De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor de rechtbank van de rede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor de rechtbank van de rede

Dr. C. J. Labuscagne over de Schrift

10 minuten leestijd

In 1968 publiceerde prof. dr. H. M. Kuitert een boekje onder de titel 'Verstaat gij wat gij leest? ? Het bevatte een visie op de Schrift, die fundamenteel afweek van de klassiek reformatorische, gezien het feit dat de Schrift eerder en meer gezet in de schijnwerpers van de resultaten der moderne wetenschap en de menselijke factor in de Schrift alle nadruk kreeg dan dat het zelfgetuigenis van de Schrift het allesbeheersende was. Wanneer er nog van Openbaring sprake is dan is de Schrift niet de enige bron, maar bieden moderne wetenschap, geschiedenis en eigentijds levensgevoel ook de bronnen waaruit we Gods handelen leren kennen.

In Trouw van enkele weken geleden schreef dr. Kuitert een artikel onder de titel 'Labuscagne is er door'. Dit naar aanleiding van een boek van de in Groningen docerende Zuid-Afrikaanse theoloog dr. C. J. Labuscagne, dat verscheen onder de titel 'Wat zegt de Bijbel in Gods Naam? '. Een boek, dat - zo mogelijk - nog radicaler afscheid neemt van het verleden, liever van wat in de Reformatie werd herontdekt terzake van de Schrift en het zelfgetuigenis daarvan, de Schrift als enige bron en norm voor leer en leven.

Afscheid

Labuscagne zegt zelf, dat hij in dit boek iets wil laten zien van de weg die hij zelf heeft afgelegd: 'Van mijn vroegere kinderlijke geloof, tot mijn modern godsgeloof'.

Centrale gedeelte in dit boek is dan, dat de Bijbel niet te lezen is zonder de resultaten van de moderne bijbelwetenschap. Hij stelt dat een fundamentalistische opvatting van de Bijbel (zeg een letterlijk aanvaarden van wat er staat) het erg moeilijk maakt 'voor vele mensen die nadenken en vragen stellen in God te blijven geloven'. 'Ik-zo stelt hij-geloofde in de Bijbel en ik geloofde dat God alles kan. Ik geloofde als een kind. Het kon niet anders. Er zijn volwassen mensen, die geloven zoals ik geloofde toen ik een kind was. Als zij dat volhouden, mag dat gerust. Alleen moeten zij dat kinderlijke geloof niet aan anderen opdringen, die dat onmogelijk kunnen. (...) Geloven als een kind kan, zolang je kind bent. Als het langer duurt ben je óf niet volwassen, óf je bent naief.'

En als Jezus dan zegt dat we moeten worden als een kind? Dat betekent slechts, dat het Rijk bestemd is voor het geringe en verachte. Het geloof in God moet echter gebaseerd zijn op eigentijds verstaan van de Bijbel met behulp van de wetenschap. Cru gezegd - aldus de schrijver - 'Ik geloof niet méér in' de Bijbel, maar ik geloof in God.'

Het is - gegeven dit alles - begrijpelijk, dat Labuscagne tot de slotsom komt, dat het een grote vergissing van de Reformatorische kerken is geweest de Bijbel op grote schaal in omloop te brengen zonder bijgevoegde leidraden voor de lezer. 'Als het aan mij lag - zegt hij - zou er geen bijbel meer uitgegeven mogen worden zonder de nodige wetenschappelijk gefundeerde gebruiksaanwijzingen'. (Als men zó al niet zijn eigen verstaan van de Schrift als absoluut normatief heeft gesteld, zouden we hier willen opmerken!)

De Heilige Geest

Wat dan het werk van de Heilige Geest betreft inzake het verstaan van de Schrift zegt Labuscagne, dat wetenschap een gave van God is en dat het gebruik van de menselijke rede bij het zoeken naar de bevrijdende waarheid de verlichting door de Heilige Geest niet uit-, maar insluit. Eerder zegt hij echter: 'de bijbel is niet een goddelijk boek dat alleen (curs. van mij, v. d. G.) door de goddelijke Geest ontsloten kan worden, maar een menselijk, historisch gebonden, letterkundig document, dat alleen (opnieuw cursief van mij) door de menselijke bezigheid van serieuze wetenschappelijke bestudering voor het verstand toegankelijk gemaakt kan worden'.

