Nicolaas Schotsman
1
'De lust tot de heilige bediening was my van de eerste jeugd af aan ingeboren, maar die begeerte wiert in dat vroege tydperk van mijn leeven onderdrukt, omdat door de tegenspoeden, waar mee myne godvruchtige ouderen worstelden, de toegang tot de letteroeffeningen (is talenstudie) voor my geslooten wiert'.
Een slapende begeerte
De man die, aldus terugziende op zijn eerste levensjaren, hier aan het woord is, is Nicolaas Schotsman. Hij is intussen een man van 44 jaar oud geworden. Zijn ideaal, of beter gezegd zijn roeping is toch verwezenlijkt. Al sinds 11 jaar staat hij thans in het wonderlijke ambt'.
Maar het is bepaald niet glad gegaan. Eerst niet om tot de studie te komen, toen niet om als predikant, dat wil zeggen: predikant van zijn richting, zich te handhaven.
Op het moment dat bovenstaande woorden worden uitgesproken, staat Schotsman op de kansel van de grote kerk te Sneek. Hij doet hier intrede. Het is 2 september 1798. De tekst voor de preek is Johannes 21 : 15-17. Als een andere Simon bar Jona voelt Schotsman zich in zijn ambt hersteld. Voor dat gevoel was alle reden; wij hopen er op terug te komen.
Eerst willen wij nog eens even verder luisteren naar wat Schotsman in deze intreepreek te Sneek aangaande eigen levensloop heeft opgemerkt. Wij geven hem dus opnieuw het woord en horen hem dan zeggen: 'Dan, deze slapende begeerte wierdt weder opgewekt, nadat ik Jesus voor my zelven in zyne beminnelyke liefde hadt leeren kennen. Toen was het 'Volg My', en Gy, getrouwe Jesus!"die alle tegenstand voor my overwon, en alle toegangen opende, gaf my genade om U te volgen'.
Van jongsaf is er dus in Schotsman een 'slapende begeerte' geweest om predikant te worden. Maar het zat hem niet mee. Zijn ouders waren aanvankelijk niet in staat hem talen te laten studeren. In een later stadium konden zij een opleiding voor arts en apotheker bekostigen, wat Schotsman dan ook geworden is. Maar daar is het niet bij gebleven. Hij leerde de Heere Jezus kennen in zijn beminnelijke liefde. De Heere Zelf baande voor hem de weg tot het ambt. Elders heeft hij verhaald dat ook vrienden met hun aandrang er het hunne toe hebben bijgedragen dat hij de theologische studie ter hand nam.
Deze aandrang zal de jonge Schotsman ook wel nodig hebben gehad. Want hij was intussen een man van 25 jaren geworden en was ook al gehuwd. Hij had een volledige betrekking als apotheker. En, om dan nog aan de theologische studie te beginnen, voorwaar geen kleinigheid!
Maar de slapende begeerte, waarover hij later gesproken heeft, ontwaakte in hem meer en meer. En zo is het er dan toch van gekomen. Hij vertrok na enige tijd naar Leiden, naar de hogeschool aldaar.
Godvruchtige ouders
Nicolaas Schotsman is geboren 1 november 1754. Dus midden in de 18e eeuw. De. eeuw die in ons land eindigen zou met de Omwenteling en de stichting van de Bataafse Republiek.
Hij was een Noord-Hollander. Zijn ouders woonden in Purmerend. Van deze ouders weten wij dat zij godvruchtig waren. Hun zoon heeft zelf dit later meegedeeld. Verder weten wij ook dat zij tot de burgerstand behoorden; dat zij hun zoon een goede opvoeding hebben gegeven, en dat de vader zeer Oranje-gezind was, wat de zoon van hem heeft overgenomen. Deze heeft in zijn later leven gezegd dat hij een oud-Hollandse opvoeding genoot, met veel liefde voor het Oranjehuis.
Toen Schotsman 30 jaar oud was en zich midden in zijn theologische studie moet hebben bevonden, verscheen in ons land een werk van de Engelsman Joseph Priestly, vertaald onder de titel: Geschiedenis van de verbasteringen van het Christendom (1784). Het boek verwekte in ons land een niet geringe deining. Later heeft Schotsman ervan gezegd: De heiligste waarheden worden in dit boek roekeloos aangevallen en als verbasteringen van de leer en beoefening des Christendoms uitgekreten. Hoezeer de kerk in ons land in die tijd ook was ingeslapen, dit was haar toch te gortig. Op een Zuid-Hollandse Synode te Dordrecht toonde men zich er ten diepste verontwaardigd over. Men moet weten dat Priestly een unitariër was, dat wil zeggen dat hij de leer de Drieëenheid Gods loochende. Hij was een theoloog der Verlichting, ging uit van de menselijke rede; die zou maatstaf zijn voor al wat waarheid was. Hij was een voor die tijd typisch modern theoloog.
Nog wel zoveel rechtzinnigheid was er in die tijd in ons land, dat men dit te bar vond. Er verschenen al spoedig geschriften ter bestrijding van de opvattingen van Priestly. Schotsman heeft later gezegd: Zo zorgde de Koning der Kerk in die dagen voor het behoud der waarheid, tot troost en stichting van het Nederlandse Christendom.
