De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van een wieg... tot een graf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van een wieg... tot een graf

6 minuten leestijd

Gen. 4 : 1, 2 en 8 IJoh. 3 : 12

Een geboortekaartje kan een aparte taal spreken, er kan een 'sprake' vanuit gaan, soms zelfs een belijdenis, een getuigenis bevatten. Bij het allereerste en oudste geboortebericht is dit zeker het geval.

Met Gen. 4 : 1 staan we bij een wieg, bij de eerste wieg in het leven van de mensheid. Dit Gen. 4 : 1 behoort noodzakelijk bij het slot van Genesis 3 : 2 aan de dood vervallen mensen houden hun nieuwe gemeenschap, op een nieuwe wijze in stand. Uit de bloedbaan van Adam en Eva wordt een kind geboren.

Elke geboorte is en blijft - ondanks alle medische kennis en hulp - een wonder; hier is het een dubbel wonder.

Dit is het eerste kind dat 'op natuurlijke wijze' ter wereld komt.

'Op natuurlijke wijze...' dat houdt in: 'met smart gebaard' door de diepe val in de zonde; én dat houdt tevens in 'buiten het paradijs', ook enkel en alleen vanwege de zonde.

Niettemin een wonder en een verwondering! Dat spreekt ook uit de tekst van dit eerste geboortebericht: 'Een man heb ik van de Heere ontvangen...'

Meestal horen we in deze woorden een gelovig omhelzen van de moederbelofte uit Gen. 3 : 15 'Ik zal vijandschap zetten...'

Dit is niet verkeerd en we laten het zo staan. Eva ontvangt een zoon en kan 'teruggeleid' zijn naar die belofte: 'dat zal u de kop vermorzelen...' 'Een man heb ik...' zal dit de man zijn die de kop van de slang vermorzelen zal? Is dit het kind der belofte?

We mogen het zo lezen.

We mogen u echter niet onthouden dat naar de mening van geleerden, ook een andere vertaling en dus uitleg mogelijk is.

Niet alleen: 'Een man heb ik van de Heere verworven...' maar ook is mogelijk: 'Een man heb ik op de Heere verworven...'

Dan heeft dit geboorteberichtje iets in zich van overwinning, van overmoed, van... trots!! Dit worden dan woorden om van te huiveren. Dit is een weergave waarin naar voren komt dat de zonde zo verwoestend werkte, dat het niet slechts in Genesis 3 maar ook in Genesis 4 de vrouw verleidt tot overmoed, tot hoogmoed.

De Heere had toch gesproken: '... en gij zult de Dood sterven'. Als Eva echter haar eerste kind in de armen houdt, roept zij als het ware tégen dit oordeel in. 'Een man, dat is, het Leven heb ik op de Heere verworven...' In dit kind heb ik toekomst. Leven... we zullen toch leven.

Wanneer we de tekst zo verstaan, lezen we in Genesis 4 tevens het oordeel Gods over deze menselijke hoogmoed, een hoogmoed die geen van ons allen vreemd is. Wat staan we in deze dicht, heel dicht bij het eerste ouderpaar. .. en wat vergissen wij ons; tot en met de naamgeving toe.

Adam en Eva geven hun eerste kind, hun trots ook een trotse naam mee: Kain. Dit betekent: hij die bouwt, die vervaardigt, (zie vers 17) Kain is een pijler, een staander, iemand op wie men kan bouwen.

En als er later een tweede kind wordt geboren, dat een schriel, schamel ventje blijkt te zijn geven zij aan dit ook een passende naam mee Habel of Abel, en dat betekent: ademtocht, nietigheidje.

Van dit kind is niet veel te verwachten, bij zijn komst geen verrukt geboortebericht, dit is geen kind om 'op te bouwen'... ach het is slechts een 'nietig' ventje.

Wat blijkt ook hieruit de verduisterende werking van de zonde. Vóór de val gaf Adam alle dieren een naam die precies passend was om het dier penscherp te tekenen. En nu... nu geeft hij zelfs aan zijn eigen kinderen een verkeerde naam.

Wat kunnen wijons als vader en moeder vergissen, wanneer we gezonde sterke kinderen ontvangen - en hoe dankbaar hebben wij daarvoor te zijn - maar eveneens wanneer we kinderen krijgen die niet zo mee kunnen, die lichamelijk of geestelijk achter komen, gehandicapt zijn, 'Ik schaam me zo voor dit kind...' horen we dan wel eens verzuchten. Wat kunnen wij ons vergissen!!!

Hoezeer we blij mogen zijn, wanneer wij een gezond, sterk kind ontvangen, als het anders is mogen we niet zomaar zeggen: 'Het is niets... een nietigheidje' Wij zien - ook als oudersaan, wat voor ogen is, en dit aanzien is verduisterd door de zonde. Gods oordeel is totaal anders.

Het is een Habel, zeggen Adam en Eva, een nietigheidje!

En wat zegt de Schrift?

'... het onedele, het verachte en hetgeen Niets (is nietigheidje) is, heeft God uitverkoren, opdat Hij hetgeen Iets is beschamen zou...'

Kain is 'Iets' en Abel is 'Niets' in het oog van deze ouders bij de wieg. Maar de geschiedenis loopt door.

Het gaat 'Van een wieg... tot een graf'.

Eva heeft scherp gezien als zij haar eerste in de armen houdt: hij lijkt op Adam 'Een man heb ik van de Heere verworven...'

Kain lijkt niet slechts op Adam, hij is van Adam, het is een Adamskind, dat is een kind der zonde.

Zeker, Gods beeld is in grondlijnen nog wel aanwezig, maar kapot, stukgeslagen. Kain is een kind naar het beeld van Adam en Eva, en in hem komt al openbaar wat David veel later zal uitbelijden: 't Is niet alleen dit kwaad dat roept om straf, neen ik ben in ongerechtigheid geboren.

Als er één schriftplaats genoemd moet worden waaruit blijkt dat alle spreken over 'de zonde is er alleen uit navolging...' pelagianisme en remonstrantisme) een oppervlakkig ontkennen van de diepte der zonde is, dan hier. Want wat Kain nimmer een ander zag doen, doet hij; hij slaat zijn broer dood.

De smart van ouders die staan bij het graf van hun kind is groot. De smart van ouders die staan bij het graf van een kind dat door een ander eigen kind werd vermoord, is niet te peilen. Maar voor déze smart van Adam en Eva zijn geen woorden te vinden.

Eva die uitriep: 'Een man heb ik', dat is 'Het leven heb ik verworven' moest leren verstaan dat zij alleen de Dood had voortgebracht. Het Leven moest van de Heere komen.

Bij de eerste wieg is er nog iets van overmoed. Bij het eerste graf leren deze ouders dat zij alles verloren hebben, én dat zij alleen in dié weg behouden konden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Van een wieg... tot een graf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1977

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's