Bevinden en kennen
Er is geen begrip in het godsdienstig leven, waarop men moeilijker greep heeft dan op het begrip bevinding. Als het gaat om bevindelijke prediking zijn er grote verschillen in waardering. Het is duidelijk dat er een prediking is die puur voorwerpelijk, objectief is. Het heil wordt als een stand van zaken verkondigd. Men is gedoopt en dus... Of Christus heeft voor alle mensen geleden en is voor allen opgestaan. Met bevindelijke prediking bedoelen we een prediking die van de Heilige Geest uit het hart wil raken, ontdekkend, ontgrondend, vertroostend en oprichtend. Maar dan nóg: wat voor de één bevindelijk heet is het voor de ander niet. En niet zelden hoort men van een prediker zeggen dat hij niet bevindelijk preekt. Vraagt men dan dit concreet te maken dan staat de wagen stil. Daarmee wil niet ontkend zijn, dat er in de gemeente intuïtief een oor is, dat het opmerkt of de prediking het leven inkervend en helend doortrekken wil en of er tussen de zondaar en Christus de Heilige Geest staat, die het uit Christus neemt en ons verkondigt, die de liefde Gods in het hart uitstort, die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel.
Bevinding in het Woord
In de Schrift, het is bekend, komt het woord bevinding slechts één keer voor, namelijk als in Romeinen 5 gezegd wordt, dat de lijdzaamheid bevinding en de bevinding hoop werkt. Calvijn zegt daarvan:
Paulus immers vat dit woord op als ondervinding, welke de gelovigen aangaande Gods zekere bescherming verkrijgen, wanneer zij in het vertrouwen op Zijn hulp alle moeilijkheden te boven komen; d.w.z. wanneer zij onder geduldig gedragen lijden standvastig blijven, ervaren zij hoeveel de kracht des Meeren vermag, van welke Hij beloofd heeft, dat zij de Zijnen altijd ten dienste zal staan. Jacobus gebruikt hetzelfde woord voor de verdrukking zelf, overeenkomstig het gewone gebruik van de Schrift, omdat God door deze Zijn dienstknecht beproeft en ondeboekt; hierom worden zij ook dikwijls verzoekingen genoemd. Wat nu deze tegenwoordige plaats betreft, wij maken dan, gelijk ons betaamt, voortgang in de lijdzaamheid, wanneer wij bedenken, dat zij door de mogendheid Gods tot onze beschikking staat, en wij zo voor de toekomst de hoop beginnen te koesteren, dat de genade Gods, welke ons steeds in de nood te hulp is gekomen, ons nimmer zal ontbreken. Hierom knoopt hij hieraan vast, dat 'uit de bevinding de hoop' voortkomt, omdat wij ons ondankbaar tonen voor de weldaden, welke wij reeds ontvangen hebben, indien wij door de herinnering daaraan de hoop voor latere tijd niet bevestigen.
En de hoop maakt niet beschaamd... Dit betekent, dat zij als uitkomst, waarvan zij volkomen zeker is, de zaligheid heeft. Hieruit laat zich vaststellen, dat wij door de Heere door tegenspoeden met dit doel worden geoefend, dat langs deze trappen onze zaligheid naderbij zal worden gebracht. Daarom kunnen de ellenden ons niet ellendig maken, omdat zij naar Zijn wijze Raad ons hulpmiddelen zijn om tot de zaligheid te geraken. En zo is het bewijs geleverd voor hetgeen hij gezegd had, dat de godvruchtigen midden onder de verdrukkingen stof hebben om te roemen.
Aangezien de liefde Gods in onze harten is uitgestort... Ik laat dit niet alleen slaan op het woord, dat er onmiddellijk aan voorafgaat, maar op de gehele voorafgaande uitspraak; daarom, zeg ik, worden wij door de verdrukking geoefend tot lijdzaamheid en is de lijdzaamheid ons de ervaring van goddelijke hulp, waardoor wij te meer tot hoop worden aangewakkerd, omdat, al is het dat wij verdrukt worden, en al heeft het er ieder ogenblik de schijn van, dat wij vernietigd zullen worden, wij toch niet ophouden Gods goedgunstigheid tegenover ons te gevoelen, hetwelk een zeer overvloedige vertroosting is en waarmee wij rijker zijn dan wanneer de dingen voorspoedig verliepen.
