De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kennis van Gods voorzienigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kennis van Gods voorzienigheid

10 minuten leestijd

Een zee van vragen spoelt over ons heen, als wij ons verdiepen in de voorzienigheid van God. Het woord voorzienigheid kennen we. We verstaan er onder, dat God alle dingen naar Zijn raad leidt en bestuurt. Zijn vaak verborgen wil. Nu, het is maar al te moeilijk om zicht te krijgen op dat, wat de Heere met ons leven wil. Als wij letten op de gang der dingen in het grote geheel van de wereld, dan is ons dat soms zelfs compleet een raadsel. Het lijkt, alsof het alles op zijn kop staat, net als dia's, die verkeerd in de projector staan. Het hoe van Gods voorzienigheid is ons vaak o zo duister.

Een aangevochten belijdenis

Dat is wel het allermeest het geval bij velen die - van God weinig meer weten dan dat Hij bestaat.

Van huisuit zijn zij wellicht gewend geweest om overal, zelfs in de kleinste dingen van hun leven Gods wil te ontdekken. Maar door een opeenstapeling van verdrietigheden in hun le ven zijn ze zo teleurgesteld in die leiding van God, dat zij aan alles gingen twijfelen, zelfs ook aan God zelf. Er klopt immers niets van, als de Bijbel zegt: 'God is liefde!'? Kijk het maar na in het wereldgebeuren. Onnozele kinderen, die sterven door oorlogsgeweld. Duizenden, die een plotselinge dood vinden door een aardbeving. De wereld is vol van een nameloos lijden. En waar blijft dan God, die naar het oordeel van de Kerk zo goed is? De boodschap van de Bijbel lijkt hun ongeloofwaardig. Gods voorzienigheid is het grote struikelblok. Er blijft hun weinig anders over dan maar te hopen op een handvol geluk te midden van het raadselachtige bestaan. Of geworpen in dat bestaan als zij zich gevoelen (ze hebben er zelf niet om gevraagd) gedragen zij zich als een held en zullen er zich zo goed mogelijk doorheen slaan. Desnoods zetten zij met alle geweld de dingen op aarde recht. En zo bonzen ze hartstochtelijk op de gesloten deuren van het paradijs. 

De belijdenis van Gods voorzienigheid lijkt, een erg ondoorzichtig iets. Niet alleen bij mensen die uitgaan van een eenzijdig onbijbels godsbeeld en met die voorzienigheid van God overhoop komen te liggen, omdat nu eenmaal lang niet overal en altijd blijkt, dat God liefde is. Niet alleen bij hen, maar ook vaak bij de kinderen van God zijn er de grote vragen, de bange twijfels. Wie denkt niet aan de levensbiecht van het teleurgesteld kind van God, Prediker met zijn IJdelheid der ijdelheden? Wie denkt niet aan de aanvechtingen van Job? Wie kent niet op zijn tijd de worsteling van Asaf, die het maar niet klein kon krijgen, dat God de rollen omkeerde: de goddelozen vrede, de vromen enkel tegenspoed. Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan, maar het was moeite in mijn ogen' (Ps. 73 : 16). De belijdenis van Gods voorzienigheid is een aangevochten belijdenis. Het probleem van de zg. theodice, de rechtvaardiging van Gods wereldbestuur is zo oud als de wereld. Wat moeten wij aan met deze ondoorzichtige en aangevochten belijdenis omtrent Gods voorzienigheid? Kunnen we er maar niet beter het zwijgen toe doen? God is groot en wij begrijpen Hem niet. Is zwijgen hier niet welsprekender dan iedere schoonklinkende rede, die de knopen van het raadselachtige Godsbestuur zoekt te ontbinden? Nee toch niet. Want in ons zwijgen ligt God maar al te vaak onder zware verdenkingen. En dat is voor het geloof onverdraaglijk.

Twee bronnen?

Het eerste, dat we zullen moeten opmerken, als het over voorzienigheid gaat, is, dat we er alleen recht over kunnen spreken in Bijbels licht. We moeten afrekenen met de idee van een voorzienigheid als een articulus mixtus. Dat wil zoveel zeggen als dat we naast de Bijbel ook de geschiedenis als tweede kenbron van de voorzienigheid, willen hanteren. We lezen dan aan de gang der dingen af, wat God met ons wil. We hinken op twee gedachten. De Bijbel zegt ons een paar algemene dingen over het Godsbestuur, waar we overigens dan vaak maar weinig mee uit de voeten kunnen. Voor de rest concluderen we uit het wereldgebeuren en uit de gebeurtenissen van alledag, wat God van ons vraagt. Maar dat is natuurlijk van huisuit zijn zij wellicht gewend geweest om overal, zelfs in de kleinste dingen van hun leven Gods wil te ontdekken. 

