Geestelijk ontwaken?
Confrontatie met hedendaagse stromingen en bewegingen (slot)
Heiliging
Ook hierbij zeg ik weer, dat ik moet generaliseren, met het gevaar, dat ik nipt aan een ieder kan recht doen. Toch wil ik enkele gedachten doorgeven: et komt mij voor, dat in de vrije groepen niet alleen de bekering een zaak van de mens is (zoals we zojuist hebben gezien), maar vooral ook de heiliging van het leven. Men heeft gekozen voor Jezus, zijn hart aan de Heere gegeven. Nu gaat men beginnen aan het leven der heiliging. Ik wil daar 4 dingen van zeggen:
1 . . . Dat wie eenmaal zijn hart aan de Heere heeft gegeven, als voornaamste taak meekrijgt, óók anderen te bewegen zijn hart aan de Heere te geven! Dat is aan de ene kant iets, dat positief klinkt. Zijn Jezus' woorden vlak voor Zijn Hemelvaart niet geweest: Gij zult Mijn getuigen zijn? En gaat er van ons niet dikwijls veel te weinig getuigende kracht uit? Geestelijk ontwaken heeft ook te maken met de apostolaire taak van de gemeente. Maar aan de andere kant is het een versmalling van de levensheiliging, als dit alleen als voornaamste taak wordt gezien en er geen bredere verbanden zijn.
2... Waar het me veel méér om gaat: het is alsof het leven der heiliging iets is, waar de mens zélf zijn schouders onder moet en kan zetten. Hij heeft gekozen voor Jezus, nu gaat hij beginnen aan het leven der heiliging. En in dat leven der heiliging (lijkt het wel) verliest hij nooit. Een paar voorbeelden om dat duidelijk te maken. Misschien hebt u dat wel eens op plaatjes gezien: een zwart hart (dat is de zonde), een rood kruis (dat is het bloed van Christus), daarnaast een wit hart (dat is het hart dat gereinigd is door het bloed van Christus) , daarna een kroon (de erekroon die eenmaal zal worden ontvangen).
In dit voorbeeld vallen 2 dingen op. Ten eerste: dat witte hart is voorgoed wit. Het wordt nooit meer vaal of grijs, of opnieuw zwart! Om het anders te zeggen: het is alsof de boom altijd goed is en er nu alleen nog maar vruchten aan moeten komen, zonder de strijd of er wel vruchten zijn. Nooit de strijd/aanvechting of de boom wel goed is omdat mijn leven zo vruchteloos is. Of, nog anders: geen strijd zoals Paulus die beschrijft in Rom. 7: 'het goede dat ik wil, doe ik niet, het kwade dat ik niet wil, dat doe ik: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? ' Een hoofdstuk dat allen die God vrezen, verstaan. Het lijkt of er geen oude mens meer is; deze is voorgoed gestorven en de nieuwe mens is voorgoed opgestaan.
Het tweede dat in dit voorbeeld opvalt is, dat dit eigenlijk (ondanks dat men in de vrije groepen niet zoveel met de Heid. Catechismus op heeft) hetzelfde, (maar dan versimpeld) schema is van de Heid. Catechismus: ellende, verlossing, dankbaarheid, met deze aantekening: het stuk der ellende (het zwarte hart) is men plotseling dóór (na een al of niet diepe ervaring van de zonde; soms zeer diep, vooral als men moest breken met een puur zondig leven), men komt plotseling in het stuk der verlossing (het rode kruis), maar dan is men ook metéén al in het stuk der dankbaarheid en dat stuk der dankbaarheid is een zaak van de mens zélf. . . en in dat stuk der dankbaarheid (het witte hart) toeft men tot aan de dood (de erekroon). U voelt wel: in dat stuk der dankbaarheid ontbreekt op deze wijze Vr. en antwoord 114: 'Kunnen degenen die tot God bekeerd zijn dit alles volkomen houden? Nee, maar ook de allerheiligsten hebben, zolang zij in dit leven zijn, maar een klein beginsel van. deze gehoorzaamheid'. Kohlbrugge: Wanneer is de oude mens helemaal gestorven en de nieuwe mens helemaal opgestaan? Bij zijn dood!
