De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woord en Geest in verband met de Godsleer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en Geest in verband met de Godsleer

De Geest als persoon en als kracht

9 minuten leestijd

2

H. Bavinck heeft opgemerkt dat de leer van de Heilige Geest in de christelijke theologie altijd slechts is behandeld in het gevolg van de leer van de Zoon. 'Bij de tweede persoon liep de strijd schier uitsluitend over zijn Godheid; zijn persoonlijkheid stond over het algemeen vast. Maar bij de Heilige Geest werd de strijd voornamelijk gevoerd over zijn persoonlijkheid; indien deze erkend werd, volgde zijn Godheid vanzelf. Met de Godheid van de Zoon moest ook die van de Heilige Geest worden aangenomen' (Ger. Dogm. Dl. II, pg. 277).

Als Persoon

Het is overigens te verstaan dat men er moeite mee had en nog heeft de Heilige Geest als Persoon te zien. De aanduiding 'Geest' wijst niet direct op een Persoon. Vader en Zoon wel. Bij de Geest denkt men inderdaad eerder aan 'iets', dan aan 'iemand'. Daarbij komt dat de gegevens van het Oude Testament over het persoon-zijn van de Heilige Geest niet veelvuldig zijn. Toch staat daar tegenover dat het Nieuwe Testament heel duidelijk de Heilige Geest als een Persoon laat zien. Paulus zegt dingen van de Geest die alleen maar van een handelend persoon te zeggen zijn. 'Zo gebruikt Paulus met betrekking tot de Geest als subjekt woorden als 'bidden', 'kennen' en 'doorzoeken'. Dat is geen spreken over een onpersoonlijke kracht of een fluidum, maar een spreken over een handelend persoon' (J. P. Versteeg).

Iemand die in zijn dagen zeer uitvoerig over persoon en werk van de Heilige Geest heeft geschreven, was dr. John Owen (1616-1683). In 1674 verscheen van hem zijn 'Pneumatologia' of 'Verhandeling aangaande de Heilige Geest'. Het front waartegen hij zich o.a. keerde was dat van de Socinianen. Zij ontkenden het Persoon-zijn van de Heilige Geest. Wat in de Schrift 'Geest van God' of 'Heilige Geest' genoemd wordt, is alleen maar een hoedanigheid of kwaliteit in de Goddelijke natuur. Maar de Heilige Geest is volgens hen niet de derde Persoon in het Goddelijk Wezen. U ziet, de leer en opvatting van de Socinianen leeft heden nog volop. In verzet hiertegen verdedigt Owen dan zeer uitvoerig vanuit de Schrift dat de Heilige Geest wel een Goddelijk Persoon is.

Hij begint erop te wijzen dat eigenlijk alles wat betreft het persoon-zijn van de Heilige Geest ligt samengevat 'in de plechtige formule van onze inwijding in het verbond met God'. Wie erkent dat de Vader en de Zoon een persoon zijn, kan dat van de Heilige Geest niet langer ontkennen.

Dat de Heilige Geest een Persoon is, daarop wijst vervolgens Zijn verschijnen onder een zichtbaar teken. Owen bedoelt bij de doop van de Heere Jezus in de Jordaan. De Geest Gods daalt neer gelijk een duif en komt op Christus. Voorts worden in de Schrift aan de Heilige Geest eigenschappen toegeschreven die bij een persoon horen. Om te beginnen: erstand of wijsheid. 'De Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods' (1 Cor. 2 : 10). Hij wordt genoemd de Geest van wijsheid en verstand, van raad en kennis (Jes. 11 : 3). Hem wordt toegeschreven: en wil. 'Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een ieder in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil' (1 Cor. 12 : 11). Van de Heilige Geest wordt gezegd dat Hij ons leert. 'Want de Heihge Geest zal u in die ure leren wat gij spreken moet' (Lk. 12 : 12). 'Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die zal u alles leren...' (Joh. 14 : 26). De Heilige Geest zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16 : 8). De Heilige Geest helpt in onze zwakheden (Rom. 8 : 26), Hij bidt voor ons. Hij getuigt met onze geest (Rom. 8 : 16). Verder kunnen twee plaatsen uit de Handelingen genoemd worden. Eerst over de roeping en zending van Barnabas en Paulus in Handelingen 13. Daar lezen we dat de Heilige Geest zegt: ondert Mij af beiden Barnabas en Saulus (vs. 2). En even verder: Dezen dan, uitgezonden zijnde van de Heilige Geest...' (vs. 4). En in zijn afscheidswoord tot de ouderlingen van Efeze zegt Paulus: Zo hebt dan acht op uzelf en op de gehele kudde, over wie u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft...' (Hand. 20 : 28).

