Woord en Geest in verband met de Godsleer
De Heilige Geest en de Drieënige God
1
Wat hier geschreven gaat worden zal gebaseerd zijn op wat de Kerk onder woorden heeft gebracht in haar belijdenissen. De kerk heeft vanouds, in aansluiting aan de doopsformule van Mattheüs 28 : 19, haar geloof beleden in de éne God, Vader, Zoon en Heilige Geest. De meest brede omschrijving daarvan is te vinden in het Athanasianum. Dit was het resultaat van de strijd over de leer der triniteit. Ik besef dat velen dit in onze dagen allang achterhaald vinden en niet meer nodig. Berkhof noemt het Athanasianum 'een dorre samenvatting van de triniteitsdogmatiek die tot kerkelijke belijdenis is verheven'. En hij betreurt dat deze belijdenis als zodanig nog in vele, ook protestantse en nederlandse kerken geldig is. Wij betreuren dat minder. Ook in rooms-katholieke kring vinden sommigen de traditionele Godsleer een onbegaanbare weg. Dr. J. Veenhof heeft in zijn inaugurele rede (1974) de opvatting in dezen van de rooms-katholieke geleerde Heribert Mühlen te berde gebracht. Deze vindt dat de traditionele Godsleer zich teveel oriënteerde aan de uit de griekse filosofie stammende vraag naar het ware zijn. Hij vindt in het kader van deze Godsleer de leer van de Heilige Geest en ook de triniteitsleer als geheel eigenlijk niet noodzakelijk om de grondmysteriën van het geloof tot uitdrukking te brengen. Hij meent, aldus de weergave van J. Veenhof van deze opvatting, dat dit abstract theïstische ontologische Godsbeeld via een eeuwenlange reflectie heeft geleid tot de God-is-dood-theologie. Daarom is er op deze weg, dus de weg van het klassieke belijden der kerk, geen voortgang meer mogelijk; Wij moeten deze weg dan ook verlaten. Daar komt dan nog bij dat dit Godsbeeld in de hedendaagse horizon van de menselijke ervaring ook geen aansluiting meer vindt.
Wij willen in deze artikelen wel voortgaan op de weg van het klassieke belijden der kerk. Wie dit belijden kent, zal wellicht niet veel nieuws lezen. In het kader van enkele artikelen moeten we ons ten zeerste beperken. Maar dat past alleen maar bij ons onderwerp. Bij het spreken over het mysterie van de ene en drieëne God begint het ons te duizelen. Wie is de mens dat hij zeggen kan wie God is? En als de kerk dan toch belijdt wie God is, dan is ze er zich van bewust slechts ten dele te kennen. Dat haar belijden maar stamelen is.
Belijdenis
Belijden is naspreken van wat God Zelf over Zichzelf in Zijn Woord geopenbaard heeft. Wel, naar de Schriften heeft de kerk der eeuwen beleden dat er één Goddelijk Wezen is en dat er in dat Goddelijk Wezen drie Personen te onderscheiden zijn: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Zo belijden wij van God 'omdat wij dit alles weten zowel uit de getuigenissen der Heilige Schrift, alsook uit-derzelver werkingen en voornamelijk uit degene, die wij in ons gevoelen' (art. 9 NGB). In deze geest belijdt ook de Heidelbergse Catechismus. 'Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Omdat God Zich alszo in Zijn Woord heeft geopenbaard, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn' (vr. en antwoord 25).
De belijdenis aangaande de éne en drieëne God wordt aldus bepaald en begrensd door Gods openbaring in de Schrift. Duidelijk zien we dat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Eerst wordt in artikel 1 beleden dat er één God is. In artikel 2 worden de middelen aangewezen waardoor God gekend wordt. Dan wordt in de artikelen 3 tot en met 7 het Schriftgeloof beleden. Het Woord alleen is de Bron van alle ware Godskennis. En dan begint artikel 8 met: 'Volgens deze waarheid en dit Woord Gods, zo geloven wij in een enig God, die een enig Wezen is, in hetwelk zijn drie Personen, in der daad en waarheid en van eeuwigheid onderscheiden naar hun onmededeelbare eigenschappen, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest'.
