk moed voor de komende strijd. Vreest niet voor degenen die het lichaam kunnen doden... In de grootste smarten blijven onze harten daarom in de Heere gerust, in Zijn beloften. Zie en hoor het aan Stefanus. Zo houdt de Heere nog Zijn gemeente in stand, achter het IJzeren gordijn, in Azië, in Nederland, overal ter wereld.
Vreest niet: Ik heb de wereld overwonnen. Hij schenkt leven, juist als de gramschap van de vijand brandt (Ps. 138). Ons leven is in Christus verborgen bij God.
Vreest niet. Daarmee mogen de gelovigen zelfs de dood uitlachen! De vrees voor de dood kan zo benauwd zijn. Zeker als schuld en ontrouw op ons afkomen, blijvend. De helse verschrikking en aanvechting is een verschnkking. Maar de Opgestane komt en groet de Zijnen en zorgt als Goede Herder in het uur van de dood. Hij Die Zelf al die vrees aan den lijve en in Zijn ziel ervaren heeft, weet met de moeden, doodmoe, 'n woord ter rechtertijd te spreken. Het Woord dat de krachten sterkt en onoverwinnlijk maakt. De Overste Leidsman en Voleinder van het geloof verzekert: Uw hart worde niet ontroerd... de dood is verslonden tot overwinning. Dood waar is uw prikkel? Hel waar is uw overwinning? Maar Gode zij dank Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus!
Dat is mijn enige troost! Kent u die in leven en sterven? Dan geldt: Vreest niet! Dat zegt Jezus en Zijn Woord wordt trouw volbracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's