Uit de pers
De vergadering van de Palestijnse Nationale Raad
Wanneer we spreken over het huidige Israël, dan hebben we niet alleen te maken met een aantal theologische factoren, maar dan zijn ook politieke aspecten in het geding. Een van die aspecten is de verhouding tot de Palestijnen. Van 12 tot 20 maart jl. heeft in Cairo de 13e zitting van de Palestijnse Nationale Raad plaats gevonden. Deze Raad is het hoogste orgaan van de Palestine Liberation Organisation (beter bekend als de P.L.O.). In het orgaan van het genootschap Nederland-Israël, Israël, schrijft Mr. R. A. Levisson dat geen enkel lid van deze Raad op democratische wijze gekozen is, en dat het Palestijnse volk, namens hetwelk de Raad zegt te spreken, op geen enkele wijze inspraak gehad heeft.
Vaak wordt gezegd: Bij een toekomstige vredesregeling voor het Midden-Oosten moet Israël met de Palestijnen om één tafel gaan zitten. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Waarom? Levisson schrijft in dat verband het volgende:
Zoals de zaken nu liggen, weigert Israël terecht met de PLO te praten. Israël stelt, dat het best met Palestijnen spreken wil, maar dan met Palestijnen die zich bereid verklaren de staat Israël te erkennen. De PLO doet dat met zoveel woorden niet. De PLO heeft in 1968 een Handvest vastgesteld (en zij heeft dat Handvest in. 1974 met nog eens tien punten geamendeerd), waarin de vernietiging van Israël het eerste doel van de 'Palestijnse Revolutie' heet. Van allerlei kanten heeft men in de laatste maanden gezegd, dat de PLO een veel gematigder standpunt was gaan innemen. Dat zeiden bepaalde zegslieden van de PLO zelf; dat zeiden bepaalde andere arabischestaatslieden (zoals bijv. President Sadat van Egypte), die hoopten aldus de PLO tot matiging te dwingen; dat zeiden ook bepaalde weiterse staatslieden en politieke commentatoren, vaak om de meest uiteenlopende overwegingen. Op de keper beschouwd bleef het echter bij deze beweringen. De toets van de toenemende gematigdheid van de PLO begon men te zien in een eventuele herziening van de tekst van het Handvest.
Daarvan is helaas helemaal niets terecht gekomen. Mensen, die de gehele zitting als waamemers hebben bijgewoond, zeggen zelfs, dat er op geen enkel ogenblik serieus over een herziening van het Handvest is gesproken. De 13e zitting van de Palestijnse Nationale Raad is afgesloten met het aannemen van een resolutie, die bestaat uit 15 punten. In de aanhef van de resolutie wordt met zoveel woorden naar het Handvest verwezen.
De 15 punten vormen in vele opzichten een onduidelijk geheel. Natuurlijk zijn zij het gevolg van een compromis: dat is in alle politiek zo. In dit geval krijgt men evenwel sterk de indrak, dat de onduidelijkheid bewust is nagestreefd; dat blijkt ook wel in de praktijk: iedereen leest uit de 15 punten precies dat wat hij er zo graag in zou willen leggen. Zelfs de commentaren in de arabische pers liepen wijd uiteen. Wie dat wil, kan uit de 15 punten lezen, dat de PLO wel bereid zou zijn om naar Geneve te gaan. In de 10 punten van 1974 stond nl. nadrukkelijk, dat zij daar niet toe bereid was. Die ontkenning ontbreekt nu; maar er staat ook niet een uitdrukkelijke bereidheid in. Evenzo ten aanzien van de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat bijv. op de westoever van de Jordaan.
Wie de bereidheid daartoe uit de 15 punten lezen wil, kan eén zodanige interpretatie van wel- en niet- vastgelegde standpunten geven, dat die bereidheid te constmeren is. Wie het tegendeel wil, kan dat ook. Het bijzonder beteurenswaardig, dat de PLO niet tot een werkelijk gematigd standpunt heeft kunnen komen. Dat is om twee redenen zo. In de eerste plaats omdat de onderhandelingen (als die ooit beginnen) er ernstig door bemoeilijkt zullen worden. En in de tweede plaats omdat de PLO daarmee wel eens het gehele palestijnse volk buiten spel zou hebben kunnen geplaatst. Wanneer het werkelijk zo zou zijn, dat de partijen in het conflict een serieuse poging willen doen om tot elkaar te komen, dan zouden de arabische staten nu wel eens gedwongen kunnen om dan maar zonder de aanwezigheid van de PLO te gaan praten. Het is niet voor niets, dat Sadat tijdens zijn jongste bezoek aan Washington zo dringend gepoogd heeft een gesprek tussen de VS en de PLO tot stand te brengen! De 13e zitting van de Palestijnse Nationale Raad heeft de vredeskansen in het Midden-Oosten een slechte dienst bewezen.
