De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een vergeten tak van onze kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vergeten tak van onze kerk

8 minuten leestijd

2

Wij zagen de vorige week, hoe de Nederlandse aanwezigheid op Ceylon van rond 1650 tot aan de Franse tijd, ca. 1800, niet alleen een kerkelijke kant heeft gehad, maar dat deze tak van onze Nederlandse Hervormde Kerk na het opgeven van Ceylon door de Nederlanders onder het Britse bewind zowaar is blijven voortbestaan en nu nog steeds een bescheiden plaats in dat land, nu Sri Lanka geheten, inneemt.

Schrijver dezes werd daaromtrent het een en ander gewaar, wat de lezers zeker kan interesseren.

Voor de Hervormde kerk op Ceylon waren de jaren van 1730-1770 de beste tijd. Toen werden kerkgebouwen vervangen door nieuwe te Colombo (1749), Galle (1752) en Matara (1767), welke kerken nu nog in gebruik zijn. Die te Galle en Colombo heb ik kunnen bezoeken.

Deze kerken zijn gebouwd in de rustige, evenwichtige, klassieke stijl, die in die dagen in Holland gebruikelijk was. Zij maken daardoor, afgezien van de staat waarin ze verkeren, een bijzonder fraaie indruk. 'Men waant zich in een vaderlandse stadskerk', schreef prof. Knappert terecht. Van binnen en van buiten wit, zoals ook het koelst is in dit tropische klimaat: de temperatuur was eind februari regelmatig ongeveer dertig graden. Des te spijtiger, dat het onderhoud nu zeer te wensen overlaat. Het vertrek van vele Burghers en de toenemende boeddhistische druk maken, dat er zelfs voor hard nodige herstellingen onvoldoende middelen zijn.

Het eerste bezoek gold de kerk te Galle, waar ik op een door-de-weekse dag heenreisde. Deze kerk is op bepaalde uren te bezichtigen. Mr. Crutchley, een soort kerkvoogd en blijkens zijn naam een Burgher van verre Engelse afkomst, ving mij op, met een koster die de indruk maakte zelfs geen Engels te kennen. De kerk is, als gezegd, het aanzien zeer waard. De preekstoel kon zó uit een Hollandse stadskerk weggehaald zijn. Het interieur is properder dan de buitenkant - waarvan het onderhoud ook kostbaarder zal zijn. Wandschilden en grafzerken met opschriften in het Nederlands; vaak met de vermelding 'overleeden te Galen'; zodat Galle wel een verengelsing van Galen zal zijn en, wie weet, de in ons land bekende familienaam Van Galen misschien wel daar zijn oorsprong heeft?

Men toonde mij in de consistoriekamer oude doopboeken, huwelijksaangiften en verslagen van doopzittingen. Zij zijn vóór 1800 in het Nederlands, daarna prompt in het Engels geschreven. Het ontroert, in zo'n ver land documenten van de eigen kerk in de eigen taal terug te vinden; zo mogelijk nog meer ontroert de verrastheid, de open vriendelijkheid en hartelijkheid waarmee men de willekeurige bezoeker deze zaken toont zodra eeh meer dan toeristische belangstelling aan den dag wordt gelegd - terwijl althans de Nederlandse kerkeraadsnotities voor hen toch abracadabra zijn geworden.

Men heeft in Galle een predikant tezamen met Matara. Deze plaats was op dit moment vacant. Normaal wordt dan des morgens in Matara, in de namiddag te Galle gepreekt. Nu werd dit waargenomen door 'een' predikant uit Colombo, ca. 120 km van Galle verwijderd.

Op mijn vraag hoe Colombo tijdelijk per zondag zomaar 'een' predikant kon uitlenen, bleek tot mijn grote verbazing dat in groot-Colombo-dat zich wel vrij ver zal uitstrekken - niet minder dan zeven (nu alle bezette) predikantsplaatsen zijn en ook zeven kerken. Dat werd mij in Colombo bevestigd.

De oudste van deze kerken is die welke in 1749 is gebouwd. Het is de z.g. Wolvendaalkerk; op zijn Engels, vermoedelijk om de uitspraak enigszins te redden, gespeld als Wolvendhal. Hoewel deze kerk er bepaald vervallen uitziet, en ook van binnen allerlei nietafgemaakte reparaties hinderlijk zijn, maakt het geheel niettemin nog altijd een voorname, haast deftige indruk. Het is wel zeer te hopen dat er wegen worden gevonden om daar wat aan te doen, al zijn de omstandigheden om dat op eigen kracht te bereiken op het ogenblik bepaald ongunstig.

In deze kerk worden, als in de andere, in hoofdzaak diensten gehouden in het Singalees; daarnaast in het Tamil, en een enkele in het Engels. Die in het Singalees en in het Tamil worden redelijk tot goed bezocht - die in het Engels niet, omdat de Burghers goeddeels zijn weggetrokken.