Opvallend is, dat ook onder óns kan voorkomen, dat men ellende, verlossing, dankbaarheid achter elkaar ziet liggen als achtereenvolgende fasen in iemands leven, zij het dat onder óns (ik zeg het eerlijk) de klemtoon kan liggen op het stuk der ellende, terwijl deze in de vrije groepen dan ligt op het stuk der dankbaarheid! Terwijl het veeleer zó is, dat die 3 stukken door elkaar héénliggen, en van dag tot dag nodig is de dagelijkse vernieuwing en reiniging door het bloed van Christus.
Het tweede voorbeeld. Iemand zei eens tegen me: 'als de Geest in me is, dominee, kan ik soms 3 dagen niet zondigen.' Het is andersom! Als Gods Geest in ons werkt, komen we onszelf elke dag wéér tegen als een zondaar en hebben we gedurig nodig de toevlucht te nemen tot de Heere Jezus Christus.
Het derde voorbeeld. Artikel 5 van het Bijbelinstituut te Heverlee van de B.E.Z. luidt: ' Door de inwoning van de Heilige Geest wordt de christen in staat gesteld een godvruchtig leven te leiden.' Daarop zeg ik: nee! Hij wordt steeds weer dieper ontdekt aan zichzelf, opnieuw gebracht tot de Heere Christus en van daaruit bloeien vruchten op der bekering waardig, en die vrucht is altijd te kort. Vandaar dat in de vrije groepen (zo men al aan het Avondmaal toekomt) het H.A. meer gezien wordt als een belijdenis van ons geloof, dan dat het zou zijn tot versterking van ons geloof. Versterking is immers weinig meer nodig! De oude mens is gestorven! En vandaar pok, dat in het verlengde van dit alles (of misschien lag het al aan het begin, en had ik het al eerder moeten noemen) de Heilige Doop staat als volwassendoop. De Doop is niet zozeer een teken en zegel van Gods beloften, maar veel meer teken van óns geloof, van ónze bekering en van óns belijden van de Naam van Jezus.
3... Is de levensheiliging in de vrije groepen wel zo brééd als de Schrift ze tekent? Ik zei al: het bestaat bij de vrije groepen dikwijls voornamelijk in het 'anderen bewegen ook hun hart aan Jezus te geven'. Maar is de heiliging niet veel méér? Heeft die niet ook te maken met het opeisen van het gehele leven voor de Heere, in het onderwijs, in de politiek, in de sociale en maatschappelijke verhoudingen? Het is tekenend, dat b.v. de politieke belangstelling in de vrije groepen naar mijn beste weten, vrijwel nihil is, en dat er alleen aandacht is voor de ziel, niét of weinig voor het lichaam. Ook al wordt er goed werk gedaan in het redden van anderen b.v. uit de alcohol, uit de drugs, etc., het is toch altijd weer hetzelfde stramien: breek met de drugs, geef uw hart aan Jezus.
Ik zeg met nadruk: enerzijds doet dat weldadig aan, waar men in onze tijd zó wereldwijd en tegelijk horizontaal meent te moeten denken, dat het persoonlijke dreigt te worden vergeten. Verpolitiseerde groepen in onze kerk zouden' er goed aan doen naar de vrije groepen te luisteren. Maar dat wil niet zeggen, dat de Heere niet een Heere is over het gehele leven. Voorbeeld: Calvijn stichtte in Geneve een universiteit, waar men naast theologie ook rechten kon studeren (omdat er geregeerd moest worden naar Gods Woord en wet) en medicijnen (dokters; omdat Gods zorg zich ook uitstrekt over de verzorging van ons lichaam) . Heel de samenleving moet zich voegen naar de wil van God en het Woord van God moet alle verbanden van de samenleving doorzuren en doortrekken.
4... Bij het punt van de heiliging zou ik ook
(vervolg pagina 271)
(vervolg van pagina 266)
het gebed willen noemen. Ik zei in het begin al: het kan ons tot nadenken stemmen, dat men in de vrije groepen veel samenkomt voor Bijbelstudie en gebed. Het gebed heeft een grote plaats in het geloofsleven van velen. Toch stel ik ook hier vragen.
