Mystiek en Bevinding
Enige weken geleden schreven we over het onderwerp 'Kennen en bevinden', waarin we opmerkten, dat het woord bevinding in de Schrift slechts op één plaats voorkomt, maar de zaak, die er mee wordt aangeduid, t.w. kennen-met-het-hart, des te méér.
We lazen nu dezer dagen het boekje 'Mystiek en bevinding', de bundeling van een viertal lezingen, gehouden op een zomerconferentie van de C.S.F.R., de studentenvereniging, die haar leden recruteert uit de Gereformeerde Gezindte. Dit boekje geeft ons aanleiding nóg eens over het onderwerp bevinding te schrijven.
Het boekje is bepaald géén koekoek-éénzang. Daavoor zijn de scribenten te verschillend, bij alle eenheid in belijden die er overigens is. Prof. dr. G. Quispel, schrijvend over het onderwerp 'Christelijk geloof en mystiek', zegt van zichzelf niet 'direct te behoren tot de Gereformeerde Gezindte' maar rekent zich met Groen van Prinsterer tot degenen, die 'issus de Calvin', verwanten van Calvijn zijn.
Drs. A. de Reuver is hervormd predikant te Capelle aan de IJssel - de lezers kennen hem over dit thema uit de serie 'Woord en Geest' in ons blad. Hij schrijft over 'Bevinding naar de Schrift'. Prof. dr. S. van der Linde, kenner van Reformatie en Nadere Reformatie, schrijft over 'Mystiek en bevinding in het Gereformeerd Protestantisme'. En tenslotte, ds. A. Moerkerken, vraagt aandacht voor het thema 'Geloof en Bevinding'.
Gereformeerd Protestantisme
Prof. Quispel, die, als steeds, aandacht vraagt voor de mystiek bij de Oosters Orthodoxe Kerk en daarbij met name Dostojewski en Solzjenitsyn noemt, meent dat onder de verschillende christelijke tradities van het Westen er géén is om de mystiek op een zó zinnige wijze te integreren (in zich op te nemen) dan de gereformeerde traditie. 'De Gereformeerde traditie - zo zegt hij - wordt immers gekenmerkt door twee woorden 'Woord' en 'Geest'. De Geest: daarom is er plaats voor mystiek. Het Woord: omdat de mystiek niet kan tieren en opgroeien zonder te worden getoetst. Dit ondanks het feit - zo zegt Quispel - dat er ook uitwassen en ontsporingen in de gereformeerde traditie zijn, als b.v. een mens in zijn jeugd verschrikkelijk heeft geleden, omdat hij nog altijd niet dat innerlijk getuigenis van de Heilige Geest in zijn hart had vernomen'. (Voor alle duidelijkheid, juist omdat prof. Quispel voor dat innerlijk getuigenis tóch pleit, had deze passage dunkt ons meer uitwerking nodig gehad.)
Kinderdijk
Quispel zou Quispel niet zijn als hij niet over zijn Kinderdijkse periode schreef: 'Wanneer ik in het goede dorp Kinderdijk was, liep ik zo wel eens een Oud-Gereformeerde kerk binnen, omdat dominee Toes zou preken. Soms was hij er niet en werd een preek gelezen, niet zelden over het Hooglied. Voor mij hoogst interessant, want daarin kom ik een bekende tegen. Ik kon om zo te zeggen, tijdens het voorlezen van zo'n preek, voortdurend de hoed afnemen en zeggen: 'Goedendag Origenes, goedendag Origenes'. Want ik kom er een kerkelijk schrijver tegen van ongeveer 200 na Chr., Origenes, die een commentaar op het Hooglied heeft geschreven. Op hartverscheurende wijze schrijft hij over die tekst uit het Hooglied, die erover gaat dat de geliefde voor de deur schijnt te staan en men zijn kloppen hoort; dan doet de ziel de deur open, maar de geliefde is weg, verzwonden'. Quispel wijst er van op, dat zijn (R.-K.) leermeester prof. Hendrix bij een oefenaar uit Werkendam in Dordrecht dezelfde preken hoorde als bij de Oud-Gelovigen in Moskou: 'Wonderlijk toch, Moskou en Dordt, en ze zijn het samen eens'.
