Boekbespreking
Ds. G. F. W. Herngreen, Een handjevol verkenners, Ontstaan en geschiedenis van het 'H.V.', de Gereformeerde Kerken in Nederland in Hersteld Verband, 167 blz. ƒ 17, 50. Ten Have, Baarn.
Het conflict binnen de Gereformeerde Kerken in 1926 en de beslissing van de synode van Assen inzake de kwestie-Geelkerken leidde tot vorming van de Gereformeerde Kerken in Hersteld verband. In 1946 verenigde deze kleine kerkengroep zich met de Ned. Herv.-Kerk.
Ds. Herngreen, zelf Hersteld Verbander, heeft 50 jaar na het zgn Asser conflict ontstaan, geschiedenis, karakter en betekenis van de Kerken in H. V. beschreven. Hij heeft dat gedaan als 'insider', met een duidelijke betrokkenheid bij de zaak waarover hij schrijft.
Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Gereformeerde Gezindte van de laatste vijftig jaar, zal in het totaalbeeld dit boekje niet ongelezen mogen laten. De schrijver is erin geslaagd een duidelijk en helder beeld te geven van het gemeenteleven, de relade tot andere kerken, volk en samenleving, verhouding van predikanten en gemeenten, kerkorde en liturgie binnen het H. V.
Tegenover de strakheid van de belijdenis-kerk waarvoor de Geref. kerken in Assen kozen, wilde het HV een belijdende kerk'zijn. Een belijdende kerk, staande in het heden, en op weg naar de toekomst.
Maar niet alleen historisch is dit een interessant boekje. Ook om theologisch de ontwikkelingsgang van het kerkelijk leven in de Ned. Herv. kerk na 1945 te begrijpen, moet u dit boekje niet ongelezen laten.
Buskes spreekt in het woord vooraf over een 'proefpolder' die het HV vormde. Van kerkelijke verzetsgroep groeide het Hersteld Verband uit tot kerkelijke vernieuwingsbeweging. In deze vernieuwingsbeweging zitten ongetwijfeld een aantal positieve punten. Ik denk aan de onderkenning van het gevaar van het Nationaal Socialisme, aan de begeerte om als belijdende gemeente in de samenleving te staan, aan het accent op het levend belijden tegenover een juridisch formalisme.
Maar tegelijk zien we in de ontwikkeling van het HV toch een lijn die in 1945 uitstekend kon aansluiten bij de door Barth beïnvloede koers van de middengroep in de Herv. Kerk. Ik denk aan de dynamische visie op het belijden, aan het optimisme ten aanzien van allerlei vernieuwingen, aan de wijze waarop men binnen deze proefpolder met een zekere gretigheid allerlei elementen uit de wereldkerk in zich opnam.
Ten aanzien van het Schriftgezag moet men toch de vraag stellen of het HV na 1962 niet doorgegaan is op een lijn die niet alleen van Assen afvoerde maar ook wezenlijk ging verschillen van de wijze waarop in art.3-7 van de NGB het Schriftgezag beleden werd.
Ook zou er veel te zeggen zijn over de visie op de leertucht, en de oecumene. In de gesprekken rondom de hereniging bleek voor velen binnen de HV de vrijzinnigheid het moeilijke punt. Toch heeft het uiteindelijk de hereniging niet in de weg gestaan. Nu, 30 jaar na 1946, vraagt men zich af: In welk opzicht heeft het voormalige Hersteld Verband het confessionele element van de Herv. Kerk versterkt? Op dat punt ben ik bepaald niet optimistisch. Het zou de moeite waard zijn om aan de hand van dit boekje eens te peilen hoe het gekomen is dat de predikanten van het HV nagenoeg allen terecht zijn gekomen in de midden-orthodoxie binnen de Herv.Kerk. Het kan intussen duidelijk zijn dat ds. Herngreen bepaald geen saai boekje gegeven heeft met alleen maar feiten en feitjes, maar ons een publicatie gaf, waaruit duidelijk blijkt, hoe de beschrijving van het jongste verleden van een stukje kerkelijk leven ons volop in de actualiteit plaatst.
C. W. Mönnich, De koning te rijk, 144 blz. Oecumene-reeks. ƒ 9, 50. Bosch en Keuning, Baarn 1976
Wie een boek van Mönnich onder ogen krijgt, weet bij voorbaat dat de auteur geen platgetreden paden betreedt en zodanig schrijft dat hij de lezer uitdaagt en prikkelt tot tegenspraak. Zo ook in dit boek, waarin Mönnich probeert een plaatsbepaling te geven van kerk en christendom en een doorlichting van de kerkgeschiedenis. De grondvraag is dan: Heeft de kerk het geheim van de Messias bewaard of verraden? Wie is dan de Messias? Het volgende citaat kan ons duidelijk maken wat de schrijver bedoelt: 'Wie in de armen, de vleesgeworden liefde van zijn God ziet, heeft de Messias geholpen en ontvangt ook de zegen van de Messias... Het kan niet duidelijk genoeg worden onderstreept: de Messias is onbekend en alleen te herkennen wanneer een mens vraagt om een medemens ' (blz .11). Is de Messias dan niet de ware mens, doch zonder zonde? zo vraagt hij. De schrijver ontkent dit niet, maar, zo zegt hij: zonde is niets anders dan geen mens onder de mensen willen zijn. Een kerk die uitdeelt van haar rijkdommen, verraadt daarom de Messias. Vanuit deze visie op de Messias en de arme worden dan verschillende perioden in de kerkgeschiedenis bezien. Niet alleen de verrijkte middeleeuwse pauskerk komt dan onder scherpe kritiek te staan, maar ook Luther. De Reformatie zou ten aanzien van de rechtvaardiging van de goddeloze niet consequent geweest zijn en niet gezien hebben, dat zonde ook wat te maken heeft met maatschappelijke misstanden. Luther heeft dan ook in de boerenoorlog gefaald en de zaken verkeerd beoordeeld, aldus Mönnich.
Uit enkele aanduidingen kan u duidelijk zijn, dat de schrijver uitgaat van een christologisch ontwerp , waarbij de Messias de broeder van de arme is en de arme als zodanig in het heil deelt. Wie deze visie op zonde en heil, rijkdom en armoede niet deelt zal met dit boekje grote moeite hebben. Ik denk b.v. aan de wijze waarop Mönnich Romeinen 13 interpreteert. Dat de oudste gemeente zeer kritisch kon spreken over de romeinse overheid is waar. Zie Openbaring 13. Maar het is m.i. inlegkunde als de schrijver beweert dat Paulus in Romeinen 13 schrijft zoals hij schrijft, omdat hij als de berooide pauper het veiliger vindt voor hem en zijn lotgenoten zich gedekt te houden en maar te doen wat de hoge heren zeggen. Dan is het geen wonder dat elke positieve relatie tussen kerk en overheid zo negatief beoordeeld wordt,
’k Moet zeggen, dat ik met dit boekje geen weg weet. Men leest het geboeid. Maar de lezer heeft telkens het gevoel dat de feiten in een van te voren opgezet schema geperst worden en dat de tegenstelling : rijken-armen aan het Nieuwe Testament en de kerkgeschiedenis ten grondslag wordt gelegd. Ook beoefening van de kerkgeschiedenis blijkt een zeer subjectieve zaak te kunnen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1977
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's