Is de verhoring op het gebed dikwijls niet bijna een automatisme in de vrije groepen? Zéker, we kunnen niet gróót genoeg van de Heere denken als we tot de Heere bidden. En zéker: Jezus heeft gezegd: 'Al wat gij de Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Ik u geven.' We weten onder ons óók van wondere gebedsverhoringen, soms tégen de onmogelijkheden in. En we weten onder óns ook van aanhouden in het gebed, waarbij we groot van de Heere denken, ook al strijdt alles er tegenin.
Maar heeft het niet iets automatisch als we lezen: 'we hadden zóveel geld nodig, we legden het voor aan de Heere, en zie, de volgende dag was het er'. We baden of de Heere ons op die avond 10 bekeerlingen wilde geven; en we waren er vast van overtuigd dat Hij het zou doen; en zie, ze kwamen er’.
Goed verstaan: we willen dat geenszins ontkennen. We willen er zelfs op wijzen, dat wij dikwijls veel te klein van de Heere denken, en dat ons gebedsleven dikwijls zo arm en mager is. Maar in het gebed is ook het: Uw wil geschiede; Heere, zoals U doet, is goed, ook al komt morgen het geld niét op tafel, en ook al zijn er vanavond géén 10 bekeerlingen. Amen. Heere, mijn gebed is veel zekerder door U verhoord dan ik in mijn hart gevoel dat ik zulks van U begeer. Ook al is de verhoring van mijn gebed heel anders dan ik me ervan voorstelde.
Het gebed is de voornaamste oefening van het geloof, zegt Calvijn in de Institutie. Met de nadruk op oefening. Dat houdt in, dat de Heere wel eens kan doen wachten. Dat Hij betere wegen met ons voorheeft. Zoals dat meisje op de ziekenzaal: ze bad! 'En', zei het andere meisje met wie ze er samen lag, spottend: 'heeft Hij je gehoord? ' Ja, was het antwoord! Beduusd vroeg het meisje toen: 'En wat zéi Hij dan? ' Hij zei néé, was het antwoord. De Heere kan ook néé zeggen. Ik wil maar zeggen: amen zeggen op ons gebed wil ook zeggen: amen zeggen op het Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde, en de Heere daar onvoorwaardelijk op vertrouwen, en zeggen: Heere, zoals U het doet, is goed.
Het zicht op de kerk
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Is het teveel gezegd, als ik zeg, dat we bij de vrije groepen het zicht op de kerk weinig of in het geheel niét tegenkomen? Vele groepen bewegen zich aan de rand van de kerk, ook al willen ze naar de kerk toeleiden en toewijzen. Men verwacht het van de Géést, en wordt iemand door de Geest geleid, dan is de kerk minder hard of in het gehéél niet nodig.
Daarop zou ik willen zeggen: wanneer we de Heilige Geest losmaken van de kerk, ook van de plaatselijke gemeente, dan is men geestelijker dan de Heilige Geest zelf. Immers, Pinksteren, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest is het geboorteuur van de kerk. Als de Heilige Geest is uitgestort is er een gemeente in Jeruzalem, die gemeente komt samen, volhardend in het Woord en in de gebeden, en in de sacramenten, en zo is het met de andere nieuwtestamentische gemeenten ook: ook zij hebben een adres, daar zijn de ambten, daar is de prediking, daar zijn de sacramenten, ook al zijn we er ons van be wust, dat die gemeenten er anders hebben uitgezien dan bij ons.
Vanwaar komt het geloof? vraagt Heid. Catechismus Vr. 65. Van de Heilige Geest, die het geloof werkt door de verkondiging van het Woord en het sterkt door het gebruik van de sacramenten. De kerk is wel eens genoemd: de smederij van de Heilige Geest. Daar in het bijzonder wil de Heere werken, daar Zijn Gemeente vergaderen, haar voeden en onderhouden, daar zijn de ambten, de sacramenten, daar is de gemeenschap der gemeente. Leven bij het 'inwendig licht van de Geest', minachten of minder-achten van de ambtelijke bediening van het Woord is een doperse trek, die we moeten afwijzen.
De Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt dan ook onmiddellijk na het geloofsartikel: 'Ik geloof in de Heilige Geest; Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen’.
Ik zou dat naar 2 kanten willen afgrenzen. Aan de ene kant is er een zich afzetten tégen de kerk: in de kerk is alles doods en dor, de Geest is eruit! Helaas moeten we dat dikwijls beamen ! Laten we ons daar gedurig op onderzoeken ! Alléén: is het zo, dat de Geest alléén in de vrije groepen wil werken en niet in de kerken? Dat is een miskenning van het werk van de H. Geest, die meer dan 19 eeuwen lang in de kerk heeft willen werken.