Quispel vindt dat niet zo verwonderlijk; er ligt nl. een verbinding via Origenes ('de invloedrijke theoloog van de Oosterse Kerk') en diens uitleg van het Hooglied.
Quispel onderscheidt overigens wel tussen mystiek en mystiek. Er is een Geest-mystiek, die in de Nadere Reformatie weer is opgeleefd , een bruids-mystiek (kennelijk vanuit het Hooglied), die in het 'bevindelijk gereformeerd protestantisme' ingang heeft gevonden, en een Gods-of-Zijns-mystiek van Dionysius de Areopagiet.
Niet, dat Quispel met deze onderscheiding overigens de duidelijkheid bevordert. We zouden willen vragen: waar staat dan de Reformatie zélf? En ook, op welke wortel mag het 'bevindelijk gereformeerd protestantisme' dan wel stoelen? Op de Reformatie? Maar die wordt niet genoemd! Op de Nadere Reformatie? Maar die heeft de Geest-mystiek. En wat mag dan wel 'bevindelijk gereformeerd protestantisme' heten? Is dat slechts Oud-Gereformeerd Kinderdijk of Werkendam? Het is interessant uit Quispels mond zoveel waardering voor die kring te horen en de lijnen gelegd te zien naar Moskou. Maar daarmee is de eigenlijke onderscheiding en ook de eigenlijke verbinding tussen bevinding en mystiek, in bijbelse zin althans, nog niet gegeven.
Dit klemt te meer daar Quispel de apostel Paulus een mysticus noemt, omdat Paulus de verhouding tussen Christus en de gelovige ziet als een mystieke verhouding. We zijn het daar mee eens, als daarmee bedoeld is de 'unio mystica', de mystieke band tussen Christus en de Zijnen. Als Quispel zijn uitspraak echter baseert op de uitspraak: 'Als één lid lijdt, lijden alle leden mee, dan lijdt ook Christus mee', dan blijven er de nodige vragen. De volgende uitspraak van prof. Van der Linde staat nl. lijnrecht tegenover Quispels uitspraak: 'Onze overtuiging is, dat het geloof, naar kennen en vertrouwen alles heeft, wat men te vaak meent vooral en eerder bij de mystiek aan te treffen. Op allerlei goede gronden lijkt het ons heilzaam geloof en mystiek zeer duidelijk te onderscheiden. Ons zal verder blijken, dat ook een recht verstaan van de bevinding met deze onderscheiding is gediend. Ze heeft bij Paulus oorspronkelijk niets mystieks (curs. van mij, v. d. G.) maar staat in het volle daglicht; door vermenging van geloof en mystiek denken is het later tot vaagheid en onzekerheid gekomen, waarmee niemand gediend is'.
Het is duidelijk dat één en ander er zó - met zulke uitspraken als van Quispel en van Van der Linde naast elkaar en tegenover elkaar - niet helderder op wordt. Me dunkt overigens, dat de verbindende schakel tussen Quispel en Van der Linde zou kunnen liggen in wat drs. De Reuver t.a.v. dit punt zegt. Hij zegt, dat bij Paulus de verbinding wordt gelegd tussen het 'geleid worden door de Geest' en het kindschap Gods. 'De Geest leidt tot Christus de Zoon, om wiens wil wij tot kinderen Gods worden aangenomen en om wiens wil wij delen mogen in het kinderlijke geleid worden door de Geest van God. (...) Heel de drieëenheid speelt daarin mee.' Juist ook prof. Quispel merkt immers op, dat het christendom in oorsprong en wezen een trinitarische religie is, d.w.z. een religie gebaseerd op de Drieëenheid. Dat schept volgens hem ook de ruimte voor Geest-mystiek, Christus-mystiek en Gods-mystiek.
Wat ons betreft is het klassiek-gereformeerd om deze drie in-één te houden, opdat vereenzijdigingen naar de kant van geestdrijverij, Christomonisme (alléén Christus), of een éénzijdige prediking van het juridische, het recht Gods, te voorkomen.
