Over preken gesproken
Er zullen weinig 'beroepen' zijn, die zó druk besproken zijn als dat van predikant. Het zal wel een caricatuur zijn wat iemand eens opmerkte over de vraag, die bij thuiskomst van de kerkgangers wordt gesteld, als nl. volstaan wordt met te vragen 'hoe was 't ie? ' Maar de predikant wordt wel van zondag tot zondag beoordeeld. Hij is een veel besproken persoon. Hoe is zijn stem, zijn taalgebruik, hoe komt hij over, 'leest' hij veel of weinig, is hij boeiend, gaat hij diep genoeg, is hij duidelijk? Welnu, over al deze dingen gaat het in een boek van prof. dr. M. H. Bolkestein 'Zo wordt er gepreekt'. Het is een verslag van een onderzoek naar de communicatievorm in 89 preken. De 89 preken zijn genomen uit wat dienaangaande beschikbaar was in prekenseries e.d. in de tweede helft van het jaar 1973. Het zijn 10 IKOR preken, 10 preken van het Convent van Kerken 1 Chr. Geref., 4 Geref., 3 Vrijgemaakte Geref., 1 Pinkstergemeente, 1 Hervormd-Gereformeerd), 4 R.-K. preken gehouden voor de K.R.O., 10 preken uit de serie'MenigerleiGenade' (Geref.), 10preken uit de serie 'Stemmen uit Jeruzalem' (Confessioneel en Kohlbruggiaans), 10 preken uit de serie 'Genade voor Genade' (Herv. Geref.), 10 preken uit de serie 'Waarheid en Recht' (Vrijgemaakt Geref.), 10 preken uit het Tijdschrift voor Verkondiging de Gewijde Rede (R.-K.), 10 preken van De Amsterdamse Studentenekklesia, en vijf preken uit de vrijzinnige Prekenserie.
Te beoordelen?
Men kan zich afvragen of het mogelijk is geschreven preken te beoordelen op alle aspecten van de communicatie van het contact tussen de prediker en zijn gehoor. Daar komen inderdaad toch ook factoren bij als stem, preektempo, het leggen van accenten, gebaren, om niet te spreken ook van omgeving, het gehoor etc. Prof. Bolkestein wijst daar ook op. Men kan zich ook afvragen of een zó willekeurige selectie van preken, t.w. alléén maar die preken, die in een bepaald (half) jaar in druk verschenen, een titel als deze Zo wordt er gepreekte rechtvaardigt. Als met de titel gesuggereerd wordt dat zó de prediking in Nederland is dan wordt er teveel gezegd. Wordt er mee bedoeld, zó wordt er b.v. gepreekt dan is de titel te verdedigen. Maar dit alles neemt niet weg, dat het boek toch de moeite van het lezen waard is en zó aandacht vraagt voor de vormgeving van de preek, dat er winst mee gedaan kan worden.
Op zich is zo b.v. al belangrijk de aandacht, die geschonken wordt aan de aanspreekvorm van de hoorders. Door de 'ik-vorm' te gebruiken geeft de prediker zich (zelf) te veel bloot. De 'gij-vorm' is archaïsch, doet ouderwets aan, de jij-of jullie-vorm is te gemeenzaam (of op jongeren gericht). De u-vorm zou stijf of opdringerig kunnen zijn. De wij-vorm veronderstelt teveel éénvormigheid van de gemeente. 'Welke prediker kan werkelijk zijn hele gehoor onder het woordje 'wij' vatten? ' zegt de schrijver. We herinneren ons een preek, waarin een passage voorkwam, gericht op het vrouwelijk deel van de gemeente en waarin toen de wij-vorm, waarin de predikant sprak, merkwaardig, zo niet komisch overkwam. En verder, als er géén aanspreekvorm is wordt de preek onpersoonlijk afstandelijk. En toch moet de prediker terzake een keuze doen. Het zal wel mede bepaald worden door de prediker zelf.
Zo zou meer te noemen zijn, dat de moeite van het overwegen waard is. Het gebruik b.v. van stopwoorden als 'ach', 'ja', 'ziet'. Als de preek er mee doorspekt is wordt het onnodige ballast of goedkope stichtelijkheid. Maar op z'n pas gesproken kan zo'n woord ook functioneel zijn, juist in de communicatie. Dat verliest de auteur dunkt me uit het oog.
