De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Begaanbare of doodlopende weg?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Begaanbare of doodlopende weg?

Het beginsel van afscheiding getoetst

12 minuten leestijd

Is het vraagstuk van de kerkelijke gescheidenheid al niet zó uitgebeend, dat er niets nieuws meer over te zeggen valt? Bovendien, bieden al die discussies over dit vraagstuk wel enige hoop op een werkelijke oplossing van dit weerbarstige probleem? Men is geneigd beide vragen ontkennend te beantwoorden. Maar intussen zitten we, zitten met name ook de kerkelijke Gereformeerden met verstikkende vragen. De vragen, die de Gereformeerden thans gekregen hebben, hebben gereformeerde Hervormden al vele jaren. Zullen wij. Hervormd Gereformeerden, nu de Gereformeerden de weg gaan voorschrijven en zeggen: zo moet je nu gaan?

De tijd ligt nog niet zo ver achter ons, dat wij als Hervormden precies de weg gewezen kregen door de Gereformeerden. Echt gereformeerd zijn - we mogen het toch zo wel eerlijk zeggen? - kon niet samengaan met hervormd zijn.

De geschiedenis biedt dan ook lessen voor nu om anderen niet al te gemakkelijk in eigen kerkelijk straatje te trekken. Wij als Hervormd Gereformeerden hebben dan ook - ook dit zeggen we eerlijk - onze grote moeite met het feit, dat met name de Vrijgemaakte Gereformeerden deze les van de geschiedenis nog niet hebben geleerd; ook al hebben wij grote waardering voor hun theologische bijdragen en hun arbeid op vele terreinen.

Wie slechts de geschiedenis laat spreken kan er moeilijk om heen toe te geven, dat de Hervormde Kerk grote schuld heeft aan de Afscheiding, méér dan aan de Doleantie. Maar wie de geschiedenis laat spreken komt óók tot de vraag of een werk, dat uit God, zó gebroken kon worden (letterlijk!) als met de kerkelijke nalatenschap van Afscheiding en Dolantie het geval is geweest. Door alles heen blééf verder de Heilige Geest het kerkvergaderende werk doen zowel in de Hervormde Kerk als in de gescheiden kerken. Wat is dan kerkelijke waarheid? Van elk van de scribenten in deze reeks wordt intussen wel een antwoord gevraagd wat betreft het motief van zijn kerkelijke keuze. Zo óók van mij!

Bijbels verantwoord

Is Afscheiding een bijbels beginsel, een bijbels principe? Niemand heeft ons als Hervormd Gereformeerden daarvoor ooit een deugdelijk bijbels argument verschaft. Men komt vaak eerder uit bij oorzaken en logische gevolgen dan dat men werkelijk bijbelse directieven aanreikt. De kerkgeschiedenis van de Gereformeerde Kerk hier te lande sinds de Reformatie heeft men óók niet mee om afscheiding tot gereformeerd beginsel te kunnen verheffen. Ten tijde van de veel geprezen oudvaders, maar ook al lang daarvoor, was er in confessioneel opzicht al heel wat loos in de vaderlandse kerk. Maar niemand peinsde over afscheiding. Men leze de boeken van dr. R. B. Evenhuis 'Ook dat was Amsterdam' om gran­deur en misère van de kerk der Reformatie vlakbij elkaar te zien.

Maar liever dan dat de vadeten vanwege de aberraties op de vlucht sloegen keerden ze zich tegen de aberraties zélf. Wilhelmus a Brakel ging daarbij zover, dat hij stelde, bij verregaande aberraties in het gemeentelijk leven slechts tuchtoefening via de Woordbediening als mogelijkheid te zien.

