Groen van Prinsterer en het CDA
Een eeuw na Groens overlijden, dus in 1976, organiseerden de A.R.P. en de C.H.U. een Groen van Prinsterer-herdenking. Hun politieke weekbladen en wetenschappelijke tijdschriften brachten Groen-edities uit en op de dag zelf (19 mei) vond na een kranslegging op Groens graf ook een herdenkingsdienstplaats in 'zijn' kerk, de Waalse kerk aan het Noordeinde in Den Haag. Schrijver dezes was daar ook bij. Hier spraken prof. dr. J. W. van Hulst, dr. W. Aalders en mr. A. M. Donner over Groen en het onderwijs, de theologie en de politiek.
Een staatsman ter navolging
Wat toen geschreven en gesproken werd vond men zó waardevol en uniek, dat men er een gedenkbundel van gemaakt heeft. Die bundel ligt nu vóór ons, onder de titel 'Een staatsman ter navolging'.
Niet minder dan 34 vooraanstaande figuren uit wetenschap, politiek of kerk belichten in dit boek een aspekt van Groen. Want niet alleen de staatsman, maar evenzeer de 'kerk-man' Groen komt aan de orde. Intussen is ook deze bundel natuurlijk nog de wetenschappelijke biografie niet, waar wij al jaren naar uitzien. Groens levensloop gaat hier schuil achter zijn betekenis. De lijnen worden doorgetrokken naar nu. En dat is minstens zo boeiend. Hoe lopen die lijnen dan?
Het gedenkboek is uitgegeven door de vormingsstichtingen van A.R.P., C.H.U. en... K.V.P. Het R-K. voorwoord zegt: 'de drie stichtingen willen er ook het integratieproces van de drie partijen mee begeleiden'. Zij moeten bedenken, 'dat wie in elkaars familie treden niet eigen herkomst en karakteristieken prijs geven, maar de wederzijdse voorouders aanvaarden als stamvader van hun gemeenschappelijke toekomst'. Op de achterzijde van de bundel prijken dan ook de letters: CDA. Afwezig zijn de S.G.P. en het G.P.V. Zij waren ook afwezig bij de herdenking zelf. Ik vond: pijnlijk afwezig. Heeft het G.P.V. geen Groen-van-Prinsterer-stichting? Wel is er een korte, maar prachtige bijdrage van ds. H. G. Abma, die eigenlijk deze hele herdenking vanuit Groen zelf bekritiseert. En daarmee is het probleem scherp gesteld. Een staatsman ter navolging, ja! Maar waar kom je dan anno 1977 concreet terecht? Bij de grote drie ( het CDA dus) of bij de kleine drie? Daar gaan we deze bundel dan op nalezen! Ter navolging, maar hoe?
Maar hoe?
We beginnen bij: Groen en het geloof. De réveil-deskundige dr. E. Kluit vertelt ons opnieuw van Groens omkeer in Brussel, van de invloed van het Europese en Nederlandse réveil, en van zijn leiderschap daarin. Dat réveil was een her-ontdekking van de Reformatie. Daarover schreef Merle d'Aubigné. Daarin gaat de historicus Groen zich verdiepen. Deze Reformatie was niet zoals Roomsen en liberalen toen beweerden - voorloper van de Revolutie, maar herontdekking van het Evangelie. De Reformatie is uitgangspunt geworden voor Groens Handboek der geschiedenis van het Vaderland. Zelf gaat Groen na de Afscheiding van 1834 strijden voor reformatie in de vervallen vaderlandse kerk. Daarover schrijft de kerkhistoricus prof. dr. J. v.d. Berg. (Door het fragmentarische van deze bundel komt niet uit de verf, dat inderdaad de Afscheiding de stoot gaf voor de strijd binnen de N.H.Kerk). Vanuit dit Réveil komt Groen dan ook in de politiek. En hier strijdt hij voor behoud en herstel van het protestants karakter van land en volk! De twee R.-K. historici, die ook hun (voortreffelijke) bijdragen leveren in deze bundel, kunnen en willen er niet om heen, dat Groen door-en-door reformatorisch geloofde en handelde. Zij onthullen ons zelfs een plan van de jonge Groen, om N.-Brabant en Limburg een afzonderlijk bestuur te geven. Nederland moest z.i. gesplitst worden in een katholiek en een protestants deel, verenigd in federatief verband! Dr. Beekelaar spreekt spottend van een 'soort apartheidsstaat voor de roomse inboorlingen onder de grote rivieren'. Men bedenke wel, dat dit plan gelanceerd werd onder indruk van de afscheiding van België. Maar Groen heeft het nooit herroepen, verzekeren ons de R.-K. auteurs, al is hij er na 1840 ook nooit meer over begonnen. Zij nemen het Groen nog kwalijk, dat hij blijkbaar de emancipatie van de Generaliteitslanden én van de (evenveel!) kathoheken boven de grote rivieren nog niet geaccepteerd had en dat hij hen de godsdienstvrijheid niet gunde, waarvoor hij t.a.v. de Afgescheidenen had gepleit. Maar na de grote grondwetswijziging van 1848 in de kamer gekomen, hoopt Groen op R.-K. steun inzake de onderwij skwestie. Het herstel van de R.-K. hiërarchie in 1853 moet hij wel aanvaarden en met de zgn. april-beweging hiertegen doet hij niet mee. Bij de neutralisering van het openbaar onderwijs (n.b. door zijn geestverwant Van der Brugghen) in 1857 protesteert Groen heftig, maar de helft der R.