Geestelijk ontwaken
Confrontatie met hedendaagse stromingen en bewegingen?
Het zal u reeds zijn opgevallen: achter de titel van beide morgenreferaten: geestelijk ontwaken - persoonlijk, en: geestelijk ontwaken - gemeentelijk staat géén leesteken. Maar achter de woorden: geestelijk ontwaken - confrontatie met hedendaagse stromingen en bewegingen staat wèl een leesteken, en dan nog wel een vraagteken.
Dat vraagteken komt in eerste instantie voor rekening van het hoofdbestuur. Maar ik zeg er meteen bij: ik neem dat vraagteken ook óver. Het gaat er vanmiddag om: is alles wat zich aandient in hedendaagse stromingen en bewegingen allemaal wel 'Geestelijk ontwaken'? Of lijkt het er alleen maar op? Of lijkt het er helemaal niét op? Of: is het wel geestelijk ontwaken, maar zijn er zóveel vragen te stellen, dat we vele vraagtekens moeten zetten? Misschien is het eerst goed om te zeggen wat we met 'hedendaagse stromingen en bewegingen' bedoelen. Bedoeld is: allerlei vrije groepen, die zijn opgekomen met name in de laatste jaren, dikwijls jongerengroepen, groepen in of rond een koffiebar. Youth for Christ-groepen, Navigators, groepen rond de geloofszendingen, ook wel groepen, die een hang hebben naar de Pinkstergemeente, naar de Jezusbeweging of naar de Children of God, van die groepen gaat van de één méér, van de andere minder een sterke zuigkracht uit op vooral jongeren binnen en buiten de kerken. Het lijkt of daar alles fris en nieuw is, alles Bijbels leven, terwijl het in de gevestigde kerken allemaal dor en doods is.
Als ik dat allemaal zo zeg, moet ik eerst 2 opmerkingen maken:
1. We kunnen die groepen eigenlijk niet zomaar in één adem noemen: er ligt nogal wat verschil tussen de ene groep of beweging en de andere. Het woord vrije groepen zegt het al. We moeten generaliseren, en generaliseren heeft altijd het gevaar in zich, dat men aan de één of ander geen recht doet. Ik hoop dat u dat vanmiddag wilt bedenken.
2. De 2e opmerking is van heel andere aard: Het is niet zo simpel zómaar een vraagteken te zetten achter geestelijk ontwaken bij hedendaagse stromingen en bewegingen, alsof het bij óns alles is en bij hun niets of bij hun op z'n minst allerlei vragen zijn te stellen. In de Ie plaats is het de vraag of het bij ons alles is. Maar in de 2e plaats: het is nogal niet wat, dat, terwijl het in de gevestigde kerken allemaal achteruit lijkt te gaan (de feiten wijzen dat uit), aan de andere kant velen, vooral jóngeren, worden aangezogen door de vrije groepen. Wat hebben die vrije groepen te bieden? Eenvoudige Bijbelstudie, en daarnaast veel gebed! Jongeren in de vrije groepen doen veel aan Bijbelstudie, vormen dikwijls hechte gebedsgroepen en hebben een sterke zendingsen evangelisatie-ijver. Waar roept iemand van óns een aantal jongeren bijeen om samen bijv. één avond per week de Bijbel te lezen en te bestuderen, te zingen en te bidden, ook al zijn de vormen anders dan bij ons? Waar is onder ons zulk een evangelisatie-drang?
Zélfs zou ik willen zeggen: het doet in onze tijd weldadig aan, dat, terwijl velen in de gevestigde kerken hebben afgerekend met leerstukken als de Drieëenheid Gods, het plaatsvervangend Middelaars werk van de Heere Jezus Christus, de noodzaak van persoonlijke bekering en geloof, het Schriftgezag, men in de vrije groepen daar juist voor opkomt; en dat, terwijl eveneens velen in onze tijd, ook in de gevestigde kerken, het opnemen voor zaken als homosexualiteit, samenleven en wonen van jongeren vóór of buiten het huwelijk etc, de vrije groepen dat radicaal afwijzen, en hebben gebroken met drugs, vrije sex, en dikwijls een sober, bijna ascetisch leven willen leiden.