De Schrift
De centrale vraag is intussen: Wat zegt de Schrift over bevinding? Zoals gezegd wordt slechts in één tekst (Rom. 5 : 4) (tweemaal) daarover gesproken. Maar de zaak zélf is een in de Schrift bij voortduur herhaalde! Daarom - en dat is naar het ons voorkomt het meest waardevolle van de bundel die we besprekenbehandelt drs. A. de Reuver het onderwerp bevinding aan de hand van het prachtige hoofdstuk Romeinen 8. Hij zegt allereerst, dat mystiek wel een bepaalde vorm van Godskennis is, maar dat deze niet wordt gevoed door 'de bijzondere openbaring'. Maar bevinding is 'van a tot z' geloofszaak, en dat wil zeggen horigheid, hoor-zaamheid jegens het Woord. Zij keert niet in zichzelf, maar treedt buiten zichzelf.
Terecht wijst drs. De Reuver erop, dat het in dit hoofdstuk (en hij citeert hier dr. W. Aalders) gaat om het in werk van de Heilige Geest. Het gaat daar immers om: 'het bedenken van de Geest' (tegenover het vlees), 'het leiden van de Geest' (die gemeentelijk, verbondsmatig, niet-individualistisch werkt), 'het roepen van de Geest' (wat iets anders is dan het aanleggen van een album van godsdienstige ervaringen), 'het getuigen van de Geest' (die niet los van Christus en de Vader werkt, zodat Gods 'heilig Recht' ook niet buiten Christus en de Vader toe te vallen is), 'het zuchten van de Geest' ('de erfenis der heerlijkheid staat nog uit'!), 'het bidden van de Geest', 'het zingen van de Geest' ('omdat we zó innerlijk, nochtans buiten onszelf op God geworpen worden.'). Bevinding, zegt De Reuver, is geen in-gekeerd leven, maar binnenste-buiten gekeerd leven. De Geest ont-eigent mijn eigen zelf en eigent me God in Christus toe en maakt me Zijn eigendom. Bevinding is geen zelf-ontwerp, maar heengeworpen worden op Gods beloften in Christus.
We menen, dat drs. De Reuver erin geslaagd is het begrip bevinding (dat immers geen aparte plaats inneemt in de gereformeerde dogmatiek) bijbels te omschrijven aan de hand van de Schriftwoorden en niet aan de hand van een bij-voorbaat ontworpen systeem.
Geloof en bevinding
Hoewel prof. dr. S. van der Linde en ds. A. Moerkerken over verschillende onderwerpen schrijven, komen ze toch wel op elkaars terrein. Ds. Moerkerken stelt dat geloof en bevinding wel nauw samenhangen maar niet identiek (gelijk) zijn. Hij verbindt Calvijns spreken over 'het zaad des geloofs', dat in de harten der uitverkorenen gelegd is (Inst. III, 2, 5), met Comrie's spreken over de 'hebbelijkheid des geloofs', welke in de wedergeboorte door de Heilige Geest in het hart der uitverkorenen wordt geplant, maar die afhankelijk is van de werking van de Heilige Geest om te komen tot de 'dadelijkheid', de oefening van het geloof. Ds. Moerkerken meent met deze notie bij Calvijn een 'onderbelicht' deel van diens werk naar voren te hebben gehaald. Hij laat intussen na de héle Calvijn aan het woord te laten. In dat opzicht is de bijdrage van prof. dr. S. van der Linde in deze bundel over Mystiek en bevinding in het Gereformeerd Protestantisme' een welkome aanvulling. Deze geeft een evenwichtig exposé van Reformatie en Nadere Reformatie op het punt van geloof en bevinding. Zijn omschrijving van bevinding als 'zeer bepaalde vrucht van het geloof plaatst ons in het hart van de reformatorische theologie. Bevinding is naar Rom. 5 : 4 'in Gods schatting beproefd blijken'. 'Het gaat Paulus om de zekerheid van het geloof; de God die ons deed volharden werd ons groter. Zijn beloften faalden niet.'
