Een vergeten tak van onze kerk
1
Misschien is de titel wat overdreven. Toch: de meesten onder ons zullen verrast opkijken als zij vernemen, dat op Ceylon of Sri Lanka, het eiland dat kort bij de zuidpunt van India in de Indische Oceaan is gelegen, enige gemeenten voorkomen die tezamen als Nederlandse Hervormde Kerk zouden worden aangeduid als het Nederlands daar nog in gebruik was. Nu heten zij, letterlijk in het Engels vertaald: de Dutch Reformed Church.
Lijkt dit wat vreemd zonder het Nederlands als huidige voertaal, onze belangstelling neemt nog toe als wij horen, waarom de aanduiding 'Dutch' ofwel 'Nederlands' wel degelijk zin heeft. Allereerst de historische zin dat zij de directe voortzetting ter plaatse is van de Hervormde kerk in onze landen. Maar nog meer treft het ons, dat deze tak van onze kerk zich nog steeds houdt aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dortse Leerregels, dus aan de klassieke drie formulieren van enigheid, waarvan twee toch van uitgesproken Nederlandse oorsprong zijn!
Schrijver dezes had in de afgelopen winter het voorrecht, een bezoek van twee weken aan Ceylon te kunnen brengen en daarbij met deze Dutch Reformed Church ofwel de Ned. Hervormde Kerk ter plaatse in contact te komen. Zijn ervaringen zouden niet anders dan een fragmentarisch beeld kunnen leveren. Zij worden daarom mede ondersteund door twee literatuurbronnen waar dr. Van Dooren van het Hervormd Kerkarchief zo vriendelijk was op te wijzen: een artikel van prof. Knappert en een boek van ds. Gramberg.*
Ieder van ons weet zich van school nog wel te herinneren, dat reeds tijdens en stellig ook na onze onafhankelijkheidsstrijd, de tachtigjarige oorlog, ons land een forse politieke en economische expansie te zien heeft gegeven. Koloniën werden gesticht, vaak overgenomen van Portugezen, en op meerdere plaatsen posten ingericht die de verbindingslijnen naar voor ons belangrijke gebieden konden ondersteunen. De zeilvaart was immers veel riskanter dan de veel later opgekomen stoomvaart. En koelkasten waren er toen ook al niet-noch de electriciteit om die dingen aan de gang te houden! Zo werden in die tijd het gebied rond Kaap de Goede Hoop en het eiland Ceylon steunpunten op weg naar het toenmalige Oost-Indië.
Het tekent de Hollandse mentaliteit in die dagen, dat het uit-zijn op stoffelijk gewin niet het enige aspect van deze expansie was. Onze vrijheidsstrijd kende ook zijn religieuze zijde. Het leven in de noordelijke Nederlanden, de Zeven Provinciën, vertoonde dan ook lange tijd theocratische trekken, hoe gebrekkig die ook vaak mogen hebben gefunctioneerd. Daaruit vloeide voort dat in de gebieden en op de punten waar Nederland het toen voor het zeggen had ook kerkelijke activiteiten werden ontplooid. In de eerste plaats en vaak in hoofdzaak voor de uitgezonden ambtenaren van de Verenigde Oostindische en Westindische Compagnie en voor het krijgsvolk. Zendingsbesef ontbrak echter allerminst, zie bijv. ds. B. Oosterom in Theologia Reformata 13 2 (1970), vooral blz. 89 vv.
Zo zijn ook op Ceylon gemeenten ontstaan. Als begindatum wordt gerekend:6 oktober 1642, zo lezen wij in het verslag van een herdenkingsrede dat mij te Galle, een kustplaats zo'n 120 km zuidelijk van Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka, werd verstrekt. Op die datum vergaderde voor het eerst de pas geïnstitueerde kerkeraad van Galle-Colombo kwam pas in 1656 in onze handen, d.i. 16 jaar na Galle. De daar gestichte gemeente nam de leidende functie van de toen geheten Gereformeerde Kerk op Ceylon over. Er waren toen een vijftal kerkeraden en dus, naar is aan te nemen, vijf gemeenten. Deze gemeenten ressorteerden onder de classis Amsterdam, zo lezen wij in genoemd verslag.
