Sowjet-christenen schrijven het Westen
In het Westen zijn de laatste tijd velen, niet in het minst theologen, door de knieën gegaan voor de ideeën van Karl Marx. Het is bekend dat met name ook onder de katholieken in Frankrijk Marx' ideeën een goed onthaal vonden. Spreekt men christenen uit Oost Europa over bewegingen als 'Christenen voor het socialisme' dan kijkt men verbaasd. Niet zelden zegt men dan: laten de verkondigers van de marxistische en de (krypto)marxistische ideeën maar eens een kijkjein ons land komen nemen, dan kan men de vruchten ervan zien.
Dezer dagen kregen we in handen een brief van een communistisch land aan de christenen van het westen. De brief is opgenomen in het 'Archief van de kerken' 76'. Het stuk is te lang om het volledig over te nemen. We laten hieronder echter de meest sprekende stukken volgen. Nadat opgemerkt is, dat het aan de mazen' van de controle van de staat is te danken, dat enkele publikaties uit het Westen ook in communistische landen gelezen worden, en nadat gevraagd is hoe het mogelijk is dat zoveel misdaden, zoveel slachtoffers worden toegedekt, vervolgt de brief:
‘Bij de huidige opkomst van fascismen in de vorm van amerikaans imperialisme blijkt de sociale leer van de kerk uitermate broos'. Akkoord. Maar welke positie zullen de 'christelijke marxisten' innemen ten aanzien van de opkomst van fascismen in de vorm van communismen? Heeft men niet al te snel vergeten:
- de annexatie van een deel van Finland, Polen, Roemenië, Tsjechoslowakije?
- de bezetting van de baltische staten, de onmenselijke transporten van protestantse pastores en van andere personen uit die landen naar Siberië? -- het bloed dat vergoten werd bij de sovjetinterventie in Hongarije in 1956? - de interventie van de 'geallieerde socialisten' en de sowjet-bezetting van Tsjechoslowakije? - de stem van de sowjet-schrijvers en geleerden en tsjechoslowaakse schrijvers en geleerden, de duizende ballingen uit socialistische landen, het martelaarschap van de priester Joseph Toufar, de profetische dood en het zelfoffer van Jan Masaryk en Jan Palach?
Deze lijst is natuurlijk erg onvolledig.
‘Hoe zou men, geplaatst in het hart van deze volksbeweging, niet ten diepste gelukkig zijn', vraagt zich een katholiek 'oud-seminarist' af, die in 1969 lid werd van de communistische partij in Frankrijk....
Hoe zou u niet ten diepste gelukkig zijn, - u, gelovige ouders, wanneer men door een radicale discriminatie uw kinderen wegens uw geloof van de hogere scholen weert; - waneer u in de 'ideologische werkloosheid' ver keert, als u niet wegens economische crisis, maar wegens welke vorm van oppositie ook tegen de ideologie van de kliek die aan de macht is, of wegens de burgerlijke afkomst van uw voorgeslacht, uw werk verliest;
- wanneer u deze posten bezet ziet door mensen die niet méér gekwalificeerd zijn, maar alleen maar meer onderhorig aan hun meesters; - wanneer u indirect wordt gedwongen toe te treden tot een partij waarin u onmiddellijk bent blootgesteld aan een voortdurend onderzoek. Ook deze lijst van zegeningen is onvolledig. Uw gebrek aan kennis van de werkelijkheid van de 'socialistische' landen is voor ons onbegrijpelijk .(....)
Een van de grote motieven voor de hedendaagse inzet welke nu in het westen in trek is, is 'de bevrijding van alle onderdrukking'. Driemaal bevrijd, door de geallieerden in 1945, door troepen die door sowjet-specialisten werden gedirigeerd in 1948, en door socialistische geallieerden in 1968, beleven wij nu de periode van het afnemen van de vrijheid, zodat wij daarin specialisten geworden zijn.
Men preekt ons ook hier de vrijheid. Volgens sermoenen vol zalving is er onderscheid te maken tussen uw burgerlijke en onze communistische vrijheid. De eerste bestond in vrijheid van meningsuiting, van spreken, van vergadering, van staking, van manifestatie en van godsdienstige 'propaganda' - wel, laten we hier maar ophouden met de lijkrede op de overledene. Deze vrijheid was goed, goed voor de overgang, voor de tussenweg naar de opkomst van het communisme. Onlangs heeft zich inderdaad op deze manier de president van de communistische partij in Griekenland geuit, daarmee natuurlijk een gemeenplaats gebruikend uit de communistische ideologie.
Zodra de communisten aan de macht komen, gaan zij onmiddellijk over tot 'hun' vrijheid. Dat is een mengsel van theorie over de vrijheid als noodzaak en van intriges van de dictatuur, nu eens gecamoufleerd, dan weer openlijk, gewelddadig, onbeschaamd. De terreur zonder medelijden verdringt de rede; zo komt het, dat het communisme voor een tijd de vorm aanneemt van een blind geloof; het wordt een soort irrationalisme, een geestelijke epidemie.
