Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen?
(5)
In dit vijfde en laatste opstel wil ik trachten op een drietal, onderling onlosmakelijk samenhangende vragen enigermate antwoord te geven. Zoals, maar dit terzijde, ook in de hieraan voorafgaande artikelen niet meer dan 'enigermate' antwoord is gegeven op de vraag die mij door de redactie werd voorgelegd: 'Wat kunnen wij voor onze dienstplichtige militairen doen? ' Volledig recht aan die vraag kan zelfs in een boekdeel niet gedaan worden. Daarvoor moeten wij te rade gaan niet bij menselijke woorden, maar uiteindelijk louter en alleen bij het Woord van God en ook de Geest van God. Die immers werkt, ten aanzien ook van helpende handreikingen aan onze militairen, 'het willen en het werken naar Zijn welbehagen’!
De eerste vraag die ons nu bezig houde, is: 'hoe gaat die 20-of 21-jarige de kazerne in'? In welke 'gestalte'? En nu zal menigeen onmiddelijk geneigd zijn om te antwoorden: 'als soldaat, vanzelfsprekend'. Net als ieder ander. Maar ik meen, dat de christen-militair een méér-waarde moet hebben. Want hij gaat niet, na zijn schooltijd of zijn burgerbaan nu iets totaal anders doen alleen, maar hij zal tevens (en ziedaar die 'meer-waarde') hetzelfde moeten doen als hij thuis deed of althans geroepen was te doen, namelijk getuige van Jezus Christus zijn. Dat moet zijn 'gestalte' (ook daar nu, in dienst nu) moeten zijn: discipel van Hem.
Breng hem, als u iets voor hem bij zijn in dienst gaan wilt doen, dat toch duidelijk in herinnering! En zeg daarbij, dat het altijd zo is geweest. Bij Koning David bijvoorbeeld. Die stond dan wel niet op de onderste sport van de militaire ladder, als soldaat dus, maar op de hoogste, want hij was koning... maar hij diende in dat leger in de gestalte van 'schaap van de grote Herder'! Zie daarvoor Psalm 23, waar deze koning belijdt dat hij zijn koningsschap wil beleven als schaap: 'De Heere is mijn herder...' Frappant is dat! En, om een voorbeeld uit het Nieuwe Testament te noemen: Lucas' beroep was dan wel 'arts', maar hij functioneerde (en functioneert door Gods genade nog stééds!) als 'evangelist'! En ook van Jezus Christus zelf wordt dat getuigd: 'Jezus de timmerman'... maar hij wérkte als 'de Knecht des Heeren'! Wat een kolossale 'meer-waarde'! Men zegt wel 'schoenmaker, houd je bij je leest'... maar Gods volk houdt zich bij de leest die van Godswege wordt aangereikt! En zijn Gode meer ('meer-waarde'!) gehoorzaam dan de mensen.
En of zich de doorleving van die meerwaarde, die gehoorzaamheid aan de roeping van Godswege, nu uit in (ogenschijnlijk zo tegenstrijdige) daden als
a. een beroep doen op de wet gewetensbezwaren ten einde burgerdienstplicht te vervullen of
b. alternatieve dienst (ontwikkelingshulp) of
c. een getuige zijn van Christus' Woord en Werk midden op de soldatenkamer... dat is (principieel) om het even!
'De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan'... en 'een ieder zij in eigen gemoed ten volle verzekerd'. Verzekerd, waarvan? Van het 'recht staan' onder het oog des Heeren! Van het gehoorzaam zijn aan Zijn Goddelijk bevel! Van het naar vermogen voldoen aan die gestalte, in de navolging van Christus, om op deze aarde en midden in ons beroep (onverschillig welk!) tot eer van God te leven, tot zegen van de naaste en in eigen zelfverloochening. 'Die gezindheid', zegt de apostel Paulus, 'zij in u, die ook in Christus Jezus was'. Die gezindheid in u... blijke dan ook aan de gestalte van u!
‘Mijn getuigen zijn'... niet dus 'getuigenissen van Mij geven', alleen. Dan zou het bij woorden blijven. Nee, het totaal van de jonge dienstplichtige is hier in geding: met woord en daad beide! Lichtend, zoutend... krachtens het licht dat hem bestraalt en het zout dat hem gegeven wordt. Ook staat er niet: 'gij zult Mijn demonstranten zijn'... dat is agressief, niet liefdevol. 'De liefde van Christus dringt ons'... zegt Paulus. Zeggen ook dienstplichtige militairen, onze dienstplichtige militairen hem dat na? Maar laten wij het hen dan voor-zeggen, aan-zeggen, toezeggen! Laten wij dat dan, bij hun in dienstgaan, voor hen mogen doen! En evenmin staat er, in alle eenzaamheid: 'gij zult Mijn getuige zijn', in het enkelvoud dus. Maar meervoud! Samen met het thuisfront dus, dat voor hen bidt. Samen met andere jongens in de kazerne, die door Gods goedheid als 'broeders' (ziedaar de waarde van het begrip 'maten') hun worden toegevoegd. Samen met de legerpredikant. Maar: samen! Samen in die gestalte verkeren in hun (zoals in een huwelijksformulier staat)... niét balen-tijd, maar: 'Goddelijk beroep’!
