De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Er binnen of er buiten?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Er binnen of er buiten?

8 minuten leestijd

2

Het antwoord op de vraag van ir. Van der Graaf is heel simpel. 'De kerk' is in dit verband niet de roomse of de lutherse kerk, ook niet een kerk, die als wensdroom of ideaalbeeld bij sommigen leeft, maar de feitelijke hervormde kerk, die er is, waar Van der Graaf en ik lid van zijn, die een in uitspraken en regels neergelegd karakter heeft en dit karakter houdt, zolang zij het niet verandert, welk karakter een ruime mate van verscheidenheid meebrengt (niet 'elk wat wils', zoals Van der Graaf schrijft; hij weet toch best, dat dat niet de bedoeling van 'in gemeenschap met' kan zijn? ). Op grond hiervan heeft de kerk buitengewone wijkgemeenten in wording moeten maken in plaatsen, waar de kerkeraad de regels van de kerk betreffende deze verscheidenheid niet wilde toepassen.

Dit antwoord is zo simpel en voor de hand liggend, dat ik niet goed begrijp, waarom Van der Graaf er blijkbaar bezwaar tegen heeft, de houding van de gereformeerde bondskerkeraden, die zo doen, 'revolutionair' te noemen. Zij stellen zich toch buiten de geldende regels en proberen toch het bestaande te veranderen langs niet-regelmatige weg? Dat noemen we toch 'revolutionair'?

'Je speelt niet in een elftal als je de regels niet accepteert', aldus onlangs Schillebeeckx over het optreden van Lefebvre in de rooms katholieke kerk *).

Ik kan me wel voorstellen-hoewel, niet gauw - datje het ergens zo bar en boos vindt, datje tot revolutie overgaat, maar wees dan wel zo eerlijk, het kind ook bij deze naam te noemen. En ook te bedenken: wie kaatst moet de bal - in de vorm van de tucht - verwachten.

Dat ik intussen meen, dat de hervormde kerkopvatting-1951 goed-gereformeerd is-al gaat het natuurlijk niet om gereformeerd-zijn, maar om christen-zijn  en dichter staat bij wat de gereformeerde kerken in de 16e/17e eeuw beoogden dan wat de gereformeerde bond in onze dagen wil; dat ik meen te begrijpen wat Van Ruler bedoelde, toen hij stelde, dat 'in gemeenschap met' een nauwere binding betekent dan 'in overeenstemming met', dat alles dóet er in dit verband niet toe. Want daarmee stel ik alleen maar de opvatting van mij (en anderen) tegenover die van Van der Graaf (en de zijnen). Waar het om gaat is, dat -of we het prettig vinden of niet - de geldende regels van de kerk op het punt van de verscheidenheid luiden, zoals zij luiden, en de gereformeerde bond daar niet regelmatig, maar eigenmachtig, revolutionair tegen in gaat, en daarmee in de kerk een wanorde veroorzaakt, die je bij iedere revolutie ziet ontstaan.

Waar gaan we naar toe met de buitengewone wijkgemeenten in wording? Ik zie twee mogelijkheden.

De ene is de weg, die de kerk tot nu toe gaat en die lijkt uit te lopen op twee kerken, die slechts bovenplaatselijk administratief verbonden zijn. De gereformeerde bond bevordert door zijn opstelling deze ontwikkeling. In de praktijk zien we reeds, dat de situatie van twee geheel afzonderlijk van elkaar levende gemeenten in één plaats zich consolideert, men leeft in gescheiden werelden en laat dat zo.

De andere weg is die van de toepassing van de kerkelijke tuchtregels. Is deze wel helemaal zo verwerpelijk, ook voor de bonders, als in het algemeen tot nu toe is gedacht? Zullen er, als de kerk op dit punt karakter toont, niet heel wat gereformeerde bonds-kerkeraadsleden zijn, die tot het inzicht komen, dat het samenzitten in één centrale kerkeraad te prefereren is boven een tuchtprocedure? Een samenzitten, dat immers in gemeenten waar de bond niet de macht heeft, alom plaats vindt? Waarom kan, om willekeurige voorbeelden in mijn buurt te nemen, in Nijkerk niet wat in Soest wel kan? En waarom kunnen in de classicale vergadering van Harderwijk de beide Nijkerkse kerkeraden wel samenzitten, maar binnen Nijkerk niet?

De 'gemeenteopbouw-hervormden' lijken nog een derde weg te zien: net zo lang praten en wachten totdat de bondskerkeraden bijdraaien, een soort verelendungsmethode. Mogelijk verwachten zij, dat ook hier het leven sterker zal blijken dan de leer. Ik vind deze derde weg niet fraai, men neemt daarbij de gereformeerde bond eigenlijk niet in ernst. Er zijn ook geen tekenen, die er op wijzen, dat het zo kan, integendeel. We zullen m.i. moeten kiezen tussen de eerste twee mogelijkheden: twee gemeenten naast elkaar in één plaats, maar dan ook gewoon naast elkaar in de kerkorde en geen gepruts met door de bond als discriminerend en door de anderen als zijden handschoen bedoelde overgangsbepalingen, zoals nu door de synode in eerste lezing is besloten; óf tuchtmaatregelen, met beleid en overleg, als het kan gezamenlijk overleg, met als resultaat: één centrale kerkeraad per plaats.

