De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Weer deze man

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Weer deze man

6 minuten leestijd

'Maar ik kom tot u, in de Naam van de Heere der heirscharen...' 1 Samuel 17 vs. 45

Laat hem maar opkomen, snoefde de Filistijn, tegen mij opgewassen is hij in geen geval. Hij heeft gelijk, en toch, hij heeft het mis. Niet omdat hij zijn eigen gevechtskracht overschatte, maar omdat hij de kracht van de Geest en de Naam des Heeren overschatte. Omdat de Geest des Heeren van Saul geweken was, rekende deze, net zo min als Goliath, met de Naam des Heeren Bij David liggen de dingen anders, omdat de Geest over hem vaardig was. Vandaar zijn bevreemding: hoe kan iemand zich meten met de Heere, is dat niet al te vermetel? Grootspraak, die tegenspraak uitlokt. De Naam des Heeren mag niet door het slijk gesleurd worden; hoe durfde de Filistijn dat te besteken. David is diep verontwaardigd. Ontwapenend is dat, maar terdege gewapend. Speelgoedwapen, dat slingertuig. Weer zo'n sneer. Ondertussen stelt David zijn vertrouwen op de Heere, Die zal hem helpen. Had de Heere hem niet geroepen? Met de moed van het geloof gaat hij op de Filistijn af. De Geest werkt altijd vertrouwen in de Naam. Hij werkt het geloof in de harten. Terwijl de Filistijn de Naam hoont, loofde David die. Geeft de Heere de eer van Zijn naam. Dat doet David. En daarom weer deze man, de man naar Gods hart. De Koning van God gegeven.

Dat vertrouwen heeft David in zijn jeugd geleerd. Hij gaat ver terug in zijn leven en vindt... overtreding. Gedenk niet aan de zonden van mijn jeugd bidt hij. Nog verder terug: in ongerechtigheid geboren, in zonde ontvangen. Was mij wel van ongerechtigheid. Die kennis verkrijgt hij gaandeweg. Hij vindt er ook al vroeg de Heere. Van de schoot van mijn moeder aan, zijt Gij mijn God. Mijn Helper. Toen was de Heere er al. Toen wilde Hij al van hem weten. Dat heeft hij ook gaandeweg geleerd. Hij heeft er als kind reeds uit geleefd; zich geoefend in dat kinderlijk geloof. Denk maar aan die leeuw en die beer. Wij moeten ons niet afvragen of dat kan. Uit de mond van kinderen, zuigelingen zelfs, heeft de Heere zich sterkte bereid.

Kinderen maken ouderen weleens beschaamd, door dat eenvoudige vertrouwen. Nu zou ik graag de jongens en meisjes er bij willen halen, maar ik veronderstel echt niet, dat ze allemaal overdenkingen lezen! Dan moeten vader en moeder het maar doorgeven, samen met hun kinderen overwegen, of van hen geldt wat David geloofde. Wat is de Heere voor jullie. Je bent nog jong, dit hindert niets, denk aan David. De Heere is er toch. Hij gaf zijn Naam aan ons mee bij de doop. We werden op Hem geworpen. Hij ving ons op. Rekenen we met Hem, dan zullen we veel voor Hem rekenen. Eén ding moet onuitwisbaar is ons leven worden bewaard: De Heere is er ook nog! Of... leven we als een Filistijn, zullen wij het zelf wel klaren? Nee toch. Later moet je nog veel leren: je zelf leren kennen en de Heere leren kennen. Daarin wordt slechts bevestigd wat ons in Zijn Naam werd verzekerd.

Waaraan merken we, dat de Heere ons wat waard is. Wel, als Hij gesmaad wordt, dat je dat verdriet. O nee, je bent geen durfal, maar ook geen lafaard. Van de Heere blijf je af! Wie is deze Filistijn? De Heere lijft ons in bij zijn slagorde, wij dragen zijn veldteken. Niet alleen de oudgedienden, nee evengoed zij, die pas onder de wapens geroepen zijn. Het betekent strijd, in de Naam des Heeren. Wie die strijd schuwt kan zich toch niet afzijdig houden; hij loopt in feite over naar de vijand. Dat is zo erg; met het veldteken van de Heere, onder dienst zijn van de duivel. Weet wat je doet David! Is er een alternatief? Ja, de Filistijn! Zo versloeg David de Filistijn.

Weer deze man! Wij kunnen de meerdere David niet buiten beschouwing laten. De held, de herder, de Heere Jezus Christus, Hij is het alleen en altijd. Achter Goliath ontwaar ik de duistere machten van satan, wereld, zonde. Alles wat zich in de wereld breed maakt tegenover de Heere. Dienen! Mij dienen. We leven niet in vrijheid. Het program en het dictaat van Gods tegenstander wordt ten grondslag gelegd aan het leven en samen leven der mensen. Wie daar erg in heeft gekregenj^ zweert niet bij een vrijheid die bedrog is. Maar zoekt iemand, die in waarheid bevrijdt.

Christus neemt het op tegen die overmacht. Niet met machtsvertoon, zodat ieder zegt: Deze man is onze man. Integendeel, Goliath is onze man; we zouden reuzen willen zijn, die alles konden en nergens voor stonden. Het reusachtige, dat is het. Schaalvergroting is trouwens aan de orde van de dag. En reken maar, dat het antichristelijk reusachtig is. Om van te schrikken. Wat wordt het met ons en onze kinderen?

Wanneer Christus verschijnt, legt Hij alle hoogheid af en gaat Hij zo nederig zijn gang. God zelf heeft Hem met de Geest gezalfd en meteen wordt Hij uitgedreven naar de woestijn, levert Hij slag met de duivel, man tegen man. Met het Woord overwint Hij hem. Nog eenmaal zet Satan alles op alles; hij neemt het geweld des doods ter hand om de Heere Jezus Christus buiten gevecht te stellen, om Hem te verslaan. Hij lijdt echter de nederlaag. Goliath wordt geveld, hij smakt tegen de grond. Christus kan en wil verlossen. De goede herder, die de schapen uit leeuwenmuil en berenklauw redt. Hij heeft zijn sporen verdiend, dat is zo hoopvol, dat wij herademen. Midden in onze onmacht, hulp en heil door Hem.

Bij de bediening van de doop wordt gebeden: wil deze kinderen door Uw Heilige Geest uw Zoon Jezus Christus inlijven, zodat zij één lijf, één lichaam met Hem worden, zodat Zijn Geest, Die in Hem als het Hoofd woont, in ons als zijn leden, lidmaten, woont zodat we door die Geest de strijd aanbinden tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk. Dat is nogal wat! Vromelijk, kloek en sterk strijden. Hoe dan? In de Naam des Heeren en met het Woord des Heeren. Uit de Geest, door het geloof. En overal, in onze leemten en leegten, de enge naam invullen, die deze enige man - alweer deze man - draagt.

Het kinderlijke vertrouwen is niet reusachtig, het is uiteraard 'kinderachtig'. Maar het is zwakheid, waarin Christus' kracht volbracht wordt. Hij is de Overwinnaar! Daarom zijn wij meer dan overwinnaars. De overwinning is gewis. Mijn verlosser Christus is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Weer deze man

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's