De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar aanleiding van een in de jl.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar aanleiding van een in de jl.

2 minuten leestijd

Naar aanleiding van een in de jl. maartsynode aanvaarde kerkorde wijziging met betrekking tot de buitengewone wijkgemeenten in wording - de wijziging is aan alle kerkeraden toegestuurd om in september a.s. in de classicale vergaderingen behandeld te worden - schreef dr. H. Bartels, scriba van de provinciale kerkvergadering van Utrecht, secretaris van het college van visitatoren generaal en lid van de commissie van de synode voor kerkordezaken, in 'In de Waagschaal' van 30 april jl., dat hij het zich kan voorstellen, dat de gereformeerde bonders zich ergeren aan het standpunt van - wat hij kortheidshalve noemde - de 'gemeenteopbouw-hervormden', die vinden dat de bonders zich behoren op te stellen als modaliteit naast 'andere' modaliteiten in de kerk. Want, aldus dr. Bartels, de bond is geen variant binnen de hervormde kerkopvatting-1951, maar een wezenlijk andere conceptie. Op dit artikel reageerde ir. Van der Graaf 2 juni jl. in dit blad met de vraag: als dr. Bartels dan concludeert, dat wij een andere kerkopvatting vertegenwoordigen dan die van 1951, staan wij er dan binnen of staan we er buiten? Op 30 juni antwoordde dr. Bartels in dit blad:de kerk heeftin 1951 gesteld, dat zij wil belijden in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, wat betekent een eigen(tijds) belijden, dat aansluit op het belijden van vroeger en ingaat op de noden en vragen van nu, en dus binnen vrij ruime grenzen gevarieerd kan zijn, terwijl het standpunt van de bond is, dat beleden moet worden 'in overeenstemming met de belijdenis der vaderen', dus conform de 16e/17e eeuw. Hij meent dat kerkeraadsleden zich loyaal behoren te houden aan de regels van de kerk met betrekking tot deze verscheidenheid en dat de moeilijkheden met de buitengewone wijkgemeenten in wording zijn ontstaan door twee onregelmatigheden: a) doordat er kerkeraadsleden zijn, die op dit belangrijke punt de regels van de kerk niet willen toepassen maar toch op hun stoel blijven zitten; b) doordat de kerk op zulke kerkeraadsleden geen tucht toepast, terwijl de tuchtregels toch o.m. voor zulke gevallen zijn gemaakt. Ir. Van der Graaf antwoordde:wij houden ons aan de kerkopvatting van de Nederlandse geloofsbelijdenis, art. 27-33 en vraagt: als dr. Bartels stelt, dat de opvatting van de bond aangaande de belijdenis door de kerk wordt afgewezen, wat is dan wel onder 'de kerk' in dit verband te verstaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar aanleiding van een in de jl.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's