We laten de moeilijke vraag naar de interpretatie van een en ander rusten. Het gaat ons er zeer beslist ook niet om door dik en dun de politiek van Israël te verdedigen. Politiek is werk van falende, gebrekkige mensen. Wij willen met het bovenstaande alleen laten zien hoe ingewikkeld de kwesties liggen. Van de christelijke gemeente mag verwacht worden dat zij zonder eenzijdige, bevooroordeelde stellingname kennis neemt van een en ander. Juist omdat in allerlei organen van de massamedia vaak een eenzijdige pro-palestijnse stellingname naar voren komt, leek het ons goed ook deze stem aan het woord te laten.
Jodendom
In de kroniek van Kerk en Theologie (april 1977) gaat ds. A. A. Spijkerboer in op de vraag: Is het Nieuwe Testament een joods boek? Spijkerboer herinnert aan een verslag van een gesprek, dat Maria de Groot en Jan Ernst gehad hebben met mr. dr. M. König, en dat gepubliceerd is in Wending (januari 1977). In dat gesprek wees mr. König er op dat Mattheüs in hoofdstuk 7 : 21-27 Jezus in de traditie van het farizese Jodendom plaatst. In deze Joodse traditie wordt geleerd dat de handeling belangrijker is dan de idee. De geboden zijn er om gedaan te worden. Ergens in dit gesprek zegt König dan: Het gaat om de daad, en God komt je dan tegemoet. Hij citeert een Talmud-uitspraak: God zegt tot de mens: Openen jullie mij de opening van een naald, dan open ik jullie de opening van een deur (van een paleis). De essentie van het verbond is dan, dat de mens mede-schepper met God is en dat God ook afhankelijk van de mens is. Spijkerboer heeft tegen deze gedachtengang nogal bezwaar.
In de Bijbel zie ik wel dat mensen, door te zondigen, God kunnen krenken, en, door zich te bekeren. God kunnen verheugen; ik zie ook, dat God zich door Abraham wil laten verbidden, en dat Hij Zich door Mozes metterdaad laat verbidden, maar ik zie niet, dat God en de mensen in de Bijbel van elkaar afhankelijk zijn, en dat het verbond daar zou inhouden, dat de mens mede-schepper is. Wat in de passage, waarin ik König niet volgen kan, ontbreekt is het besef, dat God èn volstrekt souverein, èn volstrekt genadig is.
Het is telkens weer nodig, dat de christelijke gemeente, luisterend naar Israël en het Oude Testament, toch onderscheid maakt. Het Oude Testament en de veelvormige wereld van het Jodendom is stellig niet hetzelfde. Binnen de kerken stuiten we nogal eens op theologische gedachtengangen inzake het verbond, die helemaal geënt zijn op de gedachte van het partnerschap. Soms verraadt zich daarin invloed van allerlei joodse stemmen. De christelijke kerk zal dan op zijn hoede moeten voor een verbondsleer die voedsel geeft aan de gedachte van samenwerking, synergisme, tussen God en mens. Want dan doet ze tekort aan het volstrekte genadekarakter van het heil. Geen wonder dat een dergelijke theologie in de trant van 'God heeft mensen nodig' ook in de rooms-katholieke kerk velen bekoort. Spijkerboer markeert het onderscheid tussen Talmud en Heilige Schrift als volgt:
Want het Oude en het Nieuwe Testament worden immers beide gedragen door het besef, dat God èn souverein èn genadig is. Dat besef spreekt toch ook uit de geschiedenis van de uittocht uit Egypte - waar maakten de mensen toen 'de opening van een naald'? Dat besef spreekt toch ook uit de geschiedenis van de kruisiging en de opstanding van Jezus Christus - op welke daad van de mensen kon God toen verder bouwen? Ik zou ook nooit kunnen zeggen, dat God om medewerking vraagt. Is het niet veeleer zo, dat Hij om antwoord vraagt, antwoord van mensen, die de vrijheid die God schenkt binnengaan om in die vrijheid zijn geboden te doen? Als de mensen niet antwoorden, en liever terug willen naar de vleespotten van Egypte, of als ze Jezus Christus niet willen volgen, ontstaat er wel een impasse, maar de zaak loopt God niet uit de hand.
