De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pilaar en Kandelaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pilaar en Kandelaar

10 minuten leestijd

(2)

Als ik de inhoud van Roeping en Belofte vergelijk met Pilaar en Kandelaar valt mij op, dat in het eerste de pastorale aspecten van het kerkelijk leven uitvoeriger aan de orde komen dan in het tweede. Pastoraat en Apostolaat zijn nu samengevat in één bijdrage. Toen kwamen Verbond en Doop, School en Catechese, Openbare Belijdenis en H. Avondmaal, Kerk en jeugd in aparte bijdragen ter sprake. Wel komen nu catechese, school en jeugdwerk beknopt aan de orde in een uitstekende bijdrage van ds. R. J. van de Hoef over Opvoeding in gezin en kerk. De titel zegt al, dat het zwaartepunt hierin valt bij de ouders, die tijd, belangstelling, liefdeen verantwoordelijkheidsbesef moeten hebben tegenover God en de kinderen, die Hij hun gaf.

Nodig is van jongsaf het gesprek open te houden, zodat de kinderen weten, dat ze een open oor en een warm hart vinden. Zo moet ook de predikant weten, wat er bij zijn catechisanten leeft. Zeer reëel tekent Van de Hoef al de invloeden, die van buitenaf op onze kinderen aankomen. Ook op catechisatie zij er daarom openheid, opdat de catecheet ter rechter tijd het juiste medicijn uit de grote apotheek van het Woord moge geven. Christelijke opvoeding is van uit de mens gezien een onmogelijke zaak. De Schrift verbergt ook niet de boosheid van de kinderen des Verbonds. Maar datzelfde Verbond is toch de bedding waarlangs het God den Heere belieft Zijn naam voort te planten van geslacht tot geslacht. Het klimaat waarin onze kinderen dagelijks ademen is zeer ongunstig. Van de Hoef tekent dat. Des te meer is het zaak, alles te verwachten van Hem, Wiens trouw en waarheid haar kracht houden tot in het laatste nageslacht.. Ook de prediking rekene met de kinderen. En dan niet nagemaakt kinderlijk. Kinderen voelen vaak scherp wat echt gemeend is en wat niet. Op huisbezoek moeten de ouders ook hun vragen op dit gebied kwijt kunnen.

Een deel van de onderwerpen, die in Roeping en Belofte besproken werden, komt opnieuw ter sprake. Niet om andere uitgangspunten te stellen als toen, maar vanwege fouten, die zich verleggen, nieuwe ontwikkelingen, die zich voordoen, 'gewijzigdeomstandigheden’.

Alzo ir. Van der Graaf in zijn Ten Geleide.

Wat heeft het diaconaat denkt hij aan de toespitsing op het werelddiaconaat. Daarover gaat het onder meer in de bijdrage van drs. A. Romein, die de noodzaak van werelddiaconaat erkent. Hij weet van een zekere huiver in Herv. Geref. kringen, omdat soms de relatie tot Evangelie en Kerk verduisterd wordt door een algemene solidariteitsgedachte, of doordat van het Evangelie een wet gemaakt wordt, waarin het goddelijke 'Ik zal' vervangen wordt door 'gij zult', tot schade ook van dat, wat wij zullen doen. Maar zoals het ware Evangelie bestemd is voor de gehele wereld. moet zijn verkondiging ook gepaard gaan met de dienst der barmhartigheid. Zo was het bij den Heere Jezus zelf. Zo betekent 'dabar' zo­wel woord als daad.

Christelijke dienst aan de wereld is geen echte dienst, wanneer bij het Woord geen daad en evenmin, wanneer bij de daad niet het Woord komt. De eerste diakenen verzorgden niet alleen de stoffelijke noden, maar spraken ook het Woord (Filippus, Stephanus). Ook de dienst des Woords heet 'diaconia?

Over kerk en ambt wordt ditmaal geschreven door ds. K. J. Geluk.

Het gezag van de ambtsdragers berust niet op hun persoon (vgl. het vaak als voorwaarde gestelde 'waar maken'). Ook niet op het instituut der kerk. Maar de ambtsdrager handelt en spreekt namens een Ander. 'Wie u hoort, die hoort Mij', zegt Jezus (Luk. 10 : 16). Zo komt het ambt in het blikveld van het gelóóf te staan.

Ds. Geluk gaat de gegevens uit Oud-en Nieuw Testament na, laat de kerkgeschiedenis aan ons voorbijgaan en brengt allerlei hedendaagse vraagstukken te berde als de naam in het ambt, het toekennen van ambtelijke volmachten in kwasi-kerkdiensten met kwasi-ambtsdragers, de verkiezing en de roeping tot het ambt, de dienende taak in mooie en in moeilijke omstandigheden, de trouw in de vervulling van het ambt, in het geloof, dat God de Heere zelf voor Zijn kerk instaat.

