Ik ben gedoopt
Pastorale overwegingen
5
Aanvankelijk had ik gedacht met het vierde artikel de reeks over de doop te kunnen afsluiten, maar een briefschrijver uit het Gooi legt me nog enkele vragen voor, waarop ik graag nader nog inga. Het versterkt de band onder elkander en geeft gelegenheid op enkele bijzonderheden nader in te gaan. Ik ben trouwens toch dankbaar voor de vele reacties, zelfs al zijn ze wat kritisch, want dat helpt om nog nader verantwoording af te leggen. Overigens was dit een heel fijne brief, waarin verschillende zaken eerlijk worden gesteld.
Door God de Vader aangenomen? !
Achter de vraag, die het eerst gesteld wordt zet ik een vraagteken, want de vraag is wat betekenen deze woorden, en een uitroepteken, want het is een geweldige uitspraak, die hier door de opsteller van het doopformulier, Petrus Datheen gedaan wordt: ... 'ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt'. Wij worden door de Heere met onze kinderen op het erf van het genadeverbond gebracht. In Zijn hart had God van eeuwigheid het plan tot verzoening van verloren mensen met Zich en Hij kent van eeuwigheid al Zijn volk in Christus, hun aantal, hen persoonlijk in al hun levenswegen. Maar tevens beraamde Hij de middelen om tot dat doel te komen. En door hartelijke aanvaarding in een levend geloof, door de Heilige Geest gewerkt worden we deelgenoot, anders behoren we slechts op uitwendige wijze tot het genadeverbond. Ook dat woord 'aannemen' spreekt duidelijke taal. Ellendige doemwaardige zondaren worden aangenomen tot kinderen Gods. Vanwege onze ! val moeten we belijden niet meer waardig te ! zijn een zoon of dochter genaamd te worden. En nu wil de Heere dezulken over- en aannemen in Hem, Die verstoten werd en gedood aan het kruis, met Wie afgerekend is. En kinderen worden ook erfgenamen. De Heere geeft Zijn volk niet alleen de eigenschappen maar ook de rechten van het kindschap.
En nu mogen we in deze woorden horen hoe Gods Kerk in het geloof getuigt over deze grote weldaad. De Heere heeft het allemaal klaar gemaakt van eeuwigheid en in de tijd bereid. En met de belofte komt Hij tot elk, die gedoopt wordt, welgemeend, evenzo goed als met 4e eis om door bekering in een nieuw godzalig leven te wandelen. En wie waarlijk zondaar wordt voor deze goede, heilige God, en er buiten valt, wordt deelgenoot van deze verbondsschatten.
Gewassen door de Zoon in Zijn bloed
Niet minder belijdt Gods Kerk in het geloof de zoen-en kruisverdiensten van de Heere Jezus als de Zoon van God. Hoe heerlijk wijst de doop op het Middelaarswerk van de gezegende Borg. Reeds in het zichtbare teken en zegel van het water wordt de reinigende werking van Zijn bloed aangewezen. En elk die gedoopt wordt vindt zich dat heil in Hem toegezegd. Dat betekent dus niet zonder meer, dat je zalig wordt. Want wat werkt deze toezegging nu uit in het hart? Slaat het aan, slaat het ons... neer met al het onze, waarmee we voor God niet kunnen bestaan? Op kosten van de Zaligmaker vindt deze betekenis en verzegeling'plaats, waar ons met heerlijke woorden ook in het doopformulier op gewezen wordt, 'dat we ingelijfd worden in de gemeenschap van Zijn dood en wederopstanding, waardoor we van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden'.
Toegeëigend door de Heilige Geest
Wat toch een wonder dat ook de derde persoon bezig wil zijn in en door de Doop. Om zo te zeggen laat God merken, dat Hij veel meer belang heeft bij onze zaligheid dan wij. Want wij staan deze tegen en Hij wil er aan werken. De Geest is het. Die van de Vader en van de Zoon uitgaat en door de Middelaar voor Zijn volk verworven gaarne al de schatten des heils toeeigent, eigen maakt, toepast, uitdeelt. Anders bleef het alles nog voor altijd buiten ons. Hij wekt en werkt de vraag in harten van zondige, afkerige, dode mensenkinderen: 'hoe kom ik daar nu aan'? En dan is Hij het, Die leidt tot God, tot de Vader en tot de Zoon om Zelf ten laatste te verzegelen.
In het raam van de belofte
Bij de doopbediening worden al de schatten van het heil in de Heere Jezus niet maar koud geformuleerd maar geplaatst in het raam van Gods toezegging. De Heere meent het eerlijk, 'dat Hij geen lust heeft in de dood van de goddeloze'. De doop is - in een gebrekkig beeld - wel eens vergeleken met een cheque. Deze geeft recht op uitbetaling van het uitgeschreven bedrag, maar... u moet er wel mee naar het postkantoor. Zijn we met wat God zegt en belooft al eens bij Hem geweest 'op het hemelse betaalkantoor'? Ook in het dankgebed van het doopformulier wordt niet maar koud en formeel geconstateerd, maar wel God geprezen om Zijn Woord en werk. En als we dat beeld van die cheque nu vast houden wordt het niet moeilijk om als dominee en gemeente in verwondering met de Kerk mee te prijzen de wondere bemoeienissen van God met kleine, zeer jonge en afkerige mensenkinderen.
Zo worden we aan de ene kant bewaard voor een onbijbels 'verbondsoptimisme' van zoiets als 'we zijn en blijven voor altijd Gods kind, we mogen blij leven uit het bezit' waarbij we heenleven over de juist in de doop aangewezen grote nood van ons verloren leven. En aan de andere kant worden we behoed voor een even onbijbelse onderschatting van Gods verbond in dodelijke lijdelijkheid van het 'het moet je maar gegeven worden' waarbij alle verantwoordelijkheid is weggeschoven en alle werkzaamheden om toegang te verkrijgen tot de God en Zijn zegeningen van het Verbond ontbreken. Begeren we ook wat God eist en toezegt? Het is en was goed om daar ook door middel van het bovengenoemde schrijven nog eens op te hebben mogen wijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's