Hitler

Ik geef een tweetal voorbeelden van zo'n voorzienigheidsgeloof, waarin niet het Bijbelse Godsgeloof beslissend uitgangspunt is. Het eerste is dat van Adolph Hitler en zijn kameraden, die met een beroep op Gods voorzienigheid het Germaanse ras vergoddelijken: 'Deutschland, Deutschland über alles.', 'Wij zijn de heersers der aarde'. Zes millioen Joden sterven in gaskamers en concentratiekampen. God wil het. Die God tenminste, die Hitler zich heeft uitgedacht, een voorzienigheid, die als een goddelijke idee opklimt in een waanzinnig mensenverstand. Weg met de God van het Oude Testament. Weg met dat boek der Joden ook. De idee God wordt geannexeerd voor een ideologie. God is gelijk aan het stuk geschiedenis, dat wij mensen denken te maken.

Het zal duidelijk zijn, dat wie zo over de voorzienigheid wil spreken, zich vergrijpt aan de hoge God Zelf. En de geschiedenis van het Duitse rijk zij ons dan ook een teken aan de wand. Zo mag het niet en nooit. Dat komt er dan van, als men niet uitsluitend wenst uit te gaan van wat heel de Bijbel ons zegt over de voorzienige God. En dat is dan ook onze waarschuwing aan het adres van neomarxistische theologen, die in onze dagen bezig zijn aan sociale structuren in de wereldgeschiedenis af te lezen, wat God met ons wil en wat het heil Gods op aarde is.

Stoïcijnse berusting

Een tweede voorbeeld van waar men terecht kan komen, als we niet vanuit het bijbelse Godsgeloof over de voorzienigheid willen spreken, is een soort heidens voorzienigheidsgeloof, dat druk gevonden wordt onder ons, ook bij mensen, die sinds jaar en dag van Zondag tot Zondag onder de prediking zitten. Hoevaak hoort men immers ook onder kerkelijke mensen niet spreken van het Opperwezen, dat alle dingen regeert. Er is dan vaak sprake van een diep religieuze instelling. Er is een besef, een gevoel van grote afhankelijkheid van God. Hij heeft het voor het zeggen. En als de dingen eens radicaal vastlopen in het leven, dan heet het 'Je moet 't maar nemen, zoals het valt.' 'Het wordt je immers niet van mensen aangedaan.' "t Helpt toch niet, al verzet je je ertegen.' 'Berust er maar in.’

Deze berusting lijkt christelijk. Maar ze is puur heidens. Aan een meisje, dat een ernstig ongeluk had gehad werd eens gevraagd, hoe ze het alles verwerkt had. 'Ach, ' zei ze, 'het zal me niet baten, als ik er tegen op sta.' 'En als 't dan wel eens hielp, wanneer je eens goed met je vuist op tafel zou slaan', vroeg men. 'Nu', zei ze, 'dan weet ik nog net zo niet, wat ik zou doen.' Berusting is bepaald niet altijd christelijke overgave aan Gods leiding. Het is soms gecamoufleerde opstand. Het is meestal wat anders dan wat God ons in Zijn Woord voorhoudt, als Hij de grote lijder Job laat zeggen: Zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? ’ (Job 13 : 15).

Leerjongeren van Christus zijn

Wij komen nog een keer tot de conclusie, dat we geen zicht krijgen op de voorzienigheid Gods buiten het Bijbelse Godsgeloof om. Dan alleen maar een karikatuur van de voorzienigheid. Artikel 13 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: 'Wij geloven, dat die goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, deze niet heeft laten varen, maar ze naar Zijn heilige wil alzo stiert en regeert, dat in deze wereld niets geschiedt zonder Zijn ordinantie'. 'En aangaande hetgeen Hij doet boven het begrip des menselijken verstands, dat zelve willen wij niet curieuselijk (nieuwsgierig) onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan; maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen Gods, die ons verborgen zijn; ons tevreden houdende, dat wij leerjongeren van Christus zijn, om alleen te leren hetgeen Hij ons aanwijst in Zijn Woord, zonder deze palen te overtreden’.