Dit is duidelijke taal. We merken op, dat Labuscagne hier slechts spreekt van de rede, het verstand en niet van het hart. Het gaaf om puur-verstandelijke benadering. De rede is absoluut norm, en dan wel die rede, die gevormd is door wetenschappelijk denken. Het hart doet niet meer mee. Hoe oneindig rijker, vertroostender, gezaghebbender is dan het woord uit de Nederlandse Geloofs Belijdenis, dat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat ze van God zijn. We zouden willen zeggen: en dat sluit het verstand niet uit maar in. Niet de rede sluit de Heilige Geest in, maar de Heilige Geest verlicht verstand én hart.

Geloof in God

Wat is nu Labuscagne's moderne Godsgeloof? Dit: we moeten in de eerste plaats leren in God te geloven en daarbij is de Bijbel niets meer dan wegwijzer. Maar die God heeft een geschiedenis! Als Labuscagne dat dan uitwerkt rekent hij radicaal af met de gedachte, dat God zich heeft geopenbaard. Daarmee zou veel te exclusief (uitsluitend) benadrukt worden, dat de Bijbel de enige kennis van God bevat. Beter is te spreken van 'godskennis', omdat binnen dat kader er alle ruimte is voor een groeiende, wisselende, tijd- en cultuurgebonden godsvoorstelling, voor het menselijk worstelen en zoeken naar de Waarheid Gods, voor inwendige kritiek op en wijziging van het godsbeeld! Met andere woorden: God is niet zoals Hij Zich openbaart maar zoals mensen Hem - wisselend met de tijd - verstaan. Toen Israël uit Egypte getrokken was interpreteerde Mozes dit als een daad van Jahwe. Mozes gaf oud-Israël het abc van zijn godskennis. En Israël kon zich bij de doordenking daarvan zijn eigen verleden onmogelijk voorstellen buiten deze Jahwe om. God heeft echter nooit letterlijk tot Mozes en de profeten gesproken, en letterlijk de wetten en de voorschriften gedicteerd. De godsspraak-formule moet niet letterlijk worden opgevat. God sprak 'bij wijze van spreken'. Neen, de profeet gebruikte de rede uitsluitend als een middel om datgene wat hij van God geloofde onder woorden te brengen. De door de profeet geformuleerde godswoorden blijven zijn woorden. Bijzondere ervaringen van de profeten kregen erkenning van-God-uit achteraf. Wat de profeet als door God gewild geloofde werd als 'opdracht door God' geformuleerd. Zo gaf de profeet een 'theologische interpretatie van de geschiedenis'.

Zo is er overigens - aldus de schrijver - in de geschiedenis van oud-Israël een grote verscheidenheid van Godsvoorstellingen. En wat dan onze tijd betreft: bepaalde voorstellingen kunnen wij vasthouden en tot de onze maken, andere kunnen wij relativeren en als overwonnen en achterhaald beschouwen.

Gegeven dit alles is het duidelijk, dat de auteur de inspiratie van de Schrift door de Heilige Geest afwijst (dat noemt hij een aberratie, een ontsporing). Er is geen sprake van de onfeilbaarheid van de bijbelschrijvers, daarom kan er ook niet gesproken worden van de onfeilbaarheid van de Bijbel.

Genoeg nu over de inhoud van dit boek. We menen dat we de kern hebben weergegeven al zouden we graag ook nog ingaan op de visie op Jezus ('een kind van zijn tijd, niet alleen wat zijn taal en levensgewoonten betreft, maar ook in zijn theologisch denken en in de manier waarop Hij zich aansloot bij de Schriftuitleg van zijn tijd'), of op de verhouding van Oud en Nieuw Testament (het N. T. is niet de vervulling van het Oude: deze gedachte berust op tijdgebonden Schriftgebruik van de Nieuw Testamentische tijd).

Verwerpelijk

Van een boek als dit te lezen geldt het Schriftwoord, dat veel lezen vermoeiing des vleses is. Soms bekruipt ons de neiging zulke boeken - waarvan in dit geval de titel vanwege de dubbelzinnigheid al stuitend is - maar onbesproken ter zijde te leggen, ware het niet dat ze ergens inhaken op wat zo langzamerhand in brede kring van kerk en theologie nog 'geloofd' wordt, We kunnen er niet omheen om elkaar te wapenen in de strijd die gaande is. Een boek als van Labuscagne ontneemt de gemeente één van de wapens van de geestelijke wapenrusting: het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. En dat onder de schijn van dwingende argumenten der wetenschap.