De kerk breidde zich snel uit, aldus prof. Knappert, 'sneller dan voor de deugdelijkheid der bekering goed was', en zo waren er al spoedig drie classes. Veel inlandse christenen waren evenwel mond-christenen, die blijkens een verbod van 1711 nog volop aan Hindoe ceremoniën deelnamen.
Bij het begin van de 'Franse tijd' in Europa, van de Napoleonperiode dus, vervielen vele van onze koloniën aan Engeland. Zo ook Ceylon in 1796. Engeland kende en kent eigenlijk ternauwernood gereformeerd protestantisme (wél Schotland). De eerste helft van de vorige eeuw, de eerste vijftig jaar dus onder Engels bewind, was dan ook een moeilijke tijd. Des te opvallender, dat de Hervormde Kerk, hoewel ca. 1800 in omvang sterk afgenomen, toch in verengelste - d.i. Engelstalig geworden - vorm is blijven bestaan. De gemeente te Galle bijv. kon in die periode menselijkerwijs gesproken slechts op de been blijven, doordat zij toen veel te danken heeft gehad aan vader en zoon Wittenslegers; in 1845 had een verzoekschrift van gereforrneerden van Schotsen en van Nederlandsen huize aan de Britse gouverneur het resultaat dat men aldaar weer een dominee beroepen mocht. En L. J. van Rhijn vond in 1848 te Colombo een bloeiende gemeente onder ene ds. Palm.
Om de toestand van nu te begrijpen moet nog een klein stukje nieuwste geschiedenis worden vermeld.
Na de Tweede Wereldoorlog zijn de meeste vroegere koloniën zelfstandige staten geworden. Zo ook Ceylon, in 1948; de officiële naam is nu Sri Lanka. Meer dan de helft van de bevolking is boeddhist. Ook het hindoeïsme telt zijn aanhang in tientallen procenten. Naast ca. 8% islamieten brengen de christenen het maar tot enkele procenten, waarvan een groot deel katholieken, anglicanen en methodisten. Volkenkundig gezien zijn er drie belangrijke bevolkingsgroepen: de originele Ceylonezen of Singalezen, de eeuwen geleden uit Zuid-India overgekomen Tamuien of Tamilen, en de z.g. Burghers - een benaming waarin men gemakkelijk ons Nederlandse 'burger' herkent-afstammend van halfbloeden, en zo van gedeeltelijk Portugese, Nederlandse of Engelse afkomst. In een telefoonboek vallen bijv. behalve Engelse ook de vele Portugese en Nederlandse familienamen op (zo komt de naam De Vos vaak voor). Onder de' Burghers' van Nederlandse afkomst waren er nogal, die de Dutch Reformed Church (DRC) trouw bleven - hoewel het Engels allang hun voertaal was geworden.
Enerzijds voeren sinds de onafhankelijkheid de oppositie in het parlement alsook de boeddhisten actie voor een grotere invloed op de gang van zaken. Anderzijds trachten de Singalezen druk uit te oefenen op de Tamilen en de Burghers door middel van sociale maatregelen waar deze beide groepen dan minder of niet van profiteren. Dit treft te zwaarder omdat de algemene economische situatie van het land toch al slecht is: de armoede is groot, de vooruitzichten zijn niet gunstig. Van de Burghers zijn daarom velen in de laatste tientallen jaren geëmigreerd. Voor zover behorend tot de DRC trokken zij bij voorkeur naar het minst ver verwijderde gebied waar men als protestant goed terecht kan, d.i. Australië. Dit brengt ons op de Dutch Reformed Church zoals die nu reilt en zeilt, en zoals die door de schrijver dezes werd aangetroffen. Daarover de volgende week.
* Prof. dr. L. Knappert, Schets van eene geschiedenis onzer handelskerken, bijdrage in het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis XXI, 1928; ds. Th. B. W G. Gramberg, Oecumene in India en Ceylon, Den Haag 1962.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's