De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Er binnen of er buiten?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Er binnen of er buiten?

7 minuten leestijd

3

Van de vijf punten in het antwoord van ir. Van der Graaf in het nummer van 4 augustus lijkt mij zijn eerste punt het eigenlijke, waar het om gaat. Over de andere punten kunnen we het waarschijnlijk wel ongeveer eens worden, als het eerste zou zijn opgehelderd. Daarom over deze andere punten eerst een paar korte opmerkingen, daarna meer aandacht voor zijn eerste punt.

1. Beter dan het woord 'revolutie' is misschien 'lijdelijk verzet'. De kerkeraden weigeren immers de regels der verscheidenheid toe te passen en dat heeft dan gevolgen als van een revolutie.

Er kunnen wel bondsevangelisaties zijn, die menen niet aan hun trekken te komen - dat kan praktische oorzaken hebben, bv. dat ze te klein zijn, o.m. doordat verschillenden van hun leden tot andere locale gemeenten behoren, of doordat ze meer willen dan hun aantal rechtvaardigt - maar het ging over de buitengewone wijkgemeenten in wording en in de afgelopen - zeg - zeven jaren hebben niet meer dan twee zulke groepen dit aangevraagd, terwijl het aantal b.w.i.w.-en in bondsgemeenten omstreeks 35 bedraagt. En van die twee is één een heel apart geval en de tweede is goed opgelost. Ik verzwijg dit dus niet, en de synode ook niet, maar de stand is nu eenmaal 35-0, of, als dat aparte geval als zodanig wordt geteld, 35-1. Inderdaad is het voor wie de tweesporigheid wil eenvoudiger, de regels der verscheidenheid toe te passen, en dat gebeurt dus blijkbaar ook, maar anderzijds geldt, dat de niet-bonds-kerkeraden bij zulke aanvragen niet ten onrechte het gevoel hebben, dat zulke groepen dat een beroep doen op een regel der verscheidenheid, die zij verwerpen, zodra zij de macht hebben. Is dat niet dubbelhartig?

Zeker worden er meer regels van de kerkorde met voeten getreden. Maar kan ik mijn belastingontduiking rechtvaardigen met erop te wijzen, dat er ook zoveel overtreders zijn van bv. de verkeersregels, om maar wat te noemen?

Ik zie de bezwaren van tuchtmaatregelen, die ir. Van der Graaf noemt, mee. Ik aarzel dan ook. Maar we moeten kiezen tussen twee kwaden - ik zie geen andere weg - en m.i. niet, zoals de synode jl. maart, in feite de kop in het zand steken.

En aan het einde: 'Kerkeraden zitten tenslotte op de leer', zegt Van der Graaf. Maar dan toch niet op de leer van andere gemeenten? De kerkeraad, ook die van een buitengewone wijkgemeente in wording, staat onder het opzicht van de provinciale kerkvergadering en de leden van zo'n gemeente onder het opzicht van hun eigen kerkeraad. De vraag was: 'Waarom wil de kerkeraad niet met die andere kerkeraad in één centrale kerkeraad? ' En: 'Waarom kan in Soest wel wat in Nijkerk niet kan? ' De kerkeraad hoeft de buitengewone wijkgemeente niet te stichten. Als hij dat te moeilijk vindt doet de synode na onderzoek, o.m. over de vraag of men binnen artikel X van de kerkorde valt - dit wel.

2. Maar dan het m.i. centrale punt: 'confessioneel of democratisch? '. Dat de kerk confessioneel is, is m.i. geen punt van verschil. Daarin zijn kerkorde, ir. Van der Graaf en ik het wel eens: het gaat in de kerk om belijden/navolgen van Jezus Christus, en niet om wat anders. Maar het verschil zit, dunkt mij, in de vraag, welke methode de kerk dient te gebruiken, om tot uitdrukking/uitvoering daarvan te komen.

De kerkgeschiedenis Iaat ons verschillende methoden zien. Op de z.g. 'roverssynode' van Ephese (449) liet patriarch Dioskouros de beslissing brengen door door hem meegebrachte woeste monniksbenden; in het twaalfjarig bestand speelde de druk van de overheid een grote rol; in 1951 is er een met allerlei zekerheden omgeven meerderheidsbesluit genomen, waarin voor 'in gemeenschap met' en niet voor 'in overeenstemming met' is gekozen. Er waren een lange ontwikkeling, vele gesprekken, intensief overleg aan vooraf gegaan, en de meerderheid was groot. Niettemin blijft ook deze methode gebrekkig, maar weet Van der Graaf een betere? Wil hij een minderheid laten beslissen? Of de overheid? Of wil hij nooit iets beslissen? Dan heb je geen methode nodig, maar dan valt de kerk uit elkaar in groepen en enkelingen, die elk voor zich menen 'waarheidsvriend' te zijn.

