De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hulppredikers Predikanten?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hulppredikers Predikanten?

6 minuten leestijd

Als de hulppredikers de bevoegdheid ontvangen om de sacramenten te bedienen, dienen zij in het ambt gesteld te worden. Dat is blijkens uitspraak van de classicale vergaderingen van onze kerk de algemeen heersende mening.

Hoe moet die verbinding tussen sacraments bediening en ambt worden gelegd? De synode van maart l.l. kwam er nog niet uit, omdat de commissie, die een ontwerpregeling had ingediend om de thans in gemeenten werkzame hulppredikers predikant te maken en dan de mogelijkheid om hulpprediker te worden direct op te heffen, en de zogeheten commissie van rapport, die dit ontwerp moest beoordelen, niet op dezelfde lijn zaten. Deze commissie van rapport had als bezwaar, dat niet universitair gevormden zó maar predikant werden en dat diegenen, die nu de hulpprediker-opleiding volgen, geen weg meer hebben om dat doel te bereiken.

De twee genoemde commissies waren nu samengevoegd, terwijl bovendien twee hulppredikers werden toegevoegd. Thans kwam er een eensluidend voorstel. Voorgesteld werd o. a., dat de hulppredikers, die in de bediening staan, op 1 januari 1978 geacht worden gesteld te zijn in het ambt van dienaar des Woords. Zij behouden de rechtspositie, die zij als hulpprediker hebben, tenzij in onderling overleg van Kerkeraad, Kerkvoogdij en betrokkene besloten wordt een predikantsplaats te vestigen.

De part-time hulppredikers worden part-time predikant. De hulppredikers die predikant worden kunnen beroepbaar zijn naar een andere gemeente als zij o.a. het seminarie hebben gevolgd. Zij die geen predikant willen worden mogen katecheet-pastoraal medewerker zijn, zonder dan overigens de bevoegdheid tot sacramentsbediening. Hulppredikers met verlengde dienstbetrekking (65-70 jaar) worden emeritus-predikant. Aanstelling tot hulpprediker is na 31 december 1977 niet meer mogelijk (zij die dus tót 1 januari 1978 nog aan een gemeente verbonden worden, worden tegelijk predikant. Het colloquium hulpprediker wordt nog gehouden t/m 1980, namelijk voor hen, die zich vóór 31 december 1977 voor de studie van hulpprediker hebben aangemeld. (Zij krijgen dan uitsluitend preekbevoegdheid).

De Raad voor de Herderlijke Zorg, de Raad voor de Catechese en de Ver. van Hulppredikers zullen oordelen over moeilijke (bijzondere) gevallen.

De voorstellen werden met zeven stemmen tégen aanvaard. Ds. W. Tyink (Nijeveen) vroeg in de bespreking waarom de hulpprediker vanwege de sacramentsbevoegdheid opeens moest verdwijnen. Wat gebeurt er bovendien straks met die gemeenten, die hun hulpprediker zien verdwijnen en dan geen nieuwe meer kunnen aantrekken? Hij voelde er het meest voor om de hulppredikers gewoon sacraments bevoegdheid te geven. (Een voorstel dat de synode niet overnam). Ds. H. Binnekamp (lid van de commissie) zei echter, dat de voorstellen mede waren bepaald door de consideraties van de classes, die koppeling van sacramentsbediening en ambt voorstonden. Ds. C. van  Sliedregt (Oude Tonge) stelde overigens, dat met dit rapport de uitholling van het ambt werd doorgezet.

Prof. dr. A. Geense vroeg zich af of straks de hele problematiek niet terugkomt voor de katecheet-pastoraal medewerker, die dan nu wel geen preek bevoegdheid heeft maar wel in een bediening in de gemeente werkzaam is. Prof. Geense was bang dat we nu weer een geïmproviseerde beslissing nemen en geen theologisch doordachte.

Ds. D. D. Lucas (Waardenburg), merkte op, dat de problematiek rondom het ambt maar eens duidelijk op tafel moet komen. Ds. L. de Liefde zei, dat het niet op de weg van de commissie lag de ambtsvraag aan de orde te stellen, waarbij hij ook stelde, dat er ten aanzien van de ambtsvraag geen eenstemmigheid in onze kerk bestaat.

Bezinning gewenst

We zouden t.o.v. deze synodale beslissing willen zeggen, dat het een hachelijke onderneming is, dat telkens ten aanzien van het ambt incidentele beslissingen genomen worden, terwijl er terzake van het ambt als zodanig geen duidelijkheid en geen eenstemmigheid is. Zó hebben we de vrouw in het ambt gekregen. Zó is aan hulppredikers in het verleden al sacramentsbevoegdheid gegeven. Zó zijn nu deze voorstellen aangenomen om de rechtsongelijkheid bij de hulppredikers, wat betreft de sacramentsbediening, weg te nemen. Maar intussen blijft het ambt zelf om bezinning schreeuwen. Na een onder de tafel geraakt ambtsrapport Van Ruler-Dokter en na een stuk van Berkhof over het ambt zitten we midden in de impasse.

Op zich is het een goede zaak dat, wat de hulppredikers betreft, ambt en sacrament nu gekoppeld zijn. Gegeven deze beslissing is het ook zeer nodig na gaan of er ten aanzien van bepaalde hulppredikers in bijzondere diensten geen rechtsongelijkheid blijft bestaan (Ouderling J. Haeck heeft daarvoor terecht aandacht gevraagd). Maar een theologisch doordachte beslissing, met b.v. ook afweging of de betreffende sacramentsbevoegdheid niet aan het ouderlingschap gekoppeld moet worden, is het niet geweest. En de vrees is terecht geuit dat binnenkort andere categorieën personen om bevoegdheden gaan vragen.

Ook waakzaamheid geboden

Wij beseffen intussen de noodzaak voor goede regelingen voor de hulppredikers Velen hebben met grote inzet en toewijding de gemeente gediend. Niet zelden was hun positie een aangevochtene. Helaas moeten zij ook wel eens lijden van de kwade praktijken - ook 'onder ons' - van hen, die zonder bevoegdheden te hebben zich bevoegdheden aanmeten en zich dan ook nog presenteren als waren zij het van wie de redding van de kerk terzake van de prediking, nog te verwachten is. Wij willen hier wèl kwijt, dat er in dit opzicht in onze kerk en óók in eigen kring praktijken voorkomen die eenvoudig niet kunnen en die ter anderer zijde het ambt ondermijnen. Kerkeraden en evangelisatie besturen hebben hier wèl toe te zien. Praktijken, die in geen andere kerk kunnen komen o onder ons voor. Soms ontstaat er door hen en om hen roering in de gemeenten, helaas! Dan is het zo dat ze zichzelf een das ombinden en de gemeente de das omdoen.

Het is nodig, dat wij deze verschijnselen onderkennen en tegengaan en anderzijds diegenen , die als hulpprediker of catecheet met wettige aanstelling en bevoegdheden onze kerk dienen, in de waarde houden die zij verdienen. Want dan geldt, geboden er verscheidenheid in gave en bediening is, maar dat ook hier geldt dat het één Geest is. Overigens moeten de voorstellen terzake van de hulppredikers nog naar de classes en dan weer terug naar de synode. Vandaar dat we achter de titel van dit artikel nog een vraagteken plaatsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hulppredikers Predikanten?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's