Aan de andere kant zien we soms wél een zicht op de kerk, maar dan zó oecumenisch en breed, dat er voor de reformatorische leer naar de Schriften niet zoveel ruimte meer is. 'We hebben inhoudsvolle contacten met veel kerken' zegt Brucks, de huidige leider van de Youth for Christ in ons land, 'o.a. de R.K. kerk, de Geref. kerken, de Herv. kerk, de Christelijke Gereformeerde kerken etc'. En dr. Kraan, de man van de charismatische beweging vindt het een werking van de Geest des Heeren, dat men opwekkingschristenen vindt in alle kerken, tot in de R.K. kerk toe.
Ik kan dit punt niet anders besluiten dan elkaar de vraag mee te geven: hoe komt het dat velen uit de vrije groepen het zicht op de kerk kwijt zijn? Is dat misschien niet mede ónze schuld? Was/is het bij ons wel allemaal zo vol van Heilige Geest en van kracht? Zijn we wel een gemeente, die anderen jaloers vermogen te maken? Of is er veel sleur en vormendienst, bestaande uit wat kerkgang en nog enkele andere (zéker: goede) gewoonten. Hier ligt een stuk onderzoek voor ons allen. Hier ligt een taak o.a. voor het jeugdwerk in onze gemeenten, dat onder Gods zegen bezielend moge zijn, bijbels en vol kracht.
De vrije groepen en de H. Schrift
Ik herhaal wat ik reeds aan het begin zei: in de vrije groepen wil men onverkort vasthouden aan de belijdenis van de Bijbel als Gods Woord. Men wil putten uit de Bron, en die Bron is de Schrift. Alles wat van de Schrift afbuigt, wordt verworpen! Daar hebben we ons alleen maar over te verblijden! Én waar de Schrift is, mogen we hóóp hebben voor elkaar, willen we elkaar ook vasthouden, is er ook gesprek mogelijk, ook al gaan de wegen soms uiteen.
Toch moet ik, juist als het over de zaak van de Schrift gaat, zeggen, dat ik op alle omgang met de Schrift toch niet helemaal gerust ben. We kunnen namelijk de Schrift lezen helemaal door onze eigen bril. We kunnen Schriftgedeelten uit zijn verband rukken, andere gedeelten laten rusten, weer andere gedeelten naar voren halen! ... Er is altijd nog de vraag: hoé gaan we om met de Schrift? Spreekt de Schrift in zijn Bijbelse verbanden? Putten we dankbaar uit wat de kerk der eeuwen b.v. in de Schrift heeft gelezen, en wat b.v. zijn neerslag vond in de belijdenisgeschriften van de kerk?
We zullen de belijdenisgeschriften niét verheerlijken! We zullen wel belijden, dat we dankbaar zijn voor wat de Heere ons in de belijdenisgeschriften van onze kerk heeft geschonken, omdat we menend dat de Heere in de reformatie van de kerk (en die vindt o.a. zijn neerslag in de reformatorische belijdenisgeschriften) iets gróóts heeft verricht. Grondige dogmatische bezinning, studie en doordenking van de geschiedenis en de belijdenis der kerk acht ik met name voor de vrije groepen (ook voor óns!) een vereiste!
Ik zeg óók: géén belijdenis nodig achten: is dat geen uitwissen van de geschiedenis, die God met de kerk is gegaan de eeuwen door? Is dat geen minachten van de kerk? Ja van de Geest, die immers in alle waarheid leidt? Heeft het niet een zekere hoogmoed in zich, als men helemaal opnieuw wil beginnen, alsof we geen 20 eeuwen kerkgeschiedenis achter ons hebben?
