De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nicolaas Schotsman

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nicolaas Schotsman

8 minuten leestijd

3

Op 26 juli 1801 staat Schotsman op de kansel van de Pieterskerk te Leiden. Hij is weer op zijn oude plaats. De preek gaat over 1 Thessalonicenzen 3 : 9-13.

Intree te Leiden

Gij hebt mij in al die jaren die ik van u gescheiden was, vastgehouden. Mijn hart sprong van vreugde in mij op wanneer ik iets goeds van u vernemen mocht. Uw standvastige verkleefdheid aan de leer des geloofs vervulden mijn ziel met vreugde en dankbaarheid.

Nu heeft de zwerver eindelijk rust gevonden. Nog ruim 20 jaren heeft Schotsman in Leiden mogen arbeiden. Hij en Leiden vergroeiden met elkaar.

Vooral in deze laatste periode van zijn levijn is Schotsman in de vaderlandse kerk een man van betekenis geworden. Een man met een uitgesproken geloofsovertuiging; met een visie; met uitgebreide contacten; met een brede belangstelling. Een typisch vertegenwoordiger van een geslacht predikanten dat aan het verdwijnen was. Hij wortelde nog in de oude Gereformeerde Kerk. Hij was een zeer orthodox man. Maar ook een man van godsvrucht. Hij legde sterk accent op het persoonlijke geloof. Maar streed ook voor een evangelische heiligmaking.

Toen in 1822 de beide pas bekeerde Joden Da Costa en Capadose zich voorbereidden op het ontvangen van de christelijke doop, deed het hen leed dat zij niet onderwijs meer konden ontvangen van 'vader Schotsman'. Indien Schotsman nog geleefd had, zouden zij stellig hem als leermeester ver verkozen hebben boven zijn collega Lukas Egeling, met wie zij zich nu moesten behelpen, een man die gematigd rechtzinnig was, zoals er zovele predikanten waren in die tijd, maar die ondanks hun rechtzinnigheid toch heel wat van de geest der eeuw in zich hadden opgenomen.

Begin 1822 is voor Schotsman het einde des levens gekomen. In de loop van de 10e januari kreeg hij een hevige aanval van benauwdheid. Het liep snel naar het einde, nog eer de dag voorbij was, was hij niet meer. Zijn vrouw heeft hem overleefd. Hij had ook nog een zoon, zoals wij al vernomen hebben.

Vrienden van Schotsman hebben getuigd dat hij een zeer bekwaam man was. Hij had de studie niet verzuimd. Met name in de grondtalen van de Schrift moet hij zeer bedreven zijn geweest.

Van aard was hij opgewekt. Een ronde Hollander. Vriendelijk in de omgang. Verder een man van vaste koers.

Noch in beginsel noch in preektrant noch in manier van optreden veranderde hij ooit. Kortom, een man uit één stuk.

Oranje-man

Van huisuit had hij grote liefde voor Oranje meegekregen. Die liefde heeft hem in 1796 zijn ambt en bron van inkomsten gekost. Het smartte hem zeer dat Willem V uit het vaderland verdreven werd; de vorst die bij zijn heengaan de befaamde woorden sprak: God heeft een twist met Nederland.

Toen in 1808 Willem V in ballingschap overleed waagde Schotsman het te Leiden, in de Hooglandse kerk, een herdenkingsrede uit te spreken.

Een andere preek die van zijn Oranjegezindheid getuigt werd door hem gehouden in 1814, toen dus het vaderland alweer sinds enige tijd was bevrijd. Uit deze preek, waar boven staat:

De godvruchtige Veldheer willen wij het een en ander aanhalen.

'Door Gods genade eene oud-Hollandsche opvoeding genooten hebbende', zegt Schotsman, 'en de liefde tot het doorluchtige Oranje Huis, van mijne kindsche jaren af, door mijn nu zaligen Vader, diep in mijn hart ingeprent zijnde, heb ik in de verloopen jaren deszelfs vernederinge niet zonder innerlijke droefenis en zielesmert aanschouwd, en, zoo lange zulks geoorloofd ware, in openbare voorbiddingen, en daarna zowel met mijn vertrouwde vrienden gezelschappelijk, als in de stille eenzaamheid, mijn knieën voor de God der vaderen gebogen, om bij den troon der barmhartigheid te bepleiten'.

Om deze zaak, zegt hij dan verder, ben ik in deze stad uit mijn wettige bediening verwij-, derd. Maar dat onheil heb ik in Gods kracht kunnen dragen.

De preek waaruit deze citaten genomen zijn heeft iets bijzonders. Zij is gehouden in tegenwoordigheid van de Prins van Oranje, Willem Frederik Karel, de jongste zoon van koning Willem I.

Deze Frederik was geboren in 1797 en kwam in 1814 te Leiden om daar te studeren. Na de bedoelde preek van Schotsman te hebben gehoord betuigde hij er zijn instemming mee. Dit heeft ertoe geleid dat Schotsman toen hij deze preek in druk uitgaf hem heeft opgedragen aan de jonge Prins.

