De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verrekijker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verrekijker

6 minuten leestijd

Maar ik vertrouw op uw goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in uw heil; ik zal den HEERE zingen, omdat Hij aan mij welgedaan heeft. Psalm 13 : 6

't Is met het geloof een zeer wonderlijke zaak. Het haalt naar de aarde wat in de hemel is, en het haalt dichtbij wat ver af is. Het legt bruggen over diepe kloven. Het maakt eigen wat vreemd is.

David, de dichter van Psalm 13 zit voor de zoveelste keer van zijn leven in diepe nood. Hij klaagt uit: Hoe lang? Hoe lang? Zelfs wel tot viermaal toe. Het leek hem toe dat God hem vergat, zich voor hem verborg en zijn vijanden maar hun gang liet gaan.

Het leed zat er niet pas sinds gisteren of eergisteren. Het was komen opzetten als een vloed; het water was tot aan de lippen gekomen. In zulke dagen worden dood en graf realiteiten. Opdat ik in den dood niet ontslape, zegt hij in vers 4.

Of er dan niet gebed was? Wel degelijk. De verberging van Gods aangezicht is niet pas na één twee gebedjes te constateren. Daar gaat een indringend en aanhoudend smeken aan vooraf.

Maar God kan sterk lijken in het vergeten. En dan klaagt ons hart: Hoe lang? Er drijven zware wolken voor de zon van Zijn aangezicht en dan klagen wij opnieuw: Hoe lang?

Een viermaal 'Hoe lang?' is niet zo heel erg vreemd in het leven van die de Heere vrezen. Hoe sterker de gebeden des te langer wacht God soms met verhoren. Maar ook omgekeerd, hoe langer God wacht met verhoren des te sterker de gebeden.

Intussen houdt het geloof toch stand. Het bezwijkt niet onder de beukslagen der tegenheden. Deze plant groeit ook wel in de schaduw der verberging van Gods aangezicht. Het is geen kasplantje dat geen schaduw, duisternis of kou verdragen kan.

Getuige wat David zegt in de tekst: Maar ik vertrouw op uw goedertierenheid.

Het klinkt ons wat vreemd in de oren na al die klachten. Gelden die dan nu soms niet meer? Is er soms in de loop van dit gebed in Davids uiterlijke omstandigheden zoveel veranderd? Zijn soms zijn vijanden intussen vergaan? Denkt dat maar niet! Het geloof zou ophouden geloof te zijn als het alleen maar als de nood achter de rug was op Gods goedertierenheid vertrouwen kon.

Davids geloof stond afgestemd op de toon van het nochtans. Het woordje 'maar' in de tekst kan men rustig vervangen door het woord 'nochtans'. Nochtans vertrouw ik op uw goedertierenheid.

Gods goedertierenheid is zijn gunst, zijn genade. Maar die ging toch schuil als de zon achter de wolken? Gewis, maar ook voor de donkerste wolken blijft het geloof niet staan. Zelfs in de drie uren duisternis op Golgotha was toch de zon niet ondergegaan, hij ging alleen maar schuil.

Kennen ook wij de kracht van dat alles overwinnend en alles doordringend geloof, dat de Zon der gerechtigheid weet te vinden, ook achter de wolken?

Mijn hart zal zich verheugen in uw heil, zegt David. Hij slaat tonen van toekomstmuziek aan. Niet wat is maar - wat zijn zal bepaalt de stand van zijn gebed.

Wij zitten gewoonlijk teveel met wat is. Het ongeloof kent maar één object: wat is! Het geloof richt zich op wat zijn zal. Dat is een ander onderwerp. Het haalt het verre dichtbij. Zoals ook een verrekijker doet. Het brengt aan de voeten wat nog mijlenver af ligt. En dat niet in schijn maar in werkelijkheid. De verrekijker bedriegt, het geloof niet.

David wist van Gods 'heil'. Heil is in de Schrift een inclusief begrip. Niet één weldaad is door Christus verworven die niet in dit heil begrepen ligt. Hoe rijk maakt het geloof. Hebben wij er deel aan?

Het geloof schept voorhands vreugde. Zelfs temidden van heel veel misère. Het ligt verankerd in God zelf. Er staat: Uw heil. Bij zichzelf of bij wie of waar ook vond David geen heil. U wel?

Het heil is van God. En het is ook bij God. Bij niemand anders. Ge zijt gewaarschuwd! Omdat het bij God is geeft het vreugde. Bij Hem is het welbewaard. Daar ligt deze schat onaantastbaar.

Er zijn tegenwoordig, zo heb ik mij laten vertellen, nog al wat mensen die veel geld en bezittingen hebben die dat geld en die bezittingen in Zwitserland of Amerika brengen; zij vertrouwen de zaak in Nederland niet meer, denken dat het elders veiliger is. Ik gun het ze van harte maar vrees dat het weleens tegen kan vallen. Er is een bétere schat, waar ook een bétere veiligheid voor is. Uw heil-, bij God! Ik zal den Heere zingen, omdat Hij aan mij welgedaan heeft...

Er zit voortgang in de Psalm. Van verheugen naar zingen. Dan breekt de vreugde er uit, zij wordt uitbundig.

Tot het ware zingen komen wij niet zo gauw. Zeker niet als vijanden ons bedreigen of als de strijd volop aan de gang is. Daar is een geloofshoogte voor nodig die moeilijk te bereiken is.

Maar de Heere kan vleugelen geven. En dan stijgen wij op als arenden. Hoe hoger Hij ons optrekt des te kleiner worden vijanden, noden en zorgen.

Aan een vlieger moet men trekken, maar nog meer moet men hem laten vieren. Als wij zo ook eens met het geloof deden.

De Heere heeft aan mij welgedaan, zegt David. Hij spreekt in de voltooide tijd. Dat kan. Als God het geeft. Dan wordt de toekomst heden en wordt het beloofde bezit. Die kracht heeft het geloof.

Zonder geloof zitten wij moedeloos neer. Dan klagen wij: Hoe lang?

Maar in het echte klagen is geen bevrediging. De nood kan dan niet worden gekoesterd. Wij moeten er uit komen. God Zelf alleen kan er uithelpen. Het geloof grijpt Hem aan, legt ons aan zijn voeten.

Wie een fles in zee werpt krijgt hem even later aan zijn voeten aangespoeld terug; dat doen diezelfde golven die de fles op en neer hebben geworpen.

God werpt ons soms ver in zee en de golven gooien ons den her en der en op en neer - , Heere, hoe lang? Maar gewis, wij spoelen aan Zijn voeten aan - , ik zal den Heere zingen omdat Hij aan mij heeft welgedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De verrekijker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's