Het komt ons voor, dat dit de waardevolle notie in prof. Van der Linde's betoog is, dat hij zó de bevinding brengt in de omgeving van de zekerheid des geloofs, van God en Zijn beloften uit, en niet in de omgeving van de gevoelservaringen met alle schuddingen en schommelingen van dien; ook al zijn die er wél.
Trappen!?
Dat brengt ons nog op één punt in deze bundel. Ds. Moerkerken onderscheidt terecht schakeringen in de bevinding. God gaat 'met honderd van Zijn kinderen honderd verschillende wegen'. We zouden hier graag geheel overschrijven wat hij ten deze van W. a Brakel citeert, maar volstaan met het volgende: Sommigen worden overgebracht door en met grote verschrikkingen en ontsteltenissen der Wet, des doods en der verdoemenis, als op de Pinksterdag en de stokbewaarder. Hand. 16 : 27. Sommigen op zeer evangelische wijze (...). Sommigen brengt de Heere over in vele bedaardheid door het gezicht van de waarheden; in bedaardheid zien ze hun zonden en hun ellendige staat buiten Christus en de zaligheid der bondgenoten, alsmede de waarheid van de aanbieding van Christus door het evangelie aan hen (...). Sommigen worden bekeerd allengskens, met vele verwisselingen van droefheid, blijdschap, geloof, ongeloof, strijden, overwinningen, vallen, opstaan; en dit is de gewone weg, die God doorgaans houdt in de bekering van de meesten.'
Volstrekt in strijd echter met deze notie van 'schakeringen in de bevinding' is dan het onderscheid, dat ds. Moerkerken maakt in de kinderen, de jongelingen en de vaders in de genade. De kinderen zouden zijn zij die leerden 'de droefheid naar God'. (Is er dan al geloof of nog geen geloof, zouden wij willen vragen.) De jongelingen zijn 'die zondaren, voor wie de Zonne der gerechtigheid is opgegaan'. 'Christus is aan hun zielen geopenbaard als het Lam Gods'. En de vaders zijn 'die zondaren die verzekerd werden door de Heilige Geest van hun aandeel in Christus'. Behalve het feit, dat enige aanduiding van het verschil tussen de laatste twee (de jongelingen en de vaders) ontbreekt, ontbreekt ook ten enenmale het Schriftberoep, alsook het beroep op Calvijn, door ds. Moerkerken in het begin van zijn betoog zó zorgvuldig aangehaald. Ds. Moerkerken doet het voorkomen alsof er sprongsgewijze overgangen van kind naar jongeling en van jongeling naar vader zijn. Zo is het in de natuur niet. Zó ook niet in de genade. Is het niet reformatorischer, want bijbelser, om met zondag 23 van de Heidelberger, in antwoord op de vraag hoe een mens rechtvaardig is voor God, te zeggen: 'Alleen door een waar geloof in Jezus Christus (...), in zoverre (naar de mate) ik zulke weldaad (nl. de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus), met een gelovig hart aanneem'?
De overgang van kind naar jongeling en van jongeling naar vader wordt dunkt ons eerder door groei dan door sprongsgewijze of trapsgewijze ontwikkeling bepaald.
We onderschrijven wat ds. Moerkerken zegt als hij oproept oog te hebben voor de eenheid van Reformatie en Nadere Reformatie als het gaat om geloof en bevinding. Maar tegelijk menen wij, dat hij in het genoemde onderscheid van kinderen, jongelingen en vaders, geen recht doet aan wat de vaderen ons vanuit de Schrift doorgaven. Geloof is geloof, of het nu in de aanvang of de voortgang is. En geloof, hoe klein of aangevochten ook heeft de zekerheid in zich. Daarom horen geloof, bevinding én zekerheid bijeen.
Men leze intussen de bundel 'Mystiek en bevinding'. Na lezing zal men zeggen: wie heeft het ware woord? Maar vast staat, dat bevinding niet een zaak van woorden alleen is, maar vooral van daden, nl. van daden Gods in Christus, die door de Heilige Geest waar worden in een mensenleven.
Prof. dr. G. Quispel e.a.: Mystiek en bevinding; uitgave J. H. Kok, Kampen, 80 pagina's, ƒ 10.90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's