Paulus' bekering
Maar wanneer het God behaagd heeft Zijn Zoon in mij te openbaren... Gal. 1 : 15a en 16a
4
Wij hebben vier evangeliën. Drie bezien de openbaring van Gods Zoon vanuit dezelfde gezichtshoek. Wij noemen ze geleerd de drie synoptische. Zo geleerd ook weer niet, want u beluistert de woorden optiek en opticien, en dan weet u dat het om kijken gaat. Het evangelie van Johannes beziet de historie van het heil onder eeuwigheidslicht, dat wil zeggen benadrukt de dimensie van het eeuwige leven. Met mijn vier teksten over de bekering van Saulus van Tarsen doe ik een beetje hetzelfde als de vier evangeliën. Drie teksten beschreven de omstandigheden waaronder Paulus' bekering plaats vond. Breed kwam naar voren wat er zo te zien was en te horen. Weliswaar voor Paulus meer dan voor zijn gezelschap. Deze vierde tekst verdiept het bekeringsge-, beuren tot het meest wezenlijke, dat alles met het eeuwige leven te maken heeft. Immers de evangelist Johannes, wiens aanpak zojuist ter sprake kwam, belijdt in een allereenvoudigste, maar boven mate diepzinnige uitspraak, dat het leven, en hij bedoelt het eeuwige leven, is in de Zoon. 1 Joh. 5 : 11. Zegt dit u wat en wat zegt het u dan? Ik bid u of dit gelukkig en rijk mag maken. Want het is een heerlijk geheim. Die het vat, kan het niet bevatten. Laat het heel stil op u inwerken en spreek het bedachtzaam uit: En dit leven is in de Zoon. Geloofd zij Hij.
Onbekeerd is ongelukkig. Zonder bekering van alles verstoken. Hoe nodig dat de verandering plaats vindt. Sommige mensen en heel velen lopen warm, wanneer de noodzaak van de bekering ter sprake komt. Vraag je: Eilieve, vertel me nu even welsprekend wat de bekering in feite is, dan staat plots de wagen schielijk bewegingloos. Dat weten ze niet. Een gestamelde gemeenplaats. Dat komt ten hoogste over de lippen. Wat bekering is...? Moeten we soms een heel snel licht zien; moeten we lijfelijk tegen de grond; moet er een Ananias of andere rechtvaardige aan te pas komen om ons welkom te heten in de broederschap? Wat zijn de diverse omstandigheden waaronder..., en wat is de eigenlijke kern van de bekering?
Wees onze geweldige apostel dankbaar dat hij bij alles wat hij in dezen doorleefde ons dat op niet te verbeteren en trefzekere wijze heeft verwoord. In meer teksten geeft Paulus een omschrijving van het geestelijk gehalte van zijn overzetting uit Satans rijk, provincie Farizees wettisch diensthuis, in het Koninkrijk van genade en glorie. De eerste gedeelten van de verzen 15 en 16 van de brief aan de Galaten laten ons niet in duisternis. Intussen gaat Paulus al schrijvende enige zijpaden die op dit hoofdpad uitkomen. Terwille van tijd en ruimte, houden wij ons aan de hoofdroute.
Toen het God behaagde, schrijft Paulus. Toen gebeurde het. Het wil ons voorkomen, dat wij voor onszelf er wat meer en beter op aan konden, wanneer zou gelden: Wanneer het mij behaagde. Weet dan dat het in alle eeuwigheid nooit zou plaats grijpen, wanneer het ervan zou moeten afhangen dat het ons behaagde. Wij hebben immers niet de minste lust de Heere te vrezen. Wees zielsblij dat u dat leest. Wrijf uw ogen uit, opdat het u vooral niet ontgaat. Welbehagen is de lieflijke verschijning van 's Heeren genadige verkiezing. Dit welbehagen ontwelt aan Gods lust dat de zondaar zich bekere en het eeuwige leven hebbe. Want van de dood van die zondaar wil God niet weten. Bekeer u nog heden en leef. Het is des Vaders welbehagen, dat wil zeggen, dat het niet een kwestie is van een eau-de-cologne flesje waar de druppeltjes uitgeschud moeten worden, maar van een overvloeiende hoorn van milde massa. Zeker voor wijzen en verstandigen is het verborgen. Wat een wonder, zij willen immers hovaardig het geheimenis onder de knie krijgen. Maar het is de knielende kinderkens geopenbaard. De kinderkens is de grote Zoon geopenbaard, in Wien zij alles hebben, en alles vinden voor daf poosje hier op aarde, en voor wat niet ophoudt in de hemel. Straks allemaal blije kinderkens in de hoogste blijdschap en wij met alle kennis en belezenheid wenend daarbuiten. Voor wijzen en verstandigen. Tegenwoordig hebben wij het intussen al weer zover dat die kinderkens er buiten dreigen te vallen. Want het schijnt of wij volgens een aantal groeperingen toch hun dieventaaltje moeten spreken, en hun manieren moeten verstaan om in de termen te vallen. Geloof dat maar niet. Het is de kinderkens geopenbaard, zegt de enige Gezaghebbende in dezen. Hij vervolgt: Ja, Vader, want alzo is geweest, het welbehagen voor U. Alweer dat heerlijke welbehagen. Vrede op aarde, in mensen een welbehagen. Mooier kan het niet: In en dóór de geliefde Zoon, waarin God een welbehagen heeft, openbaart Hij Zijn welbehagen. Laat ons bidden uit de diepten: O, Heere het behage U, en laat ons dan vanuit de hoogste hemelen van Godswege onszelf in de rede vallen en zeggen: En dit weet ik, dat het U behaagt. Geloven is zichzelf in de rede vallen. Paulus bidt en zegt: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen, en hij valt zichzelf in de rede en belijdt: Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere.