Kennen
Komt het woord bevinding dus in de Schrift slechts een keer voor, en wel in de zin van beproefdheid, de zaak temeer en wel met name in het woord kennen, dat vele, vele malen in de Schrift voorkomt, namelijk als kennen met het hart, kennen met het hele wezen, kennen voor Gods Aangezicht, kortom bevindelijk kennen.
Wordt van God in de Schrift gezegd, dat Hij ons mensen doorgrondt en kent (Ps. 131 : 1), ook de mens zal zichzelf kennen, te weten in zijn ongerechtigheid (Jes. 3 : 19) en in zijn overtredingen (Ps, 51 : 51). Zo wordt ook God gekend. Van Samuel lezen we, dat hij de Heere nog niet kende, omdat het Woord des Heeren aan Hem nog niet was geopenbaard. Maar het kwam tot een 'spreek Heere, want uw knecht hoort'. Tot aan de morgen was hij in het huis des Heeren en toen verborg hij de woorden van God voor Eli niet en zei: Hij is de Heere! Zo wordt God gekend, in de verborgen omgang, in het spreken met God en het horen van Gods stem. Zo wordt God gekend in het, Aangezicht van Christus. Velen werden hem kennende, zegt Marcus. De schapen horen Zijn stem (Joh. 10 : 4) en Paulus komt tot de uitroep, die tegelijk een belijdenis is: pdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn opstanding (Pil. 3 : 1).
Dat is alles meer dan kennen met het verstand. Kennen is in de Schrift bevinden en bevinden is kennen. Welgelukzalig is zo het volk dat het geklank kent. Hoort wat mij God deed onder vinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
Een centrale Schriftplaats, als het over dit kennen gaat, is Joh. 17 : 3: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen de enige waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt. Wat is zulk een kennen van God? Ook hier schrijven we neer wat Calvijn bij deze Schriftplaats zegt:
En dit is het eeuwige leven. Nu beschrijft Hij de manier, waarop het leven geschonken wordt, nl. als Hij de uitverkorenen verlicht tot ware Godskennis. Want Hij spreekt hier niet over het genieten van het leven, dat wij verwachten, maar alleen over de wijze, waarop de menschen tot leven komen. En om deze gedachte goed te begrijpen, moeten wij eerst verstaan, dat wij allen in den dood zijn, zoolang God, die alleen het leven is, ons niet verlicht. Maar als Hij ons verlicht heeft, komen wij ook tegelijk tot het bezit van het leven, omdat wij Hem door het geloof bezitten. Dit is de oorzaak, dat zijn kennis metterdaad en in der waarheid zaligmakend genoemd wordt. Voorts ligt er bijna in elk woord bijzondere betekenis. Want hier wordt niet alle kennis van God bedoeld, maar alleen die ons naar het beeld Gods vernieuwt uit geloof tot geloof. Ja, zij is hetzelfde als het geloof, waardoor wij in het lichaam van Christus ingeplant, het kindschap Gods deelachtig worden en erfgenaam der hemelen. Wijl nu God niet anders gekend wordt dan in 't aangezicht van Christus, die zijn levend uitgedrukt beeld is, wordt gezegd 'dat wij U kennen en Christus, die Gij gezonden hebt'. Want dat de Vader in de eerste plaats genoemd wordt, heeft geen betrekking op de orde in 't geloof, alsof ons verstand van de kennis Gods afdaalt tot Christus. Maar de bedoeling is, dat God eerst door tussenkomst van den Middelaar gekend wordt.
Bevinding en kennis zijn onlosmakelijk dat leert de Schrift op elke bladzijde. Wat zal bevinding zijn zonder kennen met verstand en hart? Wat zal bevinding zijn zonder kennen van de heilsdaden Gods, ons geopenbaard in het Woord? Daarom zal dat bevindelijke prediking mogen heten, waarin allereerst het Woord wordt ontvouwd, uitgelegd, en zó naar het hart van de gemeente wordt doorgestoten. De Heilige Geest doet immers het Woord kennen en als waar bevinden, zo dat we het Woord bijvallen in veroordehng en in de aanbieding van het heil.
Als de Schrift zegt: mijn volk gaat ten onder, wordt uitgeroeid omdat het geen kennis heeft, dan gaat het om dit kennen, dat kennen met verstand en hart, kennen vanuit het Woord en in de verborgen omgang is. Al wat als bevinding wordt aangediend buiten het Woord om mag op die naam geen aanspraak maken. En elke beoordeling van de prediking op bevindelijk gehalte zal dan ook dunkt me beoordeling moeten zijn op het bijbels kennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's