Maar heeft het Woord ons dan terzake van dit kerkelijk vraagstuk niets te zeggen? Het zal duidelijk zijn dat de Schrift op vrijwel elke bladzijde opkomt voor het zuiver houden van de gemeente. Maar, als ik eerlijk naar de Schrift luister zie ik die zuiverheid van de gemeente nergens bepleit en bewaard via de weg van de afscheiding. Als in 2 Cor. 6 gezegd wordt: Scheidt u af... (ds. Hegger herinnerde daaraan), dan wordt daar immers nérgens over binnengemeentelijke (is binnenkerkelijke) afscheiding gesproken? Het gaat hier nota bene over het geen gemeenschap hebben met de heidenen, geen juk aantrekken met de ongelovigen. Nu zeg ik niet, dat bepaalde officieel-kerkelijk geregistreerden niet op heidense wijze leven kunnen. Maar niemand zal toch mogen beweren dat Paulus hier in 2 Cor. 6 het oog heeft op een heidens deel van de gemeente naast een gelovig deel. En bovendien, als men het aantrekken van een juk met de ongelovige binnenkerkelijk zou duiden komt men op het spoor van de Labadie, met zijn kerk van louter wedergeborenen. Het gaat hier bepaald om het zuiver houden van de gemeente door zich verre te houden, zich af te scheiden van de heidenen en hun gebruiken.

1 Cor. 11

Eerder moeten we naar 1 Cor. 11. We stellen voorop, dat in het éérste hoofdstuk van de Corinthenbrief Paulus het lopen voor eigen huis of voor eigen man ('Ik ben Paulus, ik ben van Apollos, ik van Cefas...') al van meet af aan afsnoert, zodat elk splitsen en scheuren vanwege mensen (uit sympathie of antipathie) de doodsteek krijgt. Een les voor de Gereformeerde Gezindte, binnenkerkelijk en interkerkelijk! Maar 1 Cor. 11 spreekt dan wel over scheuringen: 'Ik hoor dat er scheuringen onder u zijn', zegt Paulus. Hij geeft er overigens geen fiat aan, hoewel de gesignaleerde avondmaalspraktijken er wel naar waren. Maar Paulus komt tot dit wonderlijke woord: 'want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden’.

Calvijn interpreteert de scheuringen, waarover Paulus spreekt, als 'óf bedekte haat, als die eendrachtigheid niet gezien wordt, die onder de godzaligen behoort te zijn, óf als tegen elkaar strijdende gezindheden heersen'. 'Secten of ketterijen zijn het', zo zegt Calvijn, 'als het kwaad zo ver doorbreekt, dat er openbare krijg gezien wordt en als de mensen openbaarlijk zich verdelen in tegengestelde partijen'; waarbij hij verder opmerkt, dat ketterij in de leer vaak begin en wortel der scheuring is.

Van de ketterijen, opgevat in de zin van partijschappen, wijzend op sterke tegenstellingen inzake de leer, zegt Calvijn, wijzend op wat Paulus zegt: 'hij - Paulus - geeft daarmee te kennen, dat het niet bij geval, maar door de zekere voorzienigheid Gods geschiedt, omdat Hij de zijnen onderzoeken wil, gelijk goud in' de oven’.

We gaan hier niet louter logisch redenerend God tot bewerker van de ketterij en partijschap maken. Maar we laten wél het Woord staan zoals het er staat. 'Indien het Gode behaagt, zo is het nut', zegt Calvijn. Nergens intussen - ook bij zulk een verbijsterende constatering niet als bij de avondmaalspraktijk in Corinthe - roept Paulus óp tot scheiding. Eerder is zijn verwonderende vraag: 'Ik hoor dat er scheuringen onder u zijn'. Weer Calvijn:

‘Zo is het dan een algemene berisping, dat zij niet eendrachtig waren, gelijk het de christenen betaamt, naar dat een iegelijk, teveel aan eigen belangen overgegeven, zich minder naar anderen voegde.