Wat deed God toen Hem behaagde? Hij openbaarde. Hij onthulde Zijn Zoon, Die, staande in het midden van ons, wij niet kenden. Wanneer God ons openbaart kunnen wij alleen nog maar verwonderd uitroepen: Dat was een openbaring voor mij! Wat was dat een openbaring. Ik had er veel over horen preken en praten. Van jongsaf, want ik ben in kerkelijke kring opgegroeid. Maar ik had nooit geweten, dat het zo echt, zo direct, zo in het diepst ingrijpend, zo verrassend, zo zaligend zou zijn. Nu ziet U mijn oog. Mijn Heere en mijn God.
Hij openbaart in mij en aan mij in hart en ziel en leven Zijn Zoon. De Zoon dat is de verpersoonlijking en vleeswording van alle heil. Zoon, dat is eeuwig waarachtig en natuurlijk God en zo'n sterke Verlosser was nodig om goddelijk zware toorn te torsen. Zoon wil zeggen (want de ware zoon is immers de gehoorzame) gehoorzaamheid tot de dood en Hij wil mijn gehoorzaamheid zijn, en die heb ik hard nodig. Zoon wil zeggen vennootschap. Wat zijn - als het tenminste goed is, doch wat is nog gezond in deze door polarisatie verziekte wereld? - dat fijne bedrijven, die heten Vader & Zoon. Welnu zo'n heerlijke samenwerking bestaat. 'Mijn Vader en Ik zullen tot hem komen en woning bij hem maken'. Het komt gegarandeerd goed, wanneer naar het welbehagen dat de Heere in Zijn volk toont. Vader en Zoon hun woning in dus komen inrichten en daarna betrekken. Dan kunnen we met een gerust hart zeggen, dat wij een ziel hebben waar Gods vrees in woont. Zoon wil zeggen dat een verse weg van Voorspraak opengaat. Wie wordt eer bij de Vader verhoord, en Wie heeft de Vader intenser lief? Bovendien Wie heeft ons meer liefgehad dan deze Zoon, Die Zijn leven voor ons gaf? Hoe krachtig is Hij bewezen Gods Zoon te zijn door de opwekking uit de doden. Ook die verrijzenis was een ongekende openbaring. Reeds en betrekkelijk droegen de koningen van het Oude Testament de naam zoon van God. Hoeveel te meer dan deze Koning ons van Israels God gegeven, die de Zijnen koningen maakt en de gevlochten eerkroon laat dragen om het eeuwig welbehagen. Kijk, daar hebt u weer het welbehagen. Zoon wil ook zeggen dat wij om Zijnentwille tot kinderen Gods worden aangenomen, om welke reden de Heere tot ons spreekt als tot Zijn zonen en dochteren. In het gezinsleven is de oudste dikwijls voorbeeld voor de jongeren. Alzo in het huisgezin Gods. Vandaar de aanhoudende bede: O, Zoon maak ons Uw beeld gelijk. Zoveel en nog veel meer is het wat ons met en in de Zoon geopenbaard wordt, wanneer het God behaagt. En het behaagt Hem. Alzo liefheeft God de wereld, dat Hij de Zoon gaf en openbaarde, opdat elk die in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe. Het begin daarvan reeds in thans. Het gaat niet om het krijgen als wel om het reeds hebben van dat leven.
Toen de Vader Zijn Zoon openbaarde, verklaarde Deze ons God. Want de Zoon die in de schoot van de Vader was, heeft Hem ons verklaard.
Paulus besluit een van zijn brieven met de woorden: Kust elkaar met een heilige kus. Zou hij dan niet gemeend hebben, dat wij de Zoon wanneer die wordt geopenbaard, wat zelfs via zo'n onnozele meditatie kan, moesten kussen? Met de kus van verootmoediging, geloof en wederliefde. Want Hij had ons eerst lief. Kus de Zoon, eer u Zijn toorn verdelg. Als gevolg van uw tergend gedrag. Wat tergt Hem het meeste? Mijn zonden, denkt u. Nee, het meest tergt Hem uw onbekeerlijkheid, uw hardnekkige onbekeerlijkheid. Laat mijn woorden uw oren ingaan: Kus de Zoon, opdat Hij niet toorne met Zijn Lamstoorn. U hebt bij dezen permissie. Bovendien mijn zegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1977
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's