En vèrder: waar komt onder óns zulk een zendingsijver voor, dat men alcohol-en drugsverslaafden opzoekt, met hen bidt, hen wijst op 'One Way', de Ene Weg, de Heere Jezus Christus?
Het is te begrijpen, dat ouders, die de greep op hun jongeren kwijt zijn, en hun jongeren moeten afstaan aan een wereld van drank en sex, blij kunnen zijn als hun jongeren tenslotte in déze groepen terechtkomen en een nieuw leven willen gaan leiden, ook al zijn de vormen en gewoonten anders dan ze gewend zijn.
Als we dus vanmiddag een vraagteken zetten, willen we dat niet zómaar doen. Immers, nóg een vooropmerking, moet het, als er van geestelijk ontwaken sprake is, prcies zó gaan zoals bij óns? Kunnen wij de Heilige Geest precies voorschrijven hoe Hij moet werken en hoe niét? Als er bij anderen, andere vormen zijn dan bij ons, kunnen we ons dan toch niet verblijden, als slechts het ene aanwezig is: Jezus Christus en Dien gekruisigd en opgestaan? Vragen, die we ons voor ogen willen houden.
Toch wil ik vanmiddag een paar dingen zeggen, dingen waar we vraagtekens zetten, zelfs menen te móeten zetten. Ik wil dat, om de gedachten te ordenen, doen aan de hand van 4 zaken, die ik noem, zo te zien, zónder een bepaald verband, maar die het méést in de vrije groepen in het oog lopen: Bekering, Heiliging (waarbij ik tevens iets wil zeggen over het gebed, het bidden), de Kerk, en het omgaan met de Schrift, met de Bijbel.
Bekering
Het is alleen maar positief te beoordelen, dat men in de vrije groepen de nadruk legt op persoonlijke bekering en geloof. Dat wordt elke keer weer onderstreept: Niemand kan zonder geloof in Jezus echt leven. Ieder wordt opgeroepen voor Jezus te kiezen, zijn hart aan Jezus te geven. En: hééft hij eenmaal voor Jezus gekozen, dan is zijn eerste en voornaamste taak ook anderen te bewegen voor Jezus te kiezen.
Met opzet kies ik mijn woorden zó: 'voor Jezus kiezen' en 'zijn hart aan Jezus geven', omdat dat de taal is van de vrije groepen zelf.! Maar vooral: en hier zet onze kritiek in, omdat in die woorden doorklinkt alsof het geloof een daad is van de vrije wil van de mens zélf. Het is alsof de mens zélf kan kiezen, geloofsmogelijkheden van zichzelf bezit en de Heilige Geest in dit alles maar een kleine, zo niet, geen enkele rol speelt. Anders gezegd: we missen in dit alles het wezenlijke van het werk van de Heilige Geest in het toebrengen van een zondaar tot Christus: de overtuiging van die zondaar van zonde, en dat alles in hem daartegen strijdt. De mens is er niet op aangelegd voor de Heere kiezen, integendeel: hij heeft tégen de Heere gekozen en hij doet dat elke keer weer ook na ontvangen genade, hij kiest voor de zonde, de wereld en zijn eigen vlees, en hij zal niét gebracht worden tot de kennis van Christus als hij niet in de wortel wordt, aangepakt, en veranderd. Daar is het werk van Gods Geest voor nodig in ontdekking, verootmoediging, belijdenis van schuld, leren van de onmogelijkheid die er is aan ónze kant, toevlucht nemen tot de Heere Jezus Christus. Wijlen prof. Van Ruler placht op college nog wel eens te zeggen, als het ging om het toepassende werk van de Heilige Geest: 'De Bruidegom verkracht Zijn bruidskerk niet, maar Hij werft haar en lokt haar'. Nu, dat bruidswervende werk voor de Bruidegom is nu het werk van de Heilige Geest, waarbij we aantekenen, dat daarbij de natuur van de bruidskerk is, dat ze steeds van haar Bruidegom wegloopt, i.p.v. naar Hem toeloopt.