H. Bartels

Confessioneel of democratisch?

1. Het antwoord op de vraag wat dr. Bartels met de kerk bedoelde lag voor de hand: de concrete Hervormde Kerk! We hadden niet anders verwacht maar constateren derhalve, dat dr. Bartels de kerk vereenzelvigt met wat een meerderheid in de kerk wil. Dr. Bartels gaat derhalve uit van een democratische kerkopvatting en niet van een confesionele.

2. Het woord revolutie past niet binnen de kerk. Wie onder revolutie verstaat (gewelddadige) omwenteling mag dit begrip niet toepassen op hen, die in gehoorzaamheid aan Schift en belijdenis het gemeentelijk leven geleid willen zien naar Schrift en belijdenis en metterdaad willen wezen wat het belijden der kerk weerspreekt. Ik realiseer me zeer wel, dat, wanneer we zo spreken, we in democratisch opzicht, met andere woorden wat de regels van de verscheidenheid betreft, kwetsbaar zijn. Maar in de kerk gelden toch andere normen dan in de democratie? Wanneer ik overigens op het vlak van dr. Bartels redeneer dan moet ik constateren dat hij systematisch negeert - evenals dit telkens in de synode het geval is - dat kerkeraden van niet-G.B. gemeenten, nl. daar waar evangelisaties zijn (ongeveer 40 in getal, evenveel als G.B. gemeenten waar b.w.i.w's zijn), eveneens weigeren de regels van de verscheidenheid in acht te nemen. En voor wie de tweesporigheid wil moet het toch eenvoudiger zijn de regels van de verscheidenheid te honoreren dan voor wie zich aan de confessie gebonden weet?

3. Het zou interessant zijn te onderzoeken waar overigens vaker tegen de regels der kerkorde gezondigd wordt, in G.B. gemeenten of daarbuiten. Als we zien wat er in allerlei gemeenten kon en kan, wat kerkordelijk nog niet kon of kan dan zal niet zo gemakkelijk de vinger kunnen worden uitgestoken naar kerkeraden, die om des gewetens wil niet elke leer op de kansel kunnen dulden. In concreto: waar werd de regel? t.a.v. de kindercommunie overtreden? Waar t.a.v. de hederen die officieel werden toegelaten in de kerk, waar t.a.v. de benoeming van ambtsdragers buiten de gemeente dan waar men woont waar t.a.v. het inschrijven van (gast)leden? In G.B. gemeenten houdt men zich of aan de regels of men wordt er wel aan herinnerd zich er aan te moeten houden, terwijl men elders de regels maar al te gemakkelijk overtreedt of laat overtreden .

4. Opnieuw spreekt dr. Bartels over tuchtregels. Maar ook hier laat hij na in te gaan op de (eerste) noodzaak van tuchtoefening nl. als het belijden der kerk weersproken wordt. Valt alle verscheidenheid bihnëri de kerk ook binnen artikel X? Om over de confessie maar te zwijgen! Een kerk die slechts tucht oefent op grond van kerkordebepalingen maar niet in confessioneel opzicht (waar de tucht immers een medische kant heeft), zal verkillen en verstijven omdat de reglementen het voor het zeggen krijgen. Zulk een tuchtoefening is erger dan die terwille van de leer. Zo zijn afscheidingen geboren!

5. Ik geef toe dat de Hervormd Gereformeerden de schijn op zich laten, dat ze in de ene gemeente doen wat ze in andere gemeenten niet doen. In 'gemengde' gemeenten (wat een benaming overigens!) kan men immers wel samen? Als men dan maar niet vergeet, dat het ook dan in het beginsel van de G. B. ligt om de verbreiding der Waarheid (niet de waarheid van de Gereformeerde Bond, maar die van het Woord en de daarop gegronde belijdenis) voor te staan. Met andere woorden: wie een kerkelijk leven naar de Belijdenis voorstaat kan nooit tevreden zijn met een hoekje, gereserveerd voor die belijdenis, maar vordert het hele kerkelijke leven daarvoor op. Maar die opvordering gebeurt niet met machtsmiddelen. Hier geldt het woord van Kohlbrugge: werp het Woord er maar in en ge zult zegen hebben!

Een andere vraag is nu of men gemeentelijk toe moet geven aan verdunning van het gemeentelijk leven als het gaat om de gehoorzaamheid aan Schrift en belijdenis. Kerkeraden zitten tenslotte op de leer. En het zuiver houden van de leer is een gemeentelijke zaak, gericht op het heil van de gemeente, op het heil van de schapen. Daarmee is niet gezegd dat het zuiver houden van de leer identiek is met het alleenrecht van de modaliteit, die Gereformeerde Bond heet. De praktijk leert ook, dat her en der kerkeraden een verscheidenheid konden accepteren, die door modaliteiten heen liep maar die wel bleef binnen de kaders van de Confessie! Om des gewetens wil kan men verder niet gaan. En hier zal wel de spanning blijven in ons kerkelijk leven, omdat de één sporigheid en de tweesporigheid voortdurend op elkaar botsen.

v. d. G.


*) NRC-Handelsblad. 9 juli 1977

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Er binnen of er buiten?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's