Ook het gebruik van vreemde woorden is een punt van belang. Het is vaak moeilijker om moeilijke dingen eenvoudig te zeggen-dan om eenvoudige dingen moeilijk te zeggen. Maar gebruik van (teveel) vreemde woorden kan de preek onverstaanbaar maken. Bolkenstein signaleerd de meeste vreemde woorden overigens in de preken van de Amsterdamse studentenekklesia (302 in totaal en dan in 'preken' van slechts 10 minuten) en betrekkelijk weinig in de serie 'Genade voor Genade' en dat zijn de langste preken, samen met die van de Vrijgemaakte Gereformeerden. 'Bij de protestantse preken valt op - zegt de auteur - dat ze langer worden naar mate ze uit een 'rechtser' hoek komen! De preken van de serie 'Genade voor Genade' richten zich volgens de auteur op een 'eenvoudig gehoor'. Dit ervaren we als positief als er mee bedoeld is dat ze verstaanbaar is voor de hele gemeente. Want zo zal het toch moeten zijn! Intussen spreekt Bolkestein wel - en daarin zit een tegenstrijdigheid met het voorgaande-over getto-taal in de preken van het gereformeerd protestantisme, een taal dus voor ingewijden, waarbij hij dan een opsomming geeft van uitdrukkingen als 'in de schuld komen', 'een schuldovememende Borg', 'de rijkdom van Zijn kruisverdienste', 'voor de Heere in de schuld komen', 'onze ingezonkenheid belijden'. Meer dan getto-taal is dit echter de taal van de verborgen omgang, van het ontdekt worden van een zondaar voor Gods Aangezicht (een uitdrukking óók door Bolkestein gecritiseerd).
Op drie punten van deze bundel willen we speciaal ingaan, namelijk enkele facetten die prof. Bolkestein aangeeft wat betreft de preken van de Amsterdamse studentenekklesia, van de Vrijgemaakte Gereformeerden en van de Hervormd Gereformeerden (in de serie Genade voor Genade)
Preken zonder tekst
Prof. Bolkestein noemt het taalgebruik van de Amsterdamse studentenekklesia creatief en de preken actueel. Maar juist in dat creatieve zit volgens Bolkestein óók het gevaar van gettotaal, geheimtaal voor ingewijden; in dit geval dan een bepaald intellectueel gehoor. Maar opvallend is, dat Bolkestein zegt dat dit meer is voorgekomen in de geschiedenis b.v. 'ook nog bij Luther'. Het lijkt me echter toe, dat er nogal wat verschil zal bestaan tussen de enkele preken, die Luther zonder tekst hield (als hij b.v. over een Bijbels thema sprak of een heel Schriftgedeelte of een deel van de leer des heiIs behandelde) en de actuele prediking van de studentendominee, waarvan de actualiteit gelegen is b.v. in het thema Chili met Salvador Allende. Bij Luther was prediking Woord verkondiging: 'Das Wort das sollen sie stehen lassen'; Het Woord zult ge laten staan! Dat is wat anders dan het maken van een preek, waarbij aan het slot nog een tekst gevonden moet worden. Dan is het maar beter ook de tekst weg te laten. Maar of het dan nog prediking heten mag?
Terecht zegt overigens Bolkestein: 'Bij iedere prediking, die plaats vindt zonder tekst, moet toch worden gevraagd, of zij zich kan verantwoorden tegenover het Getuigenis van de Schrift, evengoed als bij preken, die wel een tekst hebben. Tekstloze prediking loopt het gevaar te worden tot een geschiedenisfilosofie of een cultuurfilosofie, die met Christusverkondiging weinig meer te maken heeft.'
Wettisch
'Bijzonder in het oogvallend is (...) de uniformiteit binnen de reeks 'Waarheid en Recht' (van de Vrijgemaakte Gereformeerden), zegt Bolkestein. 'Dat wijst erop dat bij de auteurs van de preken in de serie Waarheid en Recht een sterk saamhorigheidsgevoel en een strenge theologische discipline bestaat en een krachtig traditiebesef.' Maar intussen zegt de auteur óók, dat de preken zo volkomen op de tekst betrokken zijn, 'dat van een oriëntatie op de hoorder weinig terecht komt'. 'De toepassing neemt aan het eind van de preek steeds een kleine ruimte in.' De Vrijgemaakten kunnen zich zelf daarover dunkt me het best verantwoorden. Maar deze kwalificatie zou toch wel eens hiermee samen kunnen hangen, dat de Vrijgemaakten wars zijn van het bevindelijke element in de prediking. Ze bestrijden daarin herhaaldelijk de door hen genoemde 'mystieke kringen'. Maar in feite is het zo, dat het toepassende werk van de Heilige Geest (door Bolkestein overigens ook in de Herv. Geref. preken gecritiseerd) bij hen in de verdrukking komt, orhdat geen ruimte gelaten wordt tussen Woord en Geest, maar de Geest a.h.w. geheel in het Woord wordt opgesloten. Missen daarom de preken van de Vrijgemaakt Gereformeerden de warmte? Als dr. Bolkestein de preken die uit de hoek van de Gereformeerde Gezindte komen, wettisch noemt, dan citeert hij nl. uitsluitend de preken uit Vrijgemaakt Gereformeerde hoek. Zou dat niet komen omdat de ware vrijheid daar is waar de Geest des Heeren is, die liet uit Christus neemt en het verkondigt?
Genade voor Genade
Uitvoerig komt in dit boek aan de orde de serie uit 'onze kring' Genade voor Genade. Met de kritische opmerkingen kunnen we onze winst doen. Bijvoorbeeld als gezegd wordt, dat de ethiek ontbreekt! Een goede tijdpreek gericht op een actueel gebeuren in de samenleving in de gemeente en gericht op de vraag hoe te leven hier en nu, naar Gods gebod, is van groot belang. Het wegvallen daarvan is een verarming, een verlies ook van een stuk echt gereformeerd belijden, dat ook alles te maken wil hebben met staat en maatschappij, met het persoonlijke leven van elke dag ook, in overeenstemming met Gods gebod.
