De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hier en heden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hier en heden

7 minuten leestijd

Gijlieden weet niet wat gij begeert

Ironie. Een woord waar je 't te kwaad mee kunt krijgen. De ironie van het geval wil..., zeggen we dan. Doch dat gaat soms grimmige, ja satanische vormen aannemen. Ironie kan betekenen de 'schijn van onwetendheid die men voorwendt om anderen daardoor te vangen of te bespotten'. Zo'n toeleg voert ons regelrecht terug naar de vreselijke gebeurtenis in Eden, waar de duivel met zijn quasionkunde Eva en, met haar, Adam en ons allemaal ving om ons bovendien te kunnen aanklagen, opdat hij met ons in ons aller verderf de spot zal drijven. Ironie kan dus duivels zijn.

In die geest kunnen wij het ironisch noemen dat demissionaire bewindslieden ineens van hun verkiezingstournee werden gealarmeerd om eens te meer hun crisiscentrum te bemannen. Zij hadden zich het einde van de verkiezingen anders voorgesteld. Aan formatieperikelen hebben zij wel gedacht en van een heel korte rustperiode hebben zij gedroomd. Wie weet dachten zij aan champagne. Aan het einde van de campagne. Als de uitslag er naar was. Van de campagne halsoverkop in het crisiscentrum. Wie had dat durven voorspellen? Behalve de mensen die het altijd al hebben gezegd, doch die over het juiste tijdstippen plaats waar en manier waarop veelal elke informatie schuldig blijven. Die nog iets langer van memorie is zegt: Van de kabinetscrisis in de verkiezingszotternij en van die verdwazing in de gijzelingscrisis.

Tussen de tijd dat deze regels aangroeien en het moment dat lezers ze aflopen valt een ruime termijn. Een termijn waarvan de grootte wordt overtroffen door die van de hoop dat inmiddels het afgrijselijk drama een begunstigd einde vond. Door middelen als deze zou zelfs de rechtvaardigste zaak ongeneeslijk ontheiligd worden.

Ik weet niet of de bezetters van het crisiscentrum toekomen aan bezinning, aan wat tegenwoordig barbaars heet een 'stukje' bezinning. Indien de spanningen het gedogen zullen ze ongetwijfeld zich afvragen waarom zij zich tot het uiterste hebben ingespannen. Waar ging het om gedurende de slopende campagne? Om de macht immers! Het zal weinig voldoening geven op deze wijze aan de macht te zijn. Immers in onze handen worden gelegd de levens van talloze onschuldigen.

Van onschuldige kinderen. Voorzover van onschuld sprake is. Die mag toch een naam hebben. David zei tenslotte: 'Wat hebben deze schapen gedaan? ' Schuld wordt niet te allen tijde met de schuldigsten vereffend. Dat is het dan wat de duivelse ironie wilde. De dingers naar macht laten proeven wat macht kan meebrengen. Daar was het hun natuurlijk niet om begonnen. Maar het kan er gemakkelijk in resulteren. Zo ooit ergens dan is hier wel het bezit van de zaak het radicale eind van het vermaak.

De conclusie ligt voor de hand. IJdelheid der ijdelheden is het macht te bejagen. Ons portie laten wij graag voor wie het wel lust. Alleen de vraag komt in dat geval naar voren of de gegadigden die er dan overschieten juist van kaliber zijn, dat zij met de macht en de macht met hen volslagen veilig zijn. Wij zijn nooit vrijaf, wanneer wij dit soort dingen op hun beloop laten. Zelfs niet wanneer wij ze aan de verhoring van onze gebeden overlaten. Ook dat standpunt vindt aanhang. Ik houd mij van al deze terreinen mijlenver, maar ik bid met alle kracht of God de Heere alle dingen ten goede bestiert. Het gebed zelf weerlegt deze ontsnapping. Immers Christus leerde ons niet slechts te vragen om de vergeving van zonden maar tevens voegde Hij daartoe de belijdenis: gelijk wij vergeven onze schuldenaren. Ik besef dat de spreuk 'bidt en werkt' heel gemakkelijk remonstrants kan uitpakken, maar het is aan de andere kant een ongerijmdheid wanneer wij zouden vragen om iets wat wij zelf niet doen. Dat kan alleen maar een geveinsde wezen die dit vraagt en niet doet. Bij God is geen aanneming van de persoon, maar in allen volke is wel aangenaam bij de Heere, die Hem vreest en - niet te vergeten - gerechtigheid werkt.

