Ik ben gedoopt
Pastorale overwegingen
(II)
De lijn van het Verbond
Wie over de doop gaat nadenken en spreken, kan om het verbond Gods niet heen. God draagt zorg over mensenkinderen, ook... over heel kleine kinderen. Mensenkinderen, die van nature Hem niet kennen, zonder Hem leven. Calvijn merkt in dit verband op de hemelse Vader verzekert ervan dat de nakomelingschap een voorwerp van Zijn zorg is. Hij legt Zijn hand bij de doop op het jonge leven, en zegt 'Mijn'.
We staan voor het wonder, dat God de God des verbonds is, dat Hij op de manier van het verbond wil omgaan met de mensen. Zo deed Hij het in het paradijs. Maar dat eerste verbond is stuk gegaan, door onze zonde. Nu is er een nieuw en eeuwig verbond gekomen, niet der werken maar der genade, al afgekondigd in het paradijs, vast en onverbrekelijk in de Heere Jezus. Met Abram heeft de Heere het verbond opgericht, en met zijn zaad, tot in eeuwigheid.
En dat loopt nu nog steeds door. Het gaat ook bij de doop wezenlijk om hetzelfde verbond, dat oudtijds door het teken der besnijdenis werd bekrachtigd.
Opmerkelijk is, dat degenen, die de doop van de groten alleen als bijbels zien, over het algemeen geen oog hebben voor de lijn van het verbond Gods. Veel meer wordt benadrukt wat mensen tegenover God doen dan wat de Heere aan ons en in ons wil doen.
Zegen en opdracht
Dat is me toch even een zegen, dat God uit vrije goedheid een verbond opricht. Wie van ons vraagt er om? Wie van ons kwam er op? Het verbond is eenzijdig in zijn inzetting. Want God sluit het en stelt het. Maar de bedoeling van God is, dat het verbond in de uitwerking tweezijdig wordt. Dat er op in gegaan wordt door waarachtige bekering en geloof. De Heere stelt almachtig en vrijmachtig het verbond met Abram en zijn zaad tot in eeuwigheid. Hoé geweldig zijn die woorden, steeds weer: 'Ik zal Mijn verbond oprichten...', nog eer Izaak zelf geboren is. Maar de Heere geeft ook de opdracht, dat dit verbond zal worden gehouden door geheel Israël, van kind tot kind. En wee degene, die het nalaat, die niet laat besnijden. Die ziel zou worden uitgeroeid. En denk aan de ernst, die Mozes ondervond bij zijn kinderen, hoe de Heere hem tegenkwam, omdat hij achteloos met het verbond en het teken ervan had gehandeld. Dat wijst ons er op, dat we met de doop niet achteloos zullen handelen. We gaan deze niet overhaasten, alsof de doop automatisch zou werken. We gaan deze niet uit stellen langer dan nodig is om allerlei bijkomstigheden en de Heere maar laten wachten... Want van Hem is alle leven en het behoort Hem te worden toegekend. Een kind in een christelijk gezin geboren, mag Hem niet worden onthouden. Hij heeft er recht op.
Achtergronden van de opdracht
De Heere bedreigt met uitroeiing, als een zaad Hem wordt onthouden. Ook zelfs persoonlijk gelovig of niet-gelovig, gans Israel, het gehele manlijke geslacht, zal ten achtste dage worden besneden. Da Costa, een gelovig geworden Israëliet, merkt op, dat de doop behoort bij het leven. Eerst op de achtste dag, wanneer het kindje levensvatbaar blijkt, wordt het besneden. De doop is niet een teken des doods maar des levens! Enerzijds wil de Heere tonen, dat Hij de Rechthebbende is. Alom en openbaar wordt verkondigd, dat de Heere de God van alle leven is. En bij de besnijdenis en bij de doop treden vader en moeder terug, een grote stap, om Hem de Eerste te doen zijn. Maar door het verbond, waarvan het teken wordt aangebracht, laat de Heere onder het oude verbond gelden het grote onderscheid tussen Israel en de volkeren, onder het nieuwe verbond tussen de kerk en de wereld. En met en naast de eis van Zijn goddelijk recht, dat we zo verschrikkelijk schonden en krenken, stelt Hij de belofte van Zijn genade in de Heere Jezus, door de Heilige Geest.
Wat zegt het mij?
Ik sla op een woord van de grote hervormer, Calvijn, als een aantekening bij de tekst, m het doopformulier gebruikt. Markus 10 : 16 'Laat de kinderkens tot Mij komen...': de kinderen worden bij het opgroeien door de doop niet weinig aangezet tot ernstige ijver om God te dienen. Ze zijn gedoopt tot hun toekomstige bekering en tot het toekomstige geloof'.
Wanneer we dat zelf recht mogen verstaan, zullen doopouders met hun kinderen daarover spreken, dat hun ook trachten voor te leven. Ze komen door de doop te staan in het krachtveld van Gods Woord en Geest, op de erve des verbonds. Hoe nodig is het ingang in het verbond en toegang tot de schatten van het verbond te verkrijgen door geloof en bekering.
Want de doop, is anderzijds ook een ernstige zaak, heeft ook een 'donkere kant', wanneer daar het geloof ontbreekt, wanneer daar de bekering uitblijft, dan komt de verbondswraak. Heeft de Heere in de loop der tijden Israel menigmaal niet zwaarder gestraft dan de andere volken, al was het ook 'het volk des verbonds'? Wie de doop niet verstaat en wie naar de doop niet handelt, is een deserteur. Zo wil ook de doop ons in de klem brengen voor Gods aangezicht. En daar geschiedt de wondere bevrijding, die zichtbaar in de doop gepredikt wordt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's