Spijkerboer wijst er op, dat we als reformatorische kerken veel aan het Jodendom te danken hebben. In de zestiende eeuw ging men bij de rabbijnen in de leer om hebreeuws te leren. De ernst die het Jodendom maakt met de geboden is voor ons menigmaal beschamend. Maar wij zullen geen gedachten mogen overnemen die vreemd zijn aan het getuigenis van de Schrift. Het Nieuwe Testament een joods boek? Het bovenstaande illustreert dat we wel kunnen spreken van allerlei invloeden, achtergronden, contactpunten, maar dat we hier niet met één woord kunnen volstaan. Tussen kerk en synagoge ligt toch een breuklijn.
Acties voor Israël
Solidariteit mag geen kwestie van woorden zijn. Dat kan een lege huls worden zonder inhoud. Solidariteit betekent ook daadwerkelijke inzet. Wat gebeurt er op het punt van de steunverlening aan Israël? Ik geef het woord aan dsr. S. Gerssen die in Ter Herkenning van mei 1977 hierover het volgende schrijft:
Telkens weer worden mensen bewogen zich in te zetten voor een project in Israël en roepen zij anderen op dat ook te doen. Het zijn incidentele acties, die niet de bedoeling hebben in de plaats te komen van de continue steun aan de Collectieve Israël Actie. Dat zou ook niet mogen: geregelde contributie voor de C.I.A. is en blijft bitter nodig. Zo werd in 1974 een actie gestart van de werkgroep 'Steun oorlogsweduwen en wezen in Israël'. Het geld wordt besteed aan: giften voor huur, meubels en reparatie aan huizen, toelagen voor weduwen die ziek zijn en huishoudelijke hulp, psychiatrische en psychologische hulp voor weduwen en wezen, muzieklessen, voor wezen, aankoop van gereedschap en huishoudelijke benodigdheden, herstellings- en zomerkampen voor weduwen en speciale medische behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen. Dit alles voor zover dit niet door normale fondsen kon worden gedekt. Deze actie is nu afgesloten: beschikbaar kwam het bedrag van ƒ 233.986, 44. De onkosten voor het voeren van deze actie bedroegen ƒ 1764, 89. De initiatiefnemers ds. A. A. Spijkerboer, mevr. H. G. de Goederen-Vrolijk en ds. H. R. Stroes hebben kans gezien met een minimum aan onkosten een fors bedrag ter beschikking te stellen aan het departement van rehabilitatie in Israël.
In Zeeland is een werkgroep 'Steun aan Israël', die bij de nederzetting Nir Etzion ten zuiden van Haifa een Zeeland-park wil planten. Er zijn al meer dan 2.900 bomen verkocht en op 23 maart a.s. wordt dit park geopend. Ter gelegenheid van die opening organiseert de werkgroep van 12 tot 26 maart a.s. een rondreis door Israël.
In Groningen is een actie gestart onder leiding van burgemeester H. G. Buiter om zoveel mogelijk inwoners van de provincie te laten intekenen op de staatslening van Israël, de z.g. State of Israelbonds, die Israël geld willen verschaffen voor opbouw- en ontwikkelingsprojecten. In het comité van aanbeveling zijn vele maatschappelijke, politieke en kerkelijke stromingen vertegenwoordigd. Zonder naar volledigheid te streven, noemen wij in dit verband ook nog een actie van het Reformatorisch Dagblad, die het Shaare Zedek Hospitaal te Jeruzalem wil helpen met de bouw van het nieuwe ziekenhuis. Door middel van een puzzelactie wil men geld inzamelen voor de inrichting van een operatiekamer. In het nummer van 6 januari jl. vertelde ds. J. J. Poort uitvoerig over zijn bezoek aan dit ziekenhuis. Minstens ƒ 250.000, - is voor dit project nodig, waarvan men begin januari al kon vertellen reeds een ton te hebben ontvangen. Intussen kon in februari aan de ambassadeur van Israël, de heer Abraham Kidron het volle bedrag van twee en een halve ton worden aangeboden. Het is hartverwarmend te merken dat de inzet voor Israël kennelijk niet verflauwt. Aan degenen, die zich na deze berichten wat machteloos voelen, omdat de actie 'Steun oorlogsweduwen en wezen' is afgesloten, hij geen Zeeuw of Groninger is en evenmin abonné van het Reformatorisch Dagblad geef ik het gironummer van de Collectieve Israël Actie te Amsterdam: 23434.
Graag geven we deze gegevens aan u door. Ook dat behoort tot een stuk informatie over Israël.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's