Om macht was het begonnen, maar daarmee komen wij ras van een slechte kermis thuis bij tijd en wijle Dr. De Ru schreef zijn 'Verleiding van de Revolutie'. Een boek over de verleiding van de macht zou evenzeer in een behoefte voorzien. Het zou ook geen studie apart hoeven te wezen. Want het kan soms de keerzij uitmaken van de revolutiemedaille. De verleiding van de macht, want macht verderft. Ik weet dat continuïteit en ervaring waardevolle factoren zijn, anders zou het voor de één zowel als voor het andere van belang kunnen zijn dat mensen niet te lang aan deze bestraling worden blootgesteld. Beperkende bepalingen omtrent herkiesbaarheid getuigen van wijs inzicht. Van hooggeroemde zelfkennis. Want licht gaan wij ons vereenzelvigen met onze functies. Onthouding kan Gods mening niet zijn en een verbod zou wijzer willen zijn dan de Heere. Alles mag, zei Paulus. Alles is me gepermitteerd. Ik zal echter onder de macht van geen mij laten brengen. Zeker niet onder de macht van de verleidelijke macht.

Het probleem zelf waarom alles werd ontketend riekt eveneens naar macht. Naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De apostel weet treffend te verkondigen dat God niet alleen uit éne bloede alle mensen heeft gemaakt, maar tevens dat God allen binnen begrenzingen van tijd en ruimte heeft besloten. Ook ruimtelijke begrenzingen ja, want Hij verordineerde de bepalingen van hun woningen. Een heel gewichtig onderwerp komt hiermee aan de orde. Denk aan wat in het vraagstuk omtrent Israël belofte van het land heet. Hij verkiest voor ons de erfenis, de 'heerlijkheid van Jacob'. Deze begrenzingen zijn niet onaantastbaar. Althans van Gods kant niet. Hij liet Abraham juist uit vaders huis, maagschap en land wegtrekken. Terwille van de belofte van het land. Doch me dunkt dat in de loop der eeuwen de mensen elkaar heel veel onnodige ellende hebben bezorgd door eigenmachtig groepen en bevolkingen weg te slepen, te deporteren en als slaven te verhandelen. Om welke redenen dat alles ook zijn beslag kreeg, het bracht weinig vreugde en de minste voorspoed. Veelal wordt de rekening naderhand gepresenteerd.

Zodoende verijdelen wij mensen tegelijk de bedoelingen Gods met die begrenzingen binnen tijd en ruimte. Immers Hij beoogt dat wij Hem zouden zoeken. Wij die ver zijn van Hem, Die zeer nabij is. Ook dat is onbegrijpelijk, tenzij wij leren verstaan dat het waar is. God zoeken is ons tot Hem bekeren, vervolgt de apostel. Die bekering verdraagt geen uitstel, want de dag van het rechtvaardig oordeel is ophanden.

Zo moet alles binnen deze orde en nog meer dat wat buiten die orde dreigt te vallen nopen tot bekering. Dat is van vele relazen de slotsom. Mits wij hiermee niet te gemakkelijk komen aandragen. Dat is weer een andere ijdelheid onder de zon. Het wettisch vlot wijzen op de noodzaak van de bekering. Ook zoiets heeft zijn ironie. Want afgezien van wat vormelijke franje weet de verkondiger zelf niet wat hij noemt. Hij heeft gepacht wat hij niet bezit. Er zijn er die leraars van de wet willen zijn en zelf niet verstaan, noch wat zij zeggen noch wat zij bevestigen. Zo zien we weer eens dat er meer is dat niet deugt dan wij denken en dat het niet gauw goed is voor God. Maar als het goed is is het ook werkelijk goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Hier en heden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's