Owen noemt nog meer Schriftplaatsen. En wel die waarin gesproken wordt over het verzoeken van de Heilige Geest. De affaire met Ananias en Saffira wordt aangewezen. Waar Petrus zegt: Wat is het dat gij hebt overeengestemd te verzoeken de Geest des Heeren'? (Hand. 5:9). Even eerder is tot Ananias al gezegd: Gij hebt de mensen niet gelogen, maar Gode' (vs. 4). Stefanus verwijt de raad der Joden: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest' (Hand. 7:51). En Paulus vermaant de Efeziërs: En bedroeft de Heilige Geest Gods niet...' (4 : 30). En de Thessalonicensen krijgen te horen 'Blust de Geest niet uit' (1 Thess. 5 : 19).

Ook brengt Owen te berde het gesprek van Christus met de Farizeeën. Zij verwijten de Heere Jezus dat hij duivelen uitwerpt door Beëlzebul, de overste der duivelen. Waarop Hij antwoordt: Maar indien ik door de Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen' (Matth. 12 : 28). In dit verband spreekt de Heere Jezus dan over de zonde tegen de Heilige Geest. Er is zonde mogelijk tegen de Vader en tegen de Zoon. Maar ook tegen de Heilige Geest. Vandaar de conclusie: ok de Heilige Geest is evenzeer een Goddelijk Persoon.

Dat de Heilige Geest persoon is, en zo gekend wordt, blijkt nog uit wat Paulus schrijft: 'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat Gods Geest in u woont'. Owen trekt dan de parallel met het Oude Testament. Daar woonde God Zelf in de tempel onder Zijn oude volk. Nu, in de nieuwe Bedeling woont God en wel God de Heilige Geest in de tempel die Zijn gemeente is. Er zouden nog wel meer Schriftplaatsen te noemen zijn naast deze. Maar deze mogen voldoende zijn om aan te tonen dat 'we in de Geest met God-'persoonlijk' te doen hebben' (J. P. Versteeg). De gemeente, die Gods tempel heet, ervaart en weet dat God in haar niet woont door een onbepaalde kracht, maar dat het de Geest is die in haar woont. Die met de Vader en de Zoon waarachtig God is.

Als kracht

In het voorgaande werd bedoeld aan te tonen dat we over de Heilige Geest niet mogen spre­ken als een onpersoonlijke kracht, een vage onduidelijke beweging die al of niet van God uitgaat. De Heilige Geest is ook niet alleen maar een kracht van God. Of, zoals anderen weer zeggen: een andere naam voor Christus na Zijn verheerlijking. De goddelijke kracht waardoor de verhoogde Heere thans in Zijn kerk werkzaam en aanwezig is.

Als we hier dan toch spreken over de Heilige Geest als kracht wil dat niet zeggen dat we toch weer in deze richting willen gaan. Het gaat er ons hier om, om na te denken wat ermee bedoeld wordt als b.v. ook de NGB belijdt dat 'de Heilige Geest, de eeuwige Kracht en Mogendheid is, uitgaande van de Vader en de Zoon' (art. 8). Zo spreekt ook Calvijn in zijn Catechismus van 'de Heilige Geest, die Gods kracht is, uitgespreid over alle schepselen en die nochtans altijd in Hem woont' (Zondag 3). Ook in de Institutie schrijft hij dat 'aan de Geest de kracht en de werkdadigheid wordt toegekend' (Boekl, 13, 18). Heel vaak wordt aan de Heilige Geest toegeschreven bij Calvijn 'kracht', 'werkzaamheid' en 'werking'.