Dat de kerk in haar belijden over de Drieënige God zich altijd heeft willen oriënteren aan de Heilige Schrift, blijkt bv. ook uit het opschrift dat Calvijn stelt boven het hoofdstuk waarin hij handelt over de belijdenis van de Drieënige God. 'Dat van de schepping af in de Schriften een enig wezen Gods geleerd wordt, hetwelk drie personen in zich bevat' (Inst. I, hoofdstuk 13). En in zijn catechismus stelt hij de retorische vraag: 'Gij wilt daarmee zeggen, dat het niet ongerijmd is, wanneer wij in de ene Godheid deze drie personen onderscheiden en dat God evenwel niet gedeeld wordt? '
Woord en woorden
Er zijn in het voorgaande enkele woorden gevallen die niet letterlijk in de Schrift terug te vinden zijn. Ik bedoel de woorden: Wezen, Persoon en Drieënige God. De vraag kan opkomen: spreekt de kerk dan wel werkelijk God in Zijn Woord na? Dit verwijt is en wordt de belijdenis der kerk meermalen gemaakt. U gebruikt buiten-bijbelse woorden, ondanks uw opkomen voor Schriftgebonden belijden. Calvijn heeft dit ook beseft en merkt eerlijk op dat God spaarzamelijk speekt over Zijn Wezen. Maar hij weet ook dat de oude kerkvaders deze woorden niet hebben gekozen uit lust tot speculatie. Alleen daartoe gedwongen door de worsteling om de waarheid in die Schrift vervat te vertolken. In zijn Institutie heeft hij zijn door hem zo vereerde leermeester zelf berispt in deze en hem vermaand zijn kracht meer te zoeken in een 'geleerde ongeleerdheid'. Trouwens, Augustinus maakte in zijn dagen al excuus voor de door hem gebruikte woorden. Maar hij kon niet anders. Hij sprak zoals hij sprak, niet om op formule te brengen wie God precies is, maar om niet te verzwijgen dat er drie zijn, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En zelf merkt Calvijn op: Van mij mogen de termen begraven worden, alsmaar onder allen het geloof vast staat dat Vader, Zoon en Heilige Geest één God zijn en dat toch de Zoon niet is de Vader noch de Geest de Zoon, maar dat zij door een bijzondere eigenschap zijn onderscheiden (Inst. Boek I, 13, 5).
Calvijn hield in zijn dagen o.a. tegenover Servet staande dat er één God en één Goddelijk Wezen is. Maar daarbinnen, wat we een Goddelijke 'huishouding' plegen te noemen, toch drie personen of bestaanswijzen. Daarmee wil gezegd zijn dat, hoezeer God Eén is, er toch in God een onuitputtelijke volheid en rijkdom is.
Eenheid
In de confessie van de kerk der eeuwen is altijd alle nadruk gelegd op de éénheid van God. Ook al onderscheiden we in de éne God drie Personen. Dit doet niets af van de eenheid van God. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn geen drie goden, maar samen de éne God. Naar Zijn Wezen is God één. ledere Persoon bevat het hele Goddelijke Wezen. Het onderscheid tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest heeft niets te maken met een onderscheid in meer of minder Goddelijkheid. De Zoon is niet een beetje minder God dan de Vader en de Heilige Geest is niet nog minder God dan Vader en Zoon. Er is één God, Die Vader, Zoon en Heilige Geest is. Zo is de Heihge Geest wel een ander dan de Vader en de Zoon. Maar Hij is geen andere God of helemaal geen God. 'Dit onderscheid maakt niet dat God in drieën gedeeld is. Deze drie Personen zijn een enig God' (art 8 NGB).
Drieheid
God is Eén. Dit sluit niet uit dat we in God drie Personen onderscheiden. Let wel: binnen de éne God wordt onderscheiden en niet gescheiden. Ik las dat Guido de Brés heeft geschreven: 'Waarlijk deze namen Vader, Zoon en Heilige Geest tonen ons een waar onderscheid der Personen en geen verdeling, want in God past ons de Personen te onderscheiden, zonder ze te scheiden' (bij: A. D. R. Polman, Onze Ned. Geloofsbelijdenis, dl. I).
De NGB zegt het zo: 'De Vader is de oorzaak, oorsprong en begin aller dingen, zowel zichtbare als onzichtbare dingen. De Zoon is het Woord, de Wijsheid en het Beeld des Vaders. De Heilige Geest is de eeuwige Kracht en Mogendheid, uitgaande van de Vader en de Zoon'. Elk van de Personen is onderscheiden van de ander door een eigenschap, een speciaal kenteken dat aan de andere Persoon niet toebehoort. Calvijn wijst dan op de Proloog van het Johannesevangelie. 'Als er staat dat het Woord God was en tegelijk dat het bij God was, dan verklaart hij dat het Woord in het Goddelijk Wezenis en toch als het Woord iets eigens heeft'. Zo is er onderscheid in de namen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ook onderscheid in, wat we dan noemen, orde van bestaan. Mits echter goed verstaan. Het wil niet zeggen dat de Vader er eerder was dan de Zoon of dan de Heilige Geest. Ze zijn er alle drie van eeuwigheid af. Toch is er orde van bestaan. We spreken van de eerste, van de tweede en van de derde Persoon. De Vader is de eerste Persoon. Hij is immers de oorzaak, oorsprong en het begin van alle dingen. De Zoon is de tweede Persoon omdat Hij van eeuwigheid is gegenereerd door de Vader. De Heilige Geest is de derde Persoon omdat Hij van eeuwigheid uitgaat van de Vader en de Zoon.