Geheel in de trant van de mannen van de Nadere Reformatie heeft Schotsman bij dezen de gelegenheid te baat genomen om de Prins te wijzen op zijn goddelijke taak en roeping. Al in de Opdracht horen wij hem zeggen: Van U, jeugdig Vorst, mogen wij verwachten dat Gij al uw invloed zult aanwenden om dat gedeelte van het hervormingswerk dat binnen uw kring valt met ijver te helpen bevorderen. Bij nader inzien blijkt dan dat Schotsman gedacht heeft aan een hervorming van de zeden van het krijgsvolk. Op dat terrein zou blijkbaar de toekomst van de jonge Frederik liggen.

De tekst van de preek is 2 Kronieken 17 : 16a, waar gesproken wordt over de kloeke held Amasia. Schotsman waagt het de jonge Prins met deze oude held te vergelijken. Hij spreekt hem vervolgens aldus aan: ls kind zijt Gij gedoopt en in de kerk ingelijfd; als jongmens zijt Gij in de godsdienst der vaderen onderwezen, en, reeds belijdenis des geloofs afgelegd hebbende, staat Gij als onze broeder op de rol der lidmaten van onze Hervormde Gemeente aangetekend. Thans is de deur van de Hogeschool voor u opengegaan. Geef U aan de Heere over, gelijk Amasia gedaan heeft. Bedenk dat alle aardse luister vergaat. Er is geen ander Evangelie voor vorsten dan voor de minsten van hun onderdanen. Ook zij moeten in Christus met God verzoend worden, en door de Heilige Geest vernieuwd en als arme zondaars uit vrije genade gezaligd worden.

De ramp van Leiden

Op 12 januari 1807 werd de stad Leiden getroffen door een zware ramp. Er brak brand uit in een opslagplaats van buskruit. Een vreselijke ontploffing volgde. Een heel gedeelte van de stad werd verwoest. 'Een vreselijk vuur deed onze oogen schemeren'. Velen dachten dat de Oordeelsdag was aangebroken. Angstaanjagend was de nacht die weldra op de ramp volgde. Vele doden en gewonden moesten van onder het puin worden weggehaald en weggedragen worden. Schotsman zegt: De lucht was vol van het aanhoudend geroep van brand, het geklep der noodklokken, het geraas van de trommels, het gekerm van de gewonden, het gejammer van de radelozen die op zoek waren naar vermiste familieleden. De dag erna rookten de puinhopen nog. De Hogeschool verloor op deze ene dag twee van haar hoogleraren. Twee kerken werden verwoest. Honderden werden uit het leven weggerukt. Er hebben er tussen balken en gebindten gehangen met niets dan de dood voor ogen.

Het was de tijd dat in ons land de Franse koning Lodewijk regeerde; deze sympathieke vorst. Schotsman noemt hem een 'menschlievende koning', deed wat hij kon, maar de wonden die geslagen waren, waren diep. Een jaar er na, op 10, 12 en 17 januari 1808 zijn er door Schotsman in de Gasthuis-en Mariakerk te Leiden drie herdenkingsredenen uitgesproken; hijzelf heeft ze betiteld als boetpredikatiën. Wij doen een paar grepen uit de inhoud van deze preken.

Zij bevatten allereerst een oproep om toch de vrijmacht Gods te eerbiedigen. De ramp van verleden jaar, zegt Schotsman, moet onze harten vervullen met eerbied voor Gods bestuur. Verder roept hij op tot boetvaardigheid. Het offer der boetvaardigheid behaagt de Heere. Laten onze harten verbroken zijn.

Doch het grootste gedeelte van de preken bestaat uit een oproep tot bekering. Heeft de ramp die ons trof de mensen tot bekering gebracht? Van weinigen zal dat gezegd kunnen worden. In het begin scheen het gebeurde diepe indruk te maken op vele harten; men was ontsteld, verslagen; men zag er de straffende hand Gods in; de eerstvolgende zondag stroomden de mensen naar de kerk; men scheen met een bewogen hart de Heere te zoeken. Maar ach, hoe spoedig was dit voorbij. Weldra bij velen een lauwe onverschilligheid. De kerkgang nam af. Nog nooit waren de kerken zo leeg als in de zomer die volgde op deze ramp. Pas sinds enkele weken, zegt Schotsman, is het weer wat beter.

Maar het theater dat herbouwd werd wordt waarlijk niet minder vlijtig bezocht. En de zeden zijn meer bedorven dan ooit; namelijk als een gevolg van het vreemde krijgsvolk en van de vreemde ambachtslui die naar de stad kwamen. De vorige zomer zag men elke zondagmorgen hele stromen mensen de stad uitgaan om elders dartel vermaak te zoeken. En binnen de muren van de stad hoorde men dan 's avonds een losbandig getier. Ouden en jongen hoorde men op 's Heeren straten ergerlijk vloeken.

En dan spreekt Schotsman verder over onkuisheid, hebzucht; het open zijn en bezoeken van drink-en dobbelhuizen; over pracht en overdaad; en over onbekeerlijkheid.

En dan, velen willen nog wel van goede zeden horen, maar de bekering is bij ons vreemd geworden. Men verlate toch de weg en dienst der zonden. Men late het niet bij enige verbetering en beschaving van zijn zedelijk gedrag, maar men betere zich met zijn ganse hart tot God. Rust niet voor ge vergeving van zonden ontvangen hebt door het oprecht geloof in Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Nicolaas Schotsman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's