Maar deze verblindende ziekte gaat voorbij: het is een voorlopige toestand. De revolutie en het communisme vestigen zich en nemen vaste vormen aan. Evenwel de dictatuur, die niet meer de dictatuur is van het proletariaat, maar van de kliek die aan de macht is, duurt voort; het bestuur wordt regelrecht antidemocratisch. De onredelijkheid brengt na de desillusie andere consequenties voort: de walging, de onverschilligheid, de frustratie, de huichelachtigheid, het systeem van elkaar aanbrengen, de corruptie van het karakter, de financiële corruptie, de vrees, de weerstand of de berusting. 'Men wordt communist' zonder overtuiging. 'Men applaudiseert eenstemmig' voor elke absurditeit zonder zich van zijn verantwoordelijkheid rekenschap te geven. Men wordt totaal gemanipuleerd. Men trekt zich terug in een absoluut privébestaan, verliest zijn persoonlijkheid.
De enige vorm van inzet in deze situatie kan niet positief zijn; het is de onophoudelijke en moedige kritiek. (....)
Een andere illusie die in het westen verbreid is, bestaat in het geloof, dat de collectivisering een eind maakte aan de economischeen maatschappelijke ongelijkheid. In feite zijn de miljonairs die met name bekend zijn, afgelost door anonieme miljonairs, die door de homonieme macht van de staat worden beschermd tegen bankroet (en tegen de terroristen). Zij leven zonder risico, zonder beheer, zonder concurrentie, zonder economische rekenschap, zonder verantwoordelijkheid.
Van de andere kant heeft de collectivisering de mens niet bevrijd van de onzekerheid, de angst en een nieuw praktisch materialisme van toenemende jacht op materiële goederen. Op paradoxale wijze heeft men een nieuw type van individualist en burger geschapen. Hij werpt zich op het weinige, dat hij bezit met een onvergelijkelijke vasthoudendheid, trekt zich meer dan ooit terug in zijn privé-sfeer. Uit een gevoel van wrok zoekt hij zijn frustratie te compenseren met idolen van de bourgeoisie: de auto, het tweede huis enz.
Daarentegen zijn er mensen, vooral onder de schrijvers, kunstenaars en intellectuelen, die in conflict met het regime hun werk hebben verloren zonder een gelijkwaardige situatie te kunnen vinden, en die nu bijvoorbeeld taxichauffeur zijn.
De economie wordt niet geleid door een wetenschappelijke analyse van de werkelijkheid, maar eerder door postulaten (let wel: postulaten) van de raad voor onderlinge economische hulp van de Warschaupactlanden.
Het kapitalisme heeft de materiële ellende voortgebracht; wij hebben daarvoor geen enkel excuus. Als het kapitalisme al niet in wezen 'slecht' is, is het in elk geval slecht in zijn gevolgen. Evenmin hebben wij een excuus voor de christenen met een kapitalistische mentaliteit. Voor ons is het kapitalisme definitief dood, het interesseert ons volstrekt niet.
Maar kunnen wij een onvoorwaardelijke en volledige absolutie geven aan het communisme? Het goede dat het communisme heeft gebracht, willen we niet ontkennen. Wij laten het zich beroemen op zijn verdiensten. Ootmoedig staan we ook toe, dat het communisme de christenen verwijten maakt en tot een genadeloos gewetensonderzoek verplicht. Toch verhindert dat ons niet het communisme te beschuldigen. Het is immers vandaag de dag er evenzeer de schuld van,
dat miljoenen mensen van honger sterven;
dat door zijn prestige, door zijn ideologie en zelfs door zijn verzet de situatie van de mensheid zo slecht is als ze is;
dat door zijn internationale intriges burgeroorlogen uitbreken enz.; dat er kolonialisme en uitbuiting van de satellietstaten plaatsvindt;
dat er culturele en geestelijke ellende heerst in de landen waar het aan de macht gekomen is;
dat er onverdraagzaamheid is en ideologische vervolging;
dat geweld wordt gepleegd, kampen voor dwangarbeid bestaan en psychiatrische iinrichtingen voor de intellectuelen die zich tegen het regime verzetten;
dat de mensen, zelfs de arbeidersklasse, gemanipuleerd en onderdrukt worden. (....)
Feitelijk zijn we arm. Maar dat is niet het ergste; er zijn ergere dingen. De mens is totaal afhankelijk van degenen die aan de macht zitten. Zonder schaamte herhaalt men ons het meest ergerlijke beginsel van het kapitalisme: Wiens(!) brood men eet diens woord men spreekt. Dit geldt niet enkel op het persoonlijk vlak; heel het land zit nu in de klem van politieke, economische, militaire en kolonialistische plannen van de Sowjetunie. (....)’