-K. kamerleden (en de bisschoppen!) staan aan zijn kant. Aan de 'traumatische obcessie inzake een rooms-liberaal monsterverbond' (opgedaan bij de Belgische opstand) kwam nu een einde. 'Niet Rome was onze gevaarlijkste vijandin', maar de conservatief-liberale politiek, die in Kerk en school de christelijknationale volksaspiratiën gesmoord heeft' zegt Groen nu. Zo ontstond de coalitiegedachte. Samen strijden voor (ieders eigen!) bijzonder onderwijs. Kuyper, in zijn jeugdjaren zeer anti-papistisch, gaat dat verwezenlijken, en spreekt dan zijn bekende woord over dezelfde wortel des geloofs. De vraag rijst, wat wij nu t.a.v. Groen mogen concluderen. De éne R.-K. auteur, dr. Kasteel zegt: 'Zo hij nog onder ons was, zou de classicus Groen zeggen: 'nil novi' d.w.z. 'niets nieuws', want ook nu loopt de scheidslijn tussen geloof en ongeloof. Ook Beekelaar ziet in de coalitie het vetrekpunt voor een samenwerking die uitloopt op het CDA, maar hij durft niet te zeggen of Groen hierover verheugd zou zijn geweest: hij was en blijft een negentiendeeeuwer. Andriessen noemt Groens karaktervolle houding een prikkel voor ons bij de opbouw van het CDA. Aantjes zegt: we moeten weer terug naar Groen, die ook als politicus allereerst evangelie-belijder was, en steeds naar beginselen vroeg”.
Maar hij zwijgt hier over het CDA. Kruisinga zegt: 'Hoezeer zou Groen, in deze tijd geleefd hebbende betrokken zijn geweest bij de inspanningen om eenheid binnen de Nederlandse christen-democratie tot stand te brengen. Hoezeer zou dat vooral het geval zijn geweest bij de worsteling in politicis om de eenheid der protestantse christen-democraten in ons land te hervinden'. 'In die zin ligt in zijn gedenken ook een opdracht voor zijn geesteskinderen de eenheid, die in de tijd van Lohman en Kuyper verloren ging te hervinden'. Merkwaardige uitspraak! A.R. en C.H. hebben die eenheid samen nooit kunnen vinden; met de K.V.P. erbij zal het nu wel lukken! Wat is er intussen gebeurd? Dat is de vraag!
Niet annexeren
Laten we Groen niet annexeren voor onze plannen! Coalitie is wezenlijk anders dan federatie! Coalitie is een praktisch en tijdelijk samenwerken van partijen in regeringsverband. Federatie is een principieel samengaan. Wil men het CDA verdedigen, dan late men Groen rusten en kome men met pricipiële en praktische argumenten. Dan kan men stellen dat Rome sindsdien veranderd is en dat is zo. Maar hoe? In Bijbelse of vrijzinnige geest? Dan kan men stellen dat we op de laatste fronten staan. En dat is zo. De kerkelijke partijen zijn alles bij elkaar nog maar een minderheid. De K.V.P., voor wier macht wij vreesden, is gehalveerd in tien jaar tijds. De C.H.U. is zienderogen geslonken! Blijkbaar zitten allen in een aangrijpend déconfessionaliserings-en ontkerkelijkingsproces. Bundeling is dan de laatste kans. Tenslotte kan men zeggen: er moet ook nog geregeerd worden; dat laten kleine getuigenispartijen maar aan anderen over. Dat zijn reële argumenten.
Ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd ten. Ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd bij zijn keus tussen de grote of de kleine drie. Wil men Groen er toch bij halen, dan bedenke men, dat hij altijd een breed-reformatorisch éénheidsfront begeerde, dat hij zijn theocratische visie (openbare school met de Bijbel!) wél noodgedwongen in de kamer moest laten rusten, maar in zijn hart niet losliet; dat hij, als het beginsel dit eiste, helemaal (of met enkelen) alléén durfde staan, ook al wist hij dat er geregeerd moest worden en was hij daar zelf in principe toe bereid en in staat; en tenslotte dat zijn oecumenische ideaal wèl Ethischen en Afgescheidenen omvatte, maar nooit breder is geweest dan de Evangelische Alliantie. En wat de Ethischen betreft: dr. W. Aalders toont aan dat ze hem een levenslange teleurstelling bereid hebben. 'Hun grondfout is hun verwantschap met de dwaling van de tijd'. Bezinnen wij ons samen op de conclusie.
Laat niemand Groen annexeren. Laat ieder van hem willen leren. Hij stond nog vóór en staat daarom nu boven de partijen. Aalders zegt: 'Maar wèl is er reden om te eindigen met de verzuchting: zulke evangeliebelijders, - zijn die er nog in onze eeuw? '. Dat doet denken aan wat farao zei, toen Jozef hem met het oog op de toekomst van het land een concreet regeringsprogram voorstelde: Zouden wij wel een man vinden als deze, in wie Gods Geest is? '. Deze tekst uit Gen 41 : 38b is dan mijn stemadvies.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's