Ik was in de gelegenheid, zo'n Engelse dienst te bezoeken. Het bleek een avondmaalsdienst te zijn, waarin vooraf werd gepreekt over Hand. 2 : 46 en 47: En dagelijks eendrachtelijk in de tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij tezamert met verheuging en eenvoudigheid des harten, en prezen God en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden'. De dienst was zeer sober, als bij ons gebruikelijk. De preek was goed, bewoog zich ook geheel binnen het kader van onze drie belijdenisgeschriften die immers ook de hunne zijn - is er wel onderscheid tussen 'ons' en 'hun'? Ook gebruikt men de klassieke liturgische formulieren voor Doop en Avondmaal. Het is een heel aparte gewaarwording, ons klassieke Avondmaalsformulier in een kerk, waarvan het bestaan bijna vergeten was, in het Engels te horen voorlezen. Stelt u zich voor, aan de andere kant van de wereld in het Engels te worden aangesproken: ... maar dit wordt ons, geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het H. Avondmaal gaan mocht dan die zonder enige zonde ware; want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn...' enz. Wat voelt men dan de oude band nog trekken! De liederen die werden gezongen voldeden minder. Ook daar is vermoedelijk begin vorige eeuw de gezangen-kraan opengezet. Dat moesten natuurlijk Engelse liederen zijn. De bundel die ik in de Wolvendaalkerk vond was van de kerk in de voormalige Kaapkolonie, nu dus Zuid-Afrika; en dan uiteraard een Engelse bundel. Over de inhoud kan ik geen gefundeerd oordeel geven; de liederen leken in de 19e-eeuwse romantiek gedrenkt. De melodieën, dus ook vanuit Engeland via de Kaapkolonie geïmporteerd, hebben, zoals muzikaal onderlegden onder ons zullen beamen, iets schaapachtigs.

Hebt u nog enig contact met de Hervormde kerk in Nederland? - zo vroeg ik na de dienst de predikant ds. Thuring en zijn dienstdoende ouderling mr. Stephen, beiden zeer aangename en ontwikkelde mensen.

Neen, dat is niet het geval. Dat is in de eerste helft van deze eeuw helemaal verdwenen. Men was daar in zoverre achteraf ook niet rouwig om, omdat men zich helemaal niet kan vinden in de sociale inslag die onze kerk tegenwoordig naar buiten toe vertoont en die zich ook in de Wereldraad van Kerken, de WCC, breed maakt. Men is ook geen lid van de Wereldraad.

Hier deed zich de gelegenheid voor, voor onze Kerk een goed woord te doen. Er is bij ons, zo was mijn betoog, een stelsel waarbij elke classis één vertegenwoordiger naar de synode zendt. Het beleid van de synode wordt daarr door in vele gevallen bepaald door een theologische avant-garde, die niet steunt op wat brede lagen van het meelevende kerkvolk, naar verhouding veel te zwak in de synode vertegenwoordigd, willen. Omdat het Getuigenis gelukkig ook in het Engels is vertaald, kon ik toezeggen daarvan exemplaren naar ds. Thuring en mr. Stephen te zenden.

Waar haalt u nu uw dominees vandaan? Dan toch zeker niet uit Holland? zo vroeg ik. Dit bleek aldus geregeld, dat jongelui die roeping gevoelen en geschikt worden bevonden om predikant te worden, worden gezonden naar het Calvin College te Grand Rapids in de USA, het centrum van de Christian Reformed Church in de USA en Canada, een ouderwets-gereformeerde uitgave van onze Gereformeerde Kerken.

Ds. Gramberg, schrijver van Oecumene in India en Ceylon, is van 1952 tot 1960 op Ceylon geweest en dus zeer goed op de hoogte met de toestanden daar. Bovendien is hij, begonnen als Luthers predikant en daarna in Indonesië werkzaam geweest, sterk geïnteresseerd in de oecumene. Hij vermeldt in zijn boek pogingen om op Ceylon tot een eenheid van de protestantse kerken te geraken (die overigens nu in 1977 nog niet is verwezenlijkt). De Dutch Reformed Church trok zich al spoedig terug; naar ds. Gramberg aangeeft omdat zij de voorgestelde bisschoppen onbijbels vond en 150 jaar lang tevergeefs dringend hulp gevraagd heeft van de moederkerk in Nederland maar nooit verkregen; en 'zich tenslotte tot de Christian Reformed Church in Amerika heeft gewend (die) haar steeds meer in biblicistische, fundamentalistische banen leidt'.

Deze wat onaangename formulering lijkt door een zeker oecumenisme ingegeven. Het lijkt ons geen ramp, dat de DRC zich distantieerde van een eenheidsstreven, dat waterbang is van wat men biblicisme en fundamentalisme gelieft te noemen.

Van harte hopen wij dat deze tak van onze kerk wat uit de moeilijkheden moge geraken en nog velen tot zegen mag zijn. 'Spes est regerminant', de hoop leeft op' zo stelde het de herdenkingsspreker te Galle in de vijftiger zijn.

Dat betrekkend op het welzijn van de gemeente; en, zo zei hij, in die hoop staan wij. Dat nemen wij hier in Nederland voor de Hervormde gemeenschap op geheel Ceylon gaarne over.

G. B. Smit

P.S. We attenderen onze lezers graag op de advertentie in dit nummer van de Stichting 'Woord en Daad', die een project terzake in Ceylon op zich heeft genomen.

(Redactie)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Een vergeten tak van onze kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1977

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's