Over Kerk en Prediking schreef in Roeping en Belofte ds. L. Blok. Nu doet dit ds. W. van Gorsel. In beide bijdragen herkennen we de auteurs. Ieder doet het weer op zijn eigen manier. Het stuk van ds. Van Gorsel heb ik ook met genoegen gelezen. Als ik beide besprekingen naast elkaar leg, denk ik aan een opmerking van Augustinus, dat het goed is, dat dezelfde dingen door meerdere mensen op verschillende wijze gezegd worden. Dat betekent elkander aanvullen, niet aanvallen.

Ds. C. Snoei had de zware opdracht om zowel over Pastoraat als over Apostolaat te schrijven. In Roeping en Belofte werd over het Pastoraat geschreven door wijlen ds. G. Boer, en over het Apostolaat door prof. dr. H. Jonker.

Collega Snoei heeft de gemeente gediend en zit nu door zijn arbeid voor de Bond v. Inw. Zending midden in allerlei, wat met het Apostolaat te maken heeft. Het gaat in al deze dingen om de herderlijke zorg in dienst van Hem, Die zowel binnen het Verbond als daarbuiten Zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt.

Israël kende God als Herder. De Heere Jezus Zelf is de Goede Herder. Hij schakelt ambtsdragers in. Maar ook de gehele gemeente. De Handelingen der Apostelen laten een geregeld verband zien tussen Pastoraat en Apostolaat. Wie den groten Herder der schapen toebe­ hoort, krijgt iets van Zijn herdershart mee en kan niet volharden in Kaïn's: ben ik mijns broeders hoeder.

Practische opmerkingen completeren het geheel.

Over de Zending had in 1959 ds. Tichelaar geschreven. Nu was dit gevraagd aan ds. H. Goedhart, die zo kersvers van zijn arbeidsterrein in Kenya was teruggekeerd. Hij heeft de uitgave niet meer beleefd, maar zijn bijdrage nog wel kunnen leveren. Met piëteit en belangstelling luisteren we naar zijn uiteenzettingen, die ook rekening houden met de staatkundige ontwikkelingen en de eigenaardige trekken van de Afrikaanse cultuur. Ook de verhouding tot wereldgodsdiensten en ideologieën, met de vraag: zending of dialoog, komt aan de orde. Soms voelde ds. Goedhart de wens bij zich opkomen, dat zwarte predikanten ónze grote steden zouden binnentrekken, omdat God hun, de gave schonk directer en simpeler en spontaner de mensen aan te spreken, dan dat wij het doen, die met onze al te zorgvuldige verpakking de boodschap des konings vaak hinderen. Een belangrijke bijdrage.

Dat geldt ook van die van drs. Exalto. Als hij gaat schrijven over het erfgoed van Reformatie en Nadere Reformatie, dan is hij op een terrein, dat hem zeer goed bekend is. Hij kent Luther zowel als Calvijn, waardeert Reformatie en Nadere Reformatie gelijkelijk, erkent wel dat in het bijzonder de laatste ook schaduwzijden heeft, maar wil daar liever het oog niet op vestigen. Hij onderstreept alleen de positieve waarden, die toen geschonken werden, verdedigt die en propageert die met alle macht.

Drs. Den Boer schrijft over Belijdende kerk en kerk met een belijdenis.

Hij wil de actuele geldigheid van de belijdenisgeschriften onzer kerk, in het bijzonder, die uit de 16e en 17e eeuw hooghouden. Ze stammen immers niet uit de studeerkamer, maar uit het aangevochten geloofsleven, dat wezenlijk in alle tijden zich beweegt om dezelfde centrale punten in de verhouding tot God en de naaste. Hij meent, dat veel van hetgeen deze tijd aan antwoorden vraagt, reeds te vinden is in die belijdenis en bestrijdt degenen, die menen, dat dit maar tot op zekere hoogte het graal is.

Ik dacht, dat we in deze strijd ons moesten hoeden zowel voor overschatting als voor onderschatting van de toen op Schrift gestelde belijdenis der kerk'. Ongetwijfeld heeft de Heilige Geest bijzonder gewerkt in de hervorming der kerk en haar ook bijzonder verlicht. Dat houdt zijn waarde. Daaruit te concluderen dat het Gods bedoeling zou zijn, dat daarmede in de belijdenis der Ned. Herv. Kerk de inhoud van het gehele Woord Gods met een laatste woord zou zijn weergegeven tot aan de jongste dag, lijkt me te veel gezegd, en dat zal ook de bedoeling van collega Den Boer niet zijn. Ik meen, dat de inhoud van de Schrift te alomvattend is, doordat alles daarvan reeds uitputtend in enige belijdenis tot uitdrukking zou zijn gebracht in de confrontatie met de machten, die zich in deze wereld breed maken.

