De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De duiding van Gods voorzienigheid in ons persoonlijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De duiding van Gods voorzienigheid in ons persoonlijk leven

8 minuten leestijd

In ons vorige artikel over de voorzienigheid Gods zagen we, dat we met de nodige voorzichtigheid zullen moeten spreken over de vinger Gods in de geschiedenis van de wereld en van een volk. Die voorzichtigheid verhindert echter niet om ootmoedig en gelovig op de leidingen van God in de wereld te letten en er zij het stamelend over te spreken.

Wij willen dat nu nog wat aanvullen met enkele opmerkingen over Gods voorzienigheid in ons persoonlijk leven. Ook hier past ons de grootste bescheidenheid. Voorop sta, dat God Zijn weg gaat met ieder van Zijn schepselen.

Door duizend en één bewijzen van Zijn lankmoedigheid (in gezondheid, dagelijks voedsel enz.) spreidt Hij Zijn goedheid ten toon. Door vele waarschuwingen en soms bijzondere roepstemmen (een plotseling sterven van iemand in onze omgeving, een zwaar ziekbed bv.) laat God ons zien, hoezeer Hij te vrezen is. 'God heeft geen ding in deze wereld aan het geval of de fortuin overgegeven', zegt artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis 'Pech gehad', of 'geluk gehad' zijn heidense zinswendingen, die in een christenmond niet passen.

Bijzondere ingrepen van God in ons leven In het geloof mag deze veelzijdige bemoeienis van God met een mensenkind, tot in de kleinste dingen van het leven, worden verstaan.

Zeker, het geloof mag ook weten van bijzondere leidingen van God in het leven van Zijn kinderen. Augustinus werd getroffen door kinderstemmen, die zongen in de tuin naast de zijne: Tolle, legeneem, lees'. En naar binnen gegaan zijnde nam hij de Bijbel en las Rom. 13 : 12 vv. Het raakte hem tot diep in zijn ziel. De vloekende ketellapper van Elstow, John Bunyan, werd door een buurvrouw gewaarschuwd om eindelijk toch eens op te houden met het lasteren van Gods naam. En hij vloekte nooit meer. Er zijn bijzondere leidingen van God met Zijn kinderen. Maar dit laatste betekent niet, dat wij Gods voorzienigheid mogen beperken tot een aantal bijzondere ingrepen van God in het leven van de Zijnen. Wanneer we dat doen zien we over het hoofd, dat Gods voorzienigheid omvattender is. We vergeten dan ook zo gemakkelijk, dat er naast die bijzondere ingrepen van God zoveel is, waarin de Heere met ons bezig is. Dat mogen we niet verwaarlozen, menende dat het bijzondere het enige is. Ook al gaat de Heere met sommigen van Zijn kinderen heel eigen en bijzondere wegen, dat wil toch niet zeggen, dat Hij dat altijd met elk van Zijn kinderen zo doet. Hoevelen van Gods kinderen zijn bv. niet van hun jeugd af aan door tere en onwederstandelijke werkingen van Gods Geest getrokken en onder God gebogen! Dat wonder is niet minder groot dan wanneer wij als een Saulus van Tarsen gegrepen zijn. Het is zelfs groter reeds van zijn jeugd af aan de Heere te mogen dienen.

Voor moeilijke beslissingen staan

Moeilijker wordt het met de z.g. duiding van Gods voorzienigheid wanneer wij voor bepaalde beslissingen komen te staan in ons dagelijks leven. Waaraan kunnen wij het weten, dat iets de wil van God is? Een jongen van achttien jaar, die nog niet weet, wat hij worden wil. Een meisje, dat zich afvraagt, of de jongen, met wie ze omgaat, wel een geschikte levenspartner is. Een man, die van werkkring verandert. Een dominee, die een beroep in overweging heeft. Terecht wordt ook hier telkens weer gewezen op het gevaar, dat we in het bijzondere zouden zoeken. Alsof het Gods gewone wijze van doen zou zijn om Zijn kinderen door dromen of stemmen uit de hemel de weg te wijzen. De tijd van de bijzondere openbaringen is voorbij. Toch leidt God al de Zijnen, die met de vragen van hun leven onder Zijn ogen komen, van stap tot stap. Dat gaat niet buiten hun verstandelijke overwegingen om, ook niet buiten hun wil om. De gelovigen komen met dat, wat zij overwogen, met dat, wat zij willen in het gebed tot God. Zij Ieren het toetsen aan het Woord van God. Zij moeten er dan soms radicaal mee overboord, omdat zij leren inzien, dat wat zij overwogen en begeerden niet naar het gebod van God is. En God kan in Zijn verborgen raad van iemand niet iets vragen, wat Hij in Zijn geopenbaarde raad en wil verboden heeft. Wij moeten dagelijks als goddelozen gerechtvaardigd worden.