Anderzijds is het zo, en dat vergeet prof. Bolkestein, dat in de wekelijkse catechismusprediking (gebed en gebod) de ethiek volop aan bod komt; en in de gedrukte preken ontbreken, dunkt me de catechismuspreken. Het zou echter wel eens kunnen zijn, dat daar, waar de catechismus-prediking nog in ere is, juist de ethische vragen sterk de aandacht krijgen, al beamen we van harte, dat het een verlies is wanneer dit ook niet vanuit de Schriftprediking geschiedt, door selectieve tekstkeuze of weglating van aspecten in de exegese.
Vragen
Bolkestein signaleert in de serie Genade voor Genade, evenals b.v. in de Chr. Geref. preken 'als stereotype patroon' het stellen van vragen aan de hoorders. Er worden, aldus de auteur, vragen gesteld zonder in te gaan op een mogelijk antwoord in het hart van de hoorders. Bolkestein zegt dan dat deze wijze van preken aan de preek 'een schijn van ernst' geeft, terwijl ze in feite' wettisch' en' weinig pastoraal' zijn. Daarna wordt het voordeel van de auteur evenwel onbillijk, als hij namelijk zegt, dat aan de hoorders geen heil wordt verkondigd en er aan toevoegt: 'Immers, juist in die kringen, waarin de ontdekkende vraag wordt gesteld, wordt een predestinatieleer aangehangen, die ieder menselijk initiatief in het begaan van de heilsweg afwijst als een ongeoorloofd menselijk optreden en alles afhankelijk maakt van het werk van de Heilige Geest'.
Me dunkt dat Bolkestein hier de zaak vertekent, of toch zelf, waar het het werk van de Geest betreft, andere wegen gaat dan b.v. prof. Graafland aangeeft in het citaat, dat Bolkestein van hem eerder gaf uit het boekje 'Op de hoogte van de heilsfeiten'. Graafland zegt daar 'Een Reformatorische prediking is ontdekkend... een reformatorische prediking is onderscheidend. Het geloof is in de gemeente geen vanzelfsprekende zaak. De scheidslijn van geloof en ongeloof loopt dwars door de gemeente heen. Daarmee wordt in de prediking rekening gehouden'. Dan komen aan de orde: 'de ontdekking van zonde, de toeleiding tot Christus, de inleiding in Christus en de vertroosting van de Heilige Geest, de bezegeling door de Heilige Geest der beloften'.
Toegegeven, en is een wijze van telkens herhaalde vraagstelling, die steriel is, er is een wijze van vraagstelling die niet gepaard gaat met een directe proclamatie van het heil, maar wil prediking tot het hart van de gemeente gaan dan kan de ontdekkende vraag niet ontbreken, dan is er het tweegesprek tussen prediker en hoorders, waarin de Heilige Geest present wil zijn, die met het Woord meetrekt in het hart van die hoorders die leerden zeggen: spreek Heere, Uw knecht hoort!
Uitleg en toepassing zijn onafscheidelijk, dat wel, maar toch ook weer onderscheiden. Woord en Geest zijn onafscheidelijk, dat wel, maar toch ook weer onderscheiden. Het is de Geest die ons in het Woord wordt geopenbaard. Het is óók de Geest, die het Woord ter hand neemt, ontdekkend, vermanend, vertroostend, het uit Christus nemend en ons verkondigend. En dan mogen verstand, hart, ziel en gemoed er alle in betrokken zijn.
Ten besluite
Bolkesteins boekje is een momentopname van prediking, het is óók een opname met een speciale belichting. En we herhalen wat we eerder zeiden: en zijn ook niet-weegbare factoren. Prediking kan actueel, creatief (in taalgebruik en vormgeving zijn en de mensen voelen zich niet aangesproken. Het is te 'mooi' Prediking kan eenvoudig zijn, krom van taal, weinig creatief, maar mensen voelen: het gaat om mijn zaak, een zaak van leven en dood, nu even actueel als in 1773 (we noemen dit jaartal, omdat de-auteur een keer spreekt over preken, die ook in 1773 gehouden hadden kunnen zijn), namelijk de rechtvaardiging van de goddeloze; God die zich verheerlijkt in het zalig maken van zondaren.
Wat intussen niet wegneemt, dat de taal geen barrière mag zijn in de communicatie. Ieder hoorde in eigen taal de grote werken Gods. Daarbij is dan ook echter die taal, die 'tale Kanaans' heet, die slechts verstaan wordt door wie ze gehoord heeft.
Men leze Bolkesteins boekje met kritisch onderscheid, het 'snode van het kostelijke' scheidend.
M. H. Bolkestein: Zo wordt er gepreekt; Uitgave Boe kencentrum, 's Gravenhage, 138 pagina's.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's