Hij antwoordt misschien: de belijdenis moet beslissen. Afgezien van de vraag, hoe dat belijdenisgeschrift er destijds dan dóór is gekomen, blijft de vraag: wie interpreteert dan de belijdenis? Welke methode is beter dan de huidige?

H. Bartels

Naschrift

Ter afronding van deze discussie plaatsen we nog enkele opmerkingen bij de reactie van dr. Bartels.

1. Vanwege het respect voor de plaatselijke gemeente en diens kerkeraad plegen Hervormd Gereformeerde evangelisaties allereerst de weg met de plaatselijke kerkeraad ten einde toe te gaan, alvorens met PKV en andere kerkelijke instanties contact wordt opgenomen. Alvorens dr. Bartels dan ook spreekt over een score van 35-0 zou hij eens contact moeten opnemen met b.v. evangelisaties te Bleiswijk, Scheveningen, Amstelveen, Barendrecht (een lijdensweg van jaren!), Vianen, Hollandscheveld, Amstelveen, Hardegarijp, Haastrecht, Breukelen, om te zien welk een moeite het kost om deze evangelisaties kerkelijk in te schakelen. Ik laat dan buiten beschouwing die situaties, waar met moeite magere oplossingen werden gevonden, al zijn er ook enkele situaties waar loyale oplossingen kwamen (b.v. in Bilthoven, Apeldoorn, Lekkerkerk, Rhenen, Rijswijk, Voorburg), maar die zijn precies zo te noemen in Hervormd Gereformeerde gemeenten.

Verder realiseren we ons bepaald wel, dat er in onze kring helaas ook enkele gevallen zijn, waarin in de evangelisaties elk kerkelijk besef zoek is. Maar al met al heeft dr. Bartels bepaald geen reden om met een scorecijfer 35-0 te suggereren, dat de moeite van de kerkelijke minderheden slechts een zaak is binnen Hervormd Gereformeerde gemeenten.

2. Is het hameren op de tweesporigheid van onze kerk eigenlijk wel helemaal juist? Bij het voorbereiden van de kerkordevoorstellen zo bleek me dezer dagen nog weer eens toen ik de discussies doornam, die er in de kerkelijke pers in het laatst van de veertiger-jaren gevoerd werden, werd van de kant van Gemeenteopbouw en de ontwerpers van de kerkorde nog al eens gesuggereerd, dat 'gemeenschap' met de belijdenis stringenter was dan 'overeenstemming' daarmee (In de gemeenschap was nl. de overeenstemming besloten). De uitkomst in ons kerkelijk leven heeft overigens wel geleerd, dat de Hervormd Gereformeerden, die bleven staan op 'overeenstemming' met de belijdenis, in het gelijk gesteld zijn als het gaat om de vraag of 'gemeenschap' met de belijdenis inderdaad een kerkelijk leven naar de belijdenis nog wel zou garanderen.

Enerzijds hebben de opstellers van de kerkorde dus de tweesporigheid, zoals dr. Bartels nu benadrukt, minder geaccentueerd en anderzijds leert de praktijk van nu, dat de twee-Sporigheid in feite een fictie is omdat er juist een éénsporigheid gekomen is in het beleid en het belijden van onze kerk, waarin voor de concrete belijdenisgeschriften vaak geen plaats meer is.

3. Kerkeraden zitten op de leer, inderdaad, maar wel in hun eigen gemeente. Daarom valt het zo moeilijk te verteren, dat een synode over een kerkeraad heengrijpt. Ik acht de vraag van dr. Bartels, (al eerder gesteld) waarom de kerkeraad van de hervormde gemeente van Nijkerk en die van de buitengewone wijkgemeente i. w. aldaar ter plaatse niet en in classicaal verband wél samen kunnen zitten (zie De Waarheidsvriend van 4 augustus) niet relevant. Hier is sprake van dwang van hogerhand. Zou men het woord revolutie willen gebruiken, dan wellicht hier. Een synode grijpt immers over een kerkeraad, die autonoom is, heen?

4. Niet minderheden van welke modaliteit ook zullen beslissen in de kerk, óók meerderheden niet. Maar het Woord en de daarop gegronde belijdenis! Als in gesprekken tussen meerderheden en minderheden dat aan de orde is, dan dient dit uiterst serieus genomen fe worden, ongeacht de modaliteit. De vraag is echter of dat spoor (zeg dan het twééde spoor, dat dr. Bartels óók zegt te willen) in de richtingsgesprekken ook plaatselijk, nog wel echt aan de orde is. Daar, waar dit werkelijk het geval is, en we als Hervormd Gereformeerden zouden afhaken is er reden tot zelfonderzoek en zullen we de kritiek ernstig nemen. Maar is dit niet het geval, dan blijft de vraag op welke basis we elkaar dan zullen vinden.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Er binnen of er buiten?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's