Op de berg des Heeren zal het voorzien worden.

Dat is Schriftuurlijke taal. Wij moeten de palen van Gods Woord niet overtreden. Wij moeten leerjongeren van Christus zijn. Nu, Gods Woord en Christus geven ons genoeg mee om geloofszicht te krijgen op de voorzienige God. Beperken we ons voor dit keer slechts tot twee dingen. Allereerst de geschiedenis van Abrahams offer op Moria. Over leiding Gods in het leven van een mensenkind gesproken. Abraham moet er alles aan wagen: Izak, zijn lieveling, het kind der belofte, \waaraan zijn toekomst en ook die van de wereld hangt; want uit Izak zal de Messias geboren worden. Heeft God ooit met één van zijn kinderen zo aangrijpend wonderlijk gehandeld als met Abraham? Hij de Souvereine, voor wie Abraham stof en as is, vraagt van hem dat hij Hem billijkt, zelfs als Hij Izak moet doden. Dat element kan in een voorzienigheidsgeloof niet gemist worden. Maar dan opeens dat verrassende, dat ondoorgrondelijke en aanbiddelijke genadewonder, dwars door de oordelen heen. Terwijl Abraham klaar staat met het mes om zijn zoon te doden, de roepstem van God: Strek uw hand niet uit aan de jongen en doe hem niets' (Gen 22 : 12a). Een ram, door Gods voorzienigheid achter Abrahams rug gehouden, zal het plaatsvervangende offer voor Izak zijn. En het geloof van Abraham, dat zelfs door de dood van het kind der belofte heen is blijven hopen, aanbidt de uitkomst: De Heere heeft het voorzien'. Op de berg des Heeren zal het voorzien worden. Zo is Abraham er met de voorzienigheid uitgekomen. Men moet niet zeggen, dat deze geschiedenis met het thema van de voorzienigheid niet zoveel te maken heeft. Hier hebben we het hart van de zaak. Want Abrahams offer is profetie van het offer van Izaks grote Zoon op Golgotha. Nooit heeft de voorzienige God met Eén van Zijn kinderen zo aangrijpend gehandeld als met dit Kind. Daar de billijking van de oordelen Gods over zondaren tot in de bitterste Godsverlating. Daar het schouwspel van de souvereiniteit Gods als Hij afhandelt met de zonde. Maar daar ook het aanbiddelijke genadewonder, dwars door de oordelen heen. God heeft er Één, Zijn enige voor over gehad om plaatsvervangend aan Zijn recht te voldoen en te voorzien in de grootste nood van 's mensen bestaan, die van de ontzagwekkende breuk van de zonde. Als wij door het geloof deze voorzienige God op Golgotha in het hart mogen zien, besterven dan niet alle aanvechtingen in onze ziel, wijken dan niet alle twijfels van onze lippen?

‘Want ik ven verzekerd', zegt Paulus, 'dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch machten noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte noch diepte noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde Gods, welke is in Christus Jezus onze Heere' (Rom. 8 : 33, 39). Hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? ' (Rom. 8 : 32b).

Alleen vanuit dit hart van het voorzienigheidsgeloof worden de dingen van het Godsbestuur zichtbaar. Hoe dan? Dat hopen we in een volgend artikel te zien. Het is in ieder geval niet zo, dat het christelijk voorzienigheidsgeloof is opgebouwd uit een algemeen godsbesef, een zich schikken onder het Opperwezen, en een latere aanvulling daarvan met beseffen van Gods Vaderlijke gevoelens over ons. Het artikel over de voorzienigheid is geen articulus mixtus. Dat wordt heidendom. Germaans heidendom, dat ras, bloed en bodem op de troon helpt. Of Grieks heidendom, een Stoïcijnse gelatenheid, blind noodlotsgeloof. Daar moeten wij van af. Calvijn heeft gezegd: 'Buiten Christus is God voor ons een donker labyrinth'. De eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus is voor het Christelijk voorzienigheidsgeloof de God, met wie wij leven en met wie wij sterven. Dat is geen struikelblok, maar hoop, die al het leed doet verzachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1977

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

De kennis van Gods voorzienigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1977

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's