De tijd waarin Schotsman geboren is was dezelfde waarin Comrie te Woubrugge zijn stem verhief tegen de geest der verdraagzaamheid, en waarin Van der Groe te Kralingen de ondergang van ons land profeteerde, vanwege de zonden van overheden en onderdanen. Op alle gebied was het een tijd vol gisting en beroering.
Op politiek gebied deden de patriotten vooral van zich spreken. Zij hieven onder Franse invloed revolutionaire kreten aan.
De schepen van kerk en staat sloegen los van de stevige ankers van de Gereformeerde belijdenis. Er zat niet veel pit en merg meer in theologie en religie. Het kerkelijk leven verliep slapjes. De geesten werden rijp voor nieuwe invloeden, uit eigen land, waar wijsgeren als Spinoza aanhang wonnen, en uit den vreemde, van het Deisme uit Engeland en het atheïsme uit Frankrijk.
Hartewens vervuld
In 1787 was het dan zo ver. Schotsman werd toegelaten tot de evangeliebediening. Hij was nu 33 jaar, dus bepaald niet jong meer. Namens de Classis Walcheren werd hij door prof. Te Water geëxamineerd, waarna hij zich beroepbaar mocht stellen.
Weldra kreeg hij vanuit eigen provincie een beroep. Namelijk naar Spanbroek en Opmeer, twee dorpjes.
Lang is Schotsman hier niet geweest. Er was voor hem, zoals hij heeft betuigd in zijn intreepreek te Sneek, een 'zwervend leven' weggelegd. Hij heeft dat ervaren als 'een geduurige beproevinge'. Had ik hoop te Spanbroek en Opmeer 's Heeren tempel te zullen bouwen, ziedaar, na 40 weken kwam het ogenblik dat ik deze Noordhollandse dorpen moest verlaten, verwisselen voor het Zuidhollandse Oudshoorn.
Hier in Oudshoorn schijnt Schotsman het goed naar zijn zin te hebben gehad, wellicht beter dan in Spanbroek. Hij heeft tenminste zelf gezegd: 'Oudshoorn was my ruim twee jaaren een lieflyk Elim'.
Toen kwam het beroep naar Schoonhoven. Het viel Schotsman niet mee Oudshoorn te moeten verlaten, maar hij meende niet anders te kunnen. 'Toen zond Jesus my naar Schoonhoven in eenen weg van donkerheid en zelfverloochening'.
Hier heeft Schotsman het wat langer uitgehouden. Pas 3 jaar later vertrok hij, en wel naar Leiden. Het was inmiddels 1793. De kerkeraad van Leiden schijnt hem wel zeer begeerd te hebben, want wij lezen: men beriep mij 'eenparig te Leijden'.
Aan Leiden heeft Schotsman toen zijn hart verpand. Hij is Leiden trouw gebleven. En Leiden is ook hem trouw gebleven. Dat wil intussen niet zeggen dat Schotsman te Leiden onafgebroken zijn werk heeft kunnen doen. Hij stond nog maar 3 jaar te Leiden toen er een kink in de kabel kwam. Dat na te gaan is nu aan de orde.
Onverhoopt veroordeeld
Wij citeren nog steeds uit de Intreepreek te Sneek. Terugziende op zijn Leidse periode zegt Schotsman in deze preek: In Leiden 'dacht ik op myn ruste te zyn'. Maar zie, het liep geheel anders, want juist toen 'kwam de grootste onrust en beproeving'. 'Ik hadt myne Gemeente lief, arbeide met zegen en wierdt van haar bemind, dan, op het onverwagtst wierdt ik onverhoopt veroordeeld en politiek ontzet van myne ambtsbediening'.
Wat gebeurde er dan? In 1795 kwam in Nederland de Omwenteling. Oranje werd verdreven , de patriotten kregen het roer van de staat in handen.
Dat is Schotsman noodlottig geworden. Hij was een Oranje-man. Had dat ook niet onder stoelen en banken gestoken. Toen zetten de heren van de overheid hem uit zijn ambt. Daar stond Schotsman nu, ledig aan de markt. Zestien maanden lang wist hij niet hoe of wat. Zijn toekomst werd steeds donkerder.
Doch in 1797 klaarde de lucht voor hem weer wat op. Er kwamen nieuwe beroepen; een uit Molenaarsgraaf en een uit Sloten in Friesland. Hij nam het beroep naar Sloten aan, maar om de een of andere reden kon hij er niet heengaan. Daarom vertrok hij naar Molenaarsgraaf. Doch Sloten liet hem niet los, beriep hem nogmaals. Nu kon de weg geëffend worden.
Is dan het zwerven ten einde? Nog niet. In Sloten blijft hij niet langer dan een paar maanden. Wij hebben het al opgemerkt, 2 september 1798 doet hij intrede te Sneek.
Sneek heeft geweldig aan Schotsman getrokken. Deze Friese stad was in die tijd nog zeer rechtzinnig. En stond niet Schotsman bekend als een rechtzinnig predikant, nog geheel van de oude stijl?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's