De onderscheiding blijkt tenslotte ook uit de werken. Is de schepping het werk van de Drieëne God, toch heet de Vader onze Schepper. Is de verlossing het werk van de Drieëne God. Toch heet de Zoon onze Verlosser. En is de heiliging het werk van de Drieëne God. Toch heet de Heilige Geest de Heiligmaker.
Het is als Gregorius van Nazianze eens zei: Zodra ik denk aan de ene God, word ik door de drie Personen omschenen; zodra ik drie onderscheid, word ik terstond weer tot de Ene geleid (In Inst. boek I, 13, 17). Of zoals Calvijn het zelf schreef: 'Want Hij verklaart dat Hij enig is op zodanige wijze, dat Hij Zich openbaart als te beschouwen in onderscheidenlijk in drie Personen en indien wij die niet vasthouden, dan fladdert er in onze hersenen slechts een blote en zinledige naam van God rond zonder de ware God' (Inst. boek I, 13, 2).
De Heilige Geest
Uit het voorgaande kunnen we, gelet op het thema van deze reeks, ten aanzien van de Heilige Geest samenvatten. De Heilige Geest is evenzeer God als de Vader en de Zoon.' Van eenzelfde wezen, majesteit en heerlijkheid met de Vader en de Zoon' (art. 11 NGB). Er is geen tijd geweest dat de Heilige Geest er niet was. Van eeuwigheid gaat Hij uit van de Vader en de Zoon. Er is binnen de éne God een drieheid. De Heilige Geest is in deze orde de derde Persoon. De Geest is een andere Persoon dan de Vader en de Zoon. De Heilige Geest staat in dezelfde verhouding tot de Zoon als de Zoon tot de Vader. Zoals de Zoon van de Vader getuigt en de Vader verheerlijkt, zo getuigt de Heilige Geest van de Zoon en verheerlijkt Hem. Er is niemand die tot de Vader komt, dan door de Zoon. Maar ook kan niemand zeggen dat Christus de Heere is dan door de Heilige Geest. Er is geen gemeenschap met God mogelijk dan door de Heilige Geest. Ik weet dat velen in onze tijd met deze belijdenis niet meer uit de voeten kunnen. De Heilige Geest is geen aparte Persoon in het Goddelijk Wezen. Men noemt hem: God-in-kracht. God, zoals Hij in ons en.onder ons werkzaam is. Of ook wel: God, zoals Hij Zich na Pinksteren onder ons openbaart. Heilige Geest is Christus die na Zijn hemelvaart op deze wijze onder ons is gebleven. We menen toch aan het belijden van de kerk te moeten vasthouden. En dat is maar geen splinterige theologenkwestie, maar hier klopt het hart van het evangelie.
De belijdenis dat God Drieënig is, heeft alles te maken met de rechte leer der zaligheid. 'Met de belijdenis van Gods Drieëenheid staat en valt het ganse Christendom, de gehele bijzondere openbaring. In de triniteitsleer klopt het hart van heel de openbaring Gods tot verlossing der mensheid. De religie kan met niets minder dan God Zelven toe. In Christus nu komt God Zelf tot ons en in de Heilige Geest deelt Hij ons Zichzelven mede. Het werk der herschepping is door en door trinitarisch. Uit en door en in God zijn alle dingen. Het is één Goddelijk werk van het begin tot het einde en toch drievoudig onderscheiden. Het wordt besloten door de liefde des Vaders, de genade des Zoons en de gemeenschap des Heiligen Geestes. En zo wijst het geloofsleven van de Christen terug op drie principia. Wij weten ons kinderen van de Vader, verlost door de Zoon en met beiden in gemeenschap door de Heilige Geest. Alle heil en zegen komt ons uit God drieënig toe' (H. Bavinck, Ger. Dogm. dl II, pg. 300vv).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's