Handelend over de religieuze vrijheden zegt de brief:
‘De godsdienstvrijheid wordt inderdaad uitgesproken in de grondwetten van de 'socialistische' staten (behalve in die van Albanië), ze wordt bij elke gelegenheid herhaald (in de verklaring over de rechten van de mens; in het slotdocument van Helsinkienz. enz.). Maar deze unieke vrijheid bestaat alleen als een vrijheid van persoonlijke overtuiging, opgevat als privémening.
Alle andere religieuze vrijheden worden op zeer verschillende manieren in de verschillende 'socialistische' landen beperkt.
1. De vrijheid van eredienst is niet verboden; in beginsel wordt ze getolereerd, maar in de praktijk in verschillende graden en op verschillende manieren beperkt. Uitoefening van deze vrijheid schept in Tsjechoslowakije voor het politieke statuut van de urger een negatief criterium, met maatschappelijke en economische gevolgen.
2. De andere openbare uitingen van het religieuze leven worden beschouwd als een propaganda buiten de wet. Vooral de religieuze opvoeding van de jeugd wordt met alle mogelijke directe en indirecte middelen verhinderd. (....)
Het directe middel is het monopolie van de atheïstische propaganda, onder de indirecte middelen is vooral uitsluiting van hogere studies te noemen. De pers is erg beperkt. Zelfs, kerkelijke begrafenissen worden soms als propaganda beschouwd (de nazi's hadden dezelfde vrees) en doodsberichten vallen in sommige gevallen onder de voorafgaande censuur van de 'kerkelijke' secretaris van het district.
3. De kwestie wordt delicater bij een conflict tussen het geweten en de wet van de ene kant, de ideologie van de staat aan de andere kant. Een wet welke de 'godsdienstige overtuiging' vervolgt, bestaat niet - dat is waar; maar in de praktijk bestaat er een godsdienstve rvolging onder de meest verschillende vormen. Deze vervolging is tegen de wet, tegen de grondwet - maar ze bestaat. Het respectieve conflict wordt bijgevolg beoordeeld als 'misdaad tegen de staat'. Op deze manier bestaan er geen politieke gevangenen, en kunnen zij ook niet bestaan! (....)
Maar, de moeilijke materiële situatie, de gevangenissen, de hieruit voortkomende maatschappelijke situatie zijn niet het grootste kwaad. Vooral de waarde van het karakter en de morele waarden staan op het spel. De voortdurende veinzerij gewekt door administratieve maatregelen, de angst, het wantrouwen, de walging, de onverschilligheid, het gevoel van frustratie en zijr gevolgen - als dat al normale verschijnselen zijn in het westen - komen ook in de 'socialistische' landen voor. Zijn zij in het westen de vruchten van innerlijke decadentie, hier zijn zij de consequentie van een bepaalde keuze van de staat.
Daarom heeft het communisme alle krediet verloren, vooral onder de jongeren. Onze jeugd is noch communistisch, noch christelijk, noch waarschijnlijk socialistisch en zeker niet kapitalistisch. Zij is volkomen ontgoocheld, sceptisch ten aanzien van alle theorieën, vijandig aan uiterlijk vertoon, allergisch voor alle 'frasen' - of ze van de communisten komen dan wel van de kerk. Tegenover de mythe van de klasseloze maatschappij waar niemand in gelooft, stellen de jongeren persoonlijke waarden. Dit is één van de tekenen van de ontwikkeling naar een andere toekomst.
De vrijheid en de religieuze vrijheden zijn het uiterlijke aspect. Voor het innerlijke religieuze leven moeten wijzelf de verantwoordelijkheid nemen; dat kunnen we aan niemand anders overlaten. Hoe dit te doen?
De lezing van het evangelie in de 'socialistische' landen
Om zijn authentieke zending te vervullen, moet het christendom ervoor waken geen ideologie, welke dan ook te vormen. Het mag zich niet tegen zijn geweten in aan de gevestigde orde onderwerpen. De kerk moet de komst van het koninkrijk aankondigen zonder daarbij communistisch of kapitalistisch enz. te worden.
Ook in een socialistisch land is het zo naakt mogelijke evangelie de meest passende lectuur of liever de levensles bij uitstek. De meest authentieke lezing vindt plaats in de Sowjetunie, waar ze niet wordt aangevuld met geleerdheid, maar met gevangenschap wordt betaald. (....)
Het is waarschijnlijk, dat het evangelie zich eens in een communistische wereld zal bevinden. Gaat het verdwijnen? Zeker niet. Welke rol moet het in deze wereld spelen? (....)
Niet door de taal van de marxisten te vertalen in een kerkelijk of hemels dialect, noch door de inspanningen van de communisten met wijwater te zegenen. Deze open geesten stelden misschien veel meer vertrouwen in de bronnen van de christelijke spiritualiteit dan sommige christenen zelf.
Feitelijk heeft het evangelie de historische culturen niet door veranderingen omgevormd, maar door de werkzaamheid van een levend geloof en door de kracht van de Geest. Niet door docetist, caesaropapist of deïst te worden, maar door het historisch milieu om te vormen waarin het christendom gedwongen was te leven en welks taal zij gedwongen was te spreken. (....)’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1977
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's