De tweede daarmee samenhangende vraag is: hoe houdt die knaap het al die maanden vol? En voor de beantwoording daarvan leg ik nu niet meer zozeer het accent op de 'Goddelijke opdracht' (zoals bij het antwoord op de eerste vraag: in welke gestalte hij de dienst moet binnengaan), maar het accent komt nu te liggen op: Gods belofte.
Het is een drievoudige belofte. Allereerst ten aanzien van hemzelf. Welke belofte is dat dan? Dat hij er minder op zal worden. Wijzend op Christus zegt Johannes de Doper dat: 'Hij moet wassen, ik moet minder worden'. Wat nodig is dat, om dat duidelijk te zeggen. Want de gehele wereld is er altijd weer op uit om, aan wat voor werk dan ook, tot aan godsdienstig werk toe, er zelf beter, meerder op te worden! Ik herinner me die duitse spreuk, die in gotische letters op de studeerkamer van mijn vader hing: 'Kleiner werden'! Dat is dwars tegen onze natuurlijke aandriften in, dwars ook tegen de tendenzen van de ons omringende wereld in. Maar het is naar de Geest van Christus! En Hem hebben wij na te volgen... over (daar hebt u het; niet het podium, maar: ) 'Golgotha'! En de weg naar de Paasmorgen, de Hemelvaart en het Vaderhuis met de vele woningen voert ons naar... en over (en Goddank ook: uit) die kruisheuvel Golgotha. En een dienstplichtige moge dan gewoon zijn klagend te wijzen op mindering in geldelijke inkomsten en via het koor der VVDM roepen om 'compensatie')... de soldaat zal zich voor alle dingen realiseren dat (niet zozeer zijn portemonnaie maar) hij zélf, ' zijn oude mens 'minder' moet worden... daar ook in militaire dienst, wil Christus daar en via hem... 'wassen'... 'meerder worden’. Nieuw
(vervolg pagina 204)
is dat. Nieuw en uniek. Hem dat te zeggen, hem daarmee vrede en dankbaarhieid leren krijgen... dat zouden wij voor 'onze militairen' kunnen doen!
Dan is er een belofte ten aanzien van emdersdenkende 'maten' rondom hem. Want heel vaak zal zijn 'getuige'-zijn voor eigen besef op niets uitlopen en misschien wel op moeilijkheden, op spot en hoon, op vereenzaming wellicht. Ook dit ervoer Christus zelf. 'Weet dat zij Mij, eer dan u, gehaat hebben'. Maar wat is de belofte dan? Hoe wordt de jonge getuige dan bewaard, volgens de Schriften, voor moedeloosheid en verloochening van zijn Heiland? Voor wereldgelijkvormig worden, een jonge Demas worden, 'hebbende tegenwoordige wereld lief gekregen'? (Want zulke Demassen zijn er onder 'onze' militairen helaas in overvloed).
Deze belofte is het: dat als hij zelf gefaald heeft in 'getuige-zijn'... er een Ander is. God zelf, die het overneemt! Ik zeg niet: die hem ontslaat van zijn opdracht. Ik zeg: die het overneemt! 'Hij zal zijn werk voor mij volenden' ! Falen priester en leviet (in de Gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan), en blijft die andersdenkende, in nood verkerende Jood daar op zijn levensweg liggen, dan komt er (tenslotte, als 'de Laatste''!) nog een Samaritaan, Jezus zelf, die redt, ongevraagd (zowel door die Jood als door priester en leviet), wat anderen volgens hun roeping hadden móeten redden!
Nogmaals: dat ontslaat die priester en leviet niet van hun blijvende opdracht en roeping, evenmin van hun schuld voor God en voor de mensen. Maar wel troostrijk is het! Troostrijk voor allen! Zijn genade is meerder dan ons hart!
