De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijgeloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijgeloof

12 minuten leestijd

Ontstellend is de dagelijks toenemende vloed van bijgelovige lectuur en bijgelovige praktijken. Men gaat er steeds meer van horen en men gaat er ook steeds meer van zien. Woorden die nooit eerder doordrongen tot het gebied van de kennis van de gewone man hebben daarin thans een vaste plaats gekregen. Wie hoorde nooit van sensitivity-training, helderziendheid, occultisme, horoscoop, hypnose, yoga, telepathie en meer van die zaken? Deze vroeger zo vreemde en onbekende woorden zijn ingeburgerd en gemeengoed geworden onder de massa.

Wat er op occult gebied allemaal aan de hand is op het ogenblik is niet in een of twee artikelen te beschrijven. Het ene boek na het andere over onderwerpen op dit terrein verschijnt op de markt. Doch maar zelden zijn zij critisch ingesteld. Er schijnt veel aarzeling te zijn in de waardering van de verschijnselen waar zij betrekking, op hebben. Ook overigens goedonderlegde christenen kunnen er soms door in verwarring geraken.

Natuurlijk zijn er bepaalde verschijnselen waar men niet lang over na behoeft te denken om ze radikaal af te wijzen. Hoort men van verbonden die gesloten worden met de duivel, van waarzeggerij, van astrologie, van het dragen van amuletten, van koffiedik kijken, van transcendente meditatie, van magie, van spiritisme, dan is het oordeel gauw klaar. Men mag veronderstellen dat geen christen of christin ooit daar oor of hart aan lenen wil.

Ook zijn er allerlei bijgelovige voorwerpen en bijgelovige handelingen die niet alleen bij christenen maar bij alle mensen met een gezond verstand als humbug van de hand gewezen worden en soms meer op de lachlust werken dan dat men er ernstig mee bezig zou willen zijn. Wij denken aan kastjes voor aardstralen, angst voor het getal 13, het zogenaamde afkloppen, het duimen, het gebruiken van gelukspoppetjes in huis, stal, garage, auto of vliegtuig, het gebruiken van hoefijzers als - talismannen, het gebruik van rubberstrips aan auto's, en het zien van spoken.

Moeilijke gevallen

Maar er zijn ook de moeilijke gevallen. Pas las ik een brochure (Occultisme, GemeenteReveil 1975) waarin zelfs ook de psychoanalyse, waarvan honderden psychiaters als methode gebruik maken tot genezing van geestelijk gestoorde mensen, tot het bijgeloof werd gerekend. De vraag kwam bij mij op of men dan in het bestrijden van het bijgeloof niet over zijn doel heenschiet. Het is onmiskenbaar dat er tegen de methode van de psychoanalyse, die op Freud teruggaat, heel wat ernstige bezwaren zijn in te brengen, maar wil dat zeggen dat wij haar onder het bijgeloof mogen rangschikken en als een occulte macht mogen zien? Naar ik meen gaat dit te ver.

Vandaar de volgende opmerkingen waarin ik wil komen tot een waardering van het een en ander.

In de eerste plaats herhaal ik, dat er heel veel humbug schuilt onder hetgeen zich aandient als occult. Er zijn nu eenmaal vele handige jongens die van de onnozelheid van de gewone man gebruik weten te maken. Zij zijn hem tien keer te gauw af. In wat zij doen zit niets bijzonders, alleen wat oplichterij. Zij kunnen met de voorwerpen die zij in hun handen hebben goochelen, of zij hebben zich wat mensenkennis verworven en benutten dat om er een winstje uit te slaan. In de tweede plaats, er zijn mensen die op bepaalde terreinen meer begaafd zijn dan anderen of een zekere overgevoeligheid hebben voor het een of het ander. Er zijn kunstenaars die wonderwerken scheppen waar anderen verbaasd tegen opzien. Grote musici waren soms al heel jong uitzonderlijk begaafd; zij hebben meer bij hun geboorte meegekregen dan zij in hun leven verworven hebben. Zo zijn er ongetwijfeld ook op het terrein van de kennis van de mens, zowel lichamelijk als psychisch, mensen die, ook al hebben zij niet zulk een medische of pschologische of psychiatrische opleiding genoten als de vakmensen, toch wel heel wat weten van de mens en daarmee die mens kunnen helpen. Dit behoeft het aardse en dus het menselijk kenbare nog niet te boven te gaan. Aan invloed van duistere machten behoeft dan nog niet dadelijk gedacht te worden. Mits er maar niet allerlei magische praktijken aan verbonden worden, als strijken, zegenen, enz. Wij menen dat er eerlijke kruidendokters zijn, die weleens slagen kunnen daar waar gewone artsen falen. Tenslotte is ook de hele medische, ontwikkeling van de laatste eeuwen, hoeveel goeds zij ook gebracht heeft, en hoevelen zij ook tot zegen geweest is, niet vrij van bepaalde eenzijdigheden. Men begint dat in onze tijd hoe langer hoe meer in te zien. Alleen al de homoeopatische geneeswijze is een voorbeeld van een andere mogelijkheid om mensen te helpen. Er is naar ons besef geen enkele geneeswijze die men verabsoluteren mag, in elk zit een eenzijdigheid. En achter elk zit wellicht ook een bepaalde wereldbeschouwing, een visie op de mens, zijn natuurlijk en zijn geestelijk leven.