We zullen de laatsten zijn om te beweren, dat de Bijbel een simpel boek is, dat men deze 'naief' lezen kan, dat men geen uitlegger nodig heeft, of dat (Schriftgebonden)-Bijbelwetenschap ons niet zou mogen of moeten helpen om verbanden op te sporen, moeilijke zaken te ontraadselen.

We beseffen ook zeer wel de gevaren van ontsporing door citeren van de Schrift-op-deklank-af, van selectief Bijbelgebruik, van het negeren van de grondtekst bij de uitleg in de verkondiging, van een dekken van vooringenomen eigen standpunten met een eigenmachtig beroep op de Schrift. We beseffen ook dat er dingen in de Schrift zijn die zwaar zijn om te verstaan, in bv. getallen symbolieken, in die dingen waarin bepaalde gedeelten van de Schrift elkaar lijken te weerspreken, in de vragen die rijzen bij gebeurtenissen die we ons moeilijk kunnen voorstellen. We zullen dan ook nooit mogen vervallen in simplistisch, eigenmachtig hanteren van de Schrift.

Maar de kaders, waarin Labuscagne zijn beschouwingen zet, deugen niet. Het Woord komt zelf niet meer aan het woord. De menselijke rede heerst over het Woord. Was het in de vóór-reformatorische tijd zo, dat de Schrift stond onder de stolp van het kerkelijk leergezag en daarmee aan de gemeente onthouden werd, de beschouwingen van Labuscagne beogen een zelfde doel, nl. de Schrift te plaatsen onder de stolp van een bepaalde vorm van wetenschap en zo óók de gemeente in feite het Woord te onthouden. De Reformatie heeft het, bij alle besef van de noodzaak van studie in het Woord (wat is Calvijn hiervan met zijn machtige Schriftcommentaren niet een machtig voorbeeld) het aangedurfd de gemeente het Woord in handen te geven, in het besef dat het de Heilige Geest is die getuigenis geeft in de harten dat de Schriften van God zijn. In Labuscagne's betoog staat de Heilige Geest buiten spel. Daarom durft hij eigenlijk de gemeente de Bijbel niet meer in handen te geven. De Bijbel is verder een product van menselijke inspiratie.

Labuscagne meent met zijn 'nieuwe' visie ontredderde mensen die niet meer in God geloven kunnen te kunnen zeggen: je kunt anders in God geloven. Waar het echter op neer komt is, dat hij ze opwekt in de mens te geloven. God is immers wat de mens - zeg de profeet - van hem geloofde en gelooft. God openbaarde Zich niet, - maar de mens vorme zich een beeld van God. Hoe zal de ontredderde mens daarmee geholpen zijn? Hoe zal hij geholpen zijn met een God, die slechts in het brein van mensen heeft bestaan. Hoe zal hij geholpen zijn als de mens op de mens geworpen wordt, in plaats van op die God, die weet van zijn bestaan, die hem kent in de diepte van zijn nood en schuld, zó kent, dat hij hem in Christus zeer nabij kwam, reddend nabij kwam.

Labuscagne zegt in het begin van dit boek, dat hij dit boek schreef na een ervaring van jaren in contact met mensen van allerlei kerkelijke en randkerkelijke signatuur en na lezingen op gemeenteavonden. Ik waag de stelling, dat Labuscagne zijn boek geschreven heeft ver van de levende gemeente, bij wie het Woord ingang vond in de harten, maar ook ver van die ontredderde mens, die slechts geholpen is met een Woord van de 'Andere Zijde', van God die ons - als bij Ismaël - hóórt op de plaats waar we zijn.

We hebben het profetische Woord, dat zeer vast is en we doen wel daarop acht te geven, méér dan op die stemmen, die de levende Godsspraak opbergen in de menselijke rede. Van Labuscagne's boek geldt: Verwerp een ketterse mens na eerste of tweede vermaning. Dr. Labuscagne is er door, schreef dr. Kuitert, d.w.z. door zijn kinderlijk geloof. Inderdaad, hij is er door, door alle reformatorisch erfgoed heen. Maar we zeggen liever met Petrus dat we geen kunstig verdichte fabelen zijn nagevolgd. Het Woord zult ge laten staan (Luther).

C. J. Labuscagne: Wat zegt de Bijbel in Gods Naam? Uitgave Boeliencentrum, 120 pagina's.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Voor de rechtbank van de rede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's