Met andere woorden: de ketterij moest er zijn vanwege de gemeente, om die te louteren! Maar vóóraf is er de vermaning, dat de gemeente gescheurd ligt. Is het dan te verwonderen, dat de Hervormd Gereformeerden nooit de vrijmoedigheid hadden om de kerk, waarin óók de ketterij (ook als partijschap) voorkwam, te verlaten maar liever de weg gingen van de loutering, de weg van het herstel van de gemeente? Zoals Paulus ook in 1 Cor. 11 komt tot een hartstochtelijk pleidooi om in de gemeente, die vol is van partijschappen en misverstanden, te komen tot de zuivere bediening van het sacrament? Want 'dat is niet', oftewel zó mag men niet des Heeren avondmaal eten, namelijk 'als zij zich zo scheiden', zegt Calvijn.

Bitter en louterend

Wij kennen in eigen kerk de bitterheid van de ketterij , in oude en nieuwe vormen en de daaruit voortkomende verdeeldheid. Het maakt onze strijd en moeite uit. Maar we hebben ook door de jaren heen de louterende en opscherpende functie ervaren voor het geloof. Wie zich door de ketterij - in wolfskleren of in schaapsvellen - reëel bedreigd weet, zoekt wapens, zoekt de geestelijke wapenrusting van Efeze 6. Er is namelijk ook een kerkelijk leven mogelijk, dat gezapig voortkabbelt. Bedreiging is er, naar het schijnt niet, maar gerustheid wordt dan de bedreiging. Jeremia zegt: (we citeerden deze tekst al in het artikel van vorige week) 'Moab is van zijn jeugd aan gerust geweest en hij heeft op zijn heffe stil gelegen, en is van vat in vat niet geledigd en heeft niet gewandeld in gevangenis; daarbij is zijn smaak in hem gebleven en zijn reuk niet veranderd. Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik hen vreemde gasten zal toeschikken, die hen in vreemde plaatsen zullen voeren en zijn vaten ledigen en hunlieder flessen in stukken slaan. 'Gerustheid op toestand in eigen kring kan levensgevaarlijk zijn.

Ds. G. Boer, de vroegere voorzitter van de Gereformeerde Bond zei eens, dat, als onze jongeren naar de Utrechtse Universiteit gaan om daar theologie te gaan studeren, ze bij voorbaat gewaarschuwd zijn: die hoogleraar is vrijzinnig, die maatschappijkritisch, die marxistisch (gelukkig is er óók wel wat anders te zeggen!). Ging men echter theologie studeren aan de V.U. dan kon men gerust zijn. Lieb Vaderland kann ruhig zijn! Men kwam bij gereformeerde hoogleraren. Maar opeens was het zover. Vóór de dwaling, de ketterij, gebracht in orthodox kleed, onder gereformeerde naam, ontwaard werd was de aangerichte schade al enorm.

De Waarheid der Schriften komt het helderst aan het licht daar, waar zij verdedigd moet worden, daar waar de dwaalleer moet worden ontmaskerd. Men kan zeggen: gezegend die kerk, gezegend die, gemeente, die de ketterij niet kent. Maar men zij gewaarschuwd voor de valse rust. Want dan is beter loutering in de strijd tegen de dwaling dan stilliggen op de heffe tot vreemde gasten ons naar vreemde plaatsen hebben gevoerd. Wie schouderophalend aan de eigentijdse ketterij voorbijgaat, omdat men die alleen bij anderen ontwaart, krijgt vroeg of laat de rekening gepresenteerd.

Gebleven

De theologen van Reformatie en Nadere Reformatie waren thuis in de eigentijdse filosofieën en verschijnselen en konden er daarom adequaat op reageren.

Intussen bleven ze kerkelijk op post. En lijkt de situatie hopeloos; wat dan?