Natuurwetenschappelijk denken

Er is een tijd geweest dat men de ganse Kosmos zag als één geheel, beheerst door de wet van oorzaak en gevolg. Alles zou verklaarbaar zijn. Het natuurwetenschappelijk denken was het een en het al. Men had wat men noemt een mechanisch wereldbeeld. Heel de wereld één groot mechanisme, dat de mens mei behulp van zijn exacte methoden, via allerlei onderzoekingen en experimenten binnen afzienbare tijd zou doorgronden. Maar op deze idee is men terug gekomen. Dezelfde Freud, wiens wiens naam wij al zoeven noemden, ontdekte het 'onderbewustzijn' in de mens, en vooral het ruimte-onderzoek heeft uitgewezen dat wij nog maar aan het begin staan van ons kennen van het heelal. Veel van ons nu nog voorkomt als vreemd, wonderlijk zal mogelijk op de duur ons bekend en gewoon worden. Die mogelijkheid zullen wij moeten openlaten. Om een voorbeeld te noemen waar, wanneer en hoe en wat voor stralen er mogelijk van de aarde uitgaan is nog steeds object van onderzoek. Bijgeloof komt pas ter sprake als men angstig er voor is en zijn toevlucht neemt tot aardstralenkastjes, die men duur moet betalen, terwijl er vaak niet meer in zit dan een koperdraadje van een paar stuivers.

Echt occulte machten

In de derde plaats, er zijn intussen ook echt occulte machten, en niet weinige, met niet geringe invloed. Al het bovenstaande heeft geenszins de bedoeling de gevaren en de bedreiging daarvan te ontkennen. Hoe nuchter wij ook tegen de dingen aankijken, er is veel om bij te huiveren. Voor een christen behoeft het aan geen twijfel onderhevig te zijn dat de boze hier zijn triumfen viert. De geestelijke boosheden, waar de apostel Paulus over schrijft in Efeze 6, zijn realiteiten. Wij kunnen niet instemmen met de theologen die ze willen wegredeneren vanuit een 'verlicht' standpunt. Zo deed men al in de 18e eeuw met de wonderen. De duivel is niet maar een smoesje waar de moeders vroeger de kinderen mee zoet hielden. Er speelt zich op deze aarde meer af dan wij zien, hel en hemel zijn er bij betrokken. De duivel heeft de taktiek het te laten voorkomen alsof hij er niet is, opdat degenen die dat geloven des te gemakkelijker zijn prooi worden. Wij kunnen beter te gauw van bijgeloof spreken dan er helemaal niet over te spreken.

Het kwaad is al erger voortgewoekerd dan menigeen denkt. Men loopt soms zo gemakkelijk naar magnetiseurs. Weinigen weten dat ook beat-, jazz-, pop-, en rock-muziek op demonische invloeden teruggaan. Zelfs de christelijke gospelliedjes zijn niet zo onschuldig als zij er uitzien. Het lijkt een vermakelijk spelletje als iemand je aanbiedt de lijnen in je hand te bestuderen, om dan van daaruit iets te zeggen over je karakter en je levensloop, maar wees op uw hoede! Honderden eenvoudigen zijn al, zonder het aanvankelijk zelf te vermoeden, gevallen in de strik die de boze op dit terrein voor hen gespannen heeft. Er is thans, nu naast het ongeloof het bijgeloof weliger tiert dan ooit in onze christelijke landen, wel extra reden op te passen voor de listige 'omleidingen' van de duivel.

Men moet eens goed op zich laten inwerken de gedachte waar het in het bijgeloof eigenlijk om gaat.

Soms is er de grove Godslastering. Er bestaat occulte lectuur, waarin God op een afschuwelijke wijze gelasterd wordt. Verbondssluitingen met de duivel bestaan nog steeds. In bepaalde vormen van bijgeloof wordt satan als een god geëerd en gediend.

Maar er zijn ook de zeer kwalijke bezweringen. Zij baren niets dan haat, een vreselijke haat. Men neemt een beeld, om slechts één vorm te noemen, of een foto van de man of de vrouw die men haat en die men alle kwaads toewenst en men steekt dan met een speld in de ogen, in het vaste geloof de persoon zelf ermee te treffen. Zo kweekt men dienaren en dienaressen van de duivel, die een mensenmoorder is van den beginne.