Maar als iets in onze gedachten leeft en we begeren het sterk, terwijl wij weten, dat het niet tegen Gods geopenbaarde wil is, en dat we er de eer van God mee zoeken, dan kunnen en mogen wij er ook imrpers mee onder de ogen van God zijn. En al wordt ook dan de oplossing niet direct kant en klaar vanuit de hemel gegeven, als de dingen eenmaal liggen op het altaar van een hartelijke toewijding aan God, dan daalt er een zachte vrede in het hart.

Dan ervaart de gelovige ook in deze vrede van zijn hart de gunst van God. Dan kan hij gaan slapen, zoals Adam in het paradijs ging slapen met de hunkering naar een levensgezellin in zijn binnenste, een gebed, door God daarin gelegd. De volgende morgen was Eva daar.

Wanneer er de ervaring van Gods gunst mag zijn op de manier, waarop we dat zojuist onder woorden brachten, dan effent de Heere ook de wegen. Overigens moeten wij die ervaring van Gods gunst niet losmaken van de eerder genoemde dingen. En ook doet een kind van God er goed aan de duiding van Gods wil in zijn leven niet te laten opgaan in dat gevoel van Gods gunst over een bepaalde zaak. Hij mag het tegelijk afkijken, of God zijn weg, die hij denkt te moeten inslaan, effent of barricadeert. God maakt het Zijn kinderen soms door allerlei gebeurtenissen in hun leven duidelijk, dat de weg, die ze insloegen een verkeerde was, ook al meenden ze indertijd, dat ze God erin mee hadden.

Ween niet

Er zou hier natuurlijk veel meer over te zeggen zijn. Het is in elk geval duidelijk, dat ons ook hier weer de voorzichtigheid past. Zo gemakkelijk annexeren wij God voor onze plannen. Bedenken we toch, dat de wil van God vaak dwars tegen ons vlees en bloed ingaat, ook veel vroom vlees en bloed. We komen nu echter tot een afronding van onze opmerkingen over de voorzienigheid van God in de wereld en in ons persoonlijk leven. Niet voor niets hebben we de lijn van artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis doorgetrokken naar het persoonlijke vlak. Juist hier blijkt immers de onuitsprekelijke troost, waar dit artikel over spreekt. 'Alle dingen moeten medewerken ten goede degenen, die naar Gods voornemen geroepen zijn' (Rom. 8 : 28) Alle dingen, ook het lijden, ook de aanvechtingen, ook satans listige omleidingen, zelfs ook graf en dood. Dit soort voorzienigheidsgeloof is bij velen vandaag, bijzonder ook bij de theologen der revolutie, die liever spreken van onrecht en geweld, uit de tijd. Maar het blijft niettemin onuitsprekelijke troost voor al Gods vromen.

God is geen toeziend Voogd, maar Rechter, Die t' beslist en Redder, die geen musje van het dak en geen haar van het hoofd laat vallen zonder dat Hij erbij is. Op de achtergrond van de levenservaringen van Gods kinderen staat daarom steeds de Gestalte van het Lam, dat het boek in handen heeft met de zeven zegels. Het boek van de wereldgeschiedenis ligt vast in Zijn doorboorde handen. En het is het troostwoord, dat de vertegenwoordiger van de triomferende Kerk in de hemel, de ouderling de ellendige balling van Patmos mag toeroepen: Ween niet; zie de Leeuw, die uit de stad van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen.' (Openb. 5 : 5) Het staat in de verleden tijd. Het is zo vast als Golgotha. En zo gaat de ouderling als een ware tranendroger. door de wereld van vandaag heen. Hoor, de stem en de stap van de goede Herder, die geschiedenis maakt. Er geschiedt geen ding bij geval. Daar is de ordinatio, de beschikking, regeling en bepaling Gods van heel het leven.

Vanuit dat gezichtspunt schrijven wij het boek van de kerkgeschiedenis. Vanuit dat gezichtspunt is er ook sprake van een christelijke geschiedbeschouwing. Dan is er echt nog wel wat meer te vertellen dan wat humanistische geesten ons vertellen wanneer ze ons de ondergang van het avondland voorspellen (Spengler). Zeker, het blijft moeilijk om de geschiedenis van onze eigen tijd helder te doorzien. Wellicht is dat een gave des Geestes, die in onze dagen slechts weinigen gegeven is. Maar wanneer wij thuisgebracht zijn in het Woord van God en profetisch door de Geest van God zijn opgescherpt zien wij, met een heilige intuitie des geloofs door de dingen heen en leren ze duiden. Alle gebeurtenissen, de grote en de kleine mogen wij dan groeperen rondom de Man van smarten, het Lam met het boek in de hemel.

En dan gaat door de oordelen heen. Het kost het bloed van martelaren. De waaroms stormen tegen de hemel aan. Het lijden is straks voor Gods gekenden haast ondraaglijk. Maar zij houden er zich mee tevreden leerjongeren van Christus te zijn. Zij volbrengen de overblijfselen van het lijden van Christus. En al blijven ook zo de vele onopgeloste raadselen, die knagen aan ziel en vlees, het geloof weet ook dan: 'Gij zult het na dezen verstaan’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De duiding van Gods voorzienigheid in ons persoonlijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's