En in de 2e plaats: Die geloofsbeslissing waartoe men wordt opgeroepen, is dikwijls een zéér plotselinge. Iemand uit de vrije groepen schrijft ergens: 'Ik ging naar zo'n samenkomst toe en ik kwam terug helemaal wedergeboren, als een wedergeboren mens'. Is dat wel zo? Zéker, de Heere kan wonderlijk en verrassend werken. Maar kunnen we dat wel zo zéggen? Is een pasgeboren kind zich onmiddelijk bewust van het leven? Is dat kind onmiddelijk groot, meteen een volwassen man, zonder groei, met redelijke, onvervalste melk? Om het anders te zeggen: aan het begin van de avond was men nog zwart, aan het eind van de avond wit, en (daar kom ik zó nog op): dat witte gaat nooit meer weg.
En in de 3e plaats: Zulke geloofsbeslissingen kunnen ook dikwijls gebeuren 'in massa', samen met vele anderen, zoals we nog wel eens in bladen van de vrije groepen kunnen lezen: 'honderden namen op die avond Jezus aan als hun Redder en Heer: God deed machtige daden'. Ook dit willen we niet zómaar ontkennen, maar ik meen dat we hier wel zeer voorzichtig moeten zijn, 2 voorbeelden: ik ontmoette een jongen (20 jaar misschien), die op een avond, geraakt door woorden die gesproken werden, de handen opgelegd kreeg, er werd gebeden en de mededeling mee naar huis kreeg, dat hij nu een wedergeboren mens was. 'Ds., ik dacht het zélf ook, maar toen ik buiten was, dacht ik: dat is niet waar; zo is het met mij niét'. (U begrijpt, dat we toen nog een lang gesprek met elkaar gehad hebben, maar dat laat ik verder rusten).
Twee voorbeelden: In 'n boekje over de Jezus-beweging las ik, dat er op 35 gehouden avonden 2000 bekeerlingen waren, maar dat na 3 maanden alles weer tot het oude was teruggekeerd! Beide zwart-wit voorbeelden. Maar voldoende om te illustreren. Zéker het kan voorkomen, dat de Heilige Geest onmiddellijk werkt. En dat in grote aantallen als we zien naar de 1e Pinksterdag in Jeruzalem:120-3000-5000. Maar daar was het dan ook 1e Pinksterdag voor. We moeten niet vergeten, dat we van zulke aantallen verder in het N.T. niet meer lezen. Het ging er in de N.T.ische gemeenten, getuige de brieven van Paulus, bepaald rustiger aan toe.
Wat moeten we van dit alles zeggen? Dit, dat we in dit alles een sterk remonstrantse trek tegenkomen: wij moeten geloven, wij moeten het doen, wij moeten ons heiligen; zónder dat gepeild wordt de volstrekte onmacht van de mens tot enig goed en zijn geneigdheid tot alle kwaad ook in zijn tegenstribbelen tegen het werk van de Heilige Geest. En daarbij: Het ene spoor van het: 'werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven', wordt bereden, als er nog van vrezen en beven sprake is. Maar het spoor van het: 'het is Gód die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen' is dikwijls verlaten.
Begrijpt u me góéd: daarmee wil ik geen pleidooi voeren voor een lijdelijkheid, die de toets van de Schrift niet kan doorstaan. Ik zou zélfs willen zeggen: Komt het onder ons niet al te veel voor dat mensen zeggen: Gód moet het doen, en daarmee volkomen rust en vrede hebben? En óók: is onder ons de geloofszekerheid niet dikwijls verdacht? We zullen aan de ene kant ernst moeten maken met de klem van het: 'wij bidden u van Christus' wege, alsof God door ons bade: laat u met God verzoenen'. Die klem is welgemeend. Ze moet wel gezet worden in de Bijbelse verbanden. Aan de andere kant zullen we alle aandacht moeten hebben voor het werk van de Heilige Geest, die het geloof in het hart werkt, wederbarend en vernieuwend. (Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's