Een paar dingen. Zo kan men komen tot een zeer sterke en eenzijdige benadrukking van de eindtijd, kunnen vooral oudtestamentische teksten worden uitgelegd in chiliastische zin. Ik denk daarbij aan de invloed van de boeken van Hal Lindsey, onder ons, en in de vrije groepen. Ik heb het elders reeds geschreven: ik acht de wijze waarop Hal Lindsey omgaat met de Schrift, een onwaardige wijze, die wel schriftuurlijk lijkt maar het allerminst is. Zo kan men ook komen tot een versimpeling van de bijbelse boodschap, met een vreemd woord bibliisme genoemd. Uitspraken als: 'Jezus is uw beste vriend', 'met Jezus bent u uit de moeilijkheden' enz., doen ernstig tekort aan het Bijbelse getuigenis. Misschien mag ik ook wijzen op het feit, dat dikwijls meer gesproken wordt van Jezus dan van Christus. Daar zit méér achter. Spreekt men alleen van Jezus dan is het de vraag of daarmee bedoeld wordt de Christus der Schriften in de volheid van Zijn ambten, in de brede Bijbelse verbanden.
Ik denk daarbij ook aan liederen als: Jezus is een machtige Heiland, Hij helpt overal door Jezus, Hij faalt nooit - . Daar zijn geen grenzen aan Jezus' macht. Deze liederen worden ook onder óns gezongen, op jeugdbijeenkomsten en evangelisatiesamenkomsten. Het zij zo! Ik wil alleen maar zeggen, dat het goed zou zijn, als er grondig studie gemaakt zou worden van de inhoud van vele van deze liederen. (Misschien zit er voor deze of gene theologische student een scriptie Practische Theologie in). Dikwijls komen we in deze liederen een Voorzienigheidsgeloof tegen, waarbij de Naam van Jezus een apart accent wil geven. Zonder het vrije lied van de hand te willen wijzen (integendeel!), met onderstreping zelfs van de waarde van het eenvoudigaanspreekbare lied in b.v. evangelisatie- en Jongerenbijeenkomsten, zou ik toch willen onderstrepen de hoge waarde van het Schriftgebonden lied.
Ik had nog iets willen zeggen over de Geestesgaven in verschillende groepen, en de Doop met de Heilige Geest. Maar dan zijn we helemaal op het terrein van de Pinksterbeweging en de charismatische groepen. Dat is niet de bedoeling. Misschien is voor heden genoeg te zeggen, dat ik meen, dat men dikwijls in deze groepen (Pinkster-en charismatische groepen) aan het wezenlijke werk van de Heilige Geest (het toeleiden van een zondaar tot Christus en de heiliging des levens) en aan de vrucht daarvan weinig toekomt, terwijl men de Geestesgaven onderstreept. Ik zou willen zeggen: het werk van de Heilige Geest is onmisbaar, de vrucht van de Geest is het onmiddellijk gevolg van de doorwerking van de Geest. De gaven van de Geest kan de Heere eventueel werken, wanneer en waar en zóveel Hij dat nodig acht.
Ik ga het afroiiden. Misschien heb ik heel wat overhoop gehaald. Het is om u stof tot nadenken te geven. Misschien kwamen verschillende dingen negatief en generaliserend over. Dat bracht de aard van het onderwerp met zich mee.
Ik zou nog 3 dingen willen zeggen:
1... We zullen niet altijd zwart-wit moeten denken. Ook niet scherp willen oordelen en veroordelen. Wel elkaar eerlijk en Bijbels willen aanspreken. Waar in de vrije groepen de Schrift open ligt als het Woord van God, zullen we zoveel mogelijk het gesprek in liefde open moeten houden. En we zullen moeten belijden, dat waar wij de greep op veel jonge ren kwijt zijn, de vrije groepen die greep juist kregen. Dikwijls op jongeren, die wij in onze gedachten al hadden afgeschreven.
2... We zullen de vrije groepen en jongeren (én ouderen), die door deze groepen zijn aangeraakt de geschriften van de Reformatie moeten voorhouden. Maar dan zullen we die geschriften zelf moeten kennen en daaruit moeten leven. Ik denk met name aan de belijdenisgeschriften van onze kerk.
3... De hand moet in eigen boezem! Waar is bij ons de gloed des Geestes, de bezielende kracht, de vrijmoedigheid met anderen te spreken over de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben? Dan zijn de vrije groepen voor ons een ontdekkende preek. Dan bidden we om Gods Geest en om een, geestelijk ontwaken iedere keer weer opnieuw, door Gods Geest zelf gewerkt, en dan ook: het kan niet anders: naar de diepe en brede, bijbelse verbanden van de Schrift.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's