De Woordbediening, zei a Brakel. 'Werp het Woord er maar in en ge zult zegen hebben', zei Kohlbrugge, de heilige onheilige, die, toen de officiële kerk zich van hem afkeerde, liever in eenzaamheid zijn weg ging dan dat hij verzamelen blies. Ik mag niet nalaten hier dr. Ph. J. Hoedemaker te noemen, de doorgewinterde rot in de kerkelijke discussie met dr. A. Kuyper. Op niet-mis-te-verstane wijze heeft hij zijn affiniteit tot geestelijk beginsel der afgescheidenen onder woorden gebracht in een uitspraak, die ik ook hier nog eens wil neerschrijven:

‘Ik wens met Gods volk te leven en te sterven en heb niet nodig mijzelf één ogenblik te bedenken wanneer men mij vraagt: Hier hebt ge de beschaafde, methodistische, met de tijd meegaande christen en daarnaast een bekrompen, onhebbelijk, ouderwets, met vele vooroordelen bezet, maar toch innig vroom man, type van een afgescheidene uit de dagen van 1834, tot wien van beiden gaat uw hart uit? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik behoor ongetwijfeld bij de mian die het verdacht vindt dat ik de waarheid, waarom het ons beiden te doen is, anders uitdruk dan hij dit van zijn jeugd af gewend is geweest’.

Hoedemaker wist zich intussen geroepen op post te blijven en zag in de Doleantie een mislukte oplossing van een probleem, dat daardoor onoplosbaar dreigde te worden. (Heeft de geschiedenis hem niet gelijk gegeven? )

Hoedemaker gebmikt hier dan het beeld van een ruimte, waarin kolendampvergiftiging is opgetreden. Een verstikkende kolendamp heeft de slapende bewoners de spraak, het bewustzijn, misschien ook wel het leven benomen. Iemand, die binnen komt, sleept een knaap, die zich nog beweegt, en een meisje dat de ogen opstaat, naar buiten. De overigen werden aan hun lot overgelaten, want zij hebben het leven er toch al bij ingeschoten. In plaats, dat de deuren en ramen worden geopend, om zuurstof te laten toestromen, zodat de levensgeesten weer terug kunnen keren.

Vóórdat men het lichaam de voorwaarden heeft verschaft waaronder het gezond kan blijven of worden, is men zelfs niet bij machte te onderscheiden welke leden ongeneeslijk zijn. 'Zo hebben de Dolerenden afgesneden wat ziek was maar niet ongeneeslijk’.

Sola Scriptura

In de verwarring en verstarring van'het kerkelijke leven mogen we niet méér doen maar ook niet minder dan elkaar de weg van het Sola Scriptura wijzen. Het was de weg, die Luther en Calvijn gingen, en waardoor ze, huns ondanks, buiten die kerk kwamen, waarvoor het Woord (alléén) geen plaats meer was en waar de kaders voor de verkondiging van het naakte Woord ontbraken, vanwege de dikke stoflagen van de kerkelijke scheefgegroeide traditie; waar ook voor de rechte viering van het Heilig Avondmaal, waarover in 1 Cor. 11 gesproken wordt, geen plaats was. Waar de kaders voor de Woordverkondiging echter zijn daar is de opdracht: 'predik het Woord, houdt aan tijdig en ontijdig, vermaan en bestraf...' En dat Woord schept zichzelf begaande wegen. Elke splitsing baart nieuwe sphtsingen. Maar door de klare wateren van het Woord kunnen woestijnen gaan bloeien als een roos. Het is de les tot op vandaag, waar in dorre streken en plaatsen de rivieren weer uitbarsten in de wildernis.

Intussen zien we over de muren van onze kerkelijke bouwsels de broeders daar waar ze zijn. En we besluiten met het geloof dat het nog is als ten tijde van Ismaël. Hij lag onder een struik, versmachtend van dorst. Maar God hoorde de stem van de jongen ter plaatse waar hij was.

In het najaar hopen we een boek te doen verschijnen over driekwart hervormd kerkelijk leven in en met de Gereformeerde Bond. Het verschijnt onder de titel Delen of helen? De Gereformeerde Bond koos, vanuit een eerlijk verstaan van de Schrift, voor het laatste: een kerk die ziek is, mijnentwege doodziek, oprichten uit haar diep verval. En we geloven, dat God ons hoorde op de plaats waar we waren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Begaanbare of doodlopende weg?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's