De ergste kwaal zit daarin, dat de Ned. Herv. Kerk te zeer in verwarring verkeert en te zeer in de knoop zit, zowel wat betreft haar overeenstemming met de belijdenis der Vaderen, als wat een levend eenparig getuigenis aangaat van hetgeen zij nu uit het levende Woord door den Heiligen Geest heeft verstaan en verstaat, dan dat zij in staat zou zijn dit thans op de rechte wijze tot uitdrukking te brengen.

Wat de Vaderen nalieten moet trouwens ook telkens weer veroverd worden om inderdaad ons geestelijk bezit te, zijn. Formele instemming waarborgt allerminst kerkelijke en geestelijke eenheid, zoals het beeld van de Gereformeerde Gezindte maar al te duidelijk laat zien. Dr. A. A. Koolhaas heeft in Roeping en Belofte over ditzelfde onderwerp schrijvende voorbeelden aangehaald uit de geschiedenis der kerk van de behoefte om spontaan te belijden, ook al had men kunnen verwijzen naar de bestaande belijdenisgeschriften. En dat beslist niet omdat men heimelijk die belijdenis terzijde stelde.

Drs. Den Boer heeft hiermede een zaak aangesneden, die ook verder om een vruchtbare bespreking vraagt.

De bundel opent - en ik ben er erg dankbaar voor-met de bijdrage van ds. L. Kievit, in z'n geheel overgenomen uit Roeping en Belofte, met als motto dit korte gedichtje van Revius: 'Wanneer de mensche spreekt, die lichtelijken dwalet

Soo vraag ik niet van wie, maar wat daar is verbalet.

Wanneer de Heere spreekt, 'k en vraag niet, wat Hij zei

maar wie geproken heeft en dat genoeg et mij'. De inhoud van Kievit's bijdrage is te rijk om te wagen een korte samenvatting te geven.

Hij heeft het charisma ontvangen van een ongewone zeggingskracht in zeggingswijze, gepaard aan bijzondere kwaliteiten als verbi divini minister. Een paar 'kopjes' reeds zeggen veel: het Woord sticht de kerk en: het Woord richt de kerk. Kievit vermaant trouwens tot een naarstig arbeiden in het Woord. Niet alleen de predikers mogen niet lui zijn, maar ook de gemeente niet. Denk maar aan Berea.

Wat van het eerste artikel geldt, geldt m. i. ook van het laatste, dat van ds. L. van Nieuwpoort over de toekomstverwachting van de Gemeente.

Die verwachting heeft in verschillende tijden een verschillend karakter gedragen. Van Nieuwpoort geeft daarvan voorbeelden. De tekenen der tijden, de theologie van de hoop, het chiliasme, ook weer de valheid der heidenen en Israël, de noodzaak van waakzaamheid en werkzaamheid komen ter sprake. Maar het is vooral de toonzetting van het geheel, die mij getroffen heeft.

Tot zover deze kleine proefjes uit dit veelzijdige boek, dat mqde waardevol is door de ruime verwijzing naar belangrijke literatuur bij iedere bijdrage en door de vele aantekeningen.

’t Is wat groter en uitvoeriger geworden dan Roeping en Belofte. Het ziet er ook kloeker uit, al is het andere fijner. De band, waarin de uitgever Ton Balland het boek gestoken heeft, doet me denken aan een stevige blauwe jekker, die de groter geworden jongen gekregen heeft. De toon neigt hier en daar naar het mannelijke. Dat zit ook wat in de klank van de titel: pilaar en kandelaar, beide bijbelse beelden voor de roeping der Gemeente. Bij Roeping en Belofte denk ik vooral aan God, Die roept én Die belooft. Van dat laatste moet het geloof het ook nu hebben. Anders gaat het mannelijke in de richting van het manhaftige en verliest daardoor aan kracht.

Jammer, dat er zo'n lijst van drukfouten moest worden toegevoegd. En ze staan er nog niet eens allemaal in!

Ik wens dit door Balland keurig en stevig uitgegeven boek een snelle en brede verbreiding toe, niet alleen in eigen kring, maar ook daarbuiten. De prijs is ƒ 29, 50. De koper zal zich niet beklagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Pilaar en Kandelaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's