Tenslotte is er een belofte, niet alleen voor de christen-soldaat en voor de andersdenkende met wie hij in aanraking komt, maar ook ten opzichte van Christus en diens uiteindelijke heerschappij zelf. 'De poorten der hel zullen haar niet overweldigen', staat als vaste belofte voor de uiteindelijke triomf van Christus opgetekend. Kay Munk heeft eens gezegd: 'God is géén democratische minister, die na een stemming aftreedt'. Hij blijft aan. 'Hij heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd', juicht Psalm 103. Dat wij dat aan de aangevochten en in vaak beangstigende minderheid verkerende christen-militair dan ook zeggen! De verschijnselen zijn heden ten dage zo tegen! Dat hij zich toch niet late imponeren door de Christus vijandelijke geest des tijds. Maar door de belofte van die Christus zelf! Hij blijft aan. 'Zie, Ik ben met u, al de dagen...' Is dat dan niet genoeg om moedig te leven? Niet 'Ik ben tegen u', maar 'met' u! Om dat Kruisoffer, waar Hij de straf doorleed van de toorn Gods (die zo tegen ons is)... opdat wij, en ook die christen-soldaat zouden ervaren: 'God is met u'! Wonder van genade! Zelf alleen maar afgronden te hebben van zondeval en diepe schuld. Maar een vaste grond buiten ons aangewezen en toegereikt te krijgen 'waar ik eeuwig op bouw', zoals een lied zingt. Waar mijn verwondering, mijn moed op rust om verder te gaan, hoe de tijden ook zijn. Waar de geloofstaal klinkt: 'Als God vóór ons is... wie zal tégen ons zijn? ’
Ten derde en ten laatste: de vraag 'hoe komt hij de dienst weer uit? ' En weer valt nu, bij de beantwoording, het accent op een ander woord. Een 'opdracht' werd genoemd bij het gaan in werkelijke dienst. Een drievoudige 'belofte' werd aangewezen bij zijn bestreden en aanvochten vervulling van die roeping. Nu valle het woord: 'bede'... Ik denk aan het ontroerende vers van Adriaan Roland Horst:
Ik zal de garven niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven...
Maar doe mij in de oogst geloven
Waarvoor ik dien...
'Doe mij...' 'Doe mij gelóven!' Dat is een gebed. Als een christen-militair in de houding staat voor zijn allerhoogste commandant, dan ligt hij op de knieën. Is dat zwak? Naar de maatstaven van de humanist misschien wel. Naar de maatstaven van de Heilige Schrift zeker niet. 'Ben ik zwak... dan ben ik machtig' ! En waarom zal hij dan bidden? Is het niet om de waarmaking van de Goddelijke belofte? De belofte, dat het gegeven, gebrekkig getuigezijn, het uitgestrooide zaad, 'dertig-zestigen honderdvoudig vrucht zal dragen'? Elke getuige kan (en dat zelfs nog enkel en alleen door Gods genade!) slechts tot het oor of voor het oog van die andersdenkenden komen. Maar alleen Gods Heilige Geest kan het doen doordringen tot het hart. Om daar 'vrucht'... te geven. 'Te geven...', want Hij wil gebeden zijn. Dragen zo de christen-militairen hun (misschien wel: Christus-vijandige) zaalgenoten op? In de navolging van Christus zelf, die vier vijandige soldaten, die Hem kruisigden, opdroeg met de bede: 'Vader vergeef hun...'? Doe... als u iets voor onze militairen doen wilt... dit: wijs hen op het gebed. Het gebed dat hun christen-zijn tot 'oogst' mag leiden. 'Oogst, waarvoor ik dien’...
Zo heeft die bede een persoonlijk aspect. Om zelf te blijven 'geloven'. Maar ook een zendingsaspect: dat in het leven van de ander, het dorre leven van die ander, 'oogst' mag komen, door eigen zaaien en door Gods grote wasdom. Maar dat breidt zich uit. Dat breidt zich uit tot het nationaal en internationaal en zelfs mondiaal aspect: 'dat de blinde heiden, nu van God gescheiden, eens Uw heil erkenn'.
Tot het 'de volken zullen Heer' U loven, de volken allemaal'! Tot de werkelijkheid van het profetisch visioen van een 'nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont'. Veel wijder, veel rijker is dat dan elke aardse, politieke gedachte over 'machtsevenwicht' tussen NATO en Warschau-Pakt.
Tot méér diene de christen-militair. Hij diene die eeuwige meer-waarde van de komst van het grote en blijvende Koninkrijk Gods. Daartoe, en tot niets minder, is hij geroepen! Zeg hem dat. Verzwijg dat niet. Meer dan de nederlandse wetgever is daar! En de bede zij, zowel van hem als van al Gods volk:
Uw Koninkrijk kóom' toch, o Heer'!
Ai... werp de troon des satans neer...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's