In strijd met het gebod

Men neemt met behulp van bijgelovige praktijken eigen lot in handen. Als zodanig is alle bijgeloof een overtreding van het eerste gebod van de Wet Gods, dat zegt dat wij op niemand anders dan op de ware God vertrouwen mogen. Voorbeeld: de soldaat die de strijd ingaat raadpleegt een waarzegger of hij er het leven zal afbrengen. Stel dat die waarzegger positief reageert - , welk Godsvertrouwen kan die soldaat dan nog beoefenen? '

Het gaat in de bijgelovige praktijken altijd om eigen voordeel. Zij worden uit egoisme geboren. Men wil er beter van worden.

Maar wat het ergste van alles is, men passeert God, de levende God men loopt Hem voorbij. In de praktijk maakt het verschil tussen ongeloof en bijgeloof niet zo veel uit. Beide staan radikaal, tegenover het geloof, in elk geval tegenover het ware geloof. In alle bijgeloof wordt God onteerd, zelfs al noemt men zijn naam.

Men komt ermee in de macht van duistere geesten. Men gaat er de nacht mee in. Men komt ermee op de plaats waar de lamp, naar het woord van de Schrift, uitgeblust wordt in dikke duisternis. Satans greep is een wurggreep. Het is moeilijk uit die greep van satan verlost te worden. Ontmoeten wij mensen die er in terecht gekomen zijn laten wij dan ter harte nemen het woord van Christus: Dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten. Het is niet zo verwonderlijk dat met name in onze tijd het bijgeloof krachtig herleeft. De mens die God kwijt is zoekt angstig naar vastigheden. Waar het geloof terug gedrongen wordt rukken ongeloof en bijgeloof op. Men heeft de 19e eeuw de eeuw van het satanisme genoemd, met meer recht kan men de 20e eeuw zo noemen. Alleen al het aantal spiritisten is op het moment ongeveer 50 miljoen.

Ergens moet er ook medelijden zijn met allen die ertoe gekomen zijn hier hun heil te zoeken, terwijl zij er niets dan onheil zullen vinden. Men kan er beter om wenen dan om lachen. En dan de handen uitsteken om nog te redden wat er te redden valt.

Er zijn vele antichristen uitgegaan, zegt de Schrift. Die Schrift is heden in onze oren vervuld. Zo is er ook, gelijk diezelfde Schrift zegt, een kracht der dwaling uitgegaan, waar­ door de mensen de leugen geloven (2 Thess. 2:11).

De waarheid van het Evangelie laat men liggen en de leugens van den boze worden grif geloofd. Dat doet aan de eind-tijd denken.

Weerstaan

Satan heeft maareen korte tijd en hij weet dat. Hij zet alles op alles? gelijk in de dagen toen onze Heere op aarde was.

Hij geeft daarmee intussen zelf te kennen dat hij een overwonnene is. Overwinnaars kunnen geduld oefenen, overwonnenen nooit.

Dat verklaart waarom Christus zoveel passeren laat, zonder, naar het schijnt, ook maar een hand uit te steken. Zijn tijd komt wel. Kan dichterbij zijn dan wij vermoeden. Een christen leest de geschiedenis van achteren naar voren; ook wat heden gebeurt zien wij vanuit het einde.

Maar dat werkt meer activerend dan sussend.. Wij geven niet alles zomaar aan de duivel over. Geen mensen en geen wereld. Al ston-den wij op de laatste barricaden van het rijk van Christus hier in het Westen dan zouden wij nog bereid zijn al ons kruit te verschieten. Israels profeten hebben de valse profeten weerstaan. Het gilde der valse profeten is waarschijnlijk nog niet uitgestorven. Allen die de profetie die niet uit mensen maar uit God is, willen dienen hebben dus werk in overvloed. Maar ook positief is er nog veel te doen. Er zijn bolwerken die ook de duivel niet nemen kan. 'En de HEERE zal over alle woning van den berg Sion, en over hare vergaderingen, scheppen een wolk des daags en een rook, en de glans van een vlammend vuur des nachts, want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen' Jes. 4 : 5). Waarde heerlijkheid des Heeren is, verdwijnt alle magie, zowel de witte als de zwarte. Kinderen en jonge mensen, voor wie de gevaren het grootst zijn, trachten te bewaren binnen de lichtkring - van die heerlijkheid en afgedwaalden, gevallenen in de strikken van de boze, trachten er opnieuw óf voor het eerst binnen te brengen, is tegelijk onze roeping en een voortreffelijk werk. Elk mens is er één. Om de honderden zien wij de énen soms over het hoofd. Duivelen uitwerpen in de naam van Christus doen christenen nog dagelijks, gewoonlijk zonder het zelf te weten. Waar oprecht gebeden wordt varen zij gedurig weer in legio uit, of worden zij in ieder geval met kracht weerhouden. Geeft den duivel geen voet. Nergens en nooit. Oefent geloof en het bijgeloof mist haar kansen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bijgeloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's