Trouwens, ook de Schrift spreekt over de 'kracht van de Heilige Geest' (Rom. 15 : 13). En tot Maria zegt de engel: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogstenzalu overschaduwen' (Lk. 1 : 35). Hierbij tekent Calvijn aan: Want de Geest is als het ware het wezen van de kracht Gods'. Is het de eigenschap van de Vader dat Hij genoemd wordt het begin van alle handelen en dat de bron en de oorsprong van alle dingen aan Hem wordt toegekend. En de eigenschap van de Zoon dat Hij de wijsheid van de Vader is die in alles de orde aanbrengt. Zo is het de eigenschap van de Heilige Geest dat Hij de kracht van de Vader en de Zoon is en wordt alle actie Hem toegekend (A. D. R. Polman). Je zou kunnen zeggen dat het eigen werk van de Geest is dat Hij het doen van de Vader en de Zoon verwerkelijkt. De Heilige Geest brengt het werken van de Vader en de Zoon tot haar doel. Alles wat God werkt (en Hij werkt alles en werkt steeds!), is in Zijn werking werk van de Heilige Geest (W. Krusche). Calvijn heeft de Heilige Geest dan ook wel genoemd 'de hand Gods, waardoor Hij zijn macht uitoefent' (Inst. III, 1, 3). Het beeld van de hand is treffend. De hand brengt ten uitvoer wat is overdacht en voorgenomen. Zo werken Vader en Zoon door de Heilige Geest. Hij is de kracht uit de hoogte. Dat geldt Gods werken in schepping en voorzienigheid. Maar ook in de herschepping. 'Want door de inblazing Zijner kracht geeft Hij in ons het Goddelijk leven zo, dat wij niet meer door ons zelf gedreven worden, maar door Zijn handelen en bewegen geregeerd worden...' 'Door de genade en de kracht van de Geest worden wij tot Christus' leden gemaakt, zodat Hij ons onder Zich heeft en wij wederkerig Hem bezitten' (Inst. III, 1, 3).

Dit maakt de Heilige Geest niet tot een kracht. Tot een onpersoonlijk iets. Ook is Hij zo niet identiek aan de opstandingsmacht van Christus. Of een bijvoeglijk naamwoord bij God en bij Christus. Nee, Hij is evenals de Vader en de Zoon God. En daarom Persoon. In de Heilige Geest hebben we met God Zelf te doen. Hij is overal tegenwoordig. Hij voedt al het geschapene. Hij maakt levend en houdt in leven. Hij woont in de gelovigen. Hij leidt hen in alle waarheid. Hij herschept hen. Hij heiligt de gelovigen en zal ze eens voor eeuwig en ten volle levend maken.

Zijn Kracht wordt tenslotte ook ondervonden. 'De Heilige Geest als onze Heiligmaker door Zijn woning in onze harten' (art. 9 NGB). Door Hem komen wij tot gemeensciiap met God, zodat wij Zijn levendmakende kracht in ons gevoelen. Door de Geest weten we dat we kinderen Gods zijn. Hoe zouden we het anders weten? Door de Geest leren we roepen: Abba, Vader. Hoe anders? Welk een kracht is er in deze Geest! Hij maakt doden levend. Wie van de mensen is daartoe in staat? Hij maakt het offer van Christus tot verzoenmg der zonden te gelde in het leven van de gemeente Gods. Hoe zou ze er anders in delen? Hij is de Leidsman die de gelovigen leidt in het spoor van Gods gerechtigheid. Hij, God de Heilige Geest. De eeuwige Kracht en Mogendheid uitgaande van de Vader en de Zoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Woord en Geest in verband met de Godsleer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's